De betrekkingen tussen Servië en Albanië verwijzen naar de internationale betrekkingen tussen de Republiek Servië en de Republiek Albanië. Servië heeft een ambassade in de Albanese hoofdstad Tirana en Albanië heeft een ambassade in Belgrado, de hoofdstad van Servië.
De verstandhouding tussen Servië en Albanië is vanuit historisch oogpunt moeizaam te noemen door verschillende gebeurtenissen op de Balkan. Naast de verschillen tussen Servië en Albanië speelt de politieke status van Kosovo de belangrijkste rol in de spanningen tussen beide landen. Deze (voormalige) Servische provincie werd in 2008 door de etnisch Albanese meerderheid eenzijdig onafhankelijk verklaard van Servië, terwijl Servië nog altijd soevereiniteit over Kosovo claimt. In 1998-1999 vond de Kosovo-oorlog plaats.
Beide landen zijn lid van de Raad van Europa, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, de Centraal-Europese Vrijhandelsassociatie en de Organisatie voor Economische Samenwerking in het Zwarte Zeegebied. De twee landen zijn, samen met Noord-Macedonië, tevens lid van het Open Balkan project, dat in 2021 werd opgericht.
Landenvergelijking
Geschiedenis thumb|links|Servische en Albanese adelaar|267x267px Ondanks de verschillende etnische afkomst in taal, cultuur en religie en verschillende territoriale claims en andere standpunten tussen de Serviërs en Albanezen is de geschiedenis van deze naties op sommige vlakken vergelijkbaar:
Gedurende de Byzantijnse heerschappij bekeerden de Serviërs zich tot het christendom. De Albanezen waren tijdens hun eerste vermelding, eveneens in het Byzantijnse Rijk, volledig gekerstend. Beiden gebruiken een adelaar als nationale wapen. Een van oorsprong Byzantijns symbool. Het Grootvorstendom Servië en het Koninkrijk Servië omvatten delen in het huidige Noord-Albanië, het Keizerrijk Servië omvatte heel Albanië. Tijdens de Servische heerschappij fungeerden enkele Albanese vorstendommen als vazal. Vanwege het ontbreken van een zelfstandige Albanese kerk werden Albanezen uit Noord- en Centraal-Albanië (Gegen) ingedeeld bij de autocefale Servisch-Orthodoxe Kerk. Huwelijken tussen Servische en Albanese adelijke families waren in de middeleeuwen gebruikelijk. Beiden vochten tussen de 14e en 15e eeuw grote oorlogen tegen het uitbreidende Ottomaanse Rijk. Met voor de Serviërs de mythische Slag op het Merelveld als hoogtepunt in de geschiedenis van Servië. Aan de andere kant is het verzet tegen het Ottomaanse Rijk door de Albanese volksheld Skanderbeg een belangrijk onderdeel van de Albanese etniciteit. Ondanks de tegenstand zouden beiden echter wel ruim 400 jaar bezet worden door het Ottomaanse Rijk en zo lang Turkse heerschappij ondergaan. Servië zou in 1878 haar onafhankelijkheid volledig terugkrijgen, Albanië scheidde zich op diens beurt in 1912 af van het Ottomaanse Rijk.
Een staatkundig verschil is dat de Serviërs sinds hun vestiging op de Balkan een gecentraliseerde eenheidsstaat hadden en zelfs een imperium, namelijk het Keizerrijk Servië. De Albanezen leefden sinds hun eerste vermelding in een stammenstructuur. Zij kenden verschillende entiteiten in de vorm van de Albanese vorstendommen. Een Albanese natiestaat ontstond echter pas in 1912.
De verschillen waren na de Ottomaanse bezetting van de Balkan groot tussen de Serviërs en Albanezen. De Albanezen bekeerden zich tijdens de Ottomaanse heerschappij in groten getale tot de islam, terwijl de meeste Serviërs christelijk bleven, dit omdat religie in de Servische cultuur doorgaans belangrijker is dan in de Albanese cultuur. Serviërs verenigen zich vooral door de Servisch-orthodoxe kerk; Albanezen verenigen zich vaak niet door religie maar de Albanese taal/etniciteit. Dit zou uiteindelijk voor een grote barrière zorgen tussen beide volkeren en de basis van het conflict lijkt terug te gaan naar 1877 toen Servische troepen de Albanese bevolking in Centraal-Servië grootendeels naar Kosovo had verdreven, een plek waar sinds de Ottomaanse periode de Albanese bevolking een sterke toename zou hebben gekend en de Servische bevolking een afname. In Kosovo volgden sindsdien vergeldingsacties op Serviërs door Albanezen, vooral in de periode 1898-1901, grote groepen Serviërs werden destijds uit Kosovo verdreven.
