miniatuur|Lezen van het testament (Louis-Léopold Boilly, ca. 1800)Een testament of uiterste wil is een hoogstpersoonlijk, niet openbaar document waarin mensen (de testateurs) schriftelijk vastleggen, of door een notaris laten vastleggen, wat er na overlijden met hun nalatenschap moet gebeuren, in afwijking van de algemene wettelijke bepalingen van het erfrecht. Er kunnen ook andere zaken geregeld worden als voogdij van de kinderen, verzorging van de huisdieren of beheer van het vakantiehuisje.
Het woord testament is ontleend aan het Latijn testāmentum (dat is afgeleid uit testāri, 'getuige zijn') en wordt al eeuwenlang gebruikt in de Lage Landen.
In België zijn de regels voor het opstellen, de werking en uitvoer van een testament voornamelijk opgenomen in Titel 1 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek.
In Nederland zijn de regels voor het opstellen, de werking en uitvoer van een testament voornamelijk opgenomen in Boek 4 van het Nederlands Burgerlijk Wetboek. De Nederlandse wet erfrecht gebruikt het woord testament niet, alleen het begrip uiterste wil voor de akte en het begrip uiterste wilsbeschikking voor de rechtshandelingen die in de akte worden vastgelegd.
In België en Nederland wordt het begrip 'levenstestament' gebruikt voor een persoonlijk document met instructies en volmachten voor situaties waarin men bij leven (tijdelijk) niet in staat is zelf te handelen en/of te beslissen. Dit document heeft niets te maken met het erfrecht, er wijzigt niets in de vermogens- en zakenrechtelijke situatie, men blijft gebonden aan alle verplichtingen en dit document verliest werking bij overlijden. In België wordt in deze situaties ook het (beter passende) begrip 'verzorgingsvolmacht' gebruikt.
In Nederland werden in 2021 311.601 testamentaire akten opgesteld en geregistreerd bij het Centraal Testamentenregister, in 2022 322.209, in 2023 343.221, in 2024 353.014 en in 2025 354.820.
Geschiedenis Het maken van testamenten is duizenden jaren oud. Het recht in België en Nederland is gebaseerd op regels die teruggaan tot het antieke Rome en middeleeuws rooms-katholiek kerkrecht. In de middeleeuwen stelden men in de Lage Landen testamenten op met behulp van een schrijver, vaak een notaris of schepen. Soms maakte men zelf een testament, in tweevoud, dat men door de schepenbank liet zegelen en registreren, deze behield een exemplaar, het andere exemplaar werd gesloten en verzegeld thuis bewaard. De rechtbank schreef op de achterzijde van het dichtgevouwen en verzegelde testament, of op een afzonderlijke omslag, dat het andere exemplaar in bewaring was gegeven. Als er na overlijden thuis een ongeopend exemplaar lag en de inhoud werd niet betwist, was het niet nodig het bij het gerecht gedeponeerde exemplaar te openen.
Het katholiek kerkrecht voorzag erin dat men bij leven, in de praktijk gebeurde dat vaak op het sterfbed, een mis kon laten opdragen of een schenking aan de kerk kon doen, men had zo een grotere kans in de hemel te komen, aldus de kerkelijke doctrine (aflaat). Men gaf dan een geestelijke het recht de laatste wil na overlijden in orde te maken, ofwel de mondeling toegezegde schenking, waarvan vaak alleen de geestelijke getuige was, aan de kerk uit te keren. Men noemde deze persoon exécuteur testamentaire.
