De slijkgroen-associatie (Eleocharito acicularis-Limoselletum) is een associatie uit het tandzaad-verbond (Bidention). De associatie omvat open, laagblijvende, efemere pioniervegetatie op droogvallende modder.
Naamgeving en codering Synoniemen Syntaxoncode voor Nederland (rVvN): r30Aa04 Natura2000-habitattypecode (EU-code): H3270 BWK-karteringscode: ku*
De wetenschappelijke naam Eleocharito acicularis-Limoselletum is afgeleid van de botanische namen van respectievelijk naaldwaterbies (Eleocharis acicularis) en slijkgroen (Limosella aquatica).
Fysiognomie thumb|De vegetatiestructuur wordt gevormd door een laagblijvende kruidlaag en een opvallende alg- en moslaag. De slijkgroen-associatie heeft een eenvoudige vegetatiestructuur die wordt gevormd door een kruid-, mos- en algenlaag. De associatie vormt zeer laagblijvende, ijle begroeiingen die open tot gesloten kunnen zijn.
Ecologie De slijkgroen-associatie is een efemere pioniervegetatie die voorkomt op eutrofe, humusarme tot matig humeuze, zuurstofarme tot zelfs nagenoeg anaerobe bodems met een hoge pH. Kenmerkend voor het bodemprofiel is een (kalkrijke) zandige ondergrond met daarop een relatief dunne, kleiige tophorizont. Deze standplaatsen staan het grootste deel van het jaar onder water, maar vallen alleen in de zomer of herfst enkele weken tot maanden droog. Voor het koloniseren van nieuwe standplaatsen is de slijkgroen-associatie voor een groot deel afhankelijk van ornithochorie, doordat de diasporen in de modder zitten die aan de voeten van watervogels blijft plakken.
Vaak zijn er tussen de vegetatie veel schelpen te zien van poelslakken en schijfhorens.
Syndynamiek In één vegetatieseizoen kan, wanneer de slijkgroen-associatie zich al vroeg in de zomer ontwikkeld, de successie doorgaan naar een andere associatie uit het tandzaad-verbond.
Vegetatiezonering In de vegetatiezonering vormt de slijkgroen-associatie veelal contactgemeenschappen met andere syntaxa uit de tandzaad-klasse. Ook kan ze in contact staan met (vaak ijle) vegetatie uit de riet-klasse en in beweide gebieden vaak met de associatie van geknikte vossenstaart.
Biogeografie Het verspreidingsgebied van de slijkgroen-associatie omvat West- en Centraal-Europa. Bijna altijd gaat het om plaatsen in en nabij de stroomgebieden van grote rivieren.
Diagnostische taxa voor Nederland en Vlaanderen In de onderstaande synoptische tabel staan per vegetatielaag de belangrijkste diagnostische taxa voor de slijkgroen-associatie in Nederland en Vlaanderen.
Kruidlaag Diagnostiek Triviale naam Botanische naam Opmerking associatiekentaxa slijkgroen Limosella aquatica bruin cypergras Cyperus fuscus klein vlooienkruid Pulicaria vulgaris klassekentaxa veerdelig tandzaad Bidens tripartita moeraskers Rorippa palustris blaartrekkende boterbloem Ranunculus sceleratus begeleidende taxa rode waterereprijs Veronica catenata greppelrus Juncus bufonius getande weegbree moerasdroogbloem Gnaphalium uliginosum schijngenadekruid Lindernia dubia Moslaag Diagnostiek Triviale naam Botanische naam Opmerking associatiekentaxa zomersponsvorkje Riccia cavernosa slibmos Physcomitrium patens Algenlaag Diagnostisch taxon Diff.soort Abundantie Triviale naam Botanische naam Opmerking bg A/F - Botrydium granulatum
Fotogalerij
Zie ook Moeras (natuurdoeltype)
Slijkgroen-associatie