thumb|Zilveren groot of 'voetdrager', geslagen onder Albrecht van Beieren. Muntplaats: Dordrecht 1389-1404. Albrecht van Beieren, ook wel Aalbrecht (München, 25 juli 1336 - Den Haag, 16 december 1404) was graaf van Holland, Henegouwen en Zeeland en hertog van Beieren-Straubing uit het Huis Wittelsbach.D.E.H. de Boer, 'Een vorst trekt noordwaarts. De komst van Albrecht van Beieren naar de Nederlanden (1358) in het licht van de ontwikkelingen in het Duitse Rijk', in: D.E.H. de Boer en J. Marsilje (eds.), De Nederlanden in de late middeleeuwen (Utrecht 1987) pp. 283-309; Antheun Janse, Grenzen aan de macht. De Friese oorlog van de graven van holland omstreeks 1400 (den Haag 1993); Corien Glaudemans, Om die wrake wille. Eigenrichting, veten en verzoening in laat-middeleeuws Holland en Zeeland (Hilversum 2004); Zie voor de overlijdensdatum van Albrecht van Beieren: M.J. Waale, De Arkelse oorlog 1401-1412. Een politieke, krijgskundige en economische analyse (Hilversum 1990) p. 108.
Biografische gegevens Albrecht van Beieren was de derde zoon van de Duitse keizer Lodewijk de Beier en diens tweede echtgenote Margaretha, gravin van Holland, Zeeland en Henegouwen. Na de dood van zijn vader werd hij in 1347 hertog van Beieren-Straubing.
Hoewel hij in het Beierse Straubing een groot slot bezat, woonde hij na 1358 vooral in Den Haag. Hij bestuurde Holland en Zeeland sinds 1358 als voogd voor zijn geestzieke broer Willem V met de titel 'ruwaard' en na diens dood in 1389 op eigen titel.
Huwelijken, kinderen en bastaardkinderenLudovic Nys, 'Les Bavière-Straubing de Basse-Bavière, Hainaut, Hollande, Zélande et Frise. Essai de chrono-généalogie. De Marguerite d'Avesnes, seconde épouse de Louis IV de Bavière, à la mort de Jacqueline de Bavière (1324-1426)' in: Ludovic Nys en Alain Marchandisse, Les Bavière-Straubing 1347-1436. Hollande, Zélande et Frise, Hainaut, Straubing (Lille 2023) 27-74. Albrecht trouwde op 24 juli 1353 met Margaretha van Brieg (1342/43 - 28 februari 1386), dochter van Lodewijk I van Brieg, hertog van Brieg en Liegnitz, en van Agnes van Glogau en kreeg met haar zeven kinderen:
Catharina (Den Haag, 30 mei 1361 - Hattem, 11 november 1400), die in 1369 huwde met Eduard van Gelre (sneuvelde in 1371) en op 18 september 1379 huwde met hertog Willem III van Gulik Johanna van Beieren (Den Haag, tweede helft 1363 - Karlstein, 31 december 1386) gehuwd op 23 of 24 september 1370 met koning Wenceslaus van Bohemen Willem (Den Haag, ca. begin april 1365 - Bouchain, 31 mei 1417), gehuwd op 11 april 1385 met Margaretha van Bourgondië, dochter van Filips de Stoute Albrecht II van Beieren (Den Haag, ca. december 1369 - Kelheim, 21 januari 1397) Margaretha van Beieren (Den Haag, november 1372 - Dijon, 14 januari 1423), gehuwd op 11 april 1385 met Jan zonder Vrees, zoon van Filips de Stoute Jan zonder Genade (Den Haag, ca. tweede helft 1374 - Delft, 6 januari 1424), gehuwd eind mei of begin juni 1419 met Elisabeth van Görlitz Johanna (Le Quesnoy, ca. zomer 1377 - Wenen, 28 juli 1410), gehuwd op 24 april 1390 met aartshertog Albrecht IV van Oostenrijk
Albrecht had drie wettige zonen (waarvan één hertog Willem VI was) en zeven bastaardzonen. Een van deze bastaardzonen, geboren uit de relatie met Maria van Bronckhorst dochter van Willem IV van Bronckhorst en Cunegonde van Meurs was Willem 'de Bastaard' van Holland. Deze zoon had veel aanzien en verkreeg van Albrecht in 1427 de heerlijkheid van Schagen. Jacoba van Beieren zette dit bezit in 1430 om in een erfleen.Daarnaast had hij een bastaarddochter Margrite, deze trouwde met Dirk van Zandhorst, waarop hij in 1414 benoemd werd als kastelein en schout van Kasteel Radboud te Medemblik. Van Zandhorst was een neef van Willem III van Naaldwijk.
