Lodewijk XVI van Frankrijk (Versailles, 23 augustus 1754 – Parijs, 21 januari 1793) regeerde als koning van Frankrijk en Navarra van 1774 tot 1791 en daarna als koning der Fransen van 1791 tot 1792. Hij was geboren als Louis-Auguste de France en stierf tijdens de Terreur van Robespierre (een periode in de Franse Revolutie), onder de guillotine als citoyen Louis Capet, na een veroordeling wegens hoogverraad.
Als negentienjarige erfde Lodewijk XVI een koninkrijk op de rand van het bankroet. Onder zijn bewind leegden de koloniale politiek en de succesvolle interventie in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog verder de schatkist, terwijl het spilzieke gedrag van het hof in Versailles leidde tot de impopulariteit van koningin Marie Antoinette, zeker na de diamanten-halssnoeraffaire van 1785-1786. Via de ministers Turgot, Calonne en Necker probeerde Lodewijk XVI nieuwe inkomsten aan te boren door de fiscale privileges van de adel en de Kerk in te perken, maar de Assemblée des Notables en de parlementen blokkeerden elke hervorming in die richting. In een poging de impasse te doorbreken riep hij de Staten-Generaal samen. Onder impuls van de derde stand riep dat consultatieve orgaan zich uit tot Nationale Vergadering en zette het een proces in gang dat Franse Revolutie wordt genoemd. De koning verloor de regie en zag het absolutisme en het ancien régime ten einde komen. Weifelend leek hij een nieuwe rol als constitutioneel monarch te aanvaarden, maar in juni 1791 wees hij die af met een nachtelijke vlucht die gestopt werd op vijftig kilometer van de grens. Enkele maanden later gaf de grondwet van 1791 hem alsnog een kans als Koning der Fransen. Hij regeerde met feuillants en girondijnen. Het wankele vertrouwen liep volledig spaak door de Eerste Coalitieoorlog die op zijn voorstel werd ontketend, gekoppeld aan binnenlandse opstanden, intriges van émigrés en koninklijke veto's tegen wetten. De Parijse sansculotten organiseerden in augustus 1792 de Bestorming van de Tuilerieën. Lodewijk XVI werd met zijn familie opgesloten en berecht door de Nationale Conventie, die hem schuldig bevond en de doodstraf oplegde. Op 21 januari 1793 werd hij, als enige koning van Frankrijk in de geschiedenis, geguillotineerd.
Levensloop Jonge jaren De toekomstige Lodewijk XVI werd geboren als Lodewijk August in het Kasteel van Versailles op 23 augustus 1754. Hij was de tweede zoon van de Franse dauphin Lodewijk Ferdinand, die zelf de enige zoon van koning Lodewijk XV en koningin Maria Leszczyńska was. De vader van Lodewijk XVI stierf op de leeftijd van 36 jaar zonder koning te zijn geweest. Lodewijks moeder was Maria Josepha van Saksen, de tweede vrouw van Lodewijk Ferdinand en dochter van Frederik Augustus II van Saksen, keurvorst van Saksen en koning van Polen als August III.
Lodewijk had geen gemakkelijke jeugd. Zijn ouders negeerden hem voor het grootste gedeelte en gaven de meeste aandacht aan Lodewijks oudere en knappere broer Lodewijk Jozef Xaverius, de hertog van Bourgondië. Toen deze in 1761 op negenjarige leeftijd stierf, was het verdriet van zijn ouders erg groot. Ze vonden het beiden moeilijk om na de dood van Lodewijk Jozef, Lodewijk August de aandacht en liefde te geven die hij nodig had. Hij was een sterke en gezonde jongen, maar erg verlegen. Hij toonde de nodige intelligentie en blonk vooral uit in vakken als Latijn, geschiedenis, geografie en astronomie. Naast Frans leerde hij ook vloeiend Italiaans en Engels spreken. Ook had hij veel interesse in het maken van sloten. Hij ging graag jagen met zijn grootvader, koning Lodewijk XV, en spelen met zijn jongere broers, Lodewijk Stanislas, graaf van Provence, en Karel Filips, graaf van Artois. Hij had ook twee zussen: madame Marie Clothilde en madame Elisabeth. Marie Clothilde werd de vrouw van koning Karel Emanuel IV van Sardinië.
