miniatuur|Eduard von der Heydt in de kluis van Von der Heydt Bank AG, Berlijn, 1928 miniatuur|Fritz Thyssens door Emery Reves opgestelde autobiografie I Paid Hitler (1940)Fritz Thyssen e.a., Thyssenkrupp, 'The text is based on dictations, only the first nine chapters of which were edited by Fritz Thyssen himself. The rest, the most frequently quoted section, has been imaginatively embellished by the publisher, and is of limited value as a source of reference on Thyssen's actual movements and his role up to 1939. The very title of the book is misleading and for this reason Thyssen always contested its authenticity. The board of arbitration in the denazification trial agreed with him.'De Thyssens: Bankiers van Oranje en het Derde Rijk, R. Zwaap, paragraaf Compromis met het kwaad, Reporters Online, 'Wanneer het boek uitkomt ontkent Thyssen in alle toonaarden dat hij het boek heeft geschreven, hetgeen begrijpelijk is, want hij bevindt zich dan al in Duitse gevangenschap.' De Bank voor Handel en Scheepvaart N.V. (Bank für Handel und Schiff, BHS), opgericht in 1918 aan de Zuidblaak 18 in Rotterdam, van baron Heinrich ThyssenThe Founding Families, Heinrich Thyssen-Bornemisza, thyssenkrupp.com, geraadpleegd op 9 juli 2026 was een bank die financiële diensten verzorgde voor het Huis Oranje-Nassau en de Duitse staalmagnaat Fritz Thyssen. De bank was een dochteronderneming van de Duitse August Thyssen Bank. Heinrich Thyssen werd gesteund door bankier Eduard von der Heydt, ook bij opzetten van een kapitale kunstcollectie met leningen van BHS.

In 1924 zette bankier en diplomaat William Averell Harriman, later verantwoordelijk voor de Amerikaanse Marshallhulp voor de reconstructie van naoorlogs Europa, voor Fritz Thyssen een bank op in New York om diens belangen in de Verenigde Staten te behartigen, de UBC (Union Banking Corporation).How Bush's grandfather helped Hitler's rise to power, The Guardian, 26 september 2004, Aris, B., Campbell, D. Die UBC was eigendom van de Rotterdamse BHS. De UBC was succesvol en maakte van de $8 miljoen goudwaarde dat het tussen 1931 en 1933 kocht $5 miljoen naar het buitenland over, waarschijnlijk naar Duitsland. Fritz Thyssen is berucht als een van de hoofdsponsors van Hitler en de opkomst van diens NSDAP. Fritz vluchtte na de Kristallnacht uit Duitsland, belandde later, toen hij zich van Hitler afkeerde, in Duitse kampen waar hij een bevoorrechte behandeling kreeg, werd door Amerikanen bevrijd en trok naar Argentinië. Broer Heinrich en Von der Heydt werden als Zwitserse staatsburgers evenmin vervolgd.

