Grote Staat 5, eigenlijk Grote Staat 5-15 en Vijfharingenstraat 7-11, lange tijd bekend als Vroom & Dreesmann Maastricht, is een gebouw in het centrum van de Nederlandse stad Maastricht. Het voormalige warenhuis van V&D (en kortstondig Hudson's Bay) aan de Grote Staat en de Vijfharingenstraat werd begin jaren 1930 gebouwd, diverse malen uitgebreid en in 2023-2025 verbouwd tot een woon-winkelgebouw met vijftig appartementen. Een deel is sinds 21 mei 2013 een gemeentelijk monument.

Geschiedenis 1907-1930: kleinschalig begin De firma Vroom & Dreesmann werd in 1887 te Amsterdam opgericht door de zwagers Willem Vroom en Anton Dreesmann. Door het succes van de Amsterdamse filialen kwamen er al snel filialen in andere Nederlandse steden en in 1907 in Maastricht. Aanvankelijk opereerde het bedrijf onder de naam "De Zon", terwijl ook altijd de eigenaren "Vroom en Dreesmann" vermeld werden. Het bedrijf had een katholieke signatuur, hoewel men er niet mee te koop liep., 'V&D – Geschiedenis van warenhuis Vroom & Dreesmann', op historiek.net, Historiek, 3 september 2020, geraadpleegd op 24 februari 2023. Gearchiveerd op 19 juli 2023.

De Maastrichtse vestiging werd op 19 november 1906 opgericht onder de naam N.V. Maastrichtsche Manufacturenhandel van Vroom en Dreesmann.'Gerechtelijke aankondigingen', in: Nederlandsche Staatscourant, 's-Gravenhage, 13 december 1906 (online tekst op Delpher, geraadpleegd op 24 februari 2023). Het filiaal werd mede opgezet door de 25-jarige, in Hamburg geboren Rudolf Rosenmöller, een neef van Anton Dreesmann, die eerst een tijdje in het Rotterdamse filiaal van het familiebedrijf had gewerkt. Aanvankelijk woonde hij met zijn gezin boven de winkel aan de Grote Staat nr. 7.'Directeur V & D overleden. J. Rosenmöller „maakte” het Maastrichtse winkelcentrum', in: De Nieuwe Limburger, Maastricht, 15 april 1971, p. 7 (online tekst op Delpher, geraadpleegd op 25 februari 2023). In dit pand, het voormalige huis De Liebaert, was voordien de winkel "Palais de Cristal" gevestigd. De opening vond plaats op 13 juli 1907. De nieuwe winkel, hoewel bescheiden in oppervlakte, begon met veertien personeelsleden. Behalve manufacturen (textielproducten) behoorden bedden en matrassen tot het assortiment. Volgens het bewaard gebleven kasboek uit de beginperiode varieerden de weekinkomsten van 1600 tot ruim 3000 gulden.'Limburgs portret: Gouden V. en D. directeur', in: De Nieuwe Limburger, Maastricht, 22 juni 1957, p. 3 (online tekst op Delpher, geraadpleegd op 26 februari 2023). In de Limburger Koerier verschenen rond die tijd de eerste advertenties. In 1911 kreeg Rosenmöller versterking in de persoon van H.Th. Sluiter, die uit Nijmegen overkwam en in Maastricht bedrijfsleider werd.'Nieuws uit Maastricht: Feest bij Vroom en Dreesmann', in: Gazet van Limburg, Maastricht, 2 oktober 1951, p. 2 (online tekst op Delpher, geraadpleegd op 26 februari 2023).

Na de Eerste Wereldoorlog wilde Rosenmöller het warenhuis flink uitbreiden en begon hij geleidelijk aangrenzende panden op te kopen. Als eerste kocht hij het buurpand nr. 5, het voormalige huis De Lanscroon, waarin toen de winkel "A la Foire de Leipzig" was gevestigd. Meer naar het westen toe verwierf hij in 1923 de kleermakerszaak van Charles Goffin op nr. 11. De ontbrekende schakel in het rijtje was nog de winkel in koloniale waren van Pieters-Teeuwen op nr. 9, die in 1930 ten slotte eigendom werd van V&D. Ook aan de Vijfharingenstraat en Achter het Vleeshuis kocht Rosenmöller enkele panden.

Vanwege de op handen zijnde bouw van het nieuwe warenhuis, werden eind 1930 drie huizen aan de Vijfharingenstraat (nrs. 7 t/m 11) afgebroken. Aan de Grote Staat werden nr. 9 en 11 gesloopt; de panden op nr. 5 en 7 pas na de oplevering van de eerste fase van het nieuwe warenhuis. Van het pand Grote Staat 9 bleef de monumentale Lodewijk XV-pui uit 1773 bewaard, hoewel niet op dezelfde plaats.

