Het Memelbruggenhoofd was een Duits bruggenhoofd in de winter 1944/45 aan het oostfront in de Tweede Wereldoorlog. In oktober 1944 rukte het Rode Leger op door de Baltische Staten en bereikte de Oostzeekust. Hierbij werd de stad Memel afgesneden van de rest van de Duitse troepen en werd daarmee een bruggenhoofd. De Sovjets probeerde stormenderhand de stad in te nemen, maar dit mislukte en na zo’n twee weken van zware gevechten gaven ze het op en begonnen hun troepen naar belangrijker fronten te verplaatsen. Daarna volgde een statische strijd van zo’n drie maanden. De Duitsers ontruimden het bruggenhoofd eind januari 1945, gedwongen door de Sovjet opmars in Oost-Pruisen. De Sovjettroepen konden daarop de stad eenvoudig innemen.

Inleiding miniatuur|Grenadiers van de Divisie Großdeutschland met Panzerfausten Op 5 oktober 1944 lanceerde het 1e Baltische Front onder leiding van Generaal Ivan Bagramjan zijn Memeloffensief vanuit de regio Šiauliai in Litouwen richting de Oostzeekust. Doel was het van elkaar scheiden van de Duitse Heeresgruppen Mitte en Nord en de inname van de belangrijke havenstad Memel. Het Duitse front van het 3e Pantserleger (Generaloberst Erhard Raus) werd met overmacht opengescheurd en het 5e Garde Tankleger tezamen met het 43e Leger rukten op richting westen en bereikten vier dagen later al de kust ten noorden van Memel rond Polangen. Daarmee was de eerste doelstelling bereikt. Ook de kust van het Koerse Haf (Duits: Kurisches Haff) ten zuiden van de stad werd bereikt bij Heydekrug en daarmee was Memel geïsoleerd. Slechts een route bleef nog over, via de Koerse Schoorwal (Duits: Kurische Nehrung).

Situatie bij begin beleg Op 10 oktober 1944 was het gebied rond Memel dus een bruggenhoofd geworden. Het Sovjet 43e Leger probeerde het bruggenhoofd en de stad stormenderhand in te nemen. Dit leger beschikte hiervoor over vier korpsen fuseliers met in totaal twaalf divisies fuseliers plus een Garde tankbrigade. Intussen was aan de Duitse kant het 28e Legerkorps onder leiding van Generaal der Infanterie Hans Gollnick aangewezen om de verdediging te organiseren. Gollnick kon hoofdzakelijk beschikken over de Pantsergrenadierdivisie Großdeutschland en de 7e Pantserdivisie, die beide zich teruggetrokken hadden in dit gebied. Daarnaast was in allerijl ook het grootste deel van de 58e Infanteriedivisie vanuit het gebied Riga naar Memel verplaatst. De troepen gingen per schip (de Füsilier) en de bespande- en gemotoriseerde delen via land. Gelukkig konden ook nog de 1e en 2e compagnie van Schwere Panzer-Abteilung 502 met 13 Tigers Memel bereiken.

Evacuaties De burgers van Memel en bijbehorende Landkreis waren al in de eerste augustus-helft uit voorzorg geëvacueerd. Het ging hierbij om rond 45.000 personen, waarbij rond 3.000 (meest mannen) achterbleven om te zorgen dat de verzorgingsinrichtingen, maar ook de boerderijen bleven werken.

Nadat op 5 oktober het Sovjetoffensief begonnen was, kreeg het 24e U-boot flottielje bevel te evacueren naar Gotenhafen. Nadat op 8 oktober het officiële evacuatiebevel van de resterende burgers door de Gauleitung gegeven was, werden de meesten met de hulpschepen van het U-boot flottielje over zee geëvacueerd.

Slagorde op 10 oktober 1944 miniatuur|Generaal Beloborodov, hier in de jaren vijftig

Sovjet-Unie 43e Leger (Luitenant-generaal Afanassi P. Beloborodov) 10 Garde Tankbrigade (Kolonel Nikolaj V. Volkov) 1e Fuselierskorps (Luitenant-generaal Nikolaj A. Vasiljev): 145e Fuseliersdivisie (Generaal-majoor Vladimir K. Gorbatsjev) 306e Fuseliersdivisie (Generaal-majoor Michail I. Koetsjerjavenko) 357e Fuseliersdivisie (Generaal-majoor Aleksandr G. Koedrjavtsev) 19e Fuselierskorps (Generaal-majoor Dmitri I. Samarski): 32e Fuseliersdivisie (Kolonel Jakov Y. Verbov) 70e Fuseliersdivisie (Kolonel Serafim A. Krasnovski) 344e Fuseliersdivisie (Kolonel Georgi I. Droezjinin 90e Fuselierskorps (Generaal-majoor Ernest Z. Sedoelin): 26e Fuselierdivisie (Generaal-majoor Vasili A. Belonogov) 182e Fuseliersdivisie (Kolonel Michail V. Fedorov) 208e Fuseliersdivisie (Kolonel Aleksandr G. Spasjoek (t/m 10-10-1944), Kolonel Rodion V. Tsvetkov (vanaf 11-10-1944)) 92e Fuselierskorps (Generaal-majoor Nikolaj B. Ibianskii): 156e Fuseliersdivisie (Generaal-majoor Fjodor I. Gryzlov) 179e Fuseliersdivisie (Generaal-majoor Michail M. Sjkoerin) 235e Fuseliersdivisie (Generaal-majoor Ivan L. Loetskevitsj) 5e Garde Tankleger (Luitenant-generaal Vassili T. Volski) (enkele delen) 3e Garde Tankkorps (Luitenant-generaal Aleksej P. Panfilov)

