Wilhelm Anton (Willem) Rädecker (Amsterdam, 2 december 1883 – aldaar, 26 juli 1971) was een Nederlands meubelmaker en beeldhouwer.
Levensloop Jeugd en eerste carrièrestappen in de toegepaste kunst Willem Rädecker was de oudste zoon van de uit Duitsland afkomstige beeldhouwer Wilhelm Rädecker (1851-1936) en Anna Gosseling (1851-1921). De beeldhouwers John en Anton Rädecker zijn zijn jongere broers. De jongens Rädecker kregen les van hun vader, die boetseerles gaf aan de avondtekenschool voor handwerklieden, de Eerste Ambachtschool van de Maatschappij voor den Werkenden. Willem vormde zich verder in de praktijk en werkte onder meer voor meubelbeeldhouwer Barend E. Smits in Amsterdam (ca. 1908-1909), meubelfirma Jansen in België (ca. 1910), Dols en Koning in Amsterdam (ca. 1912-1913) en dreef met zijn broer Anton de meubelfabriek Oud Holland in Amsterdam.Ype Koopmans (1997) Muurvast & gebeiteld : Beeldhouwkunst in de bouw 1840-1940. Rotterdam: NAi Uitgevers. . Rädecker trouwde in 1914 met Johanna Sophia (Jo) Gangel (1890-1986). Haar zuster Jet trouwde een aantal later met de beeldhouwer Janus Remiëns. Uit het huwelijk van Willem en Jo Rädecker werden drie kinderen geboren, onder wie de schilders Jan en Max Raedecker.
Rädecker vestigde zich rond 1920 met zijn gezin in Blaricum, waar hij een eigen bedrijf begon. Hij maakte onder meer meubilair voor het Jachthuis Sint-Hubertus en verzorgde de inrichting voor de familie Van Marle in Den Haag.Deze inrichting is opgenomen in de collectie van het Kunstmuseum Den Haag. Zie voor foto's het collectieoverzicht. Rädecker ontwierp naast meubels ook gebruiksvoorwerpen en sieraardewerk."Willem Rädecker", Capriolus. Bij een tentoonstelling met Frans Zwollo sr. en Frans Zwollo jr. bij Metz en Co's magazijnen in Den Haag (1927), liet Rädecker onder meer houten schalen en presenteerbladen zien, waarbij de uiteinden waren voorzien van gebeeldhouwde kopjes."Tentoonstelling W. Rädecker en F. Zwollo sr. en jr.", Haagsche Courant, 18 november 1927.
Verdere carrière als beeldhouwer Vanaf 1927 legde hij zich volledig toe op beeldhouwwerken, waaronder koppen en maskers, in hardhout en brons, in de stijl van de Amsterdamse School. In 1928 verhuisde het gezin terug naar Amsterdam. Rädecker sloot zich aan bij De Onafhankelijken,P.M.J.E. Jacobs (2000) Beeldend Benelux : biografisch handboek. Tilburg: Stichting Studiecentrum voor Beeldende Kunst. . Vol. 5, p. 49. waarmee hij ook exposeerde. In 1936 werd in nazi-Duitsland de Olympische Spelen gehouden, als tegenreactie werd in De Geelvinck in Amsterdam de antifascistische tentoonstelling De Olympiade Onder Dictatuur (D.O.O.D.) gehouden, waar Rädecker bronzen koppen liet zien. Naar aanleiding van een tentoonstelling in 1940 schreef de recensent van het Algemeen Handelsblad: "Ruim en uitmuntend werk is de beeldbouwkunst vertegenwoordigd. Daarvan treft het diepste, door zijn algeheele volkomenheid, het droomerige "Vrouwekopje", stil en geheimzinnig als een Boeddha-kop, door Willem Rädecker in teakhout gesneden."v. D., "Tentoonstelling in Stedelijk Museum te Amsterdam", Algemeen Handelsblad, 21 oktober 1940. In januari 1941 exposeerde Rädecker met Arnold Davids, Ferdinand Erfmann, Dirk Filarski, Bobette van Gelder, Ger Langeweg, Elie Neuburger en Annie de Roos bij galerie Hungaria aan de Leidsestraat in Amsterdam. De recensent van het Algemeen Handelsblad noemde hem hier "den voortreffelijken snijder in hout".v. D., "Hedendaagsche kunst uit ons land", Algemeen Handelsblad, 29 januari 1941.
Willem Rädecker overleed op 87-jarige leeftijd in zijn atelier aan de Stadhouderskade.Lambiek Berends, "Max Raedecker, schilder te Parijs ”Dit is geen vak maar een ziekte waar je nooit meer vanaf komt”", De Volkskrant, 9 januari 1982. Hij werd begraven op de Nieuwe Oosterbegraafplaats.
Enkele werken 1927: beeldhouwwerk voor entree pand aan de Kloveniersburgwal. 1930: gesneden toegangsdeuren, met voorstellingen van Adam en Eva, en lichtzuilen voor de aula van de gemeentelijke meisjes-hbs aan de Euterpestraat (het huidige Gerrit van der Veen College aan de Gerrit van der Veenstraat). Zoals gebruikelijk in die tijd werkten meerdere kunstenaars mee aan de aankleding van het pand: aan de gevel werd beeldhouwwerk aangebracht van Hildo Krop, van Frits van Hall werd een beeld van een meisje met lam in de hal geplaatst, Rik Roland Holst leverde een raam voor de aula en een mozaïekwerk voor de tweede hal. 1934: trapversiering voor Museum Fodor. 1939: bouwbeeldhouwwerk aan het Victorieplein in Amsterdam.
Stamboom
Categorie:Nederlands beeldhouwer