1930-1960: het warenhuis van Kuijt Het ontwerp van het nieuwe warenhuis is van de Amsterdamse architect Jan Kuijt, in die tijd de 'huisarchitect' van Vroom & Dreesmann. Zijn ontwerp bestaat uit drie bouwstijlen: art deco (zichtbaar in bijvoorbeeld de detaillering van het trappenhuis en in het gebruik van glas in lood), nieuwe zakelijkheid en Amsterdamse School. Deze destijds nieuwe combinatie gaat door als zakelijk expressionisme.Een nieuw leven voor het oude V&D gebouw, isuu.com, herfst 2022, p. 17

De aanbesteding van de ruwbouw (het betonskelet) vond plaats in 1930 en werd gegund aan de laagste inschrijver (ƒ 271.900), de firma Vriens uit Breda. Voor de afbouw tekende de firma Rijsdijk uit Hoensbroek. De bouw vond in 1931-1932 in fasen plaats, omdat de verkoop moest doorgaan. Terwijl Grote Staat 9 en 11 al gesloopt waren, ging op nr. 5 en 7, de twee oudste V&D-panden, de verkoop gewoon verder. Tevens werd vóór de gesloopte panden een tijdelijke etalagegalerij gebouwd, die veel bekijks trok.'Vroom & Dreesmann's nieuwbouw te Maastricht', in: Limburger Koerier, Maastricht, 24 maart 1931, p. 9 (online tekst op Delpher, geraadpleegd op 24 februari 2023). De opening van de eerste fase, inclusief een ingang met fietsenstalling aan de Vijfharingenstraat, vond plaats op 14 november 1931. Na het gereedkomen van dit bouwdeel – 40% van de nieuwbouw, volgens de advertentie van het bedrijf – werden de panden Grote Staat 5-7 ontruimd en gesloopt. Pas daarna kon de tweede bouwfase beginnen.Advertentie in: De Limburger, Sittard, 14 november 1931 (online tekst op Delpher, geraadpleegd op 24 februari 2023).

thumb|left|330px|Advertentie V&D in promotieuitgave Limburg, 1935. Interieur met vide en lichtkoepel. Rechts de lunchroom

Op 23 maart 1933 vond de opening van het voltooide warenhuis plaats in de vorm van een kijkdag voor het publiek. De meeste aandacht ging uit naar de 32 m brede en 16 m diepe etalagehal aan de Grote Staat, met drie vrijstaande "etalage-eilanden" of "-aquariums", zoals ze in de pers werden genoemd, alsmede de centraal in het gebouw gesitueerde achthoekige vide onder een grote lichtkoepel met glas in lood. Andere opvallende elementen waren de bronzen puien, de ruime, met marmer beklede trappenhuizen, de twee liften, elk voor zestien personen, de in mahoniehout afgewerkte paskamers, de moderne luchtverversing en de muziekinstallatie die door het gehele gebouw te beluisteren was. Nieuw was ook de lunchroom op de tweede verdieping, waaraan een eigen bakkerij verbonden was. Het warenhuis telde veertig afdelingen en een verkoopoppervlak van 3800 m². De verwachtingen van de directie waren hooggespannen: op topdagen verwachtte men zo'n 120.000(?) bezoekers.

Na de Tweede Wereldoorlog was de populariteit van het warenhuis onverminderd groot. Hoogtepunten waren de uitverkoopdagen, waarbij soms politie-inzet nodig was, om het koperspubliek in toom te houden. In de jaren 1950 werd naarstig gezocht naar uitbreidingsmogelijkheden, vooral aan de zuidwestzijde van het 'V&D-kwadrant', aan de Vijfharingenstraat en Achter het Vleeshuis. Aan de noordwestzijde, op de hoek Vijfharingenstraat-Grote Staat, konden het pand Jungslager (Grote Staat 13) en sigarenmagazijn Cardozo (nr. 15) worden aangekocht. Deze werden provisorisch aangepast aan de "moderne tijd", waarbij de benedenverdieping werd weggebroken en de panden op betonnen pijlers kwamen te staan. Doordat de etalages iets uit de rooilijn waren geplaatst, ontstond er een soort galerij. Bij het hoofdgebouw aan de Grote Staat maakte de unieke etalagegalerij plaats voor een meer functionele, doorlopende etalage. De zeer ruime etalagehal werd bij de winkelruimte getrokken. In 1957 bestond de Maastrichtse vestiging vijftig jaar. Het bedrijf telde toen circa vijfhonderd personeelsleden.Boetsen (2010), p. 204.

