De wortelende aardappelbovist (Scleroderma verrucosum) is een schimmel uit de familie Sclerodermataceae. De soort vormt ectomycorrhiza met loofbomen en groeit voornamelijk op humusrijke bodems in loof- en gemengde bossen, struwelen, lanen, houtwallen en parken.NDFF Verspreidingsatlas, Scleroderma verrucosum – Wortelende aardappelbovist, soortcode 0228050, geraadpleegd 26 september 2026.

Kenmerken Uiterlijke kenmerken Het vruchtlichaam is onregelmatig bol- tot knolvormig en wordt ongeveer 3–7 cm breed. Het staat op een relatief lange, steelachtige basis van ongeveer 2–4 cm. Aan de onderzijde bevinden zich opvallende myceliumstrengen, waaraan de Nederlandse naam wortelende aardappelbovist refereert.Naturalis Biodiversity Center, De Interactieve Paddenstoelengids, Scleroderma verrucosum, geraadpleegd 26 september 2026.

De buitenwand (peridium) is aanvankelijk min of meer glad en geelachtig tot bruin. Bij oudere vruchtlichamen ontstaan kleine, onregelmatige bruine schubjes. Het peridium is betrekkelijk dun. Bij rijping scheurt het vruchtlichaam aan de bovenzijde onregelmatig open, waardoor de rijpe sporen kunnen ontsnappen.

De gleba, het sporenvormende weefsel binnen in het vruchtlichaam, is bij jonge exemplaren stevig en wordt tijdens de rijping olijfbruin tot donkerbruin en uiteindelijk poederig.

Microscopische kenmerken De sporen zijn bolvormig en hebben een diameter van ongeveer 8–11,5 µm. Het oppervlak is bezet met kleine wratten of stekels van ongeveer 1–1,4 µm hoog.

Gelijkende soorten De wortelende aardappelbovist kan vooral worden verward met de kleine aardappelbovist (Scleroderma areolatum). Deze heeft doorgaans kleinere vruchtlichamen en regelmatige donkere schubjes die door een lichtere rand worden omgeven, waardoor een min of meer luipaardachtig patroon ontstaat. De sporen van de kleine aardappelbovist zijn gemiddeld groter en hebben hogere stekels, ongeveer 1,4–1,6 µm hoog.

Wanneer de kenmerken onvoldoende duidelijk zijn, kunnen S. verrucosum, S. areolatum en de kale aardappelbovist (Scleroderma bovista) lastig van elkaar te onderscheiden zijn.

Ecologie De wortelende aardappelbovist vormt ectomycorrhiza met loofbomen. Hij groeit op voedsel- en humusrijke, kalkloze tot kalkarme zand-, leem- en kleibodems. De soort wordt aangetroffen in onder meer loofbossen, gemengde bossen, struwelen, lanen, houtwallen, parken en heiden.

Verspreiding In Nederland komt de soort verspreid over het gehele land voor en wordt hij als 'algemeen' beschouwd. Op de Nederlandse Rode Lijst heeft hij de status 'thans niet bedreigd' (TNB).

Naamgeving De soort werd in 1791 door de Franse mycoloog Pierre Bulliard beschreven als Lycoperdon verrucosum. Christiaan Hendrik Persoon bracht hem in 1801 onder in het geslacht Scleroderma, waarmee de huidige naam Scleroderma verrucosum ontstond.Index Fungorum, Scleroderma verrucosum (Bull.) Pers., record 211519, geraadpleegd 26 september 2026.

De soortaanduiding verrucosum betekent wrattig en verwijst naar het oppervlak van het vruchtlichaam.

Giftigheid De wortelende aardappelbovist geldt als giftig. Vergiftigingen door soorten van het geslacht Scleroderma veroorzaken vooral maag-darmklachten, waaronder misselijkheid, buikpijn, braken en diarree. Er zijn bij S. verrucosum ook ernstigere vergiftigingen beschreven, waarbij onder andere neurologische en cardiovasculaire verschijnselen optraden. Welke stoffen precies verantwoordelijk zijn voor de vergiftigingsverschijnselen is nog niet opgehelderd.

Foto's

Categorie:Schimmelsoort Categorie:Sclerodermataceae