thumb|De drie Maria's aan het graf van Hubert en/of Jan van Eyck, 15e eeuw De naam Maria (Grieks: Μαριαμ of Μαρια) komt 54 keer voor in het Nieuwe Testament, in 49 verzen. Maria was vrijwel zeker de vergriekste vorm van het Hebreeuwse מִרְיָם, mirjām, Mirjam,Prisma Taal Voornamen, 15e druk rond het begin van de christelijke jaartelling verreweg de populairste naam die Palestijnse Joden aan meisjes gaven, zodat ongeveer een op de vier vrouwen Mirjam, en dus in het Grieks 'Maria', heette. Bovendien leveren de meeste vermeldingen van 'Maria' in het Nieuwe Testament uiterst schaarse identificerende informatie. Tradities en onderzoekers zijn het daarom onderling oneens over naar hoeveel unieke vrouwen deze namen verwijzen en welke dezelfde persoon zijn.

Overzicht Historische frequentie van de naam 'Maria' 'Maria' was rond het begin van de christelijke jaartelling verreweg de populairste naam die Palestijnse Joden aan meisjes gaven, zodat ongeveer een op de vier vrouwen 'Maria' heette. Het meest complete onderzoek naar de frequentie van namen is geleverd door professor Tal Ilan, die in 1989 en 2002 lijsten heeft opgesteld van alle bekende namen van Joodse vrouwen die in Palestina woonden tussen 330 v.Chr. en 200 n.Chr.. Volgens haar gegevens uit 1989 waren 58 of 59 van alle 247 vrouwelijke namen die ze heeft gevonden 'Maria' (dat daarmee 23,5% van alle bekende namen omvatte), terwijl 61 andere vrouwen 'Salomé' heetten. Volgens haar verder uitgebreide gegevensverzameling uit 2002 bleken echter 80 van de 317 vrouwen de naam 'Maria' te hebben (25,2%) en werden er 62 vrouwen 'Salomé' genoemd (19,6%). De naam 'Maria' is via zijn Griekse vormen 'Maria', 'Mariam' en 'Mariamme' afgeleid van Mirjam, de zus van Mozes en mogelijk zo'n veelgebruikte naam in de historische tijd en regio van Jezus vanwege de populariteit van prinses Mariamme/Mariamne I de Hasmonese of prinses Mariamme/Mariamne II, de tweede respectievelijk derde vrouw van koning Herodes de Grote (r. 37–4 v.Chr.). In de vier evangeliën van het Nieuwe Testament ligt onder alle vrouwen die bij naam genoemd worden de frequentie van de naam 'Maria' (meestal door onderzoekers geteld als 6 of 7 unieke figuren) veel hoger dan 25%, terwijl er slechts één 'Salomé' is (de naam 'Salomé' komt slechts twee keer voor, beide keren in Marcus, om te verwijzen naar dezelfde persoon), een feit dat onderzoekers heeft verbijsterd.

Nieuwtestamentische frequentie van de naam 'Maria' De originele Koinè-Griekse tekst van het Nieuwe Testament maakt 54 keer gewag van de naam 'Maria' in 4 verschillende vormen: Μαρία (18 keer), Μαριὰμ (27 keer), Μαρίαν (2 keer) en Μαρίας (7 keer). De naam 'Maria' komt voorbij in 49 verzen: in 10 gevallen worden er twee verschillende Maria's genoemd in één vers, terwijl in de andere 39 gevallen er slechts sprake is van één Maria per vers.

+Maria's in het Nieuwe Testament Personage Verzen Keren Maria de moeder van Jezus Matteüs 1:16,18,20; 2:11; 13:55. Marcus 6:3. Lucas 1:27,30,34,38,39,41,46,56; 2:5,16,19,34. Handelingen 1:14. 19 Maria Magdalena Matteüs 27:56,61; 28:1. Marcus 15:40,47; 16:1, 16:9*. Lucas 8:2; 24:10. Johannes 19:25; 20:1,11,16,18. 14 Maria van Bethanië (Johannes 11–12) Johannes 11:1,2,19,20,28,31,32,45; 12:3 9 Maria (Galilees dorp, Lucas 10) Lucas 10:39,42 2 Maria van Klopas Johannes 19:25 1 Maria de moeder van Johannes Marcus Handelingen 12:12 1 Maria van Rome Romeinen 16:6 1 Betwist: "Maria de moeder van Jakobus" "Maria de moeder van Jakobus en Jozef" "Maria de moeder van Jakobus de jongere/kleine en van Joses" "Maria de moeder van Joses" "De andere Maria" Marcus 16:1. Lucas 24:10. Matteüs 27:56 (Ἰωσὴφ = 'van Jozef') Marcus 15:40 (Ἰωσῆτος = 'van Joses') Marcus 15:47 (Ἰωσῆτος = 'van Joses') Matteüs 27:61; 28:1. 7: 2 1 1 1 2 Totaal aantal Maria's: betwist Totaal aantal verzen: alle bovenstaande (49) Totaal: 54

Identificatie van de nieuwtestamentische Maria's Volgens een gangbare protestantse traditie zijn er zes vrouwen genaamd 'Maria' in het Nieuwe Testament: Maria de moeder van Jezus; Maria Magdalena; Maria van Bethanië; Maria de moeder van Jakobus de jongere; Maria de moeder van Johannes Marcus; en Maria van Rome.

