De aanloop tot de Russische invasie van Oekraïne in 2022 was een internationale crisis tussen Rusland, Oekraïne en westerse landen die plaatsvond tussen 2021 en februari 2022. De crisis werd gekenmerkt door grootschalige Russische troepenopbouw langs de Russisch-Oekraïense grens, oplopende spanningen in de Donbas, diplomatieke confrontaties met de NAVO en de Verenigde Staten, en Russische eisen omtrent de Europese veiligheidsorde.
De spanningen namen toe vanaf maart 2021, toen Rusland grote aantallen militairen, gepantserde voertuigen en ander zwaar materieel nabij Oekraïne samenbracht. In de maanden daarna waarschuwden westerse regeringen en inlichtingendiensten herhaaldelijk voor een mogelijke Russische invasie, terwijl Russische functionarissen ontkenden dat een aanval werd voorbereid.
Op 21 februari 2022 erkende Rusland de zelfverklaarde Volksrepubliek Donetsk en Volksrepubliek Loegansk. Kort daarna gaf de Federatieraad van Rusland toestemming voor militair optreden buiten Rusland. In de vroege ochtend van 24 februari 2022 kondigde de Russische president Vladimir Poetin een 'speciale militaire operatie' aan, waarna de Russische invasie van Oekraïne begon.
De crisis vormde een belangrijke escalatie van de Russisch-Oekraïense Oorlog, die sinds 2014 voortduurde na de annexatie van de Krim en de oorlog in Oost-Oekraïne.
Voorgeschiedenis vanaf 1991
Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 werd Oekraïne een onafhankelijk land, niettemin bleef het nauwe banden onderhouden met Rusland. In 1994 stemde Oekraïne ermee in om zijn nucleaire arsenaal op te geven en ondertekende tevens het Memorandum van Boedapest. Als voorwaarde werd gesteld dat Rusland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten een verzekering zouden afgeven tegen bedreigingen of het gebruik van geweld tegen de territoriale integriteit of politieke onafhankelijkheid van Oekraïne. Vijf jaar later was Rusland een van de ondertekenaars van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, waarin het 'het inherente recht van elke deelnemende staat' herbevestigde om 'vrij te zijn om zijn veiligheidsregelingen, met inbegrip van alliantieverdragen, te kiezen of te wijzigen naarmate deze zich ontwikkelen'.
Ondanks het feit dat Oekraïne sinds 1991 een erkend onafhankelijk land is, wordt het als voormalige deelrepubliek van de Sovjet-Unie door de leiding van Rusland nog steeds gezien als onderdeel van de Russische invloedssfeer. In 2004 werden de voormalige Sovjetstaten Estland, Letland en Litouwen lid van de NAVO. Het Russische parlement dreigde hierop met tegenmaatregelen. In 2008 verklaarde de NAVO dat Oekraïne in de toekomst lid zou mogen worden van het bondgenootschap. Poetin noemde dit een 'vijandige daad'. In 2009 meenden de Roemeense analist, Iulian Chifu, en zijn co-auteurs dat Rusland met betrekking tot Oekraïne een bijgewerkte versie van de Brezjnevdoctrine had nagestreefd, die dicteert dat de soevereiniteit van Oekraïne niet groter mag zijn dan die van de lidstaten van het Warschaupact vóór de ineenstorting van de Sovjet-invloedssfeer tijdens de late jaren 1980 en vroege jaren 1990. Deze visie was gebaseerd op de veronderstelling dat de acties van Rusland om het Westen in het begin van de jaren negentig te sussen, met wederkerigheid van het Westen hadden moeten worden beantwoord, zonder uitbreiding van de NAVO langs de Russische grens.Remarks concerning Ukraine by Vladimir Putin. . RT. 21 Februari 2022. Minutes 41:17–42:58. "Because of the openness and goodwill, our goodwill, relations between Russia and the West were at a high level. Russia fulfilled all its obligations, we withdrew troops from Germany, from the central and European countries, and it made a huge contribution in overcoming the legacy of the Cold War. We consistently suggested all kinds of cooperation, including in the form of the NATO council and OECD. ... [When I asked], how would America see Russia joining NATO? ... How did Americans really look at this possibility? You can see it in their practical steps, in regard for a country: Open support of the terrorists in North Caucasus; Ignoring our demands and our concerns in the security area; Withdrawing from the arms treaties, and so on and so forth. It still begs the question, why? Why did they do that? What for? Okay, you don't want to see a friend in us, an ally in us. But why do you want to make an enemy out of us?" miniatuur|Euromaidan-protesten in Kiev, december 2013. In februari 2014 werd de toenmalige pro-Russische Oekraïense president, Viktor Janoekovytsj, afgezet na de maandenlange pro-westerse Euromaidan-protesten en de daaropvolgende Revolutie van de Waardigheid. Leiders van de Russischsprekende oostelijke regio's van Oekraïne verklaarden voortdurende loyaliteit aan Janoekovytsj, en veroorzaakten de pro-Russische onrust in 2014 in Oekraïne. Vervolgens annexeerde Rusland de Krim en verleende militaire steun aan rebellen die in het oostelijke Donetsbekken een gewapende strijd waren begonnen. De opstandelingen wisten de steden Donetsk en Loehansk en delen van de omgeving tot aan de Russische grens in handen te krijgen en riepen daar de zelfverklaarde volksrepublieken Donetsk en Loegansk uit. In de jaren daarna bleef de oorlog in Oost-Oekraïne doorwoekeren, met duizenden doden tot gevolg.