Toen zijn vader op 20 december 1765 stierf aan tuberculose, werd de elfjarige Lodewijk August de nieuwe dauphin van Frankrijk. Zijn moeder, die de dood van haar man nooit heeft kunnen verwerken, overleed ook aan tuberculose op 13 maart 1767. Lodewijk August en zijn vier jongere broers en zussen bleven achter als weeskinderen. Hij kreeg een strakke en zeer conservatieve opvoeding van Paul François de Quelen de la Vauguyon. Deze man werd gouverneur des Enfants de France (gouverneur van de Kinderen van Frankrijk) en voedde Lodewijk August op vanaf 1760 tot aan zijn huwelijk in 1770. Hoe goed Quelens bedoelingen ook waren, zijn lessen en opvoeding bereidden Lodewijk August niet voor op de taak die hij erfde in 1774 bij het overlijden van zijn grootvader.
Huwelijk en kinderen thumb|upright=0.8| Koningin Marie Antoinette, in 1787, door Élisabeth Vigée-Le Brun.
Op 16 mei 1770 trouwde de vijftienjarige Lodewijk August met de veertienjarige Oostenrijkse aartshertogin Maria Antonia van Habsburg-Lotharingen, die na haar huwelijk bekend werd als Marie Antoinette. Zij was de jongste dochter van keizer Frans I Stefan van het Heilige Roomse Rijk en keizerin Maria Theresia. Bij het huwelijk werd de opera Persée van Lully opgevoerd. De dauphin schreef aan Lodewijk XV in 1772 dat hij "van de dauphine zijn vrouw had gemaakt", maar ze bleven aanvankelijk kinderloos. Marie Antoinette leed daar erg onder. Het paar groeide naar elkaar toe en ze kregen uiteindelijk een zeer goede band. Nadat Lodewijk August een kleine operatie ondergaan had, werden uit het huwelijk vier kinderen geboren:
Marie Thérèse Charlotte (19 december 1778 – 19 oktober 1851), Madame Royale, huwde met haar neef, Lodewijk Anton van Bourbon, de zoon van Karel Filips, de hertog van Artois. Hij werd later troonpretendent onder de naam Lodewijk XIX. Lodewijk Jozef Frans Xavier (22 oktober 1781 – 4 juni 1789), dauphin van Frankrijk en hertog van Bretagne. Lodewijk Karel (27 maart 1785 – 8 juni 1795), hertog van Normandië. Na de dood van zijn broer werd hij dauphin, en na de executie van zijn vader werd hij, nog kind, door royalisten gezien als de troonpretendent Lodewijk XVII. Sophie Beatrix Hélène (9 juli 1786 – 19 juni 1787)
Zijn grootvader, koning Lodewijk XV, werd plotseling ziek op 27 april 1774. Op 4 mei werd de maîtresse van de koning, Madame du Barry, weggestuurd van Versailles. Op 10 mei 1774, rond drie uur in de middag, stierf de 64 jaar oude koning aan de pokken, waarna Lodewijk August op negentienjarige leeftijd de troon besteeg als Lodewijk XVI. Zijn jongere broer, Lodewijk Stanislas, werd de troonopvolger tot de geboorte van Lodewijks oudste zoon in 1781. Op 11 juni 1775 werd Lodewijk in de Kathedraal van Reims gezalfd en gekroond. Zijn vrouw stond de hele dienst aan zijn zijde, maar werd niet gekroond of gezalfd, evenmin als dat met de vorige koninginnen was gebeurd sinds Maria de' Medici in 1610.Pons-Augustin Alletz, Cérémonial du sacre et du couronnement des rois et reines de France, p. 221
Eerste regeringsjaren
Het plotselinge overlijden van Lodewijk XV gebeurde op een inopportune moment. Frankrijk had de Zevenjarige Oorlog verloren, tegen een steeds agressiever Engeland en Pruisen. Lodewijk XV was volop – en succesvol – de financiële putten van deze oorlog aan het wegwerken, met de hulp van ministers Joseph Marie Terray en René Nicolas de Maupeou. De parlementen, die zich tegen de moderniseringsplannen en tegen de inperking van de fiscale privileges van adel en Kerk hadden gekant, waren afgeschaft en vervangen door gewone rechtbanken. Niet meer gehinderd door de protesten van de parlementen had Terray de financiën schoksgewijs onder controle gebracht met een gedeeltelijk bankroet. Lodewijk XV was immens impopulair geworden.
