De Slag om Marioepol was een militaire confrontatie van Rusland samen met de zelfverklaarde Volksrepubliek Donetsk (DPR) tegen Oekraïne die begon op 24 februari 2022, op de eerste dag van de Russische invasie van Oekraïne.

De havenstad Marioepol ligt in de oblast Donetsk in het zuiden van Oekraïne en wordt opgeëist door de door Rusland gesteunde zelfverklaarde volksrepubliek Donetsk. De stad vormt een belangrijke verbinding tussen enerzijds de separatistische volksrepublieken Donetsk en Loegansk in de Donbas en anderzijds de Krim, die in 2014 door Rusland werd geannexeerd. Russische troepen belegerden de stad op 2 maart volledig, waarna ze geleidelijk de controle over de stad kregen. Op 22 april hadden de resterende Oekraïense troepen zich teruggetrokken in de Azovstalfabriek, een enorm en goed verdedigbaar industrieel complex.

Het Rode Kruis beschreef de situatie in Marioepol als 'apocalyptisch'. De Oekraïense autoriteiten beschuldigden Rusland ervan een grote humanitaire crisis te veroorzaken, waarbij stadsfunctionarissen ongeveer 21.000 burgerdoden meldden. Volgens Oekraïense functionarissen werd tijdens de gevechten ten minste 95% van de stad verwoest, grotendeels door Russische bombardementen. Het beleg eindigde op 16 mei 2022, na wat verschillende media afwisselend de 'evacuatie' of 'overgave' van het resterende Oekraïense personeel van de Azovstalfabriek werd genoemd; het Russische Ministerie van Defensie verklaarde dat de Oekraïners zich hadden 'overgegeven', een woord dat Oekraïne niet gebruikte. Op 18 mei echter beweerde de leider van de DPR, Denis Poesjilin, dat de commandanten van het Azovbataljon zich nog steeds in de fabriek bevonden.

Achtergrond Marioepol wordt beschouwd als een belangrijke strategische stad en doelwit voor de Russische troepen. Het is de grootste stad in het door Oekraïne gecontroleerde deel van de oblast Donetsk. Marioepol is tevens een belangrijk industrieel centrum, de thuisbasis van de staalfabrieken Illich en Azovstal, en is de grootste stad aan de Zee van Azov.

De controle over de haven aan de westelijke oever van de Zee van Azov is van vitaal belang voor de economie van Oekraïne. Voor Rusland zou het geschikt zijn als een landroute naar de Krim en om doorgang voor Russisch zeeverkeer mogelijk te maken. Het veroveren van de stad zou Rusland volledige controle geven over de Zee van Azov.

In mei 2014, tijdens de Oorlog in Oost-Oekraïne, vielen troepen van de separatistische en door Rusland gesteunde Volksrepubliek Donetsk (DPR) de stad aan en dwongen Oekraïense troepen zich terug te trekken. In juni 2014 heroverden Oekraïense troepen de stad in een offensief. Een paar maanden later, in september, probeerde de DPR de stad voor de tweede keer in te nemen, wat mislukte. In oktober 2014 zwoer het toenmalige hoofd van de DPR, Aleksandr Zachartsjenko, de stad te heroveren. Marioepol werd vervolgens willekeurig gebombardeerd door raketten in januari 2015. Uit angst voor een toekomstig derde offensief in Marioepol, lanceerden Oekraïense troepen in februari een verrassingsaanval op Sjyrokyne, een dorp 11 km ten oosten van Marioepol, met als doel de separatistische troepen uit de stadsgrenzen te verdrijven en een bufferzone te creëren weg van het DPR-gebied. Vier maanden later trokken de separatisten zich terug uit Sjyrokyne. Het conflict werd gestaakt toen het Minsk II akkoord werd ondertekend in 2015.

Een van de meest instrumentale groepen voor de herovering en daaropvolgende verdediging van Marioepol was het Azovbataljon, een Oekraïense vrijwilligersmilitie, controversieel vanwege hun openlijk neonazistische en nationalistische leden. In september 2014 werd Azov geïntegreerd in de Nationale Garde van Oekraïne en stelde het Marioepol in als hun hoofdkwartier. De Russische president Vladimir Poetin had voor de oorlog de "denazificatie" van Oekraïne genoemd als een van de doelen die hij voor ogen had. Hierdoor vertegenwoordigde Marioepol een belangrijk ideologisch en symbolisch doelwit voor de Russische strijdkrachten, aangezien het de thuisbasis van het Azovbataljon was. Volgens de loco-burgemeester van Marioepol verlieten 100.000 inwoners de stad nog vóór het beleg.