Via huwelijkspolitiek probeerde Albrecht van Beieren zijn macht uit te breiden. Beroemd is het Dubbelhuwelijk van Kamerijk in 1385. Albrecht van Beieren liet zijn zoon Willem van Oostervant, de latere Willem VI van Holland, en zijn dochter Margaretha huwen met de kinderen van Filips de Stoute, hertog van Bourgondië.
Na Albrechts dood zou zijn zoon Willem de graafschappen Holland en Zeeland moeten overnemen, zoon Albrecht II zou hertog in Straubing worden en zoon Jan, elect van het Bisdom Luik.
Albrecht trouwde op 5 april 1394 voor een tweede maal, met Margareta van Kleef (1375-1411), dochter van Adolf III van der Mark, dit huwelijk bleef kinderloos.
Albrecht van Beieren overleed in Den Haag op 16 december 1404 en werd in de Hofkapel op het Binnenhof in Den Haag in het graf naast zijn eerste vrouw Margaretha van Brieg bijgezet. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Willem VI.
1358-1359: Machtsstrijd in Holland en ZeelandR. de Graaf, Oorlog om Holland 1000-1375 (Hilversum 1996); Glaudemans, Om die wrake wille
Albrecht van Beieren kwam in Holland en Zeeland aan de macht nadat zijn broer graaf Willem V in 1358 op een feestavond krankzinnig werd en een van zijn vazallen doodstak. Volgens bronnen uit de tijd was Willem al langer geestesziek. Omdat de graaf niet langer in staat was zijn gebieden te besturen werd Albrecht vanuit zijn slot aan de Donau in het Beierse Straubing naar Holland geroepen. Albrecht nam als ruwaard de macht over en liet zijn broer opsluiten in het grafelijk kasteel van Le Quesnoy in Henegouwen (tegenwoordig in Noord-Frankrijk).
Hoekse en Kabeljauwse twisten Meteen na aankomst in Holland werd Albrecht van Beieren geconfronteerd met de vijandschap van een van de machtigste Zeeuwse edelen, Floris van Borselen (Kabeljauw). Deze was burggraaf van Heusden en zegelbewaarder van Albrechts broer graaf Willem V. Hij weigerde het zegel van de gestoorde graaf over te dragen aan diens broer Albrecht en belegerde vervolgens met helpers de stad Middelburg waarmee hij conflicten had. Hij bleef zich verzetten tegen Albrecht van Beieren, die hierop het Heusdense slot en stad belegerde.
Herman van Naden, de commandant van de opstandige slotvoogd van Heusden, wist het tot begin 1359 vol te houden en zag zich na een bestorming van de burcht uiteindelijk gedwongen zich over te geven. Floris van Borselen verzoende zich vervolgens met Albrecht van Beieren.
Albrecht gebruikte veel machtsvertoon om de Hollandse en Zeeuwse gebieden te pacificeren. Hij wist de belegeraars van Middelburg tot de terugtocht te dwingen.
Ook in Holland werd door Albrecht van Beieren met veel kracht ingegrepen. In het dorp Castricum in het noordelijke Kennemerland was omstreeks 7 oktober 1358 Reinoud van Brederode, de Hoekse baljuw van Kennemerland, overvallen door diverse personen. De oorsprong lag in een reeds tientallen jaren durende familievete tussen de families Van Heemskerk en Brederode.
De daders vonden in de stad Delft, in Zeeland en op het kasteel in Heemskerk onderdak. Vanaf 24 november 1358 liet Albrecht het kasteel van Heemskerk vier maanden lang belegeren. Op 24 maart 1359 werd Wouter van Heemskerk gedwongen zich over te geven.
Veel daders verbleven in Delft. Vanaf 11 maart 1359 werd Delft gedurende een maand belegerd. Na de overgave van Delft werden de stadsmuren afgebroken (de stenen werden gebruikt om de muren rond het Haagse Binnenhof te versterken) en het poorthuis werd gesloopt. Duizend Delftse mannen en vijfhonderd vrouwen moesten na de overgave als bestraffing op blote voeten door Den Haag lopen en knielen voor Albrecht van Beieren en hem vergiffenis vragen.
Rechtspraak in ZeelandGlaudemans, Om die wrake wille.
Albrecht van Beieren kwam regelmatig naar Zeeland om recht te spreken in de Hoge Vierschaar. Deze grafelijke rechtbank vereiste de persoonlijke aanwezigheid van de graaf of van zijn oudste zoon als plaatsvervanger. De rechtbank kwam in de Zeeuwse steden Middelburg en Zierikzee bijeen en berechtte zware misdrijven als doodslag en verkrachting.
