De Valoistapijten (Frans: tapisseries des Valois of Fêtes des Valois) is een serie van acht wandtapijten, die in de jaren 1570 of 1580 geproduceerd werden in de Zuidelijke Nederlanden, waarschijnlijk in Brussel. Het ontstaan van de tapijten – formeel zonder titel, maar meestal aangeduid als Valoistapijten – is tot op heden in onzekerheid gehuld. Wel is duidelijk dat ze al kort na hun ontstaan onderdeel werden van de kunstcollectie van de Medici-familie, later van het Uffizimuseum in Florence. De tapijten vertegenwoordigen, naast hun kunsthistorische waarde, een grote historische waarde, vanwege de gedetailleerde afbeeldingen van festiviteiten aan het Franse hof en portretten van historische personen uit de tweede helft van de zestiende eeuw, met als centrale figuur de vermoedelijke opdrachtgeefster, Catharina de' Medici. De Valoistapijten, met hun connotatie van excessief hofleven, ridderlijkheid en politieke intrige, worden gerekend tot de meest ambitieuze ondernemingen uit de Europese renaissance.'Cleveland Museum of Art Debuts Newly restored Valois Tapestries', op artandobject.com, 19 november 2018.
Geschiedenis In 1860 werden in het depot van het Uffizimuseum in Florence acht Vlaamse wandtapijten uit de tweede helft van de zestiende eeuw 'ontdekt', die daar decennialang vrijwel onopgemerkt opgeslagen waren geweest. Vanaf begin twintigste eeuw wekten ze de interesse van zowel kunsthistorici als historici. Hoewel ze inmiddels behoren tot de beroemdste voorbeelden van Vlaamse tapijtweefkunst, is over hun ontstaan en vroegste geschiedenis vrijwel niets met zekerheid bekend. Wetenschappers als Aby Warburg, Nicolas Ivanoff, Jean Ehrmann, Frances Yates, Gerardina Tjaberta van Ysselsteyn, Robert Knecht, Jean Coural, Roy Strong, Léon de Groër, Lisa Jardine, Jerry Brotton, Pascal-François Bertrand en Ewa Kociszewska hebben zich gebogen over vragen met betrekking tot de opdrachtgever(s), het (politiek) doel van de opdrachtgevers, de afgebeelde personen, de kunstenaars die aan het project meewerkten, en de werkplaats(en) waar de tapijten geweven zijn. Door het geheel ontbreken van aanwijzingen uit de archieven is men tot nu toe niet verder gekomen dan afgewogen en met redenen omklede theorieën. Wel werd al vrij vroeg vastgesteld dat de tapijten tot een en dezelfde serie behoorden, dat de afgebeelde taferelen de door Catharina de' Medici georganiseerde extravagante hoffeesten betroffen (de zogenaamde ), en dat de meeste afgebeelde personen leden van het Huis Valois en van de hun omringende hofhouding voorstelden. De naam 'Valoistapijten' was daarmee geboren.
Opdrachtgever(s) en doel In 1959 publiceerde de Britse historica Frances A. Yates The Valois Tapestries, de meest complete monografie over de Valoistapijten tot op heden. Yates trachtte daarin antwoord te geven op de vele vragen rondom de tapijten en ging daarbij de controverse niet uit de weg. Volgens haar waren de tapijten tussen 1582 en 1585 te Antwerpen geproduceerd in opdracht van Willem van Oranje, die ze als diplomatieke gift aan Catharina de' Medici schonk. Oranje hoopte daarmee de steun van de Franse koningin-moeder te krijgen om haar zoon Frans van Anjou ertoe te bewegen de wapens op te nemen tegen Spanje. De hertog van Anjou was in 1580 door de Staten-Generaal van de Nederlanden aangesteld als landvoogd, maar weigerde zijn troepen in te zetten ter ondersteuning van de Nederlandse opstand tegen Spanje. Volgens Yates zouden de afgebeelde taferelen, behalve een eerbewijs aan De' Medici, de verzoening tussen katholieken en protestanten illustreren.Kociszewska (2016), p. 1.