Wehrmacht 28e Legerkorps (Generaal der Infanterie Hans Gollnick) Pantsergrenadierdivisie Großdeutschland (Generalmajor Karl Lorenz) 7e Pantserdivisie (Generalleutnant Karl Mauss) 58e Infanteriedivisie (Generalleutnant Curt Siewert) Schwere Panzer-Abteilung 502 (Hauptmann Ferdinand von Foerster) met 1e en 2e compagnie Marine-Flak-Abteilung 217 en 227 2 compagnieën Volkssturm vele kleinere eenheden

Sterkteoverzicht 28e Legerkorps Een goed voorbeeld van de actuele sterkte van de Duitse troepen in het bruggenhoofd toont de volgende tabel van 30 december 1944: Eenheid Totale sterkte"Tagesstärke" Gevechtssterkte"Kampfstärke" Infanteriesterkte"Kampfstärke d. Infanterie" Gebied 58e ID 8.747 4.891 3.554 Gebied 95e ID 10.078 6.304 4.741 "Heeresartillerie" 1.599 1.034 - s.Pz.Abt. 502 412 150 - s.Werf.Rgt. 3 477 378 - "Heerespioniere" 790 612 - Luftwaffe-Flak 720 720 - Verbindingstroepen 362 - - Kriegsmarine 1.848 - - Verzorgingstroepen 1.045 - - Totaal 26.078 14.099 8.295 Dit was exclusief 7226 man op de Koerse Schoorwal. De sterkte aan gepantserde voertuigen was op die datum: Eenheid Inzetbaar Kort onderhoud Lang onderhoud 58e ID - StuG 11 3 0 58e ID – s.Pak.Sf 4 0 1 95e ID - StuG 8 6 0 StuG.Brig. 278 - StuG 40 0 2 s.Pz.Abt. 502 – Tiger 17 0 3 Totaal 80 9 3

Pogingen van de Sovjets het bruggenhoofd in te nemen miniatuur|Pantserfuseliers en halfrupsvoertuigen van de Divisie Großdeutschland Op 10 oktober rond zonsopkomst, viel het 43e Leger, met delen van het 5e Garde Tankleger, aan rond het bruggenhoofd. De aanval werd voorafgegaan door een zwaar artilleriebombardement. 7 km oostelijk van Memel kwam het tot heftige gevechten, waarbij ettelijke doorbraken en tegenstoten plaatsvonden. In de noordelijke sector langs de kust vonden aanvallen plaats tegen een panzergrenadierbataljon van Großdeutschland. De eerste golven waren echter geen Sovjettroepen, maar Litouwse burgers die snel opgenomen in het Rode Leger werden en meteen op de Duitse loopgraven afgestuurd werden. Deze werden eenvoudig neergemaaid en de ondersteunende tanks werden door een paar Tigers van Großdeutschland en door een Marine-Flak-batterij met 128 mm kanonnen uitgeschakeld. Ondersteuning van Kampfgruppe Thiele vanaf zee was zeer welkom: de grote kanonnen hadden een sterke uitwerking op de aanvallende Sovjettroepen. De gevechten duurden drie dagen, en pas op 12 oktober flauwden ze af.

Op 14 oktober volgde de volgende poging. Het voorbereidende artilleriebombardement was nog zwaarder en duurde twee uur. Daarna viel de Sovjetinfanterie, gesteund door vele tanks en gemechaniseerde kanonnen aan. Ze werden getrakteerd op vuur van de verdedigers, ondersteund door artillerie, tanks, kustgeschut, Flak-geschut en schepen van Kampfgruppe Thiele. Keer op keer drongen de Sovjets in de Duitse stellingen en telkens werden deze door tegenaanvallen er weer uit gedreven. Ten noorden van Memel aan de kust bij Karkelbeck werden delen van de 58e Infanteriedivisie aangevallen door de 179e en 235e Fuselierdivisies en moesten wat grond prijsgeven. Maar overal elders hield het Duitse front. De tanks van Großdeutschland en de 7e Pantserdivisie moesten overal ingrijpen. De grote Kriegsmarineschepen hadden ook geweldig effect. Alleen al de Prinz Eugen verschoot van 10-12 en 14-15 oktober in totaal 1197 granaten van 20,3 cm af, vaak met verwoestend effect (ook op het Sovjetmoraal). De verdedigers claimden 66 vernietigde Sovjettanks, wat het totaal sinds 10 oktober op meer dan 150 stuks bracht. Maar beide zijden hadden zware verliezen geleden. De laatste grote Sovjetaanval volgde op 23 oktober, maar ook deze werd overal afgewezen.