De katholieke theoloog F.P. Dutripon produceerde een Latijnse Bijbel-Concordans (in 1838 opgedragen aan de aartsbisschop van Parijs), waarin hij 6 mensen genaamd 'Maria' in de Bijbel identificeerde, waarvan er 5 voorkomen in het Nieuwe Testament. Hij vereenzelvigde Maria Magdalena met Maria van Bethanië ('zus van Marta en de uit de dood gewekte Lazarus') als Maria III en stelde Maria de moeder van Jakobus de jongere en Jozef gelijk aan Maria van Klopas als Maria IV.

Sommige moderne onderzoekers stellen dat er 'zes of zeven' personages genaamd 'Maria' kunnen worden onderscheiden in het Nieuwe Testament. W. Thomas Sawyer (1990) beweerde dat de Maria uit het Galilese dorp in Lucas 10 dezelfde was als de Maria van Bethanië (een dorp in Judea) in Johannes 11 en 12, dat Maria van Klopas wellicht 'de andere Maria' was en bovendien dezelfde persoon als 'Maria de moeder van Jakobus en Joses' en dat de overige betwiste Maria's allemaal vereenzelvigd dienden te worden met 'Maria de moeder van Jakobus de jongere en Joses'; Sawyer verwierp het idee dat Maria Magdalena de zondige vrouw uit Lucas 7 was. John Painter (2004) telde 'zes of zeven verschillende vrouwen' en ordende hen als 'de moeder van Jezus, Maria Magdalena, de moeder van Jakobus de Kleine en Jozef, de vrouw[?] van Klopas, de zus van Marta en Lazarus, de moeder van Johannes en nog een Maria vermeld door Paulus (Rom 16:6);' hij gaf geen indicatie welke twee Maria's mogelijk dezelfde persoon zouden kunnen zijn. W. T. Dayton (2010) beweerde dat de Maria uit het Galilese dorp uit Lucas 10 eigenlijk in Bethanië woonde net als Johannes' Maria van Bethanië, dat 'de andere Maria' 'Maria de moeder van Jakobus de jongere en van Jozef/Joses' was en speculeerde (maar concludeerde niet definitief) dat dit dezelfde persoon was als Maria of Klopas; tot slot verwierp hij het idee dat Maria Magdalena de zondige vrouw uit Lucas 7 was. Raymond E. Brown (1978) wees erop dat Marcus 6:3 en Matteüs 13:55 beweren dat Jezus' moeder Maria heette en dat Jezus ook vier broers had genaamd Jakobus, Joses (volgens Marcus) of Jozef (volgens Matteüs), Judas en Simon; deze verzen vertonen zulke opmerkelijke overeenkomsten met de verzen Marcus 15:40 ('Maria de moeder van Jakobus de jongere en van Joses') en Matteüs 27:56 ('Maria de moeder van Jakobus en Jozef') dat de laatste twee verzen in feite ook naar de moeder van Jezus zouden kunnen verwijzen en niet naar een apart persoon.

Maria de moeder van Jezus thumb|150px|De maagd in gebed, rond 1645 geschilderd door Sassoferrato.

Maria de moeder van Jezus, bijgenaamd Madonna en Heilige Maagd, is de belangrijkste vrouwelijke figuur in het christendom. De termen mariologie (de academische studie van de figuur Maria), Mariaverering en Mariaverschijning zijn afgeleid van Maria de moeder van Jezus.

Ze wordt twaalf keer bij naam genoemd in het Evangelie volgens Lucas, vijf keer in het Evangelie volgens Matteüs, eenmalig in het Evangelie volgens Marcus en eenmalig in de Handelingen van de apostelen. Verder wordt deze Maria niet bij naam genoemd, maar soms is duidelijk dat zij bedoeld wordt. De oudste naamloze verwijzing naar deze Maria staat in de Brief van Paulus aan de Galaten vers 4:4: '...God zond zijn Zoon, geboren uit een vrouw...', waarmee Paulus de menselijkheid van Jezus benadrukte.

