thumb|280px|Nadia Tilon (rechts) zingend samen met jazz-zangeres Denise Jannah bij een politieke manifestatie in Den Haag in 1976 Nadia Tilon (Paramaribo, 18 april 1953) is een Surinaamse activiste, theatermaakster, journaliste en sociaal pedagoge.

Biografie Nadia Tilon groeide op in Paramaribo. Toen ze twaalf jaar was, vertrokken moeder en kinderen in 1966 naar Nederland. Eenmaal in Amsterdam, bleef ze georiënteerd op haar vaderland: op haar zestiende raakte Tilon betrokken bij een praatgroep van Surinaamse studenten in de Amsterdamse Bijlmer. Praten ontwikkelde zich tot handelen op het moment dat ze werd gevraagd door het maandblad De Rode Surinamer, later verbonden aan het Marxistisch-Leninistisch Centrum (MLCS), in haar directe omgeving in Nederland. Via haar vader raakte ze bekend met het gedachtegoed van Karl Marx.

Na het behalen van haar gymnasiumdiploma aan het Pius-X Lyceum in Amsterdam-West begon Tilon de studie Sociale Pedagogiek aan de Universiteit van Utrecht. De Bijlmergroep raadde haar aan zich in Utrecht aan te sluiten bij de Surinaamse Studenten Vereniging (SSV), een van de studentenorganisaties die zich in 1973 zouden verenigen als de Landelijke Organisatie van Surinaamse Organisaties in Nederland. Het was voor Tilon het begin van een jarenlange actieve bijdrage aan de LOSON en het voeren van strijd voor gelijke rechten voor Surinamers in Nederland en democratische en economische vooruitgang in Suriname.

Activisme bij de LOSON/SAWOEr zijn verschillende versies van de volledige naam van LOSON en de SAWO terug te vinden. Deze versies zijn overgenomen van het Internationale Instituut voor Sociale Geschiedenis en de The Black Archives. Vrij snel veranderde de naam in Landelijke organisatie van Surinamers in Nederland. Kortweg bleef het echter LOSON. De O bleef staan in de naam omdat deze inmiddels breed bekend was geworden bij de Surinaamse gemeenschap. In haar studententijd raakte Nadia betrokken bij het Landelijk Overleg van Surinaamse Organisaties in Nederland (LOSON)Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis Amsterdam, Archief LOSON (Utrecht), inv.nr.132-133, Verslagen, notities en andere stukken betreffende Surinaamse Studenten Vereniging (SSV) in Utrecht, een van de organisaties die zich eind 1973 aaneensloten tot de LOSON, 1970-1973., het latere Surinaamse Arbeiders en Werkers Organisatie (SAWO). Al vrij snel na haar oprichting bestond de LOSON niet meer uitsluitend uit studenten maar werd de organisatie een brede Surinaamse organisatie in Nederland. De leden besloten een landelijke samenwerking in gang te zetten omdat ze actief wilden bijdragen aan het toenemende linkse geluid in Suriname, waar maatschappelijke onvrede over de werk- en leefomstandigheden van veel Surinamers en verzet tegen corruptie en antidemocratische maatregelen met de jaren was gegroeid.

In 1969 had de onrust en ontevredenheid met het kabinet van Suriname, zowel binnen de politiek als daarbuiten op straat, geleid tot de val van premier Johan Adolf Pengel.Sedney, Jules, De toekomst van ons verleden; Democratie, etniciteit en politieke machtsvorming in Suriname (Paramaribo: Vaco, 1997), 72-79. Ook na de kabinetsperiode-Pengel, bleef het onrustig. Boosheid over bestuurlijk wanbeleid en corruptie had stakingen, vernielingen en brandstichting tot gevolg gehad.Michiel van Kempen, Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur (Breda: De Geus, 2003), p. 223. Tijdens grote stakingsacties in Paramaribo op 26 en 27 februari 1973 kwam de vakbondsleider Ronald Abaisa, van de Bond van Arbeiders van de Geologisch Mijnbouwkundige Dienst (GMD) om door een politiekogel.Eric Kastelein, Oog in oog met Paramaribo. Verhalen over het herinneringserfgoed (Volendam: LM Publishers, 2020), 218-219. Daarnaast waren zestien journalisten en vakbondsmensen opgepakt.Van Kempen, Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur, 223. De gebeurtenis en de algemene situatie hadden ervoor gezorgd dat socialistisch, anti-imperialistisch en communistisch georiënteerde ideeën aan populariteit wonnen.

