De remonstranten (of de Remonstrantse Broederschap, arminianen, of rekkelijken) zijn een afsplitsing van de (Nederduits) Gereformeerde Kerk, ontstaan in het begin van de 17e eeuw.

Remonstrantie thumb|Ontstaansgeschiedenis van kerken in Nederland

De Remonstrantse Broederschap heeft haar wortels in de 16e eeuw. Dit kerkgenootschap is ontstaan uit de Nederlandse Erasmiaanse stroming binnen de Reformatie, zo genoemd naar Desiderius Erasmus (1467-1536). Voortrekkers van deze stroming zijn Anastasius Veluanus, Hubert Duifhuis, Willem de Volder, Angelus Merula, Cornelis Cooltuyn en Jelle Hotses. De remonstranten staan voor een vrijzinnig-liberaal christendom, gebaseerd op waarden als liefde, vrijheid en verdraagzaamheid. Deze waarden leidden tot het begrip arminianisme.

Jacobus Arminius (1560-1609) was een belangrijke theoloog aan het eind van de 16de en het begin van de 17de eeuw die de opvattingen van een tolerant christendom verkondigde. Hij studeerde bij Theodorus Beza in Genève, was predikant in Amsterdam en van 1603 tot zijn overlijden in 1609 hoogleraar godgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit Leiden. De volgelingen van Arminius werden Arminianen genoemd, ook wel de rekkelijken of remonstranten. Na hem was Conrad Vorstius de voornaamste vertegenwoordiger van de remonstranten aan de Universiteit van Leiden.

De remonstranten waren (en zijn) tegen bindende belijdenisgeschriften. Zij verzetten zich ook tegen de opvattingen van Calvijn, met name tegen de leer van de predestinatie die ervan uitgaat dat God van eeuwigheid af aan heeft verkoren of verworpen. Onder hen waren Episcopius, Eduard Poppius en de hofpredikant Johannes Uyttenbogaert. De opvattingen van de remonstranten werden in 1610 vastgelegd in een 'verweerschrift' of 'remonstrantie'. Dit verweerschrift is ook bekend als de Vijf artikelen van de remonstranten. In januari 1610 formuleerden in Gouda 44 hervormde predikanten bezwaren tegen de leer van de Nederduits Gereformeerde Kerk, die de bevoorrechte kerk was in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Deze bezwaren golden de gereformeerde belijdenisgeschriften, waaruit in 1618 en 1619 de Dordtse Leerregels voortkwamen.

Contraremonstrantie thumbnail|right|De Remonstrantse kerk van Groningen De contraremonstranten, de tegenstanders van de remonstranten, onderschreven de leer van de predestinatie van Calvijn. De remonstranten beschuldigden de contraremanstranten ervan dat zij God auteur van de zonde maakten. De mens had bij de remonstranten een vrije wil, in die zin dat de mens ten minste de bereidheid moest hebben om de redding door Jezus Christus persoonlijk te aanvaarden. De contraremonstranten stelden dat dit standpunt Gods soevereiniteit tekortdoet omdat God niet afhankelijk is van mensen. De mens is totaal verdorven en kiest zelf voor het kwade, aldus de contraremonstranten. Toch blijft de mens ten volle verantwoordelijk. Dat zij niet zalig worden, dat wil zeggen het eeuwig leven niet deelachtig worden, komt niet vanwege dat ‘niet kunnen’, maar vanwege hun ongeloof. Een bekende contraremonstrant was Franciscus Gomarus. De contraremonstranten werden ook wel gomaristen of preciezen genoemd.

Tussen de remonstranten en hun tegenstanders ontstonden er al snel felle discussies. De remonstranten vonden hun medestanders met name onder de regentenklasse. Vooral onder het gewone volk, de kleyne luyden, vonden de contraremonstranten gehoor. Omdat het geschil de prille Republiek in tweeën dreigde te splitsen, organiseerde Johan van Oldenbarnevelt in 1611 een conferentie in Den Haag. Deze werd bijgewoond door zes predikanten, van zowel remonstrantse als contraremonstrantse zijde. Op deze conferentie formuleerden de contraremonstranten in zeven stellingen hun verweer tegen de remonstrantie. Stadhouder Maurits van Oranje zag het als de opdracht van het huis van Oranje ‘de gereformeerde religie te beschermen’. Daarom koos prins Maurits partij voor de contraremonstranten en tegen Van Oldenbarnevelt.