Bijna alle keren dat Maria bij naam wordt genoemd zijn in het verhaal van de Geboorte van Jezus, die alleen wordt verteld in Matteüs en Lucas, niet in Marcus of Johannes. Slechts twee passages in de evangeliën, Marcus 6:3 en Matteüs 13:55, vermelden haar (en andere familieleden) later in het leven van Jezus en worden algemeen gezien als parallelle passages; Lucas 4:22 lijkt er ook op, maar noemt Jezus alleen als 'de zoon van Jozef'. Daarnaast vertellen zowel Matteüs 12:46–50 als Marcus 3:31–35 als Lucas 8:19–21 een bezoek van Maria (samen met Jezus' broers) aan de volwassen Jezus zonder haar bij naam te noemen. Tot slot beschrijft Lucas 2:39‒52 een verhaal over de twaalfjarige Jezus in de Tempel, waarin zijn moeder weer een rol speelt maar niet bij naam wordt genoemd.

Het Evangelie volgens Johannes noemt de moeder van Jezus tweemaal (Johannes 2:1–12 en 19:25–27) maar niet bij naam; het is bovendien het enige evangelie dat expliciet vermeldt dat zij aanwezig was bij de kruisiging van Jezus.

Maria Magdalena thumb|150px|Magdalena door Gheorghe Tattarescu (19e eeuw)

Maria Magdalena wordt in de oorspronkelijke evangeliën 13 keer genoemd: drie keer in Matteüs (27:56,61; 28:1), drie keer in Marcus (15:40,47; 16:1), twee keer in Lucas (8:2; 24:10) en vijf keer in Johannes (19:25; 20:1,11,16,18). Marcus 16:9 is pas later aan het Nieuwe Testament toegevoegd; dit vers bevat de 14e vermelding van Maria Magdalena. Ze is een van de weinige vrouwelijke volgelingen van Jezus die bij naam wordt genoemd en in alle gevallen (op één na) waarin zij in een groep vrouwen voorkomt wordt ze als eerste genoemd.

Maria Magdalena wordt slechts één keer expliciet genoemd voorafgaand aan de kruisiging van Jezus, namelijk in Lucas 8:2–3, waarin zij een van de slechts drie bij naam geïdentificeerde vrouwen is van de vele vrouwen die Jezus tijdens zijn reizen vergezelden. In deze verzen wordt ze omschreven als een van de 'vrouwen die van kwade geesten en ziekten genezen waren' en degene 'bij wie zeven demonen waren uitgedreven'. Drie van de vier evangeliën noemen Maria Magdalena als een van de vrouwen die aanwezig was bij de kruisiging, terwijl Lucas alleen gewag maakt van 'de vrouwen die hem vanuit Galilea gevolgd waren'. Matteüs en Marcus vermelden dat zij getuige was van de graflegging van Jezus,Matteüs 27:59–61, Marcus 15:46–47. Lucas vermeldt alleen 'de vrouwen uit Galilea' zonder naamLucas 23:53–56. en Johannes vermeldt helemaal geen vrouwen.Johannes 19:39–42. Alle vier evangeliën melden echter dat Maria Magdalena behoorde tot de vrouwen die daarna de graftombe van Jezus leeg aantroffen; volgens Johannes was zij zelfs de enige.

Verscheidene christelijke tradities en moderne wetenschappers hebben Maria Magdalena vereenzelvigd met andere vrouwen in het Nieuwe Testament, maar geen van deze identificaties wordt algemeen aanvaard.Pakenham, Frank. 1974. The Life of Jesus Christ. London: William Cloves & Sons. . pp. 78–79. Met name rooms-katholieke tradities hebben haar vereenzelvigd met Maria van Bethanië (Johannes 11–12) en de ongenaamde zondige vrouw van Lucas 7:37–39,Pope, H. 1910. St. Mary Magdalen, in The Catholic Encyclopedia. New York: Robert Appleton Company. Gearchiveerd op 26 april 2023. hetgeen heeft geleid tot het idee dat ze vaker in het Nieuwe Testament genoemd wordt dan Maria de moeder van Jezus en ook tot legendevorming over dat zij een rolmodel zou zijn voor tot inkeer gekomen zondaars en zelfs, volgens Paus Gregorius I in 591, een prostituée die haar leven heeft gebeterd. Deze opvatting, die tot in het extreme werd opgerekt in de Legenda aurea (geschreven circa 1260), wordt sinds 1969 door de Rooms-Katholieke Kerk officieel afgewezenBlainey, Geoffrey. 2011. A Short History of Christianity. Camberwell: Viking. p. 159 en wordt algemeen verworpen door moderne nieuwtestamentici, maar blijft desondanks populair in de volksdevotie en -cultuur.

Maria (Galilees dorp, Lucas 10) thumb|150px|Jesus at the home of Martha and Mary door Harold Copping verbeeldt een scène uit Lucas 10