In de latere literatuur wordt voortdurend verwezen naar Yates' uitmuntende studie naar deze bijzondere tapijtenserie, maar het door haar voorgestelde opdrachtgeverschap van Willem van Oranje wordt niet langer als een serieuze optie gezien. Tegenwoordig wordt algemeen aangenomen dat Catharina de' Medici in de jaren 1570 (sommigen houden vast aan de jaren 1580) zelf de opdrachtgeefster was, waarbij de verheerlijking van het Huis Valois (en dan met name Catharina's zonen en dochters) het beoogde doel was. Dat ze zelf op zeven van de acht tapijten is afgebeeld – weliswaar klein in de meeste gevallen –, zal evenmin toeval zijn.Bertrand (2006/2007), p. 29. Mogelijk wenste ze tevens de spectaculaire, meerdaagse "magnificences" te vereeuwigen, die zij te Fontainebleau in 1564, in Bayonne in 1565, en in de Tuilerieën in 1573 had georganiseerd. Indien dat laatste het doel was, is zij daarin zeker geslaagd, aangezien de tapijten de meest gedetailleerde en levendige getuigen van deze extravagante hoffeesten zijn. De dynastie, waarvan zij het voortbestaan had trachten te verzekeren, eindigde echter enkele maanden na haar dood met de moord op haar zoon Hendrik III.
Ontwerpers en producenten Omdat concrete informatie over de totstandkoming van de tapijtenserie ontbreekt, zijn ook de namen van de kunstenaars die er aan meewerkten onderwerp van speculatie. Wel kon met vrij grote zekerheid worden vastgesteld dat de belangrijkste taferelen in de Valoistapijten gebaseerd zijn op prenten van Antoine Caron. Van zes van de acht taferelen is een ontwerptekening (weliswaar niet geheel identiek en zonder de voorgrondfiguren) van Antoine Caron bewaard gebleven; alleen bij La barrière en L'éléphant ontbreken deze. Niet duidelijk is of de tekeningen van Caron bedoeld waren als ontwerp voor de feesten zelf, voor een serie prenten of schilderijen van de feesten, of voor de tapijten.
De originele kartons van de Valoistapijten zijn verloren gegaan. Mogelijk zijn ze vernietigd om te voorkomen dat er kopieën van de tapijten gemaakt konden worden. Volgens Yates was het de Vlaamse kunstenaar Lucas d'Heere, die de prenten van Caron omwerkte tot bruikbare kartons voor de tapijtwevers. D'Heere had al omstreeks 1560 kartons vervaardigd in opdracht van Catharina de' Medici en was omstreeks 1580 in dienst van Willem van Oranje. Mogelijk zijn er nog andere kunstenaars bij het project betrokken geweest, bijvoorbeeld voor het ontwerpen van de levensgrote portretten of de decoratieve tapijtranden. Die laatste zijn wellicht ontworpen door een kunstenaar die voor dat specifieke doel in dienst was van een weefatelier.Kociszewska (2016), p. 2.
De tapijten zijn vermoedelijk omstreeks 1575, of kort na 1580, ontstaan in de toenmalige Spaanse Nederlanden, waarschijnlijk in Brussel of Antwerpen, destijds belangrijke centra van tapijtweefkunst. Ze zijn geweven van wol en zijde met goud- en zilverdraad. Geschat wordt dat er ongeveer een jaar aan gewerkt is, aan vier verschillende weefgetouwen.'The full-colour beauty of the recently restored Catherine de’ Medici tapestries is revealed in this catalogue', op theartnewspaper.com, 20 februari 2020. De tapijten bevatten twee weversmerktekens (MGP en WF), die tot op heden niet geïdentificeerd konden worden. Zes van de acht tapijten zijn bovendien aan de randen gemerkt met het merkteken BB (Brussel, Brabant), wat moeilijk anders te interpreteren is dan dat ze in die stad geweven zijn. De kunsthistorica Frances Yates negeerde bewust de betekenis van de merktekens en argumenteerde dat de omstandigheden juist wezen op Antwerpen als meest waarschijnlijke plaats van ontstaan.Bertrand (2006/2007), p. 27.
thumb|Palazzo Pitti in 1664 thumb|Drie van de tapijten in The Cleveland Museum of Art in 2018
Verblijfplaatsen; restauratie Aangenomen wordt dat Catharina de' Medici (1519-1589) de tapijten schonk aan haar favoriete kleindochter Christine van Lotharingen (1565-1637), mogelijk in mei 1589 bij gelegenheid van Christina's huwelijk met Ferdinando I de' Medici, groothertog van Toscane. In hetzelfde jaar werden in elk geval acht tapijten met ongeveer dezelfde afmetingen als de Valoistapijten genoemd in een inventaris van Christina's bezittingen te Florence. Daarbij werd expliciet vermeld dat de tapijten door Catharina de' Medici bij leven geschonken waren; dus niet als deel van de erfenis. Dit gegeven leidde de kunsthistorica Ewa Kociszewska ertoe te veronderstellen dat de tapijten van den beginne bedoeld waren als geschenk voor Christina van Lotharingen, met wie Catharina de' Medici een speciale band had.Kociszewska (2016), p. 10.