Links Suriname was in de jaren voorafgaand aan 1973 gegroeid en afgesplitst in allerlei groeperingen met eigen drukwerk.Ibid, 222. De leden van de LOSON voelden zich solidair met verschillende van deze bewegingen in Suriname. Ze herkenden zich in doelstellingen als het vergroten van het politieke bewustzijn en het streven naar een klassenstrijd tegen het imperialisme. In hun ogen gedroeg de Surinaamse overheid zich als een schoothondje van Nederland, niet in staat te voorkomen dat grondstoffen in buitenlandse handen vielen, zoals die van het Nederlandse bedrijfsleven.Interview met Nadia Tilon, 14 april 2021. Dit komt overeen met de verhalen van andere leden van de LOSON. De LOSON besloot bij de oprichting vanuit Nederland de Organisatie van Surinaamse Kommunisten (OSKOM), met Edward Naarendorp en Frank Ranada als belangrijke organisatoren, en het Marxistisch-Leninistisch Centrum Suriname (MLCS) van Bram Behr en Humphrey Keerveld in Suriname te steunen met geldinzamelingsacties.Aangaande informatie over de hiergenoemde Surinaamse linkse organisaties, zie: Van Kempen, Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur, pp. 222-223. Later werd vooral gefocust op het ondersteunen van de MLC, dat ook het ‘socialisties volksblad’ de Rode Surinamer uitbracht.<ref>‘Kommunistische partij Suriname geproklameerd’ Vrije Stem: onafhankelijk weekblad voor Suriname''', 13 juni 1973; Wim Bakker, ‘De tranen van Desire Delano’ Werkgroep Caraïbische Letteren, 7 december 2016 (geraadpleegd 7 mei 2021); John Jansen van Galen, Kapotte Plantage. Een Hollander in Suriname (Amsterdam 1995), p. 207; Van Kempen, Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur, p. 222. Gearchiveerd op 5 december 2025.</ref> Uit het MLCS ontstond na verloop van tijd de Kommunistische Partij Suriname (KPS). Binnen de KPS gingen activisten Keerveld en Behr in 1978 ieder hun eigen weg. Zo publiceerden Behr en anderen vanaf 1979 het blad Mokro (Moker), dat ook werd ondersteund door de LOSON.Van Kempen, Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur, p. 223. De organisatie was bovendien lid van het Demokratisch Volks Front (DVF).Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis Amsterdam, Archief LOSON (Utrecht), inv.nr. 141-142, Correspondentie met en toespraken, papers en andere stukken van het Democratisch Volks Front (DVF) in Suriname o.l.v. Humphrey Keerveld en de verkiezingscoalitie Derde Blok Kombinatie in 1977, 1974-1978 [2 mappen]. Daarnaast steunde de organisatie de Federatie van Arme Landbouwers (FAL) die tot haar zelfstandigheid in 1978 behoorde tot de DVF. De solidariteit voor de sociale strijd van de linkse organisaties in hun thuisland en de onafhankelijkheidsstrijd vormden voor de LOSON-leden van het eerste uur belangrijke kernpunten van de beweging, ook omdat de studenten veelal het idee hadden zelf terug te keren naar Suriname.

Daarnaast was er vanaf het begin aandacht voor de leefsituatie van de Surinaamse diaspora.Al in de eerste editie van Wrokoman was er aandacht voor racisme en politiegeweld: ‘Buitenlanders als zondebok’ Wrokoman, 1:1 (1973). Veel Surinamers weken in de periode voorafgaande aan de onafhankelijkheid van 1975 uit naar Nederland. In 1972 waren dit rond de 9000 Surinamers. Het aantal nam toe tot 40.000 in 1975.Chan Choenni en Carel Harmsen, Geboorteplaats en etnische samenstelling van Surinamers in Nederland. Bevolkingstrends 1e kwartaal 2007 (Publicatie Centraal Bureau voor de Statistiek 2007). De activistische organisatie wilde zich voor de groeiende Surinaamse gemeenschap in Nederland inzetten, omdat deze zowel op dagelijks als politiek niveau weerzin, racisme, geweld en discriminatie te verduren kreeg. Dit gebeurde bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt, in contact met de politie, in de onderwijs- en woonsector en in het uitgaansleven.LOSON publiceerde manifesten als: LOSON, Wat schuilt achter de visumplicht van van Agt-Wiegel-Haars?: reaktie van de LOSON op de eenzijdige, overvallerige en arrogante invoer van de visumplicht voor Surinamers per 1 september (Utrecht 1980); LOSON, De werkelijkheid achter de mooie woorden: Surinamers en gemeentebeleid in Amsterdam (Utrecht 1984); LOSON, Buitenlanders zijn geen probleemmakers!: rampnota minderheden gemeente Utrecht in de prullebak (Utrecht 1981).