Fritz' broer Heinrich Thyssen, tijdelijk woonachtig in Den Haag, was goed bevriend met koningin Wilhelmina en prins Hendrik.Koningin Wilhelmina's zwager, de hertog van Mecklenburg, was antisemiet, gaf steun aan Hitler om Duitsland van het communisme te redden en goed bevriend met Hjalmar Schacht. (J. & S. Pool, Wie financierde Hitler?, 1978, 1979, p.336) De koningin bracht haar aandelen, ter waarde van 2 miljoen gulden,Operatie Juliana, NRC, 1 juni 1991, G. Mulders, C. Wiebes, B. Zeeman, p. 2: 'Er resteerden de Duitsers, behalve de paleizen, als vorstelijke oorlogsbuit effecten ter waarde van 'slechts' ruim twee miljoen gulden (beurswaarde), inclusief het vermogen van Juliana en Emma.' onder in de BHS, een Duitse dochteronderneming van en dekmantel voor de August Thyssen Bank in Berlijn.Aalders, G., Wiebes, C., The Art of Cloaking Ownership (Zaken doen tegen elke prijs, 1996), hoofdstuk 1 Het fenomeen 'Cloaking' (camouflage van bezit), hoofdstuk 2 Nederland als broeinest van dekmantelpraktijken'' De financiële belangen van het huis Oranje raakte daardoor verstrengeld met die van de Thyssen familie. Toen ze in WOII naar Engeland vluchtte en haar aandelen eind 1942 door Duitse bezetters naar Berlijn werden overgebracht, was het een probleem hoe zij en anderen hun kapitaal weer in handen konden krijgen, temeer daar de Berlijnse bank in gebied lag dat na 1945 door Russen werd bezet. Middels de illegale 'Operatie Juliana' in 1946 onder leiding van prins Bernhard werden het aandelenpakket van Wilhelmina en de Thyssen effecten terug naar de BHS gesmokkeld. In werkelijkheid werd onder het mom van de belangen van de Oranjes een gigantisch, besmet industrieel vermogen van de Thyssens uit de Russische bezettingszone gesmokkeld.Aalders, G., Bernhard Zakenprins (2009) over naoorlogse zakelijke netwerken en de vriendendiensten van de prins. Hierdoor kwamen de Thyssens weer in het bezit van de fysieke administratieve eigendomspapieren van hun imperium. Hun totale Duitse onderneming, waaronder Vereinigte Stahlwerke, was in 1939 door Hitler onteigend, maar de waarde ervan was explosief gestegen door de economie van de nazi oorlogsmachine: de productie was gemaximaliseerd en de productiekosten door het gebruik van dwangarbeid gereduceerd.Loftus, John J., The Secret war Against the Jews (1994), hoofdstuk 21 The Victors and the Victims, p. 533-560Over die winstcijfers van de nazi oorlogseconomie schrijft ook Adam Tooze in Wages of Destruction (de economie van vernietiging). De familie Thyssen bleef dus na een tussenperiode in het bezit van de bank. Nadat Thyssen weer in het bezit was van de eigendomspapieren door de aandelensmokkel, kon vanuit Rotterdam geclaimd worden dat de bevroren miljoenen bij UBC in New York het eigendom waren van de neutrale Nederlandse BHS en niet van nazi-Duitsland. Ze werden in 1951 vrijgegeven. Prescott Bush, de vader van president George H.W. Bush en grootvader van president George W. Bush, die volgens verscheidene onderzoeksjournalisten zijn fortuin maakte als bankier en financier van nazi-Duitsland,<ref>Hoe de familie Bush fortuin maakte] demorgen.be, Timmerman, G., 31 maart 2001</ref> ontving als directeur van UBC mogelijk $1,5 miljoen voor zijn aandeel in UBC en er waren 4000 aandelen. Na de overwinning van de geallieerden waren de Allied vesting decrees opgesteld, om nazi kapitaal en bezittingen van nazi collaborateurs in beslag te nemen en Thyssens vermogen in de kluizen van Berlijn viel officieel onder deze categorie. Het met Operatie Juliana geredde kapitaal van Thyssen was opgebouwd met nazi-orders, nazi-dwangarbeid en nazi-politiek.

De bank verhuisde midden jaren 1950 naar de Coolsingel in Rotterdam en werd wederom succesvol. De BHS fuseerde in 1968 met de Nederlandsche Crediet Bank, ook in bezit van het Thyssenconcern. De BHS werd door Hans Heinrich Thyssen-Bornemisza, jongste zoon van Heinrich Thyssen, omgezet in TBG AG (Thyssen Bornemisza Group), een van de grootste investeerdersmaatschappijen ter wereld, met registratie in Curaçao.

Oprichting en jaren 1930 en 1940 'Veel Duitse banken en enkele grote Duitse ondernemingen openden na 1918 een bank in Nederland. Zo zette Thyssen, de onderneming van de familie Thyssen-Bornemisza, in Rotterdam een interne bank op. Volgens een balans van 1932 bezat deze bank 12 miljoen gulden aan kapitaal (nu 147 miljoen euro) en 20 miljoen gulden (nu 245 miljoen euro) aan reserves.' (Follow the Money, 2 jan. 2026)Hoe Nederland een paradijs werd voor Duits vluchtkapital, Follow The Money (FTM.nl), 2 jan. 2026, geraadpleegd op 12 juli 2026

