miniatuur|Seagull Mk.V op HMAS Australia miniatuur|Een vroege Supermarine Walrus I K5783, uit de eerste productieserie, kort voor de Tweede Wereldoorlog. Dit toestel is boordviegtuig geweest van de Nieuw-Zeelandse kruisers HMNZS Achilles en HMNZS Leander. miniatuur|Een Walrus taxiënd op zee miniatuur|Een Walrus wordt door een ’Indische tractor’ in positie gesleept op een Fleet Air Arm basis in India (ca. juni 1944). miniatuur|Een Walrus wordt gelanceerd vanaf de katapult van de HMS Bermuda (1943) miniatuur|Een Walrus landt op een vliegdekschip van de Royal Navy in de Indische Oceaan, na onder vuur een vlieger gered te hebben die was neergeschoten bij het aanvallen van Japanse posities op de Nicobaren. miniatuur|Luchtfoto van oesterbedden bij Narooma (New South Wales, genomen vanuit RAAF Seagull V A2-9 (1939) miniatuur|Supermarine Walrus van een trainingssquadron van de RNZAF (1944/45) miniatuur|Walrus van de Argentijnse Marine aan boord van de kruiser "La Argentina" (San Francisco, 1940) miniatuur|RAAF Seagull V A2-4 in het Royal Air Force Museum in Londen (2007) miniatuur|Walrus HD874 in het RAAF Museum in Melbourne (2010) miniatuur|Walrus L2301 in het Fleet Air Arm Museum in Yeovil (2011)

De Supermarine Walrus is een eenmotorige amfibische vliegboot vervaardigd door het Britse Supermarine Aviation Works. Het werd ontworpen door R.J. Mitchell, die ook de Supermarine Spitfire ontwierp. De Walrus was een van de langzaamste en lompst ogende vliegtuigen van de Tweede Wereldoorlog, maar het is ook een veelzijdig vliegtuig dat zo'n 30 jaar in gebruik is geweest.Whyte, Andrew C., HMS Howe and the Walrus at Riverside Museum (2018)

De Walrus vloog voor het eerst in 1933. Hij had dezelfde algemene configuratie als zijn voorganger, de Supermarine Seagull en de meeste andere door Mitchell ontworpen Supermarine vliegboten. De Walrus was ontworpen om te dienen als een vlootspotter die gelanceerd kon worden met een katapult op kruisers of slagschepen, maar werd ook veel gebruikt in andere rollen, met name als maritiem patrouillevliegtuig en als reddingsvliegtuig voor neergestorte vliegtuigbemanning. Hoewel het toestel de elegante lijnen ontbeerde die andere ontwerpen van Mitchell kenmerkten, zoals de Spitfire en de S.5, beschikte de Walrus over tal van innovaties voor de periode. Het was het eerste Britse vliegtuig met een volledig metalen romp, een volledig intrekbaar landingsgestel en een volledig gesloten cockpit. Het toestel werd door de bemanning "Shagbat" genoemd, en soms ook "Steam-pigeon" (Stoomduif), vanwege de stoom die ontstond als er water op de hete motor kwam. De Walrus werd bij de Australische marine "Pusser’s Duck" ("Duweend") genoemd.Royal Australian Navy, Supermarine Seagull V (Walrus) De naam van het toestel komt van de robbensoort Walrus (Odobenus rosmarus).

Geschiedenis In 1923 begon Supermarine na de eerste operationele ervaringen met het aanpassen van de Supermarine Seagull uit 1921, een kleine vliegboot, voornamelijk gemaakt van hout, met een motor die boven de romp tussen de onderste en bovenste vleugels geplaatst was. In 1923 ontwierp Mitchell de Supermarine Sheldrake een amfibische vliegboot bommenwerper met de romp van de Sea Eagle en de vleugels van de Seagull, waarvan alleen een prototype gebouwd werd en in 1924 de daarvan afgeleide Scarab met een duwpropeller, waarvan er 12 verkocht werden aan de Spaanse Aviación Naval (marine luchtvaartdienst) die ze inzette tijdens de Rifoorlog (1920-1926).Shelton, J., 23 mrt 2017, Mitchell’s Amphibian Bomber and an Enigma; The Scarab and the Sheldrake In 1925 ontwierp hij de tweemotorige Seamew, waarvan in 1927 twee prototypes gebouwd en getest werden.

