Slot Ten Hout (of Slot Den Hout) was een slot in Sint-Oedenrode dat lange tijd een van de belangrijkste leengoederen in Peelland was. Het slot wordt voor het eerst vermeld in 1238 bij een schenking van patronaatsrechten aan de Sint-Michielsabdij te Antwerpen door ridder Rutger van den Hout, een zoon van Roelof Rover van Rode, heer van Mierlo en Rode. Het slot bevond zich aan de latere Houtsestraat in de buurtschap Nijnsel.

Bewonersgeschiedenis Vermoedelijk werd het slot, net als veel andere slotjes in de omgeving, zoals Kasteel Henkenshage, in de 12e eeuw gebouwd door de adellijke familie Van Rode. De eerst bekende bewoner is de eerder genoemde Rutger. De laatste telg uit de familie Van Rode die het slot bewoonde was zijn achterkleinzoon, stadsbestuurder Rutger Gooswijn Moedel van den Hout. Deze verkocht in 1337 het slot aan Willem Janszoon van Baarle. Daarna kregen de families Dickbier en Van Amersoyen het slot in leen. In 1565 vond een splitsing plaats, de ene helft van het goed ging naar de familie Van Boxmeer en het andere deel naar jhr. Hugo van Berckel, schout van Peelland. In de eeuw daarna kwam het slot in bezit van jonkvrouw Johanna Barbara de la Kethulle, de vrouw van Thomas Walraven baron van Arckel. Ten slotte werd de Engelse familie De Gage de eigenaar. Nadat die het slot onbewoond achterlieten raakte het in verval. Aan het begin van de 19e eeuw werd het gesloopt. Bij de plek van het voormalig slot is in de 20e eeuw een woonhuis gebouwd met de naam Den Hout.

Categorie:Verdwenen kasteel in Nederland Categorie:Sint-Oedenrode