De BHS was gesticht in 1918 met Hendrik Jozef Kouwenhoven en D.C. Schutte als managing partners. Het was Thyssens persoonlijke bank, betrokken bij de financiële belangen van W.A. Harriman in New York. De bank beheerde de Union Banking Corporation (UBC, opgericht in 1924, hoofdkantoor Harriman Building, Broadway) in New York.Lebor, A., Tower of Basel, the Shadowy History of the Secret Bank that Runs the World (2013), Public Affairs, (BIS Tower van Bank for International Settlements, BIS, p. 145-6: 'Sometime in the early 1920s, Harriman had traveled to Berlin and met Fritz Thyssen, the powerful German industrialist, according to declassified US documents. Thysssen became one of Hitler's most influential backers and persuaded many of his fellow businessmen to support the Nazis, until he fell out with Hitler after Kristallnacht and fled Germany. Thyssen told Harriman that he wanted to set up a bank in New York to look after his interests in the United States. In 1924, W. A. Harriman duly set up a new bank for Thyssen called the Union Banking Corporation (UBC). UBC had seven directors, including E. Roland Harriman, his brother, and Prescott Bush, the grandfather of President George H.W. Bush, and great-grandfather of George W. Bush. But UBC was not a bank in the normal sense of the word. It was a front for Bank Voor Handel en Scheepvaart, based in Rotterdam in the Netherlands. Bank voor Handel en Scheepvaart was wholly owned or controlled by the Thyssen family, US investigators believed.' UBC was de Amerikaanse tak van de BHS. In 1932 waren E.R. Harriman (de broer van W.A. Harriman) en H.J. Kouwenhoven directors van UBC.Bankers Directory, 1932 edition, p. 2557 en Poors, Directory of Directors. J.L. Guinter en Knight Woolly waren ook directeur.

'Was de BHS aanvankelijk in Thyssens conglomeraat slechts een 'randverschijnsel', in de jaren twintig, en vooral in de jaren dertig expandeerde de bank in allerlei richtingen. Ze nam minder- en meerderheidsbelangen in talloze ondernemingen; van, om maar een paar voorbeelden te noemen, de NV Havenbedrijf Vlaardingen Oost en de Nederlandsche Handel-Maatschappij (!) tot de Union Banking Corporation in New York. Daarnaast werd Thyssen-dochter BHS eigenaar van andere Thyssen-bedrijven. De BHS groeide uit tot een spin in een ondoorzichtig web van bezitsverhoudingen. Binnen het Thyssen-conglomeraat was de BHS zo belangrijk geworden dat, volgens een toespraak van de directie althans, de Engelsen ervan hadden gezegd: Not the dog wags the tail, but the tail wags the dog. Daarmee werd de vraag steeds interessanter van wie nu die staart was.'

'Naar een antwoord op deze vraag hebben blijkens uitvoerige rapporten van de Geallieerden tot mei 1945 de nazi's en daarna de Geallieerden ijverig gezocht; de nazi's om erachter te komen welk deel van het concern als Feindvermogen kon worden geconfisceerd, de Geallieerden om te bepalen welke ondernemingen als collaborerend met de nazi's konden worden gebrandmerkt. (..) Dat leden van de familie Thyssen, dan wel hun stromannen, in het bestuur van die stichtingen veel te zeggen hadden, stond buiten kijf, maar de kern bleef een raadsel. Er liepen draden van de BHS naar de in Zwitserland wonende Heinrich Thyssen, een zoon van concernstichter August die zich door zijn huwelijk met de Hongaarse barones Bornemisza de Kaszon de Hongaarse nationaliteit had weten te verwerven. Daardoor was het aannemelijk dat de Bank voor Handel en Scheepvaart geen Nederlands eigendom was; vandaar (..) [de Duitser] dr. Bockamp als toezichthouder.' (NRC, 1 juni 1991 Gerard Mulder, Cees Wiebes, Bert Zeeuwen)

'De Thyssens lopen binnen dankzij het Derde Rijk, maar kunnen zich dankzij Fritz' detentie [in Duitse kampen] en Heinrichs status als Hongaarse baron in Zwitserland wel beroepen op niet actieve deelname aan het Hitler-regime'. (René Zwaap, De Thyssens: Bankiers van Oranje en het Derde Rijk, 22 juni 2018)De Thyssens: Bankiers van Oranje en het Derde Rijk, R. Zwaap, paragraaf Compromis met het kwaad, Reporters Online

De bank werd zwaar beschadigd bij het bombardement op Rotterdam (14 mei 1940). Volgens het Examiner's Report, zat Albert Voegler (A. Vögeler), president en managing director van United Steel Works Corporation (Vereinigte Stahlwerke), van 1929-30 in het bestuur van directeuren van BHS. A. den Bandt was director van BHS op 5 oktober 1942, de datum van het verslag. Kouwenhoven zat, net als Cornelis Lievense, in de supervisory board van Vereinigte Stahwerke en was ook director van August Thyssen Bank in Berlijn.Examiner's Report, 5 oktober 1942, Walter C. Corsuch

Von der Heydt miniatuur|Baron Eduard von der Heydt, Duits-Zwitserse bankier en kunstverzamelaar, ca. 1929.