Op 14 september 2020 keurde de Oekraïense president, Volodymyr Zelensky, de nieuwe nationale veiligheidsstrategie van Oekraïne goed, die voorziet in 'de ontwikkeling van het onderscheidende partnerschap met de NAVO met als doel lidmaatschap van de NAVO'.
Eerste spanningen (februari–april 2021) Eerste Russische militaire troepenopbouw Op 21 februari 2021 deed het Russische ministerie van Defensie een aankondiging over de inzet van 3.000 parachutisten naar de grens voor 'grootschalige oefeningen'. De aankondiging werd gedaan na het harde optreden van de Oekraïense regering tegen Viktor Medvedtsjoek eerder die maand. Medvedtsjoek was een vooraanstaande pro-Russische Oekraïense oppositiepoliticus en magnaat met nauwe persoonlijke banden met de Russische president Vladimir Poetin. Een analyse door Time magazine, gepubliceerd in februari 2022, noemde de gebeurtenis het begin van de Russische militaire opbouw bij de grens van Oekraïne.
Suspilne beweerde op 3 maart dat separatisten van de zelfverklaarde volksrepubliek Donetsk (DPR) hadden verklaard dat ze toestemming hadden gekregen om 'preventief vuur voor vernietiging' te gebruiken op Oekraïense militaire posities.
Vanaf 16 maart begon de NAVO met een reeks militaire oefeningen die bekendstaan als Defender-Europe 2021. De militaire oefening, een van de grootste door de NAVO geleide militaire oefeningen in Europa in decennia, omvatte gelijktijdige operaties in meer dan 30 oefengebieden in 12 landen, waarbij 28.000 troepen uit 27 landen betrokken waren. Op de eerste dag van Defender Europe 2021 zag de Oekraïense SBGS-grenspatrouille in Soemy een provocerende Russische Mil Mi-8-helikopter op zich afkomen die op ongeveer 50 meter van de grens met Oekraïne in tegenovergestelde richting wegvloog.
Op 24 maart 2021 ondertekende de Oekraïense president, Volodymyr Zelensky, decreet nr. 117/2021 'tot goedkeuring van de strategie van de-bezetting en re-integratie van het tijdelijk bezette gebied van de Autonome Republiek van de Krim en de stad Sebastopol'. Twee dagen later vuurden Russische troepen mortieren af op Oekraïense posities nabij Soemy, waarbij vier Oekraïense militairen omkwamen.