De tapijten hingen daarna met vrij grote zekerheid in het Palazzo Pitti, een van de stadspaleizen van de Medici's in Florence. Berichten over hun aanwezigheid daar zijn er echter nauwelijks. Mogelijk werden ze niet gezamenlijk tentoongesteld door gebrek aan een geschikte ruimte. Vanaf eind negentiende eeuw hingen ze in het Palazzo della Crocetta, eveneens een voormalig paleis van de Medici's, dat toen in gebruik werd genomen als tapijtenmuseum (tegenwoordig archeologisch museum).'Valois Tapestries Series' en 'Attack on an Elephant Valois Tapestries Series', op friendsoftheuffizigallery.org. Van 1966 tot 1987 hingen ze in de Galleria degli Uffizi, het voormalige bestuurs- en administratiegebouw van de familie De' Medici.
Hoewel de acht Valoistapijten zich gezien hun ouderdom nog in redelijk goede staat bevonden, was hun conditie eind twintigste eeuw zodanig dat het Uffizimuseum het niet langer verantwoord achtte om ze permanent tentoon te stellen. In 1987 werden ze opgerold en in een beschermde omgeving opgeslagen, in afwachting van hun restauratie. Van 1998 tot 2008 werd, als eerste, Carrousel des chevaliers gerestaureerd, met steun van de Italiaanse staat. Met financiële hulp van de Amerikaanse tak van The Friends of the Uffizi Gallery lukte het om tussen 2015 en 2018 nog vijf tapijten te restaureren. De tapijten werden door een restauaratieteam onder leiding van Costanza Perrone Da Zara en Claudia Beyers zorgvuldig schoongemaakt, waarbij tevens de verflaag werd verwijderd, waarmee delen van het tapijt in de achttiende en negentiende eeuw waren 'opgefleurd'. Geoxideerde metaaldraden werden ontdaan van roest, en versleten en gerafelde delen werden gerepareerd.
In 2018-2019 waren zes van de acht tapijten – La barrière en Quintaine waren nog niet gerestaureerd – voor het eerst na lange tijd weer te zien in het Cleveland Museum of Art in Cleveland (Ohio) in een tentoonstelling getiteld Renaissance Splendor: Catherine de' Medici's Valois Tapestries.
Beschrijving De complete serie Valoistapijten bestaat uit acht grote wandtapijten, die alle een feestelijke gebeurtenis aan het hof van Catharina de' Medici (1519-1589) uitbeelden. De in Italië geboren Catharina was van 1547 tot 1559 koningin-gemalin van Hendrik II van Frankrijk (1519-1559) en daarna dertig jaar lang regentes en invloedrijke koningin-moeder van drie van haar zonen uit het Huis Valois: Frans II (1544-1560), Karel IX (1550-1574) en Hendrik III (1551-1589). Zoals de tapijtenserie geen formele benaming kent, zo hebben de afzonderlijke tapijten evenmin een officiële titel. De hier gebruikte Franstalige titels zijn, even als de Engelstalige titels, deels ontleend aan de tekeningen van Antoine Caron. Ze zijn in de loop der jaren min of meer ingeburgerd geraakt in de kunsthistorische literatuur.
Fontainebleau Het wandtapijt Attaque de Vue devant le château de Fontainebleau, kortweg aangeduid als Fontainebleau (afmetingen: 404 x 344 cm) toont een in scène gezet 'watergevecht' bij het Kasteel van Fontainebleau. Het spektakel werd vermoedelijk in juni 1564 door Catharina de' Medici georganiseerd, kort voordat ze met haar zoon, de jeugdige koning Karel IX van Frankrijk, begon aan een achttien maanden durende 'Grand Tour' door Frankrijk, ter bevestiging van het koningschap van de jonge vorst. Te zien is hoe heldhaftige mannen "gevangengenomen" vrouwen bevrijden, die opgesloten zitten in een nagebouwd kasteel, omringd door een voor die gelegenheid aangelegd meertje. De centrale figuren aan de rechterkant zijn vrijwel zeker de opvolger van Karel IX, zijn broer Hendrik III, en diens vrouw Louise van Lotharingen (1553-1601).
La barrière