Polyglotta Africana is een studie die in 1854 door de Duitse missionaris Sigismund Wilhelm Kölle (1823–1902) werd gepubliceerd, waarin de auteur 280 woorden van 200 Afrikaanse talen en dialecten vergelijkt (of ongeveer 120 verschillende talen volgens de huidige classificatie; verschillende variëteiten die als verschillend werden beschouwd door Koelle werden later ingedeeld bij dezelfde taal). Als vergelijkend taalonderzoek was het een grote doorbraak op dat moment.

Koelle baseerde zijn materiaal op observaties uit de eerste hand, met name vrijgelaten slaven in Freetown, Sierra Leone. Hij transcribeerde de data met behulp van een uniform fonetisch schrift. Koelles transcripties waren niet altijd accuraat; zo verwisselde hij voortdurend de en de en de en de . Zijn data waren echter consistent genoeg om groepen talen te classificeren op basis van gelijkenissen in woordenschat. Een aantal van de groepen die hij voorstelde komen overeen met moderne groeperingen: Noordwestelijk Atlantisch — Atlantisch Noordwestelijk Hoog-Sudan/Mandenga — Mandé Noordoostelijk Hoog-Sudan — Gur

Hoewel de studie van Koelle niet de eerste studie was die verschillende Afrikaanse talen vergeleekHair (1966a) (bijvoorbeeld, een missionaris met de naam John Clarke publiceerde een vergelijkbaar werk in 1848,Clarke (1848/9); cf. Hair (1966b). en nog eerder had Hannah Kilham Specimens of African Languages, Spoken in the Colony of Sierra Leone in 1828 gepubliceerd), maar in zijn nauwkeurigheid en gedetailleerdheid overtrof het alle andere en is het vandaag de dag nog steeds bruikbaar.

Waarde van het werk De Polyglotta Africana was tweede werk dat werd uitgevoerd door Koelle tijdens zijn vijf jaar in Sierra Leone, het eerste werk was een grammatica van de taal Vai in 1849.Houis (1966) stelt op p. 137 dat Polyglotta Africana werd onderzocht tussen april 1850 en juli 1852. Curtin & Vansina (1964) stellen op p. 186 dat het boek grotendeels werd samengesteld in 1849. Het idee hierachter was om het feit dat Sierra Leone een 'melting pot' van ex-slaven van over heel Afrika was te gebruiken om een lijst van 280 basiswoorden samen te stellen (een soort vroege Swadeshlijst) in zo'n 160 talen en dialecten. Deze werden zoveel mogelijk ingedeeld in families. De meeste informanten die aan dit werk bijdroegen kwamen uit West-Afrika, maar er waren ook anderen afkomstig uit landen zo ver weg als Mozambique. Eén gebied dat ontbrak was de Swahili kust van Kenia en Tanzania, omdat het schijnt dat slaven uit die regio voornamelijk noordwaarts naar Zanzibar en Arabië werden gebracht in plaats van zuidwaarts naar Amerika en Brazilië.Curtin & Vansina (1964), p. 189. De uitspraak van alle woorden werden zorgvuldig genoteerd met een alfabet vergelijkbaar met, echter niet identiek aan, dat van Karl Richard Lepsius, dat op dat moment nog niet beschikbaar was.Solleveld (2020), sectie 2. De naam van het boek werd geimiteerd van een bekend werk met de naam Asia Polyglotta (1823) door de Duitse onderzoeker Julius Klaproth.Solleveld (2020), sectie 1.

De waarde van de lijst is niet enkel taalkundig, omdat het werk niet enkel de woorden zelf bevat, maar ook dat Koelle een korte biografie van iedere informant opstelde, met geografische informatie over hun plaats van herkomst en indicatie van hoeveel anderen in Sierra Leone zij kenden die dezelfde taal spraken. Deze informatie, gecombineerd met een census van Sierra Leone uitgevoerd in 1848, is waardevol gebleken voor historici die de Afrikaanse slavenhandel in de 19e eeuw onderzochten.Curtin & Vansina (1964), p. 186. Van de 210 informanten, waren 179 ex-slaven (twee van hen vrouw), terwijl de rest voornamelijk handelaar of zeeman was.Hair (1965), p. 193. Een analyse van de data toont dat Koelles informanten voornamelijk mannen van middelbare leeftijd of bejaarde mannen waren die tien jaar of langer in Freetown woonden. Driekwart van de ex-slaven had hun thuisland meer dan tien jaar eerder verlaten en de helft van hen meer dan 20 jaar eerder; en driekwart van de informanten was boven de 40 jaar.Hair (1965), p. 195. Een ander interessant facet van het boek is de manier waarop de informanten tot slaaf waren gemaakt. Sommigen waren krijgsgevangen genomen, anderen ontvoerd, weer anderen verkocht door een familielid en de rest was veroordeeld voor een schuld of schuldig bevonden aan een misdaad.Hair (1965), pp. 196–200.