Gevechten Eerste Russische aanvallen (24-28 februari) Op de eerste dag van de Russische invasie van Oekraïne, op 24 februari 2022, bombardeerde Russische artillerie meerdere steden in het land. Bij de bombardementen op Marioepol en een verijdelde poging van Russische troepen om door te breken naar de stad raakten die dag 26 mensen gewond.

In de ochtend van 25 februari rukten Russische strijdkrachten, waaronder milities uit de zelfverklaarde volksrepubliek Donetsk, op vanuit het oosten richting Marioepol. Ze stuitten op Oekraïense troepen in de buurt van het dorp Pavlopil. De Oekraïense strijdkrachten versloegen de Russische troepen. Volgens de burgemeester van Marioepol, Vadym Bojtsjenko, werden 22 Russische tanks vernietigd in de actie. De Russische marine begon in de avond een amfibische aanval op de kust vanuit de Zee van Azov, net ten westen van Marioepol. Een Amerikaanse defensiefunctionaris verklaarde dat de Russen mogelijk duizenden mariniers inzetten.

Op 26 februari bleven Russische troepen Marioepol bestoken met artillerie. De regering van Griekenland meldde dat er daarbij tien Griekse burgers waren gedood, waarvan zes in het dorp Sartana en vier in het dorp Boehas.

In de ochtend van 27 februari zei Bojtsjenko dat een Russische tankcolonne vanuit de DPR op weg was naar Marioepol. Deze aanval werd afgeslagen door Oekraïense troepen, waarbij zes Russische soldaten gevangen werden genomen. Later die dag werd een 6-jarig meisje in Marioepol gedood door Russische beschietingen. Pavlo Kyrylenko, gouverneur van de oblast Donetsk, verklaarde dat de gevechten in Marioepol de hele nacht van 27 februari waren doorgegaan.

Gedurende 28 februari bleef de stad onder Oekraïense controle, ondanks dat ze werd omsingeld door Russische troepen en voortdurend werd beschoten. In het grootste deel van de stad werd de elektriciteit, gas en internetverbinding 's avonds onderbroken. Volgens Radio Free Europe/Radio Liberty, werd de Russische generaal-majoor Andrej Soechovetski gedood door een Oekraïense sluipschutter in de buurt van Marioepol, terwijl andere bronnen zeiden dat hij was gedood tijdens het Kiev-offensief.

Omsingeling van de stad (begin maart) Op 1 maart kondigde Denis Poesjilin, het hoofd van de DPR, aan dat de DPR-troepen de nabijgelegen stad Volnovacha bijna volledig hadden omsingeld. en dat ze binnenkort hetzelfde zouden doen met Marioepol. Later bombardeerde Russische artillerie de stad, waarbij meer dan 21 gewonden vielen. De spoorwegverbindingen naar de stad werden door het Russische leger onklaar gemaakt, waardoor Marioepol van de buitenwereld werd afgesneden.

thumb|Verwoeste auto's en bloed na een Russische aanval, 1 maart 2022

De stad werd op 2 maart volledig omsingeld, waarna het beleg heviger werd. Russische beschietingen doodden een tiener en verwondden twee andere tieners die buiten aan het voetballen waren. Bojsjenko kondigde aan dat de stad te kampen had met een waterstoring en enorme verliezen had geleden. Hij zei ook dat Russische troepen ervoor zorgden dat burgers niet konden vertrekken.

thumb|Een verwoest appartementengebouw in de stad, 2 maart 2022|links

Later op 2 maart richtte Russische artillerie zich op een dichtbevolkte wijk van Marioepol en beschoten deze gedurende bijna 15 uur. De buurt werd als gevolg daarvan enorm beschadigd, waarbij loco-burgemeester Sergiy Orlov meldde dat er ten minste honderden burgerdoden waren gevallen.

