De Tweede Kamerverkiezingen 1848 waren verkiezingen voor de Nederlandse Tweede Kamer. Zij werden gehouden op 30 november 1848.

In 1848 was de Grondwet gewijzigd. De leden van de Tweede Kamer werden nu rechtstreeks gekozen door de kiesgerechtigde bevolking.Tot 1848 werden de leden van de Tweede Kamer gekozen door de Provinciale Staten, die op hun beurt waren samengesteld uit vertegenwoordigers van de ridderschap, de steden en het platteland. Tevens werden kiesdistricten ingesteld; een Kieswet, die in 1850 in werking trad, regelde voortaan de details.

In afwachting van deze Kieswet bevatte de Grondwet een voorlopig kiesreglement, zodat de eerste directe verkiezingen al in november 1848 konden plaatsvinden.

Nederland was verdeeld in 68 kiesdistricten.Amsterdam telde vijf kiesdistricten, Rotterdam en Den Haag ieder twee Een kandidaat diende de absolute meerderheid van de stemmen te behalen om gekozen te worden. In twintig kiesdistricten was een herverkiezing nodig vanwege het niet-behalen van deze meerderheid door de hoogst geëindigde kandidaat. Deze tweede ronde werd op verschillende data in december 1848 gehouden.4 december ('s-Hertogenbosch), 7 december (Amersfoort, Assen, Hoogeveen, IJsselstein), 9 december (Goes, Ridderkerk, Sittard, Venlo), 11 december (Onderdendam, Winschoten), 12 december (Dordrecht, Leiderdorp), 13 december (Doetinchem, Zutphen), 14 december (Amsterdam IV, Amsterdam V, Delft, Gouda) en 15 december (Heerenveen).

Uitslag Opkomst 1848 # stemmen % Kiesgerechtigden 55.728 Niet opgekomen 10.923 19,60% van het aantal kiesgerechtigden. Opkomst 44.805 80,40

Verkiezingsuitslag naar groepering GroeperingIn 1848 bestonden nog geen politieke partijen. Gekozen leden sloten zich gewoonlijk eerst na hun verkiezing aan bij een kamerfactie. Zetels thorbeckianen 20  liberalen 19  conservatief-liberalen  9 gematigde liberalen  8 conservatief-katholieken  5 conservatieven  5 antirevolutionairen  1 separatisten  1 Totaal 68

Gekozen leden

Bij deze verkiezingen werden 22 leden herkozen. Onderstaand volgen enkele bijzonderheden:

in het kiesdistrict Almelo werd H. Jacobson gekozen; hij besloot zijn benoeming niet aan te nemen. Om in de ontstane vacature te voorzien werd een naverkiezing gehouden, waarbij Dirk Donker Curtius (gematigde liberalen) gekozen werd;

in het kiesdistrict Appingedam werd Berend Wichers (thorbeckianen) gekozen. Wichers was echter ook gekozen in het kiesdistrict Groningen, waaraan hij de voorkeur gaf. Om in de ontstane vacature te voorzien werd een naverkiezing gehouden, waarbij Jan Zijlker (thorbeckianen) gekozen werd. Zijlker werd op dezelfde dag echter eveneens gekozen bij een tweederondeverkiezing in het kiesdistrict Winschoten, waaraan hij de voorkeur gaf. Om in de ontstane vacature te voorzien werd een tweede naverkiezing gehouden, waarbij Rembertus Westerhoff (thorbeckianen) gekozen werd;

in het kiesdistrict Assen werd Jan Homan gekozen; hij besloot zijn benoeming niet aan te nemen. Om in de ontstane vacature te voorzien werd een naverkiezing gehouden, waarbij Louis van Heiden Reinestein (conservatieven) gekozen werd;

in het kiesdistrict Bergen op Zoom werd Lambertus Storm (thorbeckianen) gekozen. Storm was echter ook gekozen in het kiesdistrict Breda, waaraan hij de voorkeur gaf. Om in de ontstane vacature te voorzien werd een naverkiezing gehouden, waarbij Karel Meeussen (thorbeckianen) gekozen werd;

