Modemagazijnen Gebroeders Gerzon N.V., ook bekend als Modehuis Gerzon of Gerzon, was een modehuis dat werd opgericht in 1889 door de broers Eduard Gerzon (1862 – 1935) en Levie Lazarus (Lion) Gerzon (1867 – 1929). Het modehuis had filialen in Nederland en Nederlands-Indië. In 1973 werd het bedrijf vanwege faillissement gesloten.
Voorgeschiedenis Eduard en Lion Gerzon waren de zoons van de Groningse slager Juda Mozes Gerzon en Saartje Gerzon-Schaap. Hun ouders kregen 12 kinderen waarvan er 4 op jonge leeftijd overleden. Na het overlijden van Juda op 12 december 1878 bleef Saartje alleen achter met 8 kinderen. Om die reden moesten de kinderen helpen voorzien in het levensonderhoud. Zoons Jozef en Mozes Gerzon richtten zich op de handel in vlees en zette Gerzon’s Vleeschconservenfabriek voort. Eduard en Lion zetten hun stappen in de textielhandel.
Na twee jaar de HBS bezocht te hebben, werd Eduard Gerzon in 1880 handelsreiziger in Nederland en België voor een fabriek in wollen goederen uit Thüringen. Later gingen hij en zijn broer als handelsreiziger werken voor de firma Jonas & Sierstadt, groothandel in textiel en herenschoenen, uit Keulen. Op 30 april 1888 verhuisde Eduard Gerzon van Keulen naar Amsterdam en vestigde zich aan de Nieuwezijds Voorburgwal 248. In september 1889 verhuisde Eduard naar de Nieuwendijk 163. Zijn broer Lion arriveerde in Amsterdam vanuit Keulen op 10 oktober 1889.
Oprichting Op 4 september 1889 begonnen de broers Eduard en Lion Gerzon een modewinkel aan de Nieuwendijk 163 onder de naam Modemagazijnen Gebroeders Gerzon. De winkel was gespecialiseerd in gebreide en geweven goederen en had twee verkoopsters in dienst. In het bedrijf had Eduard de rol van zakelijk leider en was Lion gericht op de inkoop. Intussen werkten de broers Gerzon ook nog steeds voor de firma Jonas & Sierstadt uit Keulen. Deze firma was in handen van de familie van de zussen Emma en Sophia Marx, de latere echtgenotes van Eduard en Lion. De twee zussen speelden een grote rol in het succes van Modemagazijnen Gebroeders Gerzon: als de broers op reis waren, leidden zij de winkels.
Eerste uitbreidingen In 1892 openden de broers een tweede filiaal aan de Damstraat. In 1895 kochten zij het pand aan Kalverstraat 72 en 74 om daar een derde filiaal te openen. Het winkelassortiment werd met de opening van het filiaal in de Kalverstraat verder uitgebreid met confectiekleding, herenkleding, lingerie en mantelpakjes. De winkel in de Kalverstraat had door het assortiment een chic karakter gekregen en om die reden werden de eerder geopende winkels in de Damstraat en Nieuwendijk gesloten.
Voor het ontstaan van warenhuizen zoals Modemagazijnen Gebroeders Gerzon, De Bijenkorf (1870), Maison Hirsch & Cie (sinds 1882 in Amsterdam) en Maison de Bonneterie (1889) gingen vrouwen van de gegoede burgerij naar manufacturen- en stoffenwinkels om daar stoffen, garen en lint te kopen om er vervolgens door een kleermaker kleding van te laten maken. De elite reisde af naar Parijs om daar in warenhuizen kleding te kopen. Met de komst van de warenhuizen in Amsterdam was dit niet meer noodzakelijk. miniatuur|Audrey Hepburn als model bij de modeshow van Modemagazijnen Gebroeders Gerzon
Bedrijfsstrategie miniatuur|Toneelspeelster Theo Mann-Bouwmeester (1850-1939) als verkoopster bij Modemagazijnen Gebroeders Gerzon.Eduard Gerzon zei dat hij zijn onderneming heeft kunnen opbouwen doordat hij zowel ervaring had in de fabriek, als handelsreiziger en als winkelier. De broers wisten zich te onderscheiden van andere modezaken door hun artikelen te prijzen. Het was destijds de gewoonte om geen prijzen op de artikelen te schrijven, maar gebruik te maken van lettercodes waarvan alleen de winkelier wist wat deze betekenden. Door open te zijn over de prijzen, wekten de broers Gerzon vertrouwen bij hun klanten.
