De Akerstraat is een straat in het centrum van de Nederlandse stad Maastricht. De straat was vanouds onderdeel van een belangrijke uitvalsweg op de rechter Maasoever, de Oude Akerweg. Sinds 1962 ligt hier de Scharnertunnel. De Akerstraat anno 2021 is een drukke verkeersstraat met een gemengde bebouwing uit de vroege en late twintigste eeuw.

Naamgeving De straatnaam Akerstraat werd in 1892 officieel vastgesteld, maar de weg bestond al veel eerder, zoals op oudere plattegronden en maquettes is te zien. De weg is genoemd naar de Duitse stad Aken, die ongeveer vijfentwintig kilometer ten oosten van Maastricht ligt. De voormalige Oude Akerweg (nu: Keerderstraat) en de huidige Akersteenweg, beide in Scharn-Heer, zijn eveneens naar deze stad genoemd. Indirect verwijst de straatnaam naar een voormalige stadspoort, de Aker- of Duitse Poort. Een zijstraat van de Akerstraat heet Duitsepoort. De aangrenzende buurt Heugemerveld werd van 1966 tot 1998 Akerpoort genoemd. De straatnamen Hoogbrugstraat en Hoogbrugplein verwijzen naar de Hoogbruggepoort, een oudere naam voor de Akerpoort.Ubachs/Evers (2005), p. 21: 'Akerpoort'; p. 271: 'Keerderstraat'.Panhuysen/Dingemans/Minis/Sprenger (2013), pp. 69, 70, 209, 211, 241.

Ligging De Akerstraat ligt op de rechter Maasoever, grotendeels binnen de grenzen van de centrumbuurt Wyck. Een onbebouwd terrein aan de zuidoostzijde van de straat bevindt zich in Heugemerveld, een van de zeven buurten van Maastricht-Oost. Binnen Wyck vormt de straat tevens de (niet-officiële) grens tussen de laatnegentiende-eeuwse Stationsbuurt en het laattwintigste-eeuwse Céramique.Panhuysen/Dingemans/Minis/Sprenger (2013), p. 68. De straat is min of meer oost-west georiënteerd; de huisnummering verloopt van oost naar west. De Akerstraat telt aan de noordzijde drie zijstraten, van oost naar west: Spoorweglaan, Alexander Battalaan en Wilhelminasingel. Aan de zuidzijde zijn vier zijstraten: Duitsepoort, Heugemerweg, Clermontlunet en Avenue Céramique.

Verkeer en inrichting De Akerstraat is ruim tweehonderd meter lang en op de meeste plaatsen ongeveer 27 meter breed. De straat bestaat uit een tweebaans hoofdweg, die deels samenvalt met de zeven meter brede tunnel, en twee ventwegen. Op de hoofdweg is verkeer in beide richtingen toegestaan; op de ventwegen geldt eenrichtingsverkeer. Fietsers maken verplicht gebruik van de ventwegen. De zuidelijke ventweg gaat aan de oostzijde over in een circa 2,5 meter brede fietstunnel. De noordelijke fietstunnel eindigt op het Stationsplein en is gedeeltelijk gecombineerd met een voetgangerstunnel. De voetgangers- en fietstunnels zijn fysiek gescheiden van de hoofdtunnel.Jaarboek Maastricht 1962, pp. 31-34. Gearchiveerd op 27 april 2021. De enigszins verborgen zuidelijke ingang van de voetgangerstunnel bevindt zich in een perkje naast het kantoorgebouw De Colonel. Parkeren (alleen betaald parkeren) is toegestaan in de aangegeven parkeervakken langs de ventwegen.

Het wegdek van de Akerstraat bestaat uit asfalt (hoofdweg, inclusief tunnel) of klinkerbestrating (ventwegen, inclusief parkeerstroken). De tunnel heeft nog de oorspronkelijke inrichting met betegelde wanden. Het wegdek van de noordelijke fietstunnel is geasfalteerd; dat van de zuidelijk bestaat uit betontegels. Op de ventwegen ontbreken fietsstroken. De hoofdweg wordt over bijna de gehele lengte gescheiden van de ventwegen door middel van een laag betonnen muurtje, deels met ijzeren balustrade. De trottoirs zijn op verschillende manieren bestraat: stoeptegels in het noordelijk straatdeel en klinkers aan de kant van Céramique. De drukke kruising Akerstraat-Avenue Céramique-Hoogbrugplein-Wilhelminasingel is aan de kant van de Akerstraat voorzien van een middenberm, zebrapaden en beveiliging met verkeerslichten, waaronder aparte verkeerslichten voor stads- en streekbussen. De dubbele noordelijke rijbaan is voorzien van voorsorteerpijlen voor links- en rechtsaf; rechtdoor is niet toegestaan. De Akerstraat is vrijwel boomloos: alleen aan de zuidoostzijde staan enkele bomen in een plantsoentje; aan de noordoostzijde staat één boom op de hoek van de Spoorweglaan.