Bij een boek zat een kaart van Afrika met de geschatte locatie, in zoverre die kon worden vastgesteld, van iedere taal, voorbereid door de cartograaf August Heinrich Petermann.

De transcriptie Het was niet Koelles doel om enig gepubliceerd materiaal van de talen die hij opschreef te gebruiken, maar om uniformiteit te behalen door als een persoon één enkel fonetisch systeem voor iedere taal te gebruiken. De orthografie die hij uiteindelijk koos, na discussies in Londen, was niet die van Karl Richard Lepsius (zoals soms wordt beweerd), omdat die nog niet was gepubliceerd, maar was gebaseerd op een kort document dat in 1848 was uitgebracht door Henry Venn van de Church Missionary Society met de titel Rules for Reducing Unwritten Languages to Alphabetical Writing in Roman Characters With Reference Specially to the Languages Spoken in Africa.Spencer (1966), pp. 88–95, waarin Venns document volledug wordt geciteerd. Het doel hiervan was om een simpel praktisch spellingssysteem voor onderwijsdoeleinden te ontwerpen met zo min mogelijk diakritische tekens. Koelle was echter op zoek naar een accurater fonetisch systeem en voegde diakritische tekens toe. Hij behield zeven van de acht klinkers van Venns systeem (i, e, ẹ, a, ọ, o, u, maar liet de ạ van het Engelse "but" weg) maar voegde lengtetekens toe, een punt voor nasalisatie en een accent om de lettergreep met hoofdklemtoon aan te geven. (Anders dan in Lepsius' alfabet, zijn de ẹ en ọ open en geen gesloten klanken.) Hij wijzigde Venns alfabet door dṣ op te schrijven voor de klank van de Engelse woorden "judge" en "church" (deze twee blijkbaar met elkaar verwarrend) en n gevolgd door een punt (n˙) voor de "ng"-klank van "zingen". Toen Koelle hoorde van Lepsius' alfabet in 1854, maakte hij er direct gebruik van in zijn grammatica van Kanuri, waarin hij schreef:

"Ik vind het jammer dat dit systeem niet eerder werd uitgebracht, zodat ik het ook had kunnen gebruiken in mijn grammatica van het Vei en in Polyglotta Africana. Gelukkig echter benadert de orthografie die ik in deze boeken uitwerkte het systeem van Prof. Lepsius al zeer dicht, waardoor enkel kleine aanpassingen benodigd waren."Solleveld (2020), §2.

Koelles woordenlijst In de introductie vertelt Koelle ons dat hij selectie van woorden wilde hebben die simpel genoeg zou zijn voor ieder informant om op één dag af te nemen en daarom liet hij persoonlijk voornaamwoorden weg, die veel langer zouden duren om te eliciteren. Hij voegt eraan toe dat hij een paar jaar eerderEen voetnoot in Lapsansky-Werner & Bacon (2005), op p. 255, stelt dat Koelle al een kort bezoek aan Sierra Leone had gebracht in 1843 onder de auspiciën van de Church Missionary Society. tijdens een lange vakantie al vergelijkbare lijst van slechts 71 talen had opgesteld en dat hij bij het maken van de huidige lijst had geleerd van die ervaring.

De daadwerkelijke lijst (de spelling is van Koelle) is de volgende:

De talen

Zoals de lijst van talen en landen hieronder toont, komen de meeste van Koelles talen uit West-Afrika. Dit is voornamelijk het geval omdat de meerderheid van de slaven die werden onderschept door de Britse Marine en verscheept werden naar Sierra Leone uit die regio kwamen.Curtin (1969), pp. 291–298. Een andere factor was dat het aantal verschillende talen in West-Afrika hoger lag dan in sommige andere delen van Afrika. Bijvoorbeeld, Kameroen alleen schijnt 255 verschillende talen te hebben.Kouega, Jean-Paul. 'The Language Situation in Cameroon', Current Issues in Language Planning, vol. 8/no. 1, (2007), pp. 3-94. Eén gebied dat ontbreekt is de Swahilikust van Kenia en Tanzania, blijkbaar omdat slaven die daar gevangen werden niet naar Sierra Leone maar naar Zanzibar werden verscheept.

Koelles taalnamen worden gegeven in de linkerkolom van de tabel hieronder: sommige diaktritische tekens (zoals het puntje onder de ẹ en ọ, enhet accent aigu) zijn weggelaten. De groeperingen zijn die van Koelle. De grotere worden door Koelle opgedeeld in kleinere groepen, die niet in de tabel worden getoond.

Namen binnen rechte haken zoals [Aku] zijn tussenkopjes van talen en hebben zelf geen woorden. Het aantal talen of dialecten gerepresenteerd op de dubbelzijdige bladzijde van Koelles boek is daarom precies 200, verdeeld over vier kolommen van ieder 50 talen.