in het kiesdistrict Dokkum werd Binse Albarda (liberalen) gekozen. Albarda was echter ook gekozen in het kiesdistrict Leeuwarden, waaraan hij de voorkeur gaf. Om in de ontstane vacature te voorzien werd een naverkiezing gehouden, waarbij Isaäc ter Bruggen Hugenholtz (thorbeckianen) gekozen werd;

in het kiesdistrict Enschede werd Carel Storm van 's Gravesande (conservatief-liberalen) gekozen. Storm van 's Gravesande was echter ook gekozen in het kiesdistrict Deventer, waaraan hij de voorkeur gaf. Om in de ontstane vacature te voorzien werd een naverkiezing gehouden, waarbij Maximiliaan de Man (liberalen) gekozen werd;

in het kiesdistrict Franeker werd Binse Albarda (liberalen) gekozen. Albarda was echter ook gekozen in het kiesdistrict Leeuwarden, waaraan hij de voorkeur gaf. Om in de ontstane vacature te voorzien werd een naverkiezing gehouden, waarbij Jacob Dirks (conservatieven) gekozen werd;

in het kiesdistrict Harderwijk werd Jan Nedermeyer van Rosenthal (conservatief-liberalen) gekozen. Nedermeyer van Rosenthal was echter ook gekozen in het kiesdistrict Arnhem, waaraan hij de voorkeur gaf. Om in de ontstane vacature te voorzien werd een naverkiezing gehouden, waarbij Guillaume Groen van Prinsterer (antirevolutionairen) gekozen werd;

in het kiesdistrict Heerlen werd Jan van Scherpenzeel-Heusch (separatisten) gekozen. Van Scherpenzeel-Heusch was echter ook gekozen in het kiesdistrict Sittard, waaraan hij de voorkeur gaf. Om in de ontstane vacature te voorzien werd een naverkiezing gehouden, waarbij Louis de Villers de Pité (liberalen) gekozen werd;

in het kiesdistrict Hoogeveen werd M. Dassen gekozen; hij besloot zijn benoeming niet aan te nemen. Om in de ontstane vacature te voorzien werd een naverkiezing gehouden, waarbij Lodewijk van Randwijck (conservatieven) gekozen werd;

in het kiesdistrict Hoorn werd Willem van Hasselt (liberalen) gekozen. Van Hasselt was echter ook gekozen in het kiesdistrict Edam, waaraan hij de voorkeur gaf. Om in de ontstane vacature te voorzien werd een naverkiezing gehouden, waarbij Eko Scheltinga Winterberg (conservatief-liberalen) gekozen werd;

in het kiesdistrict Sneek had Binse Albarda (liberalen) zich geplaatst voor de tweede ronde. Albarda was echter ook gekozen in het kiesdistrict Leeuwarden, waaraan hij de voorkeur gaf; daardoor kon de tweederondeverkiezing niet doorgaan. Om in de ontstane vacature te voorzien werd een naverkiezing gehouden, waarbij Pieter Costerus (gematigde liberalen) gekozen werd;

in het kiesdistrict Zutphen werd Johan Rudolph Thorbecke (thorbeckianen) gekozen. Thorbecke was echter ook gekozen in het kiesdistrict Leiden, waaraan hij de voorkeur gaf.Het was volgens de vigerende wetgeving geoorloofd zich in meer dan één kiesdistrict kandidaat te stellen. Als iemand in meerdere districten gekozen werd, diende hij vervolgens aan te geven voor welk district hij in de Tweede Kamer zitting wilde nemen; in het andere district/de andere districten werd dan een naverkiezing gehouden.. Om in de ontstane vacature te voorzien werd een naverkiezing gehouden, waarbij Willem Dullert (thorbeckianen) gekozen werd.

De zittingsperiode ging in op 13 februari 1849. Zij eindigde op 19 augustus 1850 door ontbinding van de Tweede Kamer na inwerkingtreding van de Kieswet.

1848 Nederland Categorie:Geschiedenis van Nederland in de 19e eeuw