1960-2003: expansie en inkrimping Omstreeks 1960 werd gepoogd om van de verschillende nieuw verworven panden een eenheid te maken en tegelijkertijd een uitbreiding van het verkoopoppervlak te realiseren. Gestreefd werd naar een uitbreiding van 60%, maar die ambitie moest men laten varen. Het verbouwingsplan voor de 'achterzijde' van het warenhuis, waaronder de panden Achter het Vleeshuis 16-18, waar de expeditieafdeling was gevestigd, werd door de gemeente afgekeurd en verdween in een la. Vervolgens ging de aandacht uit naar de oude panden Jungschlager en Cardozo, die na afbraak en herbouw, voor een moderner aanzien moesten zorgen. Een nieuw hoekgebouw met een vliesgevel in de stijl van het functionalisme werd ontworpen door Gerard Snelder.Zie foto GAM 279168 op beeldbank.rhcl.nl, geraadpleegd op 20 februari 2023. Doordat de eigenaren van het aangrenzende Vijfharingenstraat 5 weigerden te verkopen, is dit pand nooit onderdeel van het warenhuis geweest.

Ook het interieur van het gebouw van Kuijt werd in 1960-1962 aangepast, waarbij veel oorspronkelijke elementen werden opgeofferd. Zo verdwenen de vide, de daaromheen liggende galerijen en de lichtkoepel. Op deze plaats werden acht roltrappen geïnstalleerd, die voor een soepele verbinding tussen de vier verdiepingen (inclusief het souterrain) moesten zorgen. Op de tweede verdieping werd de lunchroom vergroot. De derde verdieping, die tot dan toe vrij onbeduidend was, werd verder uitgebouwd tot een oppervlakte van 650 m². Om deze etage beter bereikbaar te maken werden de liften en trappenhuizen aangepast. Tijdens de verbouwing, die werd uitgevoerd door aannemersbedrijf A. Knols uit Maastricht, ging de verkoop normaal door. De interne verbouwing zorgde voor een toename van het verkoopoppervlak van 30%.'Warenhuis Vroom en Dreesmann wordt verbouwd', in: De Nieuwe Limburger, Maastricht, 6 februari 1960, p. 7 (online tekst op Delpher, geraadpleegd op 24 februari 2023). De feestelijke heropening vond plaats op 24 mei 1962. Namens het personeel werd een reliëf van Dries Engelen aangeboden, dat een plaats kreeg in een van de trappenhuizen.'Stijlvolle heropening van vernieuwd Vroom en Dreesmann-warenhuis. Zilveren directeur Bernard Rosenmöller gefêteerd', in: De Nieuwe Limburger, Maastricht, 25 mei 1962, p. 3 (online tekst op Delpher, geraadpleegd op 25 februari 2023).

thumb|left|190px|Expansie en inkrimping V&D, 1907-2015 thumb|"Uw nieuwe city". De laatste uitbreiding van V&D aan de Kleine Staat/Kersenmarkt, 1972 In 1968 bereikte V&D overeenstemming met het naastgelegen warenhuis Grand Bazar over de overname van de aan de Kleine Staat gelegen winkelpanden. Grand Bazar zou volgens plan in 1970 verhuizen naar de Entre Deux. In hetzelfde jaar kreeg V&D toestemming voor de uitbreiding aan de Vijfharingenstraat en Achter het Vleeshuis. De sloop van de bestaande bebouwing begon in januari 1969.Jaarboek Maastricht 1968, p. 45. Gearchiveerd op 3 juni 2023. Het ontwerp was (opnieuw) van architectenbureau Snelder, maar nu in een stijl die enigszins was aangepast aan het kleinschalige karakter van de omliggende bebouwing. In 1970 nam V&D het gebouw en een deel van het personeel van de inmiddels failliete Grand Bazar over. De oude Grand Bazar werd afgebroken, waarmee ook de kenmerkende jugendstilgevel uit het straatbeeld verdween. De nieuwbouw werd ontworpen in dezelfde stijl als de al in aanbouw zijnde uitbreiding aan Achter het Vleeshuis.'Personeel Grand Bazar te Maastricht ook in dienst van V & D. V & D verkoopt thans Grand Bazar-artikelen', in: De Nieuwe Limburger, Maastricht, 2 september 1970, p. 3 (online tekst op Delpher, geraadpleegd op 25 februari 2023). Na deze grootscheepse uitbreiding bereikte Vroom & Dreesman zijn maximale omvang. Het warenhuis besloeg nu circa 75% van het bouwblok tussen Grote en Kleine Staat, Kersenmarkt, Achter het Vleeshuis en Vijfharingenstraat. Daarmee bezat Maastricht de grootste V&D van Zuid-Nederland.Jaarboek Maastricht 1971, pp. 57-58. Het bedrijf had in deze periode circa 800 werknemers in dienst.