Het hanteren van vaste prijzen en het direct kunnen leveren van goederen, betekende dat zij snel omzet konden genereren. Eduard Gerzon keek zijn bedrijfsstrategie af bij Engelse en Duitse ondernemingen. Daarnaast waren de gebroeders Gerzon een van de eersten die in 1902 een vervroegd sluitingsuur introduceerden om zo betere arbeidstijden aan hun personeel te kunnen bieden. Volgens Eduard Gerzon, ook werkzaam voor de Kamer van Koophandel, hadden zowel de winkeliers, het personeel en het publiek belang bij de regeling van de arbeidstijden. Volgens Gerzon was het van belang dat winkelpersoneel niet meer dan 11 uur per etmaal werkten en winkels uiterlijk om 10 uur 's avonds moesten sluiten om rusttijden aan het personeel te kunnen garanderen. Een wettelijke regeling van rust- en werktijden was hiervoor noodzakelijk. Zijn voorstel voor vaste sluitingstijden viel niet bij iedereen in goede aarde. Gevreesd werd dat vaste sluitingstijden voor winkels zou zorgen voor illegale straathandel die na de winkelsluiting zou doorgaan. Volgens de Raadscommissie en Winkeliersvereniging zou een vast sluitingsuur de achteruitgang van de middenstand betekenen. Desondanks werd het vaste sluitingsuur bij Modemagazijnen Gebroeders Gerzon ingevoerd en aangehouden.
Modemagazijnen Gebroeders Gerzon wist zich ook te onderscheiden met het aanbod van kleding. Zo introduceerden zijn voor de Eerste Wereldoorlog een bh met treksluiting en na de Tweede Wereldoorlog no-iron producten. Het tonen van avondjurken zonder mouwen in de etalage had in 1915 nogal wat voeten in de aarde. Na bedreigingen moesten deze uit de etalage verwijderd worden.
Daarnaast wist Gerzon zich te onderscheiden door het veelvuldig organiseren van modeshows. In het filiaal in Den Haag liep Audrey Hepburn een show als mannequin. Ook vroegen zij bekende toneelspelers, zoals Theo Mann-Bouwmeester om in hun winkels als verkopers en verkoopsters op te treden. In september 1928 werd in de lunchroom van het filiaal in de Kalverstraat frisdrankmerk Coca-Cola gepromoot door actrices Willy Haak, Magda Janssens en Julia de Gruiter.
Ontwikkelingen 1900 - 1920 Tussen 1900 en 1920 openden de gebroeders Gerzon winkels in vier nieuwe steden: Utrecht (1903), Den Haag (1904), Arnhem (1908) en Leiden (1909).
In 1904 werd het bedrijf omgezet in een Naamloze Vennootschap. In 1916 werd het bedrijf als eerste winkelbedrijf in Nederland geïntroduceerd op de Amsterdamse effectenbeurs.
Opstart eigen productie In 1913 begon Modemagazijnen Gebroeders Gerzon zelf met het produceren van kleding. Zij maakten ongeveer 50% van de producten die zij aanboden zelf. Dit had als gevolg dat zij de prijzen laag konden houden, zelf toezicht hadden op de kwaliteit en afwerking en dat zij zelf hun personeel konden opleiden. De aanleiding hiervoor was het toetreden van de uit Hamburg afkomstige Georg Eugen Hecht in 1912. Hecht was verantwoordelijk voor de bevoorrading van confectie en bont. Hij was van mening dat de Nederlandse mode niet van hoog niveau was. Om modieuze kleding te kunnen aanbieden en de prijs laag te houden, liet Hecht een Poolse kleermaker in Rotterdam 12 mantelpakjes maken. Hecht liet een mannequin deze mantelpakjes in het kantoor van Eduard Gerzon tonen. Eduard Gerzon was aangenaam verrast over de prijs en besloten werd om de kleding zelf te gaan produceren.
Om te voorkomen dat het filiaal in Rotterdam groter zou worden dan het hoofdkantoor in Amsterdam, werd de productie in 1920 naar de hoofdstad verhuisd. Omdat er geen fabriek ter beschikking was werd de productie gedaan in ateliers in de winkels in Amsterdam. Georg Hecht trad kort daarna toe tot de directie. In 1913 had Modemagazijnen Gebroeders Gerzon ongeveer 1000 mensen in dienst.
Ook het assortiment van de winkels werd verder uitgebreid. In 1917 begon Gezon's met de verkoop van baby artikelen en handwerkbenodigdheden.
