Paus Julius II, geboren als Giuliano della Rovere (Albisola Superiore (bij Savona), 5 december 1443 – Rome, 21 februari 1513), was paus van de Katholieke Kerk van 1 november 1503 tot zijn dood in 1513.della Rovere, Giuliano (1443-1513), The Cardinals of the Holy Roman Church Hij kreeg de bijnaam il terribile (Italiaans: 'de verschrikkelijke') en is een van de bekendste renaissancepausen.

Hij had zijn kerkelijke carrière te danken aan zijn oom, paus Sixtus IV. Toen zijn oom in 1471 gekozen was tot paus, benoemde hij Giuliano tot bisschop en korte tijd later al tot kardinaal. Giuliano wilde tot elke prijs het voorbeeld van zijn oom volgen en ook paus worden. Om dat doel te bereiken, trachtte hij de andere kardinalen te overtuigen hem te kiezen tijdens de vier conclaven volgend op de dood van Sixtus IV in 1484. Zijn grootste tegenstander was de Spaanse kardinaal Rodrigo de Borja y Borja, beter bekend als Rodrigo Borgia, die in 1492 tot paus Alexander VI gekozen werd.

Door simonie werd Giuliano uiteindelijk eind oktober 1503 tot paus gekozen, als opvolger van Pius III, de opvolger van Alexander, die na slechts vier weken in het ambt was gestorven. Julius' pontificaat duurde ruim negen jaar. Hij stelde zich ten doel het onder paus Alexander grotendeels verloren gebied van de Kerkelijke Staat terug te winnen. Ook de heropbouw van de stad Rome kreeg zijn volle aandacht. Hij trok daarvoor vele kunstenaars aan, van wie sommigen nog in onze tijd grote bekendheid genieten.

Op religieus-politiek gebied probeerde hij een schisma in de Kerk te voorkomen door het bijeenroepen van het Vijfde Lateraans Concilie (1512-1517).

Biografie (In de beschrijving van zijn leven vóór het pausschap wordt zijn geboorte- en familienaam “Giuliano della Rovere" gebruikt) 1443-1503 Persoonlijk leven Generatie1e2e3eFrancesco (1414-1484)Girolamo (1434-1507)Clemente (1462–1504) 150pxPietro (1445-1474)Leonardo (1464-1520)Giuliano (1443-1513)Raffaele (1460-1521)'Bartolomeo' (1447-1494)Cesare (1485-1540)Agostino (1469-1518)Galeotto (1471-1507)Sisto (1479-1517)Piëmontese tak van de familieCristoforo (1434-1478)Domenico (1442-1501)Verre familieMarco (1446-1516)– Verkorte stamboom, selectie op kerkelijke benoemingen –Fresco: Sixtus IV met de kardinaal-nepoten Girolamo, Giuliano en Raffaele Giuliano werd geboren op 5 december 1443In The Warrior Pope wordt als geboortedatum 15 december 1445 genoemd, terwijl Gcatholic.com spreekt over 5 december 1453 als oudste zoon van Raffaelo della Rovere en Theodora Manerola, een vrouw van Griekse afkomst. Zijn vader, een visserDe hemel van de paus (pag. 42) maar later ook genoemd als senator van Rome,Genealogie Della Rovere was de jongere en enige broer van Francesco della Rovere, de in 1471 gekozen paus Sixtus IV. De familie Della Rovere behoorde tot de verarmde adel, woonachtig in het Noord-Italiaanse Ligurië; een andere tak van de familie was woonachtig in Piëmont. Het aanzien en de rijkdom van de familie zouden door het nepotisme van Francesco in zijn hoedanigheid als paus snel toenemen, iets wat Giuliano tijdens zijn pausschap – zij het in mindere mate – zou voortzetten.Catholic Encyclopedia, "He (=Julius II) was free of nepotism"

Hoewel Giuliano aanvankelijk werd opgeleid voor een commerciële loopbaan, trad hij in 1468 in navolging van zijn oom toe tot de orde der franciscanen. Francesco nam de begeleiding van zijn neef bij zijn studie in Perugia op zich. Aangenomen wordt dat Giuliano in Perugia de studies burgerlijk en kerkelijk recht volgde.The Warrior Pope (pag. 10) Later stuurde Giuliano's oom hem naar een klooster in Perugia, waar hij een aanvullende scholing ontving. Na zijn studies zou hij de orde als novice verlatenThe Cardinals of the Holy Roman Church en seculier geestelijke worden, waardoor hij zich niet hoefde te onderwerpen aan de strenge kloosterregels, waaronder de gelofte van armoede en het naleven van het celibaat.