De LOSON was financieel zelfvoorzienend door het verkopen van haar publicaties, kranten en brochures; het verstrekken van abonnementen en het verkrijgen van contributies en giften. De leden werkten vrijwillig zonder vergoeding. Kranten werden gemaakt op de redactie, de kelder van een kraakpand aan de Herengracht te Amsterdam of thuis.Foto van de redactie op de Herengracht, (uit het persoonlijk archief van Nadia Tilon, datum onvermeld). De culturele groepen als het LOSON-koor en de muziekband Paloeloe van LOSON traden onbetaald op en droegen zo financieel bij aan het reilen en zeilen van de organisatie, haar acties, activiteiten in Nederland en de beweging in Suriname.

Na de Sergeantencoup van Desi Bouterse in 1980, vertrokken meer Surinamers, onder wie zij die onderdeel waren geweest van linkse bewegingen, naar Nederland. De democratie kwam onder druk te staan en het geweld tegen (politieke) tegenstanders van het regime escaleerde, met als dieptepunt de Decembermoorden van 1982. De LOSON nam fel stelling tegen de gebeurtenissen in Suriname.

Theater en muziek Op uiteenlopende wijze heeft Nadia Tilon zich ingezet voor de LOSON/SAWO, waaronder voor de culturele arm van de organisatie. Ze speelde vanaf het begin een belangrijke rol in het inhoudelijk vormgeven van de theaterafdeling van de beweging. De organisatie zag het als een onderdeel van haar doelen om bij te dragen aan het behoud en de ontwikkeling van de Surinaamse culturele identiteit door bewust uiting te geven aan trots en respect voor de Surinaamse cultuur. Daarnaast meenden de leden dat cultuur als wapen ingezet kon worden om maatschappelijke bewustwording en verandering te stimuleren. Poëzie, klederdrachtenshow, dans, theatersketches, muziek, zang en gebruik van Surinaamse talen voegden zo een extra dimensie toe aan manifestaties, bijeenkomsten, demonstraties, straatfestivals en andere acties. Verschillende keren was er een LOSON-delegatie aanwezig bij activistische zomerkampen waar internationale linkse bewegingen samenkwamen. Ook hier maakten de leden theater om hun strijd en cultuur (kulturu) uit te dragen.Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis Amsterdam, Archief LOSON (Utrecht), inv.nr. 109-111, Correspondentie, verslagen, notities, etc. betreffende de deelname van LOSON/SAWO/CPS-jongeren aan de internationale anti-imperialistische en anti-fascistische jeugdkampen in verschillende landen in de 1980s, 1980-1987 [3 mappen].

Nadia Tilon begon met een acteerrol in het eerste toneelstuk van de LOSON en breidde dit vervolgens uit naar het schrijven van sketches, het verzorgen van de regie, aankleding en organisatie van optredens. Maatschappelijke actuele thema’s zoals de vreemdelingenwet, huisvesting van Surinamers in Nederland, de positie van kleine landbouwers of vrouwen in Suriname en later het dictatoriale Bouterseregime werden vertaald naar kritische korte sketches of langere stukken. In de eerste periode vormde het LOSON-theater voor Nadia Tilon vooral een middel om de politieke boodschap uit te dragen. Geleidelijk ontwikkelde ze echter meer aandacht voor de artistieke kant van toneel: het politieke verhaal moest versterkt worden met een persoonlijk verhaal, een karakterontwikkeling en een goede vorm.Interview Nadia Tilon, 14 april 2021. Tilon zong in diezelfde jaren in het LOSON-koor en in het Bijlmerkrakerskoor. Er werd gezongen tijdens demonstraties en in 1975 respectievelijk zijn een EP en single met strijdliederen uitgebracht, waar Tilon aan heeft meegewerkt.Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis Amsterdam, Audiocollectie LOSON/SAWO (IISG BG PK1/944), Surinaamse strijdliederen van het LOSON-Theater, 1975 [grammofoonplaat].