Bouw hoofdkantoor Amsterdam miniatuur|Hoofdkantoor Gerzon (rechts), Singel, AmsterdamIn 1923 werd er aan de Singel-Spuistraat in Amsterdam een groot nieuw hoofdkantoor gebouwd ontworpen door architect Adriaan Moen. Moen ontwierp in 1915 het pand in de Kalverstraat. Het pand bestond uit vijf verdiepingen waarvan de bovenste drie verdiepingen waren gereserveerd voor de productie van kleding. Modemagazijnen Gebroeders Gerzon had ongeveer 1000 naaisters in dienst. Per week werden er ongeveer 1200 dames- en kinderregenjassen geproduceerd. Doordat de kledingproductie nu gecentraliseerd werd, kwam er meer ruimte vrij in de winkels en konden deze het assortiment verder uitbreiden.
Georg Hecht organiseerde in het hoofdkantoor modeshows die de laatste trends lieten zien. In 1927 bezocht prins Hendrik der Nederlanden het hoofdkantoor en vanaf dat jaar werden de Modemagazijnen Gebroeders Gerzon jaarlijks bezocht door de koninklijke familie.
Ontwikkelingen 1921 - 1940 Tussen 1921 en 1940 opende Modemagazijnen Gebroeders Gerzon nieuwe filialen in 5 steden: Leeuwarden (1924), Dordrecht (1926), Nijmegen (1931), Hilversum (1932) en Tilburg (1939). Ook werden de eerste winkels in Nederlands-Indië geopend.
In 1926 werd er een netto-omzet van 795.051 gulden behaald. Ondanks de beurskrach van 1929 wist het bedrijf het hoofd boven water. De verminderde koopkracht had een effect op de middenstand, en daarmee ook op Modemagazijnen Gebroeders Gerzon. Om de financiële klap op te vangen, verlaagden ze de lonen.
Op 8 maart 1929 overleed oprichter Lion Gerzon in Amsterdam. Zes jaar later overleed zijn oudere broer Eduard op 19 augustus 1935 in Zandvoort. Na het overlijden van Eduard en Lion Gerzon werden Arthur Marx (zwager van Eduard en Lion), Jules Eduard Gerzon (zoon van Eduard) en Georg Hecht aangesteld als directeuren van het bedrijf.
In de jaren '30 vluchtten veel Duits-Joodse confectiefabrikanten naar Nederland. Dit had als gevolg dat er in Nederland een bloeiende confectie-industrie ontstond. Hierdoor kon de eigen productie worden ingekrompen.
Personeel In de jaren '20 werd de afdeling onderwijs opgericht waar meisjes werden opgeleid tot goede verkoopsters. Een ideale verkoopster bij Modemagazijnen Gebroeders Gerzon was volgens het instructieboekje in het bezit van een goede gezondheid, goed verstand, een goed karakter en een net uiterlijk. Het was belangrijk dat een verkoopster de namen van klanten kon onthouden, zich goed kon beheersen en producten kon verkopen. De verkoopsters kregen ook instructies met wat te doen als een klant met excuses kwam om een product niet te kopen. Voor bedienend personeel dat zich bezig hield met telefonische verkopen was een aparte opleiding voorzien. Volgens de gebroeders Gerzon was het belangrijk het personeel tevreden te houden. Van de 3000 personeelsleden in 1935 waren 2461 personeelsleden langer dan 3 jaar in dienst bij het bedrijf.
Het personeel bestond zowel uit Joodse als niet-Joodse personeelsleden. De directie en het verkooppersoneel bestond voor het grootste gedeelte uit Joden. Ondanks dat de meeste personeelsleden niet-joods waren, kreeg al het personeel vrij met Jom Kippoer en Rosj Hasjana. Uitbreiding naar Nederlands-Indië Op 23 december 1932 vertrok Eduard Gerzon samen met manager Reiss met de Marnix van St. Aldegonde naar Nederlands-Indië voor een zakenreis. In januari 1933 werd bekend dat het filiaal zich zou vestigen op Noordwijk in Batavia. Op 1 maart 1933 werd het filiaal geopend. Snel daarna volgden filialen in Soerabaja, Bandoeng en Medan. Voor cliënteel in Nederlands-Indië gaf Modemagazijnen Gebroeders Gerzon een catalogus uit zodat mensen producten bij de Indische winkels konden bestellen. Waren de producten in Nederlands-Indië niet op voorraad, dan werd het product kosteloos vanuit Amsterdam per vliegpost naar Nederlands-Indië verzonden.
Tweede Wereldoorlog
Verwaltung