Gerard Willem Huygens (Rotterdam, 6 december 1912 – 's-Gravenhage, 5 september 2002) was een Nederlandse letterkundige.
Huygens was van 1944 tot 1978 leraar aan het Rotterdamsch Lyceum. In 1945 promoveerde hij aan de Leidse universiteit op een sociologisch-litteraire studie over de ontwikkeling van het letterkundig leven in Nederland sedert de 18e eeuw getiteld "De Nederlandse auteur en zijn publiek". Hij was een groot bewonderaar van Multatuli en andere 19e-eeuwse literatoren. Hij bezorgde diverse heruitgaven van Multatuli, Hendrik Tollens, Betje Wolff en anderen en voorzag die uitgaven van een inleiding. Hij schreef teksten over de Nederlandse literatuur voor de Moderne encyclopedie der wereldliteratuur en de Encyclopaedia Britannica. Hij was mede-oprichter en jarenlang voorzitter van de Rotterdamse afdeling van het Humanistisch Verbond. In die rol verzorgde hij voor de VARA in de jaren 1946-1956 lezingen in de radiorubriek ‘Geestelijk leven’. In de periode 1953 tot 1970 was hij als medewerker verbonden aan de NRC. Ook schreef hij voor het Algemeen Dagblad (toneelkritieken). Hij was lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Ook was hij als docent "literatuurgeschiedenis van 1780 tot 1940" verbonden aan de M.O.-B-opleiding van de Rotterdamse Nutsacademie. Hij vervulde tal van bestuurlijke functies in de Nederlandse literaire wereld, zoals het Tollensfonds en het Multatuli Genootschap.
Huygens was ridder in de Orde van Oranje-Nassau.
Bibliografie (selectie) De Nederlandse auteur en zijn publiek, Amsterdam, 1945 (proefschrift) Wordend kristal : kwatrijnen / Garmt Stuiveling, Querida, Amsterdam 1946 R.S.G., 1921-1951 : Rotterdams Studenten Gezelschap, Rotterdams Technisch Studenten Gezelschap : lustrum-Skald, Rotterdam, 1951 Jacob van Lennep: Ferdinand Huyck, J. Muusses, Purmerend, 1953 Met en zonder hoge hoed : uitgave van het R.S.G. ter gelegenheid van zijn 7e lustrum, Rotterdamsch Studenten Gezelschap, Rotterdam, 1956 Nachtschade : keur uit de aforismen door J. Greshoff, samengesteld door G.W. Huygens, met een inleidende studie door Adriaan van der Veen, Stols, 's Gravenhageg, 1958 Lode Baekelmans, met medewerking van: Ludovicus Henricus Baekelmans, A. Manteau, Brussel, 1960 Louis Couperus, Eline Vere, Muusses, Purmerend, 1962 De overwintering der Hollanders op Nova Zembla in de jaren 1596 en 1597 : gevolgd door avondmijmering / H. Tollens , Tjeenk Willink/Noorduijn, Wolle, 1964 De zielen rijpen van verdriet, August van Cauwelaert, bloemlezing uit zijn gedichten, met bibliografie, Heideland, Hasselt, 1967 Max Havelaar, of de koffieveilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappij, met toelichting, Ad Donker, Rotterdam, 1965, (met vele herdrukken) De man met de zilveren hoed, Adriaan van der Veen, inleiding: G.W. Huygens, Querido, Amsterdam, Wolters, Groningen, 1967 Hendrik Tollens: de dichter van de burgerij, Nijgh & Van Ditmar, Rotterdam, 's-Gravenhage, 1972 Holland in het jaar 2440, gevolgd door "Brief over Holbach en Mercier", Betje Wolff, Manteau, Brussel, 's-Gravenhage, 1978 Bloemlezing uit de werken van Multatuli, Kruseman, 's-Gravenhage, 1976 Minnezangen en idyllen, door Hendrik Tollens., inleiding: G.W. Huygens, Elsevier Manteau, Antwerpen, 1980 Bloemlezing uit de werken van Multatuli, voorwoord: G.W. Huygens, ICOB, Alphen aan den Rijn, 1981 Uit de kunst : 75 jaar Rotterdamsche Kunst Kring, Stichting Historische Publicaties Roterodamum, 1985 Adriaan van der Veen, Amsterdam, 1986 (een geheel herziene versie van de oorspronkelijk door Martin Mooij geschreven biografie) Saïdjah en Adinda, met toelichting, Ad. Donker, Rotterdam, 1988.
Categorie:Nederlands schrijver