Het niet naleven van het celibaat, waaraan een groot aantal kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders zich schuldig maakte, speelde tijdens het kardinaalschap van Giuliano ook een rol. Naast Vannozza dei Cattanei, lange tijd de favoriete maîtresse van paus Alexander VI,Catholic Encyclopedia en de voormalige courtisane MasinaDe hemel van de paus (pag. 43) werd Lucrezia Normanni het bekendst. Uit de relatie met haar werd Felice della Rovere geboren, die tijdens de pontificaten van haar vader en zijn opvolgers Leo X en Clemens VII een opmerkelijke rol zou spelen.De dochter van de paus

Door toedoen van Giuliano trouwde Lucrezia Normanni met Bernardino de Cupis, kamerheer van de familie Della Rovere in het Vaticaan. Uit dit huwelijk werd een zoon geboren, Giovanni Domenico (1493-1553), die al op 11-jarige leeftijd aan het pauselijk hof aangesteld werd als secretaris. Zijn benoeming tot kardinaal, op verzoek van zijn halfzus Felice, werd door Giuliano (toen paus Julius II) op zijn sterfbed geweigerd,The Warrior Pope (pag. 312) maar vond in 1517 onder Julius' opvolger Leo X alsnog plaats.

Felice della Rovere trad op verzoek van haar vader in het huwelijk met Giovanni Giordano Orsini, lid van de invloedrijke Romeinse familie.

Uit andere hoek kwamen later berichten, met name tijdens zijn pontificaat, dat Giuliano er homoseksuele relaties op na zou houden. In zijn dagboekI Diarii di Girolamo Priuli schreef de Venetiaan Girolamo Priuli (1486-1547) dat er zich in het gevolg van de paus verschillende knappe jongemannen bevonden, met wie hij seksuele gemeenschap had. Ook de Venetiaanse historicus Marino Sanuto de Jongere wees op dergelijke relaties in een in 1506 geschreven sonnetNaar sonnet van Marino Sanuto:

Voor de opkomende protestantse beweging waren deze beschrijvingen van sodomie het zoveelste bewijs tegen het pausschap, zoals de Fransman Philippe du Plessis-Mornay dat zou beschrijven in zijn werk Le Mystère d'iniquité, c'est à dire, l'histoire de la papauté.

Concreet bewijs voor deze veronderstelling van homoseksuele relaties ontbreekt. Dit geldt ook voor de beschuldiging dat Giuliano geleden zou hebben aan de seksueel overdraagbare ziekte syfilis, zoals gesuggereerd in een 16e-eeuwse spotprentJulius II en syfilis en in Gerard Noels boek, waarin hij Julius omschrijft als een roekeloze pederast "met door syfilis aangetaste voeten die dan ook niet gekust mochten worden".The Renaissance Popes (pag. 232)

Kerkelijke carrière +Overzicht kerkelijke functiesBisdommenPlaatsPeriodeCarpentras16 oktober 1471 – 31 januari 1472Lausanne31 januari 1472 – 15 juli 1476Catania13 januari 1473 – 23 mei 1474Avignon23 mei 1474 – 1 november 1503Coutances11 juli 1476 – 3 december 1477Viviers3 december 1477 – 19 april 1479Mende3 juli 1478 – 31 januari 1483Bologna3 november 1483 – 24 januari 1502Savona20 september 1499 – 24 januari 1502Vercelli 24 januari 1502 – 1 november 1503KardinaalKardinaal-priester16 december 1471 – 19 april 1479Kardinaal-bisschop van: – Sabina19 april 1479 – 31 januari 1483 – Ostia en Velletri31 januari 1483 – 1 november 1503AartspriesterSint-Jan van Lateranenaugustus 1477 – 1 november 1503 Op 16 oktober 1471, twee maanden na de verkiezing van zijn oom tot paus Sixtus IV, volgde Giuliano’s eerste benoeming binnen de kerk: bisschop van het Franse bisdom Carpentras. Op 16 december 1471 maakte Sixtus in zijn eerste publieke consistorie de namen bekend van twee nieuwe kardinalen. Beiden betroffen neven van de paus, Giuliano en Pietro Riario; Pietro werd kardinaal-priester met de titelkerk San Sisto Vecchio te Rome en aan Giuliano werd de titelkerk Sint-Petrus Banden toegewezen. Als residentie koos Giuliano voor het naast de kerk gelegen paleis, dat hij liet opknappen en decoreren door Giuliano da Sangallo.