Nederland
De uiterste wil is in het Nederlands erfrecht de voorgeschreven vorm waarin uiterste wilsbeschikkingen rechtsgeldig kunnen worden vastgelegd (art. 4:42 lid 3 BW). Deze wetgeving is er ter bescherming van de testateur. Een uiterste wil kan uiterste wilsbeschikkingen bevatten en bepalingen die dat niet zijn. De inhoud moet eenzijdig worden bepaald en werkt pas na overlijden (art. 4:42 BW), deze mag alleen dan bekend worden gemaakt aan mensen die daar een rechtstreeks belang bij hebben. Het testament kan zelf geschreven worden, een onderhandse akte die in bewaring moet worden gegeven bij een notaris, maar meestal worden de wensen door een notaris vastgelegd in een notariële akte. Het kan alleen veranderd of ingetrokken worden door een nieuwe akte. Een concepttestament is niet geldig en heeft geen erfrechtelijke werking. Is hiervoor een testament gemaakt geldt dat, is er geen testament, gelden de algemene wettelijke regels. Met testament doelt men meestal op de akte met de uiterste wilsbeschikkingen, maar als de notaris over bijvoorbeeld een tweetrapstestament spreekt, gaat het over de uiterste wilsbeschikking.
In Nederland geldt een algemene wettelijke regeling voor de erfopvolging na overlijden, het versterferfrecht. Hier is vastgelegd op welke persoon of personen de nalatenschap bij overlijden overgaat als door de erflater zelf niets bij testament is bepaald. Zijn er een partner uit huwelijk of registratie en officiële kinderen uit een staand en/of vorig huwelijk, verkrijgt volgens de algemene wettelijk regeling deze partner de hele nalatenschap. De kinderen krijgen een vordering op de langstlevende die opeisbaar is bij overlijden van de langstlevende, voor wat er van over is (art. 4:13 BW).'Wat is de wettelijke verdeling bij erfrecht?, Website Rijksoverheid' Is er een partner zonder huwelijk of registratie, verkrijgt deze partner niets en erven de kinderen, zijn er geen kinderen, erven andere familieleden als ouders, zussen, broers. Sinds 2018 valt de nalatenschap op grond van het vernieuwde huwelijksvermogensrecht niet meer van rechtswege in een huwelijksgemeenschap van goederen van een getrouwde erfgenaam.
Met het vastleggen van uiterste wilsbeschikkingen in een testament of codicil kan naar de persoonlijke wil van de testateur binnen de wettelijke grenzen worden afgeweken van de algemene regels. Nederland kent een gesloten stelsel van uiterste wilsbeschikkingen wat betekent dat alleen op de bij de wet bepaalde manieren kan worden geregeld hoe de goederenrechtelijke en verbintenisrechtelijke situatie na overlijden zal zijn. Men kan naar vrije keus een of meer (rechts)personen aanwijzen die na overlijden gezamenlijk eigenaar worden van de nalatenschap, daaronder bijvoorbeeld ook vrienden, patchwork-kinderen, ex-partners of goede doelen, elk voor een door erflater te bepalen deel. Deze personen worden erfgenamen genoemd en men kan opvolgend erfgenamen benoemen (tweetrapsmaking). Ook kan men bepaalde (rechts)personen het recht geven na overlijden bij de erfgenamen een bepaald goed of een geldsom op te vorderen (legaat). Verder kan een testamentair bewind worden ingesteld, bijvoorbeeld ter bescherming van het vermogen bij minderjarige erfgenamen en er kan een executeur worden benoemd die na overlijden de nalatenschap inventariseert, het beheer over (delen van) de nalatenschap voert en in de eerste fase van de afwikkeling voor of met de erfgenamen moet zorgen dat vorderingen worden geïnd, aangiften erfbelasting gedaan, direct opeisbare schulden worden betaald en testamentaire lasten worden uitgevoerd.Wat kan ik regelen bij testament, website Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie]
Bij notariële akte of bij codicil kunnen wensen rondom de uitvaart worden vastgelegd waar de nabestaanden zich aan moeten houden, dat kan niet bij testament (art. 18 lid 2 Wet op de Lijkbezorging).
