thumb|Campo Santo in Rome, begraafplaats voor pelgrims uit het Heilige Roomse Rijk thumb|Livorno, Joodse begraafplaats Een vreemdelingenbegraafplaats is een afgeperkt gebied waar mensen werden begraven die tot een religieuze of etnische minderheid behoorden. Ook vreemde bezoekers die buiten hun gemeenschap stierven, zoals pelgrims, zeelieden, vreemde kooplui en arbeidsmigranten werden dikwijls op een vreemdelingenbegraafplaats ter aarde besteld. Deze mensen werden als vreemdelingen behandeld, omdat ze niet tot de eigen gemeenschap werden gerekend en minder rechten hadden. Dat kon verschillende redenen hebben.

Volgens de regels van de Rooms-Katholieke en oosters-orthodoxe kerken was het niet toegestaan om overledenen in gewijde aarde te begraven die de kerkelijke sacramenten niet hadden ontvangen. Dat kon gaan om heidenen en andersdenkenden, maar ook om mensen die bestraft waren of behoorden tot verachte beroepsgroepen. Of om mensen waarvan men meende dat ze door God waren gestraft vanwege hun omstreden levenswijze, zoals pestslachtoffers en lepralijders. Ook in protestantse kring, met name bij de lutheranen, leefden aanvankelijk dikwijls zulke opvattingen.

Religieuze gemeenschappen die er prijs op stelden dat de grafrust niet zou worden gestoord voordat de Dag des Oordeels zou zijn aangebroken, zoals joden en moslims, namen hun lot in eigen hand. Zij wisten dikwijls tegen betaling het recht te krijgen hun doden op eigen begraafplaatsen bij te zetten. Leden van andere minderheden , die te maken hadden met discriminatie en tegenwerking door de overheid, deden hetzelfde.

Door kolonisatie van andere werelddelen werd het Europese model ook elders toegepast. De Europese kolonisten vormden doorgaans een minderheid die eigen begraafplaatsen inrichtte naar het voorbeeld dat ze uit het moederland kenden.

Een vreemdelingenbegraafplaats kon een afzonderlijke begraafplaats zijn of een duidelijk afgeperkt deel van een begraafplaats. Van de mensen die er werden begraven waren de gegevens bekend en die werden vermeld op graftekens die bij hun eigen cultuur of religie horen.

Een bijzondere categorie vormden de ellendigenkerkhoven en begraafplaatsen voor drenkelingen en naamlozen. Onbekende vreemdelingen zoals drenkelingen, zwervers, slachtoffers van geweld en gesneuvelde militairen werden buiten de eigenlijke begraafplaatsen begraven.O.a. Wenen had een afzonderlijk kerkhof voor naamlozen. Vaak belandden ze op het vreemdenkerkhof.

Algemeen thumb|Houtsnede door Gustave Doré, De bijzetting van Sara in de tombe. Op plekken waar mensen met verschillende culturen of religies naast elkaar leven zijn soms ook gescheiden begraafplaatsen ontstaan. In Nederland hebben religieuze genootschappen van een bepaalde omvang tegenwoordig recht op een eigen begraafplaats of op een afgezonderd deel van een begraafplaats en die vallen niet meer onder het begrip vreemdelingenbegraafplaats. Maar als in het verleden in een streek met een dominante cultuur of religie een of meer minderheden met een andere cultuur of religie zich vestigden, werd een begraafplaats voor die minderheden meestal een vreemdelingenbegraafplaats genoemd. Vaak moest zo’n minderheid zelf de grond kopen en het onderhoud verzorgen.

Vreemdelingen van wie geen gegevens bekend waren (drenkelingen, zwervers etc.) kregen in Nederland tot in de 19e eeuw geen normale plek op een kerkelijke of gemeentelijke begraafplaats, maar in een achterafgedeelte daarvan of op een zogenoemd ellendigenkerkhof, waar ook misdadigers, zelfmoordenaars, ongedoopte kinderen etc. terechtkwamen.

Als een gebied tot kolonie werd gemaakt, waren de kolonisten voor de oorspronkelijke bewoners de vreemdelingen, maar ook de machthebbers. Een begraafplaats van de kolonisten is naar zijn aard een vreemdelingenbegraafplaats en werd meestal naar het land van herkomst van de kolonisten genoemd, zoals Portugese, Hollandse of Engelse begraafplaats. In de 19e eeuw kwam de term Europese begraafplaats in zwang.

