De Slag bij Košare (Servisch: Битка на Кошарама, Bitka na Košarama; Albanees: Beteja e Kosharës) verwijst naar een reeks veldslagen die van 9 april 1999 tot 10 juni 1999 plaatsvonden gedurende de Kosovo-oorlog tussen het Joegoslavisch leger en het Bevrijdingsleger van Kosovo (UÇK). Het vond plaats in de omgeving van het dorpje Košare in de regio Gjakovë, vlakbij de grens van destijds Joegoslavië en Albanië.

De gevechten bij Košare begonnen op 9 april 1999, tijdens de NAVO-luchtcampagne tegen de Federale Republiek Joegoslavië, en duurden tot het einde van de oorlog in juni. Het gebied had een belangrijke strategische ligging, omdat het een van de belangrijkste toegangswegen vormde vanuit Albanië naar het westen van Kosovo. Voor het UÇK bood de regio de mogelijkheid om vanuit Albanië een bruggenhoofd in Kosovo te vestigen en van daaruit verder naar het oosten op te rukken.

In het voorjaar van 1999 bevond de Kosovo-oorlog zich in een beslissende fase. Het UÇK voerde al geruime tijd een gewapende strijd tegen de Joegoslavische autoriteiten en probeerde zijn aanwezigheid in Kosovo uit te breiden. Tegelijkertijd waren grote delen van het Joegoslavische leger en andere veiligheidseenheden in Kosovo ingezet om het UÇK te bestrijden en de controle over belangrijke gebieden en verbindingsroutes te behouden. De situatie veranderde nadat de NAVO op 24 maart 1999 haar luchtcampagne tegen Joegoslavië begon. De luchtaanvallen zetten de Joegoslavische strijdkrachten onder druk, terwijl het UÇK op verschillende plaatsen probeerde daarvan gebruik te maken door grondoperaties uit te voeren.

Op 9 april begonnen de gevechten rond Košare met artilleriebeschietingen en aanvallen op Joegoslavische grensposities. UÇK-eenheden probeerden verschillende strategisch gelegen heuvels en bergtoppen in te nemen. Deze hoogten waren belangrijk omdat ze uitzicht boden over het grensgebied en controle over de bewegingen van beide partijen mogelijk maakten. Het UÇK wist in de eerste fase enkele vooruitgeschoven posities te veroveren en zette de Joegoslavische grensbewaking daarmee zwaar onder druk. Op sommige plaatsen trokken Joegoslavische eenheden zich terug naar beter verdedigbare posities. Een belangrijk doel van het offensief was de verovering van de grenspost bij Košare. De inname daarvan gaf het UÇK een belangrijke positie aan de westelijke rand van Kosovo en bood de mogelijkheid om de aanval verder naar het binnenland voort te zetten. Het uiteindelijke doel was het openen van een corridor richting het westen van Kosovo, waardoor de Joegoslavische militaire posities in het gebied verder onder druk konden worden gezet.

Het Albanese leger verleende daarnaast militaire en logistieke steun, waaronder artillerievuur tegen Joegoslavische posities rond Košare. Een belangrijke rol speelde Kudusi Lama, een hoge Albanese militaire commandant die betrokken was bij de coördinatie van de Albanese activiteiten in het grensgebied. De Albanese eenheden opereerden voornamelijk aan de Albanese zijde van de grens, terwijl het UÇK de meeste grondaanvallen in Kosovo uitvoerde. De steun vanuit Albanië was van belang omdat het UÇK slechts over beperkte hoeveelheden zwaar materieel beschikte. Het UÇK behield daarbij zijn eigen commandostructuur. Ook met de NAVO bestonden contacten en vormen van samenwerking, onder meer rond informatie over Joegoslavische posities. Het UÇK maakte echter geen formeel onderdeel uit van de NAVO-strijdmacht. De NAVO-luchtmacht bleef ondertussen Joegoslavische militaire doelen in en rond Kosovo aanvallen. Hierdoor werden Joegoslavische eenheden gedwongen hun materieel te verspreiden en te camoufleren.

Na de eerste terreinwinsten stuurde het Joegoslavische leger versterkingen naar het gebied. De Joegoslavische strijdkrachten beschikten over een aanzienlijk voordeel in zware wapens, waaronder artillerie, mortieren, tanks en pantservoertuigen. Daarmee konden zij de opmars van het UÇK afremmen en verdere pogingen tot terreinwinst grotendeels tegenhouden. De strijd veranderde hierdoor in een langdurige uitputtingsslag. Het UÇK wist verschillende strategische posities vast te houden, maar slaagde er niet in om vanuit Košare een diepe doorbraak in Kosovo te forceren. De Joegoslavische verdediging maakte gebruik van voorbereide posities in het bergachtige terrein, waaronder loopgraven, bunkers, mijnenvelden en artillerieposities.

De gevechten bij Košare veroorzaakten aan beide zijden aanzienlijke verliezen. Onder de slachtoffers bevonden zich zowel reguliere militairen als UÇK-strijders. In Kosovo wordt de slag vooral herinnerd als een belangrijke overwinning van het UÇK en als een symbool van het gewapende verzet tegen de Joegoslavische strijdkrachten. Voormalige UÇK-strijders die aan de gevechten deelnamen, worden in Kosovo jaarlijks herdacht. In Servië wordt Košare daarentegen vooral herinnerd als de plaats waar Joegoslavische soldaten tijdens de NAVO-campagne zware gevechten leverden. De verdediging van de grens wordt in de Servische herinnering vaak voorgesteld als een voorbeeld van militaire opoffering.

Onderscheidingen miniatuur|rechts|250x200px|Herdenking van gesneuvelde Servische soldaten tijdens de veldslag in Košare De gesneuvelde Albanese commandant Agim Ramadani en zijn voornaamste rechterhand Sali Cekaj werden benoemd tot helden van Kosovo zes jaar na de veldslag. In 2017 werd in Novi Beograd een boulevard geopend met de naam Helden van Košare, de naam was op initiatief van de Servische burgers. In 2020 kreeg Dragutin Dimčevski, een commandant aan Joegoslavische zijde tijdens de veldslag, voor zijn bijdrage een onderscheiding van de Servische president Aleksandar Vučić.

Categorie:Geschiedenis van Kosovo Categorie:Bloedbad Categorie:Oorlog in Europa Categorie:Joegoslavische oorlogen Categorie:NAVO Categorie:Oorlog in de 20e eeuw Categorie:Gebeurtenis in 1999