Ontwikkeling In 1930 begon, aanvankelijk in eigen beheer, de ontwikkeling van een nieuw toestel naar aanleiding van een specificatie van de Royal Australian Air Force (RAAF) uit 1929 voor een klein katapultwatervliegtuig voor kruisers, aangezien de Seagull Mk.III die gebruikt werd in Australië niet katapulteerbaar was. Het nieuwe toestel werd Type 223 Seagull Mk.V genoemd, hoewel het alleen uiterlijk enigszins leek op de Seagull Mk.III uit 1925. Als gevolg van andere prioriteiten bij Supermarine vloog het voltooide prototype pas op 21 juni 1933. Vijf dagen later verscheen het op de open dag van de Society of British Aircraft Constructors (SBAC) in Hendon, waar testpiloot Joseph ‘Mutt’ Summers (die vooraf bij ontwerpers van Supermarine had gecheckt of het zou kunnen) de toeschouwers (waaronder R.J. Mitchell, die niet geïnformeerd was) opschrikte door met het plompe vliegtuig een looping uit te voeren. Dat was mogelijk omdat het vliegtuig versterkt was voor katapultlanceringen. Henry Knowler, hoofdontwerper van Saunders-Roe (‘Saro’), had de show samen met Mitchell bekeken en maakte gewag van Mitchells verbazing en schrik over de stunt die Summers met het vijf dagen oude prototype had uitgehaald. Tegen iedereen die hij tegenkwam herhaalde Mitchell: ‘He looped the bloody thing’.Sheldon, J., 12 mrt 2017, R.J.Mitchell's Walrus – 'he looped the bloody thing', „ … Henry Knowler, Chief Designer at Saunders Roe who watched the display in the company of Mitchell, reported the designer’s understandable surprise and anxiety at the low level antics of the five-day old prototype. ‘He looped the bloody thing,’ Mitchell kept repeating to everyone he met. …" (nl: )

In augustus 1934 plaatste de Australische marine een order voor 24 iets aangepaste Type 228 ‘Seagull V’s voor gebruik op de Australische vliegtuigtender HMAS Albatross en als boordvliegtuig van Australische kruisers. Deze werden in 1935 geleverd. Dit type 228 verschilt van het prototype en de latere Walrussen door de Handley-Page-slats (en: slat of leading-edge flap, nl: slat of vleugelvoorrandklep) op de bovenste vleugels.Asisbiz.com, Supermarine Walrus In 1935 bestelde de Britse Royal Navy voor haar Fleet Air Arm 18 exemplaren van een verder ontwikkelde versie (type 236) dat de naam Walrus kreeg, en de meest gebouwde Britse vliegboot zou worden. Datzelfde jaar volgden nog orders voor 8 en 28 exemplaren, en in 1938 een order voor 168 Walrussen.

Ontwerp Net als veel andere Supermarine vliegboten zoals de Seagull, Sheldrake en Seamew was het nieuwe toestel een tweedekker. Het heeft echter een metalen monocoque romp, omdat uit ervaring was gebleken dat houten rompen onder tropische omstandigheden snel verslechteren. De bootromp met één ‘step’ heeft rechte zijkanten, rechte kimmen en knikspanten met een V-bodem. De romp is gemaakt van alclad, een sterke en corrosiebestendige aluminiumlegering. Inwendige delen zijn van duraluminium en katapultspoelen en hijsbevestigingen van rvs smeedstukken. Iedere vleugel bestaat uit twee rvs hoofdspanten (voor en achter) met multiplex voorrand en ribben. Ze zijn bekleed met iers linnen en gelakt met spanlak. De vleugels wijken 7½° naar achteren De onderste vleugels zijn bovenaan de romp geplaatst (‘schouderpositie’) en aan iedere kant is er een alclad stabilisatiedrijver onder bevestigd. De bovenvleugels zijn met rvs struts en tuidraden 2,44 meter (96 in) boven de ondervleugels bevestigd. De vleugels staan in een zeer lichte ‘V’-stand (dihedraal): de bovenvleugels 1°, en de ondervleugels 3°.Manufacterer’s DiagramBritmodeller, Supermarine Walrus In de bovenste vleugels zitten twee brandstoftanks verwerkt van elk 341 liter (75 imp gal). Om de Walrus op schepen zo min mogelijk schaarse scheepsruimte te laten innemen, kunnen de vleugels worden ingeklapt, waardoor het vliegtuig een minimale breedte krijgt van 5,33 meter (17 ft 6 in). De stabilo’s zijn hoog op het kielvlak bevestigd, en aan weerszijden geschoord door twee struts. Het dakraam en de zijramen van de cockpit kunnen opengeschoven worden. Al het glas is veiligheidsglas.