Verliezen De divisies in het bruggenhoofd hadden zwaar geleden. De 58e Infanteriedivisie en Großdeutschland hadden nog maar 40% van hun sterkte en de 7e Pantserdivisie was slechts ter sterkte van een regiment. Deze divisie meldde op 21 oktober dat 2 Bef.Pz. III’s, 8 PzKw IV’s en 15 PzKw V’s inzetbaar waren.

Als voorbeeld van de verliezen die geleden werden, meldde het 28e Legerkorps over de 58e Infanteriedivisie dat deze tijdens de heftige gevechten van 10 tot 14 oktober 1944 in totaal 201 doden, 468 gewonden en 426 vermisten te betreuren had (totaal 1095 man). Over de totale periode van 9 oktober t/m 15 november waren het 274 doden, 812 gewonden en 447 vermisten (totaal 1533 man). Als vervanging kwamen slechts 110 man daarvoor terug.

Drie maanden stellingenoorlog Troepenverschuivingen Sovjet-Unie Het 3e Garde Tankkorps was slechts kort in actie rond het bruggenhoofd, want rond 20 oktober 1944 werd het gehele 5e Garde Tankleger al uit het front gehaald en werd Stavka-reserve.

Het 90e Fuselierkorps was tegen 22 oktober al uit het front genomen en werd kort daarop naar het Neman Front overgebracht. Het 1e Fuselierkorps gaf zijn frontlijn op 2 november af en werd vervolgens naar het Koerland Front verplaatst. Daarmee bleven rond het bruggenhoofd alleen het 19e en 92e Fuselierkorps met zes divisies over.

In januari 1945 werd het 43e Leger verplaatst naar het Neman-front en vervangen door het 4e Stoottroepenleger (Luitenant-generaal Pjotr F. Malisjev). Dit leger werd vanaf het Koerland Front overgeplaatst, maar nam de twee korpsen van het 43e Leger over en liet zijn eigen troepen achter.

Troepenverschuivingen Wehrmacht De 7e Pantserdivisie werd vanaf 22 oktober 1944 (zonder de Panzer-Einsatzgruppe die achterbleef) teruggetrokken over zee naar Pillau en rond 7 november naar Oefenterrein Arys in Oost-Pruisen overgebracht voor rust en herbouw. Pas op 22 november begon de Panzer-Einsatzgruppe Pz.Rgt. 25 zich per schip uit Memel terug te trekken naar Königsberg.

Op 21 november kwamen de kwartiermakers (Duits: Vorkommando) van de 95e Infanteriedivisie (Generalmajor Joachim-Friedrich Lang) aan in Memel, en in de tijd erna de rest van de divisie. Daarop begon vanaf 26 november de terugtrekking (per schip) van de Pantsergrenadierdivisie Großdeutschland.

De ad hoc gevormde Divisie z.b.V. 607 werd vanaf oktober 1944 ingezet op de Koerse Schoorwal, de staf werd gebruikt om zes zogenaamde "Alarm-Bataillonen" aan te sturen, die de schoorwal moesten beschermen tegen mogelijke Sovjetaanvallen. In november werd ook de staf van de 551e Volksgrenadierdivisie op de schoorwal ingezet en in december (t/m 30 december) ook de staf van Pantsergrenadierbrigade 18.

Op 3 december 1944 nam de personeelseenheid van de Sturmgeschütz-Brigade 278 in het bruggenhoofd de Sturmgeschütze (18 StuG III, 10 StuG IV) en de uitrusting over van de vertrekkende Sturmgeschütz-Brigade Großdeutschland.

Op 16 december nam de Schwere Panzer-Abteilung 502 twee Tigers over van de vertrekkende Pantsergrenadierdivisie Großdeutschland.

Op 5 januari 1945 werd de Schwere Panzer-Abteilung 502 omgedoopt in Schwere Panzer-Abteilung 511. Uiteindelijk op 21 januari werd gestart met de evacuatie over zee. Op dat moment beschikte de Abteilung nog steeds over 21 Tigers. De eerste drie Tigers arriveerden op 23 januari in Pillau.

Motorschip Füsilier