Albrecht van Beieren bezocht Zeeland veelvuldig om de vierschaar te leiden, weliswaar niet alle jaren zoals aan het einde van de 15e eeuw werd beweerd, maar tijdens de 46 bestuursjaren van Albrecht van Beieren is de Hoge Vierschaar in Zeeland in 33 jaren bijeengekomen.
1390-1404: Grote tegenstellingen aan het hof in HollandWaale, De Arkelse oorlog; Janse, Grenzen aan de macht; Glaudemans, Om die wrake wille.
Omstreeks 1390 waren aan het hof in Den Haag grote tegenstellingen zichtbaar. In 1390 en 1391 stonden aan het hof twee groepen edellieden tegenover elkaar. In de eigentijdse bronnen werden deze twee partijen reeds aangeduid met de woorden Hoeken en Kabeljauwen. De laatste partij onder leiding van Jan van Arkel kreeg in eerste instantie de overhand aan het Haagse hof. De andersgezinde edellieden (de Hoeken) verloren hun invloed en plaatsen in de grafelijke raad.
In de jaren negentig van de veertiende eeuw steeg de macht van de Kabeljauwse edelman Jan van Arkel aan het grafelijk hof in Den Haag tot ongekende hoogte. Hij gold aan het hof als de voornaamste raadsman van Albrecht van Beieren. Deze positie bleek niet lang houdbaar. Van Arkel had een goede relatie met graaf Albrecht, maar een uiterst slechte verstandhouding met diens zoon Willem van Oostervant. Nadat de invloed van Willem aan het hof toenam, verkleinde de macht van Jan van Arkel. De situatie verslechterde dusdanig dat Jan van Arkel niet alleen zijn voorkeurspositie aan het grafelijk hof verloor, maar in 1401 ook alle Hollandse en Zeeuwse leengoederen.
thumb|Moord op Aleid van Poelgeest. Nadat Albrechts vrouw Margaretha in 1386 was overleden, kreeg Albrecht met verschillende edelvrouwen een relatie. Aleid van Poelgeest was na 1388 de uitverkorene van de vorst. In de nacht van 21 op 22 september 1392 werd zij samen met Willem CuserWillem Cuser was de kleinzoon van Willem de Cuser, een bastaardzoon van graaf Jan II. dood geslagen. Volgens de oudste aantekeningen was dat in de 'kooltuyn' (het huidige Plein), latere bronnen noemen ook het Buitenhof. Willem Cuser was een van de belangrijkste dienaren van Albrecht van Beieren en een vertegenwoordiger van de Kabeljauwse partij. Dirk de Blote en zijn verwanten werden beschouwd als de hoofddaders van deze aanslag. Zij hadden bij graaf Albrecht van Beieren het bezitsrecht van het leengoed Ter Hoecke in Rijswijk aangevochten. De graaf had dit leengoed, waarop Dirk de Blote meende recht te hebben, niet aan hem maar aan zijn eigen minnares Aleid van Poelgeest doen toekomen. Willem Cuser had ernstige geschillen met verschillende hovelingen.
Hiermee sloeg de vlam in de pan. De maatregelen die graaf Albrecht van Beieren vanaf november 1392 nam tegen de direct en de indirect betrokkenen bij de aanslag op zijn dienaar en zijn geliefde waren fors. Behalve dat hij een aanzienlijk aantal gevluchte personen verbande en hun bezittingen en eigendommen confisqueerde, kregen verwanten van Willem Cuser en Aleid van Poelgeest toestemming om wraak te nemen. Door de wraakacties vielen verschillende slachtoffers. Onder de ballingen bevond zich ook Albrecht van Beierens eigen zoon Willem van Oostervant. Ook werd als bestraffing een groot aantal woonhuizen van verbannen daders en medeplichtigen afgebroken. Het kwam tot een treffen in juli 1393 in het Land van Altena, waar Albrecht van Beieren de stadsmuren van Woudrichem afbrak en het beleg voor Kasteel Altena sloeg, hij nam vele Hoeken gevangen, maar velen wisten ook te ontkomen.
Om de verzoening tussen Albrecht van Beieren en zijn uit de gratie geraakte zoon te laten lukken is uitgebreid bemiddeld, onder meer door vertegenwoordigers van de hertog van Bourgondië en Johanna, hertogin van Brabant. Op 8 september 1394 kwam na langdurige onderhandelingen in Reimerswaal een verzoening tot stand tussen Willem van Oostervant en zijn voornaamste vijanden, waaronder Jan van Arkel en Coen Cuser, de vader van de doodgeslagen Willem.