In augustus 1617 werd door de Staten van Holland de Scherpe Resolutie aangenomen, die de steden in Holland de mogelijkheid gaf eigenhandig waardgelders aan te nemen om onlusten te voorkomen. In de praktijk was de resolutie gericht tegen de contraremonstranten, die een opstandige aanhang onder de bevolking van de steden hadden. Hiermee ondermijnde men het gezag van Maurits als opperbevelhebber van het leger. Mede daardoor escaleerde zijn conflict met Van Oldenbarnevelt, met uiteindelijk gevolg dat deze raadpensionaris op 13 mei 1619 op beschuldiging van landverraad werd onthoofd. De dood van deze grote staatsman op het schavot had Maurits echter kunnen en moeten voorkomen. "Als er een rechtbank van de geschiedenis bestond, zou die over Maurits ondubbelzinnig het schuldig uitspreken", schrijft historicus A. Th. van Deursen in zijn biografie over prins Maurits.

Vanaf november 1618 werd de Synode van Dordrecht, een algemene kerkvergadering, gehouden. De Synode sprak zich naar verwachting uit voor de contraremonstranten. De standpunten tegen de remonstranten werden weergegeven in de vijf punten die bekendstaan als de Dordtse Leerregels. Op 14 januari 1619 tijdens de Dordtse synode werden 200 rekkelijke predikanten uit hun ambt gezet. Ze moesten op 29 mei dat jaar een verbod tot preken ondertekenen, de zogenoemde Acte van Stilstand. Zeker tachtig predikanten weigerden en gingen in ballingschap.Synode van Dordrecht (1618-1619)

Onder leiding van Uytenbogaert stichtte in 1619 een groep van 38 remonstrantse predikanten in ballingschap in Antwerpen de Remonstrantse Broederschap. Dat was géén kerk, want de hoop was gericht op een 'reparatie van de grieven' en terugkeer in de kerk. In 1621 werden onder anderen de pro-remonstrantse Jacob Dircksz de Graeff en Rombout Hogerbeets op instigatie van Maurits verwijderd uit de regering van Amsterdam en Leiden.Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 2(1912)–P.J. Blok, P.C. Molhuysen

Hertog Frederik III van Sleeswijk-Holstein-Gottorp nodigde de remonstrantse vluchtelingen uit zich aan de Eider te vestigen, waar zij in 1621 Frederikstad stichtten. In 1625 bouwden ze hun eerste kerk, die in 1850 tijdens de Eerste Duits-Deense Oorlog werd verwoest, maar in 1854 werd herbouwd. Hugo de Groot heeft zich tijdens zijn ballingschap nooit tot de ene of andere richting bekend. Hij werd niettemin door de gomaristen tot de arminianen gerekend, alsook door de arminianen zelf. De publicaties van De Groot kenmerken zich door een remonstrantse betoogtrant.Hugo Grotius, 1622. De Veritate Religionis Christianae, met een nieuwe theorie van de verzoening. Soms werd De Groot wel voor een rooms-katholiekHugo de Groot: Een leven in strijd om de vrede 1583-1645 van Henk Nellen gehouden.

Einde vervolging De gevluchte remonstranten keerden na het overlijden van Maurits van Oranje in 1625 geleidelijk terug naar de Republiek. Daar was de remonstrantse kerk officieel verboden, maar ze werd in de praktijk gedoogd. De remonstranten stichtten vele schuilkerken. De eerste was De Rode Hoed, een voormalig pakhuis aan de Keizersgracht in Amsterdam, de grootste schuilkerk in Nederland.Sinds 1990 is het gebouw onder dezelfde naam in gebruik als debat- en congrescentrum. Pas na de stichting van de Bataafse Republiek in 1795 werd het kerkgenootschap officieel erkend.

Bloeiperiode In de tweede helft van de 19e eeuw en de eerste helft van de 20e eeuw beleefde de Remonstrantse Broederschap haar grootste bloei. Veel vrijzinnigen die zich losmaakten van de Nederlandse Hervormde Kerk sloten zich bij de remonstranten aan.