Het maken van een (concept)testament en het bepalen van de uiterste wilsbeschikkingen is een eenzijdige rechtshandeling die alleen de testateur hoogstpersoonlijk kan uitvoeren en door niemand anders mag worden waargenomen, ook niet de echtgenoot, kinderen, belastingadviseur, pastoor, nalatenschapsplanner, bewindvoerder, vertrouwenspersoon e.d. (art. 4:42 BW). Een notaris heeft hier in beginsel alleen de rol de persoonlijke wensen in de passende erfrechtelijke formuleringen in een akte vast te houden. Daarom kan in een testament ook niet aan een erfgenaam of een ander opdracht worden gegeven na overlijden zaken naar eigen inzicht te regelen, dat heet verboden wilsdelegatie omdat het dan niet meer volgens de wil van de testateur gaat. Een beroepsmatig adviseur mag erflater niet aanraden zichzelf in het testament te laten opnemen als executeur of bewindvoerder met een door de adviseur voorgesteld taken- en beloningspakket. Dat wordt gezien als een verboden afspraak onder levenden betreffende de beschikking over een nog niet opengevallen nalatenschap (art. 4:4 lid 2 BW). Professionele zorgverleners als verpleegkundige of arts mogen geen voordeel trekken uit een testament, ook de notaris niet (art. 4:59, 4:60, 4:61 BW), met uitzondering van een benoeming als executeur.Wat niet betekent dat het om een klein voordeel voor de notaris gaat. Verder gaat het alleen om de executeur, niet om de uitvoer van een testamentair bewind. Een "driesterrenexecuteur" kent de wet niet. Een testament kan door erflater altijd worden herroepen of ongedaan gemaakt, daarvoor is een nieuwe uiterste wil vereist (art. 4:42 BW).
Een zelfgeschreven testament moet bij een notaris in bewaring worden gegeven, zie ook uiterste willen.
Codicil Bepaalde roerende zaken kunnen buiten de notaris om worden nagelaten via een door erflater zelf handgeschreven, gedateerd en ondertekend document, codicil genaamd. In een codicil kunnen kleren, lijfstoebehoren, lijfsieraden, tot de inboedel behorende zaken en boeken worden gelegateerd. Ook kunnen in een codicil de uitvaartwensen worden vastgelegd, bijvoorbeeld of men begraven of gecremeerd wil worden. De Wet op de Lijkbezorging verplicht nabestaanden deze wensen te volgen. Voor 1 januari 2003 kon ook een executeur bij codicil worden benoemd. Deze mogelijkheid bestaat sindsdien niet meer: een executeur moet in een testament benoemd worden. Benoemingen in een codicil van vóór 2003 blijven wel geldig.
Testeervrijheid en wilsbekwaamheid thumb|270px|Deel van het testament van William Shakespeare uit 1616Iedereen van zestien jaar en ouder die handelingsbekwaam is, heeft de vrijheid naar eigen inzicht en wensen een testament op te stellen en te bepalen wat er na overlijden met de eigendommen, bezittingen rechten en schulden gebeurt. Het is een hoogstpersoonlijk document en kan geen wilsbeschikkingen van meerdere personen bevatten.'Testament opstellen', Website Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie.Voorbeelden van een modern testament zijn te vinden op en idem met in de url A vervangen door een van de letters B t/m F; enkele eeuwenoude testamenten zijn gepubliceerd op Akten Amsterdam en hier De testeervrijheid is een afgeleide van de eigendomsvrijheid die is gegarandeerd in internationale verdragen en in de grondwet.
Er zijn voor erflater wel grenzen aan deze vrijheid, in de eerste plaats moeten de wensen onder de reikwijdte vallen van de bepalingen voor de uiterste wilsbeschikkingen in Boek 4 of elders in de wet (art.4:42 lid 1 BW). Verder mogen testamentaire bepalingen niet in strijd zijn met nationale regels van dwingend recht, met de goede zeden en openbare orde of met regels uit internationale verdragen met directe werking. Het spiegelbeeld van de testeervrijheid van de erflater is de vrijheid van erfgenamen, hetgeen hen krachtens wettelijke of testamentaire regels van erfopvolging toekomt, daadwerkelijk in eigendom te kunnen verkrijgen, er vrij over te kunnen beschikken en het te kunnen behouden. Regels in een testament die eigendomsbevoegdheden na overlijden in handen van één erfgenaam of een derde leggen, zoals bij een afwikkelingsbewindvoerder of driesterrenexecuteur zijn hiermee in strijd.