De koninginnenkruidmollisia (Mollisia coerulans) is een schimmel uit de familie Mollisiaceae. De soort leeft saprotroof op afgestorven stengels van kruidachtige planten. Hij wordt vooral aangetroffen op koninginnekruid (Eupatorium cannabinum), maar is ook gemeld van onder andere bijvoet (Artemisia vulgaris) en knoopkruid (Centaurea nigra). M.B. Ellis & J.P. Ellis (1997), Microfungi on Land Plants: An Identification Handbook, Richmond Publishing.
Kenmerken Uiterlijke kenmerken De apotheciën zijn zittend en ongeveer 0,5–1,5 mm in diameter. Het hymenium is bleek olijfkleurig tot blauwgrijs en wordt omgeven door een lichtere tot witachtige rand. De soort kan in groepen op afgestorven plantenstengels groeien.
Microscopische kenmerken De asci zijn achtsporig en meten ongeveer 44–58 × 4–5 µm. De ascustop reageert op jodiumhoudende reagentia. De ascosporen zijn hyalien, glad, zeer smal en doorgaans ongesepteerd. Ze meten ongeveer 10–17 × 1–2 µm en kunnen meerdere kleine oliedruppeltjes (guttules) bevatten.
De parafysen zijn recht en aan de top enigszins knotsvormig verbreed. De inhoud kan olieachtige druppeltjes bevatten.
Ecologie De koninginnenkruidmollisia groeit op dode, meestal nog rechtopstaande of afgevallen stengels van kruidachtige planten. Koninginnekruid is het belangrijkste bekende substraat. De soort is daarnaast vastgesteld op andere composieten, waaronder bijvoet en knoopkruid. In Groot-Brittannië worden vruchtlichamen vooral van het late voorjaar tot de zomer gevonden. Red List of Fungi for Great Britain, British Mycological Society/Fungus Conservation Trust.
Verspreiding De soort is uit verschillende Europese landen bekend, waaronder Nederland, België, Duitsland, Frankrijk, Denemarken, Spanje en het Verenigd Koninkrijk. In Nederland komt de koninginnenkruidmollisia zeldzaam voor.Koninginnenkruidmollisia – Mollisia coerulans, NMV Verspreidingsatlas Paddenstoelen.
Categorie:Mollisiaceae Categorie:Schimmelsoort