De onervaren Lodewijk XVI draaide de klok terug. Hij ontsloeg de ministers Terray en Maupeou, die de hervorming hadden gedragen, en bracht Maurepas terug. De nieuwe minister had geen ander programma dan afrekenen met de nalatenschap van Lodewijk XV, die hem oneervol had ontslagen en verbannen. De parlementen werden weer ingesteld.Bij de terugkeer van de parlementen zou Maupeou gezegd hebben "Ik had voor de koning een proces van drie eeuwen gewonnen. Hij wil het opnieuw verliezen – hij is tenslotte de baas." en, volgens historicus Jean-Christian Petitfils, zou hij er nog aan toegevoegd hebben "il est foutu" (± hij is om zeep). De verbitterde oud-magistraten werden uit hun ballingschap teruggehaald en begonnen opnieuw te saboteren en te werken aan het neerhalen van het absolutisme ten voordele van de adel. Lodewijk XVI werd dankzij deze maatregelen gevierd als een nieuwe Hendrik IV.
Toch nam hij de moderniseringsagenda van zijn voorganger weer op. Ook hij streefde ernaar het bestuur te rationaliseren, de economie te dynamiseren en de justitie te humaniseren, zonder te raken aan de absolute monarchie en de standenmaatschappij.Hervé Leuwers, ''La Révolution française, 2020, p. 7 Onder Maurepas benoemde de koning in 1774 de bekwame minister van Financiën Anne Robert Jacques Turgot, die spoedig adel en kerk tegen zich in het harnas joeg met een aantal hervormingen. Turgot probeerde de belastingdruk af te wentelen van het volk naar de grondbezitters. Hij schafte de gilden en de corvee af.Bij gelegenheid van de afschaffing van de corvée verwierp het Parlement de koninklijke hervorming met de historische woorden le peuple est taillable et corvéable à volonté et que c'est une partie de la constitution que le roi est dans l'impuissance de changer. (men kan het volk naar willekeur karweien opleggen, dat maakt deel uit van de fundamentele wetten die de koning niet kan veranderen). Lodewijk gebruikte daarop het Lit de justice als legaal instrument om het Parlement te dwingen zijn moderniseringsedict te registreren. Hij stichtte de Caisse de l'Escompte, een voorloper van de Banque de France. Langzaam verminderde de staatsschuld. Turgot verzette zich – op financiële gronden – tegen een Franse interventie in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsstrijd. Hij liberaliseerde de graanhandel, echter op een ongelukkig moment: de misoogst van 1774 veroorzaakte schaarste die hem werd aangewreven. Ondiplomatiek en gehaat werd de bekwame Turgot twee jaar na zijn benoeming afgevoerd door Maurepas. De koning kon zijn minister niet overeind houden tegen een bijna unanieme oppositie van regering, hof en koningin, ook omdat de publieke opinie en de sterkte van de nieuw uitgebouwde vloot zorgden voor druk om mee te doen aan de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog.
thumb|De populaire controleur-generaal van financiën Jacques Necker leende enorme bedragen in plaats van de belastingen te verhogen.