Het prototype had een Bristol Pegasus II LaP motor, N-struts bij de stabilo’s en een extra, externe oliekoeler aan de buiten aan de stuurboordzijde van de motorgondel.

De eerste productietoestellen werden voorzien van een enkele 4-takt 9-cilinder Bristol Pegasus II M2 stermotor van 620 pk (460 kW). Vanaf 1937 werd de krachtiger Pegasus VI van 750 pk (560 kW) gemonteerd, wat de topsnelheid met 16 km/u (10 mph) verhoogde. De motor is geplaatst aan de achterzijde van een gestroomlijnde alclad nacelle die op vier rvs struts bovenop de ondervleugel gemonteerd is, en met vier kortere rvs struts ook aan het middengedeelte van de bovenvleugel bevestigd is. Verder zit voorin de nacelle een torusvormige olietank, rondom de luchtinlaat, om zo ook als oliekoeler te fungeren. Verder bevat de nacelle elektrische apparatuur en heeft hij een aantal toegangspanelen voor onderhoud. De motor drijft een vierbladige houten duwpropeller aan. De duw-propeller heeft bij een amfibie van dit formaat als voordelen dat de motor en propeller verder uit de buurt van opspattend water zijn, de piloot een goed zicht naar voren heeft, en dat het geluidsniveau in het vliegtuig minder is. Bovendien is de propeller veilig uit de buurt van die bemanningsleden op de boeg staan bv. bij het oppakken van een landvast. Het nadeel is dat de propeller erg dicht bij de staart van het vliegtuig is en de invloed van de vortex van de propeller op het richtingsroer een neiging tot gieren veroorzaakt. Om dat tegen te gaan is de motor 3° schuin geplaatst (de voorzijde bevindt zich iets links (bakboord), en de achterzijde iets rechts (stuurboord) van de middenlijn van de romp).

Het landingsgestel bestaat uit twee hoofdwielen en een staartwiel. De hoofdwielen, elk op een hydraulische schokdemper (‘oleo-strut’), kunnen omhooggeklapt worden in uitsparingen in de ondervleugel. Het massief aluminium staartwiel wordt omsloten door een klein waterroer. Het staartwiel met waterroer kan aan het richtingsroer kon worden gekoppeld om te taxiën, en wordt losgekoppeld bij opstijgen en landen. Het massieve wiel werd later vervangen door een wiel met rubberband. Nadat in 1935 een van de prototypes een waterlanding maakte met het onderstel neergelaten en over de kop sloeg (waarbij de inzittenden slechts lichte verwondingen opliepen), werd de Walrus een van de eerste vliegtuigen die werd uitgerust met een onderstelpositie-indicator op het instrumentenpaneel.

Hoewel het vliegtuig meestal met één piloot vliegt, zijn er posities voor twee. De piloot zit aan de linkerkant, op een vaste stoel met het instrumentenpaneel ervoor. De rechterstoel en de tweede set pedalen kunnen worden weggeklapt, waardoor via een kruipgang het neusluik bereikt kan worden. Bijzonder is dat de stuurkolom van de co-piloot verbonden is aan die van de piloot met een horizontale stang net boven de vloer, die en snel en eenvoudig los- en aangekoppeld kan worden, zelfs tijdens de vlucht. De tweede stuurkolom was gewoonlijk niet in gebruik, maar opgeborgen tegen de zijwand. Achter de cockpit is een kleine cabine met het werkstation voor de navigator met aan beide zijden een observatievenster, en daarachter het werkstation met de apparatuur van de radio-operator.

Bewapening Machinegeweren Voor zelfverdediging beschikt de Walrus over twee of drie 7,7 mm (.303 inch) Vickers K machinegeweren op. Eén bij het luik voor op de neus/boeg van het toestel, en een enkel of dubbel machinegeweer bij het luik ‘midscheeps’ bovenop de romp. Bij het prototype waren de mitrailleurs nog bevestigd op ‘scarff ring’ affuiten, maar de productiemodellen zijn voorzien van een halfronde ‘skaterail’ bij ieder luik, waarop een ‘skate’ met penaffuit loopt. Wanneer ze niet gebruikt worden kunnen de wapens oplaag geklapt worden, zodat de luiken dicht kunnen. De achterste helft van het ronde luik midscheeps kan omhoogeklapt vastgezet worden, en vervolgens met de rest van het luik richting de voorkant van het toestel weggeschoven worden, en vormt zo een windscherm voor de schutter.

Bomlast