In de ochtend van 3 maart werd de stad opnieuw beschoten door Russische troepen. Eduard Basurin, de woordvoerder van de DPR-militie, riep de belegerde Oekraïense troepen in Marioepol formeel op om zich over te geven of zich voor te bereiden op "gerichte aanvallen". De woordvoerder van het Russische ministerie van Defensie, Igor Konasjenkov, meldde dat DPR-troepen het beleg hadden verscherpt, en dat drie nabijgelegen nederzettingen waren veroverd.

thumb|Massale Russische bombardementen in Marioepol, 3 maart 2022

Op 4 maart verklaarde Bojtsjenko dat de stad op het punt stond om te vallen, de voorraden van de stad waren bijna op. Hij riep op tot een humanitaire corridor en Oekraïense militaire versterkingen. Hij verklaarde ook dat Russische BM-21 Grads de ziekenhuizen van de stad beschoten en dat de inwoners van Marioepol inmiddels waren verstoken van water, verwarming en elektriciteit.

Inname door Rusland van delen van de stad (maart-april) Volgens Russische bronnen braken op 18 maart gevechten uit in het centrum van de stad, nadat Russische troepen de stad waren binnengevallen.

Op 8 april berichtte burgemeester Bojtsjenko dat 90% van de infrastructuur van de stad inmiddels was verwoest, waarvan 40% onherstelbaar.

Op 10 april meldde het Amerikaanse oorlogsonderzoeksinstituut ISW dat Marioepol nu bijna volledig in Russische handen was. Oekraïense strijders zouden zich alleen nog verweren bij de haven en in de Azovstalfabriek. Daartussen zouden de Russische legers een wig hebben gevormd. Volgens onbevestigde berichten zouden pro-Russische separatisten de haven inmiddels ook hebben veroverd.

Specifieke doelwitten Aanval op een kraamkliniek (9 maart) Op 9 maart werd tijdens een Russische luchtaanval een gebouw dat tegelijkertijd dienstdeed als kraamkliniek en als kinderziekenhuis verwoest. Op het moment van de aanval vielen er zeker drie doden, onder wie een kind, en 17 gewonden.

Een zwangere vrouw die bij de aanval zwaargewond raakte, overleed enkele dagen later in een ander ziekenhuis. Haar ongeboren kind werd met een keizersnede gehaald, maar overleefde het eveneens niet. Een andere vrouw overleefde de aanval op de kraamkliniek wel en zij beviel enkele dagen later van een gezonde dochter. Foto's van beide vrouwen waarin ze na de aanval op een brancard werden weggedragen – gemaakt door een fotograaf van Associated Press (AP) – werden wereldwijd bekend.

Van Russische zijde werden de verhalen echter afgedaan als nepnieuws; er werd beweerd dat de beelden van de vrouwen in scène waren gezet. De kraamkliniek zou volgens Rusland eerder door het Oekraïense leger zijn overgenomen, en daarom een gerechtvaardigd militair doelwit zijn geweest.

Aanval op het theater (16 maart)

Op 16 maart werd het Regionaal Dramatheater van Donetsk, in het centrum van de stad, doelwit van een Russisch bombardement. De locoburgemeester van Marioepol bevestigde de aanval tegenover de BBC. In het theater zouden zich op het moment van de aanval zo'n 1.300 burgers hebben schuilgehouden.

Over het precieze aantal doden bestaat zo'n twee maanden later nog steeds onduidelijkheid, ook is onduidelijk hoeveel mensen er op het moment van de aanval in het theater aanwezig waren. In eerste instantie berichtten Oekraïense parlementariërs dat het merendeel van degenen die op het moment van de aanval in het theater waren, de aanval had overleefd. Tien dagen na de aanslag liet het stadsbestuur van Marioepol via Telegram weten dat er ongeveer 300 doden waren gevallen. Latere reconstructies op basis van gesprekken met getuigen en filmpjes op sociale media hebben uitgewezen dat er minstens enkele tientallen doden moeten zijn gevallen bij de aanval.

Op 4 mei bracht Associated Press (AP) onderzoek naar buiten dat suggereerde dat er in het theater 600 doden waren gevallen. Op het moment van de aanval zouden er zo'n 1000 mensen in het gebouw zijn geweest.

De aanval op het theater werd door westerse landen gezien als een van de grootste oorlogsmisdaden sinds het begin van de oorlog in Oekraïne. Rusland ontkende elke betrokkenheid en wees het Oekraïense Azovbataljon aan als verantwoordelijke.

Aanval op staalfabriek (20 maart)