Jan Verveer (gedoopt Rotterdam, 27 augustus 1775 – 22 augustus 1838) was een Nederlands generaal-majoor, koloniaal staatsman en diplomaat, die onder meer betrokken was bij de plannen voor een Nicaraguakanaal.

Verveer begon zijn carrière in 1796 als luitenant. In 1799 werd hij met behulp van zijn oom Samuel Story benoemd tot secretaris en fiscaal van de marine. Aan zijn diensttijd bij de marine kwam in 1799 al een einde met het Vlieter-incident, de overgave van een Nederlands eskader aan de Britse vloot, zonder dat er ook maar een enkel schot gelost werd.

Na de Vrede van Amiens (1802) werd hij secretaris en ontvanger voor Willem Hendrik Rink, die werd hersteld als bewindhebber over Sint Maarten en Saba. In 1806 werd Verveer benoemd tot gouverneur, en in 1809 werd hij ook bewindhebber over Sint Eustatius. In 1810 bezetten de Engelsen Sint Maarten en namen hem krijgsgevangen, maar in 1812 werd hij uit krijgsgevangenschap ontslagen. Toen de Franse overheersing op zijn einde liep, bood hij generaal Kraijenhoff zijn diensten aan en vergezelde hem bij het beleg van Naarden. Koning Willem I benoemde hem in 1815 tot ridder in de Militaire Willems-Orde.

Verveer werd na de Franse Tijd in Nederland belast met verschillende functies in het Caribische en Centraal-Amerikaanse gebied. Hij werd door koning Willem I als officieel Nederlands waarnemer naar het historische Congres van Panama (1826) gestuurd, georganiseerd door Simón Bolívar. Eind 1829 kreeg hij de instructie om te onderhandelen over de aanleg van een Nicaraguakanaal. Toen in 1830 bleek dat hij geen vooruitgang boekte en de onderhandelingen leken te worden getraineerd, werd hij teruggeroepen. Daarmee liep het plan om met Nederlands kapitaal en techniek de totstandkoming van een Nicaraguakanaal te bevorderen, op niets uit.

In 1836 werd generaal-majoor Jan Verveer als Nederlands gezant naar Kumasi gezonden om met de Ashanti-koning Kwaku Dua een wervingsverdrag te sluiten voor Afrikaanse soldaten ten behoeve van het Nederlandse koloniale leger in Indië. Na een plechtig onthaal en uitwisseling van geschenken kwam een overeenkomst tot stand, waarbij de koning zich verplichtte binnen een jaar duizend rekruten te leveren, in ruil voor wapens, kruit en lood.Van der Meer, D. (1990). De Goudkust na de slavenhandel: Plannen om de Nederlandse bezittingen ter Kuste van Guinea rendabel te maken [Doctoraalscriptie]. Rijksuniversiteit Utrecht. Onderdeel van de overeenkomst was de opleiding van twee jonge Ashanti-prinsen, Aquasi Boachi en Kwame Poku, in Nederland.Molhuysen, P.C., Blok, P.J. (1911) Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek. Leiden: Sijthoffs Uitgeversmaatschappij. Deel 7, pp. 144-147

In 1838 kreeg Verveer een nieuwe opdracht naar de Nederlandse Goudkust, waar bevolkingsgroepen rond de Nederlandse nederzettingen zich herhaaldelijk hadden verzet. Het lukte Verveer met behulp van bevriende stammen de opstand te beteugelen; de leider van de Ahanta-bevolking, Badu Bonsu II, werd terechtgesteld. Het tropische klimaat aan de Goudkust werkte negatief uit op Verveers gezondheid en hij werd bedlegerig. Hij overleed aan boord van het korvet Zr.Ms. Amphitrite tijdens de terugreis naar Nederland.

Categorie:Nederlands militair Categorie:Nederlands diplomaat