Tijdens de Balkanoorlog (1912-1913) stonden Servië en Albanië tegenover elkaar met verschillende buitenlandse bondgenoten. De Balkanoorlog leidde uiteindelijk tot een nederlaag van het Ottomaanse Rijk waarna het noord- en centrale gebied van het moderne Albanië werd bezet door de Servisch-Montenegrijnse troepen, de bezetting ging gepaard met etnische zuiveringen op de lokale (Albanese) bevolking; tijdens het Albanese verzet was er wederom sprake van wraakacties op Servische burgers. Dit gebeurde later ook tijdens de Eerste Wereldoorlog toen Servië aanspraak wilde maken op gebieden in Albanië; alhoewel zij later verslagen werden door Oostenrijk-Hongarije. In de Tweede Wereldoorlog ontstonden in Servië bevrijdingslegers tegen de Duitse bezetters, waar Albanese paramilitairen met de Duitsers samenwerkten om hun eigen idealen (Groot-Albanië) te realiseren. Het Koninkrijk Albanië (vazalstaat van Italië, later Duitsland) omvatte enige tijd Kosovo. De Albanese collaborateurs van onder andere de Balli Kombëtar richtten zich naast de gevechten met de Četniks ook op de Servische bevolking in de regio waarna er aanvallen en verdrijvingen van Serviërs uit Kosovo volgden. Kosovo-conflict Servië kreeg na de val van het Ottomaanse Rijk de heerschappij over Kosovo, een regio die hoofdzakelijk bewoond werd door etnische Albanezen, waar sindsdien de relatie tussen de Albanese bevolking en Servische autoriteiten veelal gespannen was. In de jaren 80 groeide de spanningen met het opkomende nationalisme in Joegoslavië. In de jaren 90 werd de autonome status van de provincie Kosovo ingetrokken, waarna het Bevrijdingsleger van Kosovo (UÇK) ontstond en er aanvallen volgde op politieke tegenstanders, Serviërs (maar ook Roma) en de Servische politie met als doel onafhankelijkheid van Servië. Het Joegoslavisch leger werd ingezet om het UÇK te bestrijden maar tijdens het conflict richtte het Joegoslavisch leger zich ook op de Albanese burgerbevolking, na interventie van de NAVO in 1999 trok het Joegoslavisch leger zich terug waarna Kosovo onder toezicht van de Verenigde Naties kwam. In 2008 verklaarde Kosovo zich eenzijdig onafhankelijk van Servië.
Drone-incident EK-kwalificatie Tijdens de loting voor de kwalificatieronde voor het EK voetbal 2016 in Frankrijk werden Servië en Albanië in dezelfde groep, Poule I, ingedeeld.
Op 14 oktober 2014 ontstond grote consternatie, toen Servië en Albanië elkaar troffen in Belgrado. Het EK-kwalificatieduel werd in minuut 41 van de eerste helft, bij de stand 0-0, stilgelegd nadat een drone het stadion van FK Partizan was binnengevlogen met een omstreden Albanese vlag eraan. De Engelse scheidsrechter Martin Atkinson legde het duel stil nadat Stefan Mitrović de vlag uit de lucht had gepluktnrc.nl:EK-kwalificatieduel tussen Servië en Albanië gestaakt vanwege drone.
Het leidde tot schermutselingen tussen spelers. Supporters bestormden het veld en belaagden de Albanese internationals, die werden bekogeld met voorwerpen en daarop naar de kleedkamer vluchtten. Volgens Servische media was de drone een idee van Olsi Rama, broer van de Albanese premier Edi Rama. Die ontkende dat echterad.nl:UEFA doet pas morgen uitspraak over Servië-Albanië.
Supporters uit Albanië werden op voorhand geweerd bij het duel vanwege de explosieve situatie in en rondom Kosovo. De voormalige Servische provincie is door de Albanese meerderheid van de bevolking in 2008 eenzijdig uitgeroepen tot onafhankelijke republiek, die daarna door veel landen is erkend. Servië beschouwt deze prille Balkanstaat nog altijd als een autonome provincie.
Het was de eerste keer dat beide landen elkaar troffen sinds 1967. Ondanks de spanningen rond Kosovo besloot de UEFA om Albanië en Servië niet uit elkaar te houden bij de loting. Tien dagen later besloot de tuchtcommissie van de Europese voetbalbond om Servië een reglementaire zege (3-0) toe te kennen, omdat Albanië had geweigerd het duel te hervatten. De ploeg van de Nederlandse bondscoach Dick Advocaat kreeg echter ook drie punten aftrek als straf voor de rellen. Servië moet de komende twee thuisduels in de EK-kwalificatie bovendien zonder publiek spelen. De voetbalbonden van Servië en Albanië kregen beide tevens een boete van 100.000 euronrc.nl: Servië krijgt officieel winst na ‘drone-duel’, maar dat is slechts voor de vorm. De voetbalbonden van beide landen kondigden meteen aan in beroep te gaan tegen de straf. Albanië kreeg in juli 2015, in hoger beroep, van het CAS een 0-3 overwinning toegewezen.
Minderheden In Servië wonen zo'n 60.000 etnische Albanezen (exclusief Kosovo). Ze wonen in Servië voornamelijk in de zuidoostelijke gemeentes van Preševo, Bujanovac en Medveđa. In Albanië wonen ongeveer 2000 etnische Serviërs, hoofdzakelijk in de regio Shkodër.
Categorie:Internationale betrekkingen van Servië Categorie:Internationale betrekkingen van Albanië