Vreemdelingenbegraafplaatsen worden meestal met hetzelfde respect behandeld als de begraafplaatsen van de lokale bevolking, maar als er onlusten uitbreken, vormen ze soms een gemakkelijk doelwit voor vernieling.

Van de talloze vreemdelingenbegraafplaatsen in de wereld volgt hier in korte beschrijvingen een kleine selectie uit verschillende gebieden.

Bijbels De Bijbel, de Thora en de Koran vertellen hoe Abraham van zijn god de opdracht kreeg om zijn land en familie te verlaten. Hij trok daarom naar het land Kanaän. Daar woonde hij als vreemdeling. Toen zijn vrouw Sara overleed, wilde hij daarom een eigen stuk grond kopen van de Hettieten om haar te begraven.Bijbel, Statenvertaling, Gen. 23:3-4: "Daarna stond Abraham op [...]; en hij sprak tot de zonen van Heth, zeggende: ' k ben een vreemdelig en inwoner bij u; geeft mij een erfbegrafenis bij u, opdat ik mijn dode van voor mijn aangezicht begrave'." De Latijnse tekst van de Vulgata heeft hier de termen peregrinus ('vreemdeling') en jus sepulchri ('het recht om te begraven'). Hij kocht van een zekere Efron een akker met daarop de grot van Machpela voor 400 sjekel zilver. Deze Grot van de Patriarchen is nu een belangrijke heilige plek voor moslims, joden en christenen.

Het verhaal heeft een parallel in het Nieuwe Testament. Nadat Judas Jezus voor dertig zilverlingen aan de hogepriesters had verraden, kreeg hij spijt toen bleek dat Jezus door zijn toedoen gedood zou worden. Hij bracht het verradersgeld terug naar de hogepriesters in de tempel en maakte een eind aan zijn leven. De hogepriesters wilden het geld niet terugstorten in de offerkist, omdat het inmiddels bloedgeld was geworden. Ze besloten met dit geld een stuk land van de pottenbakker in het Dal van Gehenna te kopen, dat zou dienen als begraafplaats voor vreemdelingen.Bijbel, Statenvertaling: Mattheus 27:6-10. De begraafplaats werd Akeldama ('akker des bloeds') genoemd. De naam van het dal geeft aan dat het hier een onreine plek betrof, waar eerder kinderoffers waren gebracht en daarna werd gebruikt als vuilstortplaats.Bijbelse plaatsen: Akeldama (geraadpleegd 23 maart 2023). In die zin was deze vreemdelingenbegraafplaats een voorloper van de middeleeuwse ellendigenkerkhoven. Het veronderstelde graf bevindt zich onder de Heilig Grafkerk te Jeruzalem.

Europa In rooms-katholieke en oosters-orthodoxe streken werden protestanten doorgaans verwezen naar afzonderlijke begraafplaatsen. In evangelisch-lutherse streken gold dit vooral voor calvinisten, doopsgezinden en leden van andere minderheden. In het Verenigd Koninkrijk hadden met name de baptisten hun begraafplaatsen. Afzonderlijke begraafplaatsen voor joden komen vanouds in heel Europa voor, islamitische begraafplaatsen vooral op de Balkan.

Als reactie op de scheiding van kerk en staat sinds de Franse Revolutie richtten ook katholieke en orthodoxe minderheden in verschillende landen eigen begraafplaatsen in, waar men het principe van de gewijde aarde opnieuw kon toepassen zonder bemoeienis van de overheid.

Vreemdelingenbegraafplaatsen behoren doorgaans niet tot het publieke domein en zijn meestal eigendom van religieuze gemeenschappen. Ze zijn ook niet in alle gevallen publiek toegankelijk.

Nederland

De lijst van Joodse begraafplaatsen in Nederland laat zien dat overal waar zich ooit Joodse gemeenschappen vestigden er vroeger of later – in navolging van de Bijbelse Abraham – grond voor een eigen begraafplaats werd gekocht. Ze mochten hun religie in vrijheid uitoefenen, maar waren lang onderworpen aan economische beperkingen. In 1796 kregen Joden in de Bataafse Republiek dezelfde burgerrechten als de andere inwoners. Twee voorbeelden uit de lange lijst van Joodse begraafplaatsen.

Amsterdam De Asjkenazische gemeenschap in Amsterdam had sinds 1642 een eigen begraafplaats in Muiderberg. Door de grote toestroom van Joodse vluchtelingen uit Oost-Europa begin 18e eeuw raakte die snel vol en uitbreiding daar was moeilijk. Het lukte om in 1714 in Amsterdam aan de Sint Antoniesdijk (nu Zeeburgerdijk) een tweede begraafplaats te stichten. Deze was bestemd voor kinderen, minvermogenden en vreemdelingen. Hier was uitbreiding wel mogelijk, maar in 1914 was hij vol en kwam er een nieuwe Joodse begraafplaats in Diemen.

