Clathrus crispus is een schimmel uit de familie Phallaceae. De soort behoort tot de stinkzwammen en vormt een opvallend rood tot roze, tralie- of kooivormig vruchtlichaam. De stinkende, slijmerige sporenmassa bevindt zich voornamelijk aan de binnenzijde van de tralies.
De soort leeft saprotroof van dood organisch materiaal. De vruchtlichamen groeien afzonderlijk of in groepen op de grond, onder meer in tuinen, gazons en gecultiveerde bodems en in de omgeving van houtresten of met houtsnippers bedekte grond.
Kenmerken Uiterlijke kenmerken Het jonge vruchtlichaam heeft aanvankelijk de vorm van een witachtig tot lichtbruin 'ei' van ongeveer 3–5 cm hoog. Binnen dit omhulsel bevindt zich het nog onontwikkelde rode receptaculum, omgeven door een gelatineuze massa.
Na het openscheuren van het ei ontvouwt zich een rond tot ongeveer elliptisch vruchtlichaam. Dit wordt doorgaans 5–12 cm hoog en 4–8 cm breed. In oudere en Zuid-Amerikaanse beschrijvingen zijn exemplaren tot ongeveer 10–15 cm vermeld.
Het vruchtlichaam bestaat uit een netwerk van holle, sponsachtige armen, die tot ongeveer 1 cm dik worden. De armen zijn aanvankelijk scharlakenrood tot rood en kunnen later verbleken tot roze of oranjerood. Aan de basis is de kleur doorgaans lichter. De openingen tussen de armen zijn bovenaan min of meer veelhoekig tot rond en worden naar de basis vaak langer en smaller. Bij oudere vruchtlichamen kunnen de onderste delen daardoor enigszins op verticale steunpilaren lijken.
Kenmerkend zijn de duidelijke radiale groeven of plooien rond de openingen in het netwerk. Hierdoor ontstaan rondom de mazen kroonachtige structuren. Dit is een belangrijk kenmerk voor het onderscheiden van de soort van sommige verwante soorten.
Aan de basis bevindt zich een witte, zakvormige volva. Deze kan met witte rizomorfen aan het substraat verbonden zijn. De volva kan bij grote exemplaren ongeveer 6–7 cm in diameter worden.
De gleba is slijmerig en olijfkleurig, groenbruin tot bruinachtig. De sporenmassa bevindt zich voornamelijk langs de binnenranden van de tralies en verspreidt een sterke, onaangename geur.
Microscopische kenmerken De sporen zijn glad, cilindrisch en ongeveer 3–4 × 1,5–2 µm groot. In KOH zijn ze hyalien. Vaak bevindt zich nabij elk uiteinde van de spore een kleine oliedruppel.
Het weefsel van de armen bevat bolvormige tot onregelmatige sferocysten van ongeveer 14–37 µm in diameter. De hyfen van de volva zijn ongeveer 2–4 µm breed, glad, dunwandig en hyalien in KOH.
Gelijkende soorten Clathrus crispus lijkt sterk op de Traliestinkzwam (Clathrus ruber). Bij C. crispus zijn de randen van de openingen echter duidelijk radiaal gegroefd of geplooid, waardoor kroonachtige structuren ontstaan. Deze ontbreken bij C. ruber. Clathrus ruber is bovendien vaak wat breder en meer oranje gekleurd. De soorten verschillen ook in de afmetingen van de sporen.
Ecologie Clathrus crispus leeft saprotroof op organisch materiaal in en op de bodem. De soort wordt onder andere aangetroffen in gazons, tuinen, gecultiveerde grond en plaatsen met houtresten of houtmulch. In warme gebieden kunnen vruchtlichamen gedurende een groot deel van het jaar verschijnen.
In Puerto Rico is de soort ook aangetroffen tussen organisch materiaal en afbrekende bladeren van de rode mangrove (Rhizophora mangle). In 2005 werd dit voor het eerst beschreven als substraat voor C. crispus in Puerto Rico en het Caribisch gebied. De soort zelf was daarvoor al uit beboste gebieden op Puerto Rico en Mona Island bekend.
Naamgeving en taxonomie De soort werd beschreven door de Franse botanicus Pierre Jean François Turpin op basis van materiaal uit Haïti. In de mycologische literatuur wordt de publicatie van de naam doorgaans gedateerd op 1820. Index Fungorum geeft voor de bibliografische publicatie van de naam echter 1829, in een atlas die tussen 1816 en 1829 verscheen.
Clathrella crispa (Turpin) E. Fisch. is een later gepubliceerde combinatie van dezelfde soort. Namen als Clathrus americanus Lloyd en Clathrus pseudocrispus Lloyd zijn later eveneens als synoniemen van C. crispus beschouwd.
Verspreiding Clathrus crispus heeft voornamelijk een neotropische verspreiding, maar komt ook voor in het zuiden van de Verenigde Staten. De soort is onder meer bekend uit Florida en andere gebieden langs de Golf van Mexico, Mexico en het Caribisch gebied.
In het Caribisch gebied zijn vondsten bekend van onder andere Cuba, Hispaniola, Jamaica, de Bahama's en Puerto Rico. In Midden- en Zuid-Amerika is de soort uit verschillende landen gemeld. De verspreiding reikt zuidwaarts tot onder meer Uruguay en het noorden van Argentinië.
In Brazilië zijn onder andere vondsten uit Rio Grande do Sul bekend. In 2018 werd C. crispus voor het eerst officieel voor Paraguay gemeld, op basis van materiaal uit het departement Alto Paraguay.
In cultuur Clathrus crispus werd in 1986 afgebeeld op een postzegel van Grenada.
Categorie:Phallaceae Categorie:Schimmelsoort