Geschiedenis Tot 1800 Dat de Akerstraat oud is, kan als een vaststaand feit worden beschouwd. De Akerstraat en de in het verlengde daarvan liggende Scharnerweg waren onderdeel van de middeleeuwse – mogelijk Romeinse – weg van Maastricht naar Aken, de Oude Akerweg. In het verleden hebben (amateur)historici gemeend dat de weg naar Aken deels samenviel met de heerbaan naar Keulen (de Via Belgica), maar deze laatste liep door het Geuldal, zoals onderzoek heeft aangetoond. De weg naar Aken liep waarschijnlijk vanaf de Romeinse brug van Maastricht via de Hoogbrugstraat, de Akerstraat en de Scharnerweg naar Scharn, en vandaar via Bemelen, Gasthuis, Heerstraat, Scheulder, Ingber en Gulpen naar Aken. Hoewel een Romeinse oorsprong niet is uitgesloten, is het waarschijnlijker dat de weg in de karolingische tijd is ontstaan, nadat Karel de Grote zijn hoofdpalts in Aken had gevestigd.Panhuysen (1996), p. 29. Tot 1824 was dit de belangrijkste weg tussen Maastricht en Aken, hoewel het niet uitgesloten is dat vanaf eind achttiende eeuw de toen al geplaveide weg over Valkenburg en Heerlen die rol overnam.Ubachs/Evers (2005), p. 445: 'rijksweg'.

De voorstad Wyck is in de middeleeuwen altijd veel kleiner gebleven dan het stadsdeel op de linker Maasoever. In feite bestond Wyck uit twee hoofdstraten: de min of meer parallel aan de Maas lopende Rechtstraat en de dwars daarop gepositioneerde Hoogbrugstraat. Volgens de Maastrichtse stadsarcheoloog Titus Panhuysen werd deze kleine woonkern al aan het einde van de twaalfde eeuw beschermd door een aarden verdedigingswal met palissaden en een gracht.Jenniskens/Mes/Panhuysen (1997), pp. 15-16. In de veertiende eeuw verloor de aarden wal zijn functie door de bouw van de verder oostwaarts gelegen Wycker stadsmuur. Aan het einde van de Hoogbrugstraat, waar nu het Hoogbrugplein ligt, verrees de Duitse Poort, in de middeleeuwen meestal aangeduid als Hoogbruggepoort, vanwege de hoge, stenen brug over een zijtak van de Maas, die hier als stadsgracht fungeerde.Morreau (1979), pp. 119-121.

In de stedenatlas Civitates orbis terrarum van Braun en Hogenberg is naast een gewone plattegrond ook een vogelvluchtperspectief van Maastricht afgedrukt, beide omstreeks 1575 ontstaan. Met name het vogelvluchtperspectief geeft een fraai beeld van de voorstad Wyck, gezien vanaf de veldzijde. Vanaf de Hoogbruggepoort, die in 1543 gemoderniseerd was, liep de oude weg naar Aken oostwaarts. Ook de andere stadspoort van Wyck, de Sint-Maartenspoort, is afgebeeld, maar deze boette in de eeuwen daarna steeds meer in betekenis in. Al het verkeer vanuit of in de richting van Aken, Keulen, Mainz of Frankfurt am Main maakte gebruik van de Hoogbruggepoort en de Oude Akerweg.

Vanaf de zeventiende eeuw werden buiten de stadsmuren van Wyck buitenwerken aangelegd, waarvan er een, het ravelijn De Raaf, ter plekke van de huidige Akerstraat lag. Het vrij liggende vestingwerk werd in de periode 1615-1632, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, buiten de Duitse Poort aangelegd.Morreau (1979), pp. 280-281. De keel van het ravelijn lag ter plekke van de Wilhelminasingel; de saillant als het ware midden op de Akerstraat, iets ten oosten van de hoek met de Alexander Battalaan. Op de Franse Maquette van Maastricht is de situatie buiten Wyck in het midden van de achttiende eeuw nauwkeurig weergegeven. Een reiziger die de stad via de Duitse Poort verliet, moest eerst, via een slingerbeweging en gedeeltelijk door een tunnel, de vestinggordel doorkruisen. Ongeveer ter plekke van de achtertuin van Akerstraat 8 bevond zich een viersprong en kon men kiezen: linksaf (richting Meerssen), rechtsaf (naar Heugem en Visé), of rechtdoor (richting Valkenburg of Aken). Bebouwing was hier niet of spaarzaam aanwezig. Binnen het schootsveld van de vesting mocht niet worden gebouwd; gebeurde dat toch, dan moest het bouwwerk bij oorlogsdreiging binnen drie dagen kunnen worden afgebroken.