Voor het onderhoud aan de begraafplaats aan de Zeeburgerdijk had na de Tweede Wereldoorlog de sterk gedecimeerde Joodse gemeenschap de middelen en de mensen niet. In 2014 heeft de gemeente Amsterdam de begraafplaats de status gemeentelijk monument verleend.Stichting Eerhetstel Joodse begraafplaats Zeeburg

Gorredijk De Joodse gemeenschap in Gorredijk was tussen 1775 en 1807 groot genoeg geworden om grond voor een begraafplaats te kopen in het nabijgelegen Kortezwaag en een synagoge te bouwen aan de Langewal in Gorredijk. In 1817 werd deze synagoge bevorderd tot Ringsynagoge met als bij-synagogen Heerenveen, Drachten en Noordwolde. In Friesland waren alleen de Joodse gemeenschappen in Leeuwarden, Harlingen en Sneek groter. De begraafplaats in Kortezwaag was over land moeilijk te bereiken en de uitvaart gebeurde dan ook met een praam vanaf de synagoge, via de Opsterlandse Compagnonsvaart naar Kortezwaag en dan via de Dwersfeart tot het voetpad naar de begraafplaats. Er is tot 1939 begraven, de meeste Joden waren toen al verhuisd naar het westen van Nederland.

De synagoge is in 1953 gesloopt, de gemeente Opsterland onderhoudt de begraafplaats in Kortezwaag.Rink van der Velde, Laatste rustplaats Friese Joden, Leeuwarder Courant 12 oktober 1990 Archieven Tresoar: Joodse instellingen in Friesland/De Israëlitische gemeente/de Ringsynagoge/de Joodse gemeenschap van Gorredijk

Italië

Rome Het Campo Santo dei Teutonici e dei Fiamminghi is een katholiek kerkhof uit de 8e eeuw en was bestemd voor pelgrims afkomstig uit het Heilige Roomse Rijk.

De graven op de oudste joodse begraafplaats in Rome in de wijk Trastevere dateren vanaf de 14e tot de vroege 17e eeuw. De begraafplaats werd midden 17e eeuw met de grond gelijkgemaakt toen er nieuwe stadsmuren werden gebouwd.Middeleeuwse Joodse begraafplaats in Rome opgegraven In die periode woonden de Joden al gedwongen in een getto. In 1645 mochten de Joden een begraafplaats inrichten op de Aventijnse heuvel, dicht bij het Circus Maximus. In 1934 werd het de Joden verboden er nog langer te begraven, want men wilde daar een openbare groene ruimte. De oude Joodse begraafplaats werd overgebracht naar een afgezonderd deel van het kerkhof Campo Verano. (In 1950 mocht de Joodse gemeenschap op hun voormalige begraafplaats een rozentuin aanleggen, de Roseto Comunale.)

Voor de overige niet-katholieken was er een plek achter de Piramide van Cestius. Deze heet Cimitero Acattolico (‘Niet-katholieke begraafplaats voor vreemdelingen’). In 1718 werd daar de eerste aanzienlijke niet-katholieke overleden buitenlander begraven, een protestants lid van de hofhouding van de katholieke James III Stuart, de verstoten Engelse troonpretendent die in Rome verbleef.

Het eigenlijke kerkhof ontstond aan het begin van de 19e eeuw, toen het toerisme opkwam en er geregeld niet-katholieken in Rome overleden. Het is een trekpleister vanwege de bekende kunstenaars die er liggen.SPQR-Romenieuws 12 maart 2019

Venetië De Joden in de republiek Venetië kregen in 1386 de mogelijkheid een eigen begraafplaats aan te leggen op het eiland Lido. Het werd in 1389 in gebruik genomen en moest in 1641 worden uitgebreid. In de 17e en 18e eeuw was Venetië verwikkeld in diverse oorlogen wat in 1797 leidde tot het einde van de republiek. In de periode van neergang had de Joodse begraafplaats te lijden van vandalisme. In de 19e eeuw werd een deel van de begraafplaats onteigend voor ander gebruik.

De afkondiging van de Italiaanse rassenwetten (1938-1943) maakte een einde aan het gebruik van de begraafplaats. In 1999 is begonnen met het restaureren van de overgebleven gedenktekens.