Kolonel-generaal Roeslan Chomtsjak, opperbevelhebber van de strijdkrachten van Oekraïne, onthulde op 30 maart inlichtingenrapporten die wezen op een militaire opbouw door de Russische strijdkrachten aan de rand van Oekraïne, ter voorbereiding van de Russische militaire oefening Zapad 2021. Er bevonden zich 28 Russische tactische bataljons langs de Russisch-Oekraïense grens, voornamelijk op de Krim en de oblasten Rostov, Brjansk en Voronezj. Naar schatting waren 60.700 Russische troepen gestationeerd op de Krim en in de Donbas, met alleen al in Oost-Oekraïne 2.000 militaire adviseurs en instructeurs. Volgens Khomtsjak vormde de opbouw, waarvan men verwachtte dat deze zou toenemen tot 53 tactische bataljonsgroepen, een bedreiging voor de militaire veiligheid van Oekraïne. Dmitri Peskov, een woordvoerder van Poetin, was het niet eens met de Oekraïense verklaringen en beweerde dat Ruslands militaire bewegingen niet van belang waren voor buurlanden. 'Er werden beslissingen genomen over zaken van nationale veiligheid, dit zou niet "de minste zorg" moeten opleveren. Rusland vormt voor geen enkel land ter wereld een bedreiging, ook niet voor Oekraïne', zei Peskov.
Op 1 april weigerde Rusland het staakt-het-vuren in de Donbas te verlengen. Niet-officiële Russische bronnen, zoals het aan de Russische veiligheidstroepen gelieerde Telegram-account Military Observer, publiceerden op 2 april 2021 een video van de vlucht van een groep Russische Kamov Ka-52 en Mil Mi-28 gevechtshelikopters, waarbij benadrukt werd dat de vlucht op de Russisch-Oekraïense grens had plaatsgevonden.
Er werden aanzienlijke hoeveelheden wapens en uitrusting uit verschillende regio's van Rusland, zelfs vanuit Siberië, vervoerd naar de Russisch-Oekraïense grens en naar de Krim.
Aanhoudend geweld en escalatie Russische pro-Kremlin-media uitten op 3 april 2021 de beschuldiging dat een Oekraïense drone-aanval zou hebben geleid tot de dood van een kind in het separatistische deel van de Donbas. Meer details over dit vermeende incident werden echter niet gegeven. Vjatsjeslav Volodin, voorzitter van de Russische Doema, was van mening dat Oekraïense leiders 'verantwoordelijk moesten worden gehouden voor de dood van het kind', terwijl hij voorstelde Oekraïne uit te sluiten van de Raad van Europa (RvE). Op 5 april stuurden Oekraïense vertegenwoordigers van het Gemeenschappelijk Centrum voor Controle en Coördinatie (JCCC) een nota naar de speciale waarnemingsmissie van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) in Oekraïne met betrekking tot pro-Russische bedoelingen om de beschuldigingen te vervalsen. De volgende dag bevestigde de missie de dood van een kind in de Donbas, maar er kon geen verband worden gelegd met de vermeende Oekraïense drone-aanval.
Op 6 april 2021 kwam een Oekraïense militair om het leven als gevolg van beschietingen van Oekraïense posities nabij de stad Nevelske in Donetsk. Een andere soldaat werd in de buurt van Stepne gedood door een onbekend explosief. Als gevolg van de beschietingen was het waterpompstation in de 'grijze zone' tussen de dorpen Vasylivka en Kruta Balka in de Donbas spanningsloos, waardoor de watervoorziening in meer dan 50 nederzettingen werd stopgezet. Kort na de annexatie van de Krim in 2014 blokkeerde Oekraïne de stroom van het noordelijke Krimkanaal, dat 85 procent van het water van de Krim had geleverd. De reservoirs van de Krim raakten vervolgens uitgeput en er ontstonden watertekorten, waarbij naar verluidt in 2021 slechts drie tot vijf uur per dag water beschikbaar was. The New York Times meldde dat hoge Amerikaanse functionarissen zeiden dat het veiligstellen van de watervoorziening van de Krim een doel zou kunnen zijn van een mogelijke inval door Rusland.
Rusland plaatste schepen over tussen de Kaspische Zee en de Zwarte Zee. Bij de overdracht waren verschillende landingsvaartuigen en artillerieboten betrokken. Het Russische persbureau Interfax meldde op 8 april dat de bemanning en schepen van de Kaspische Flotilla bezig waren met de laatste marine-oefeningen, in samenwerking met de Zwarte Zeevloot.
Op 10 april 2021 beriep Oekraïne zich op paragraaf 16 van het Verdrag van Wenen en vroeg de OVSE om een bijeenkomst over de opbouw van Russische troepen in regio's nabij de Russisch-Oekraïense grens en de door Rusland bezette Krim. Het initiatief van Oekraïne werd door verschillende landen gesteund. De Russische delegatie verscheen niet op de vergadering en weigerde tevens uitleg te geven.