Samenwerking met PKN In het laatste kwart van de 20e eeuw werd getracht om in Nederland tot één Protestantse Kerk in Nederland te komen, het zogenaamde Samen op Weg-proces. Aanvankelijk deden de remonstranten hieraan mee, mede omdat de theologische verschillen met de Hervormde Kerk verzoend waren in een Hervormd-Remonstrants gesprek. In 1993 bleek echter dat, hoewel de Concordie van Leuenberg genoemd werd als belijdenisgeschrift dat de wederzijdse veroordelingen van de Reformatie als niet langer van toepassing beschouwt, ook de Dordtse Leerregels van 1619 in de Kerkorde van de nieuwe kerk als belijdenisgeschrift erkend bleven. De Algemene Vergadering van Bestuur van de Remonstrantse Broederschap besloot zich hierop uit het Samen op Weg-proces terug te trekken. Er is nog wel samenwerking met de Protestantse Kerk in Nederland op het terrein van werelddiakonaat, in Kerk-in-Actie. Bij de opleiding van predikanten in Leiden werkte men tot aan het vertrek van het Remonstrants Seminarium naar de Vrije Universiteit in 2013 ook intensief samen. Ook zijn er plaatselijk samenwerkingsgemeenten met de vrijzinnige protestanten binnen de PKN van de Vereniging van Vrijzinnige Protestanten (VVP).

Remonstranten in de 21ste eeuw thumb|Remonstrantse kerk van Friedrichstadt (Sleeswijk-Holstein) In 2010 telde de Remonstrantse Broederschap 44Remonstranten en al hun kerken, Reformatorisch Dagblad, 16 juni 2010 gemeenten in Nederland en een in Duitsland. Precies de helft van de Nederlandse gemeenten bevindt zich in de provincies Zuid- (16) en Noord-Holland (6). Het aantal leden en vrienden bedroeg per eind 2008: 5780remonstranten.org waarvan een derde 'vrienden', wat 145 minder is dan een jaar eerder. In 2013 dreigde het ledental onder de 5000 te zakken. Dankzij marktonderzoek en een landelijke marketingcampagne werd dit voorkomen. Begin 2015 waren er 5050 leden en vrienden.

De Remonstrantse Broederschap bepleit een vrij en verdraagzaam christendom. Iedereen is vrij het geloof op zijn eigen manier te beleven. De remonstranten kennen geen doopleden. Hierdoor laat het ledental zich niet goed vergelijken met dat van grotere kerken, die dit type leden wel kennen. De doop in een remonstrantse gemeente, waardoor men deel wordt van de "Kerk van Christus", is erkend door de meeste andere kerkgenootschappen, waaronder de Rooms-Katholieke Kerk. Het Avondmaal is open. Iedere aanwezige in de dienst die de wens heeft deel te nemen, is uitgenodigd, "of hij of zij lid is van de Remonstrantse Broederschap of enige andere kerk, al of niet". Men wordt lid door in te stemmen met de Beginselverklaring. De kandidaat wordt gestimuleerd zijn of haar eigen geloofsbelijdenis te formuleren. De remonstranten kennen ook 'vrienden'; personen die zich betrokken voelen bij de geloofsgemeenschap, maar niet willen overgaan tot het instemmen met de Beginselverklaring of tot het doen van belijdenis. Zo'n 30% van de remonstranten heeft de status 'vriend'. In 1920 stelde de Broederschap de eerste vrouwelijke predikant aan en in 2010 was ongeveer de helft van de gemeentepredikanten vrouw. Waar de Remonstrantse theoloog prof.dr. Herman IJsbrand Groenewegen zich in 1923 had uitgesproken tegen gelijkberechtiging van homoseksuelen, maakte de Broederschap het in 1986 -- als eerste kerkgenootschap in Europa -- officieel mogelijk om relaties tussen twee mensen van hetzelfde geslacht kerkelijk te zegenen, en wel op voet van gelijkheid met (heteroseksueel) gehuwde paren.Van der Burg, Wibren. “The Recognition of gay and Lesbian Relationships in the Remonstrant Church and in the Dutch Society.” Paper presented at the annual convention of European Forum of Gay and Lesbian Christian Groups: “Living in Commitments”, Heemskerk, NL, May 3, 2003 In 2014 besloot de Algemene Vergadering om het werven van vrienden centraal te stellen om de krimp tot stilstand te brengen. De Remonstranten zijn hiermee de eerste kerk in Nederland die via moderne marketingcommunicatie leden/vrienden werft.

De Remonstrantse Broederschap is aangesloten bij de Wereldraad van Kerken, de Raad van Kerken in Nederland, de World Alliance of Reformed Churches (WARC), de Gemeenschap van Protestantse Kerken in Europa (Leuenberg), de Nederlandse Zendingsraad (NZR), de Interkerkelijke Omroep Nederland (IKON) (tot de opheffing van deze omroep per 1 januari 2016) en de International Association for Religious Freedom (IARF).