Volgend op zijn wijding tot bisschop van Carpentras, een bisdom dat hij in commendam zou aanhouden, volgden die van Lausanne, Catania en Avignon. Vanaf 20 november 1475 werd de bisschopszetel van laatstgenoemde stad verheven tot aartsbisdom, waardoor Giuliano de eerste aartsbisschop van dit aartsdiocees werd.Aartsbisdom Avignon In 1476 richtte hij hier een school op voor arme studenten. Nog in 1476 werd hij pauselijke legaat van Avignon.

In 1477 werd hij aartspriester van de basiliek van Sint-Jan van Lateranen, gevolgd door zijn aanstelling als kardinaal-bisschop van het suburbicair bisdom Sabina in 1479. Tot aan zijn uiteindelijke verkiezing tot paus behield Giuliano de titelkerk Sint-Petrus Banden in commendam. Opmerkelijk was de toewijzing van het suburbicair bisdom Ostia en Velletri aan Giuliano. Zoals bepaald door paus Eugenius III in 1150 viel het bisdom toe aan de deken van het College van Kardinalen. Deze functie werd in de periode 1483-1492 echter bekleed door Rodrigo de Borja y Borja, die op dat moment kardinaal-bisschop van het bisdom Porto-Santa Rufina was. Na Rodrigo’s keuze in 1492 tot paus Alexander VI werd de kardinaal Oliviero Carafa de nieuwe Deken.

Eind 1483 volgde Giuliano’s aanstelling tot bisschop van Bologna. Zijn onvrijwillige aftreden begin 1502 kwam voort uit een conflict met de zittende paus Alexander VI.

Ook binnen het College van Kardinalen zelf vervulde Giuliano een belangrijke rol. In zijn hoedanigheid als kardinaal-grootpenitentiarius (sinds oktober 1476) werd hij eindverantwoordelijk voor de verlening van aflaten en het schenken van gunsten bij gewetenskwesties. Deze functie zou hij tot aan zijn pausschap bekleden. Daarnaast was hij in de periode januari 1479 – januari 1480 en van 29 augustus 1484 tot 15 september 1484 Camerlengo, adviseur en schatbewaarder van de paus.

Beneficiën +Overzicht beneficiën175px175px Grottaferrata Santa Sofia, BeneventoAbdij/kloosterPlaats[Santa Maria di GrottaferrataGrottaferrataSanta Maria della VangadizzaAdriaSaint-PaulVerdunGrandselveToulouseSainte-Marie de BonnevauxPoitiersSint-Petrus-en-Paulus de MoschetaFlorenceSan Sabino fuori le muraPisaNonantolaModenaSaint-Pierre-et-Saint-Paul de LuxeuilBesançonSan Bartolomeo di AnghiariArezzoSanta SofiaBeneventoSan RomoaldoCamerinoSaint-SymphorienMetzAdministratie/bestuurMessina Lodève Beneficiën waren oorspronkelijk bedoeld als geldelijk inkomen aan geestelijken voor het uitvoeren van kerkelijke verplichtingen (opdragen van missen, toedienen van sacramenten). Met name in de Renaissance werd op grote schaal misbruik gemaakt van deze vorm van inkomsten, doordat de beneficiant zijn kerkelijke taak uitbesteedde aan een lagere geestelijke tegen slechts een klein deel van de inkomsten; de rest kwam in handen van de beneficiant.

Dankzij de opbrengsten uit beneficiën en bisdommen en de inkomsten uit kloosters, abdijen en andere kerkelijk administratieve functies (zie: in commendam) beschikte Giuliano over een aanzienlijk vermogen dat hij al in een vroeg stadium aanwendde voor bouwkundige projecten.

Onder Sixtus IV: 1471-1484 thumb|200x200px|Paus Sixtus IV Pietro Riario gold als de favoriete neef van paus Sixtus IV, maar na Pietro’s dood begin 1474 deed de paus een sterk beroep op Giuliano, die financieel profiteerde van de dood van zijn neef; de meeste van de bezittingen, die een jaarlijks inkomen vertegenwoordigden van circa 100.000 dukaten kwamen aan Giuliano toe.

Giuliano’s eerste militaire missie betrof het herstel van de orde in Umbrië, waar diverse steden de macht van de paus trachtten te weerstaan. In juni 1474 slaagde hij erin de opstand in Todi neer te slaan, waarna hij optrok naar Spoleto, de stad die gesteund werd door de Romeinse familie Orsini. Deze stad werd echter snel ingenomen, wat gepaard ging met vele plunderingen, wat tegen de zin was van Giuliano.The Warrior Pope (pag. 21)