Het gehele gebied ten oosten van Wyck werd op oude kaarten aangeduid als Wyckerveld. Het is niet duidelijk onder welke jurisdictie dit gebied tijdens het ancien régime viel. De dorpen Heer en Scharn behoorden tot de elf banken van Sint-Servaas; Heugem maakte deel uit van de heerlijkheid, later rijksgraafschap Gronsveld, terwijl andere delen van het gebied op de oostelijke Maasoever tot de heerlijkheid Sint Pieter, de graafschap van de Vroenhof of het Land van Valkenburg behoorden. De stad Maastricht bezat de jurisdictie over het buitengebied dat binnen de zogenaamde banmijl lag, terwijl de tienden toekwamen aan het kapittel van Onze-Lieve-Vrouwe of de pastoor van Wyck. Vanaf de zeventiende eeuw lag het gedeelte van de Oude Akerweg dat tegenwoordig Akerstraat heet, grotendeels binnen de vestinggordel en viel daarmee onder de verantwoordelijkheid van de Staten-Generaal van de Nederlanden.Ubachs/Evers (2005), pp. 48-49: 'banmijl'; pp. 552-553: 'vesting'; pp. 565-566: 'Vrijheid van Maastricht'; pp. 591-592: 'Wyckerveld'.

Negentiende eeuw

In de Franse Tijd (1794-1814) vervielen de oude grenzen en rechten. Het gebied rond de Akerstraat werd ingedeeld bij de gemeente Maastricht, met uitzondering van het oostelijk deel (vanaf de hoek Heugemerweg), dat werd ingedeeld bij Heer (tot 1828 Heer en Keer). Die situatie bleef ongewijzigd tot 1907, toen bij een kleine grenscorrectie de hele straat bij Maastricht werd gevoegd. In 1920 zou een veel groter gebied van Heer worden geannexeerd, waarbij de gehele Scharnerweg Maastrichts werd.Ubachs/Evers (2005), p. 31: 'annexatie'.

In 1823 begon de aanleg van de Akersteenweg, de nieuwe weg naar Aken, via Margraten, Gulpen en Vaals. Op aandringen van de Maastrichtse Kamer van Koophandel werd deze weg door de rijksoverheid als steenweg aangelegd. De bestrating vond plaats tussen 1826 en 1828. De huidige Heerderweg was onderdeel van deze rijksweg, tegenwoordig provinciale weg N278. Op de kadasterkaart van 1842 is te zien hoe de 'Akerstraat' zich buiten de vesting vertakte in vier uitvalswegen, één meer dan twintig jaar eerder: naar het noorden de huidige Meerssenerweg (het eerste stuk min of meer samenvallend met de latere spoorweg); naar het oosten de huidige Scharnerweg; naar het zuidoosten de tegenwoordige Heerderweg; en naar het zuiden de Heugemerweg.Zie interactieve kaart Maastricht op hisgis.nl. Selecteer bij kaartlagen: 'Kadaster 1842 percelen (rood, open)', 'Kadaster 1842 gebouwen (naar soort)' en 'Luchtfoto'.

thumb|left|200px|Schetsplattegrond Wyck (1881) Omstreeks 1860 veranderde de situatie opnieuw door de aanleg van de spoorlijn Maastricht-Luik door de Belgische Compagnie du Chemin de fer de Liège à Maestricht et ses extensions. Aan de oostzijde van de (latere) Akerstraat werd een spoorwegovergang aangelegd, waarna de aftakkingen naar de Meerssenerweg en de Heerderweg in oostelijke richting opschoven, tot voorbij de spoorwegovergang. De opheffing van de vestingstatus in 1867 en de sloop van zowel de Duitse Poort als het ravelijn De Raaf een jaar later, maakten het rechttrekken van de oostelijke uitvalsweg mogelijk. Op een schetsplattegrond uit 1881 is de Akerstraat ("Nieuwe Uitgang") in rudimentaire vorm te zien. De definitieve aanleg en verkaveling van de kaarsrechte en bijna dertig meter brede Akerstraat, zoals die er nu ligt, zou echter nog jaren op zich laten wachten.