Na de verkiezingen voor het federaal parlement in België op 10 maart 1974 ging de formatie van een nieuwe federale regering van start. De formatie duurde 45 dagen en leidde tot de vorming van de regering-Tindemans I.

Verloop van de formatie Tijdslijn

Aanloop naar de formatie Op 10 maart 1974 vonden vervroegde federale verkiezingen plaats. Aan Vlaamse kant was de christendemocratische CVP de grote winnaar, terwijl de liberale PVV standhield en de socialistische BSP en de Vlaams-nationalistische Volksunie achteruitgingen. Aan Franstalige kant gingen de christendemocratische PSC, de Brussels-francofone FDF, dat een kartel had gevormd met de Brusselse liberale partij PLDP, en de socialistische PSB enkele procenten vooruit, terwijl de regionalistische Rassemblement Wallon en de liberale PLP verlies boekten.CVP boekt overal winst, Gazet van Antwerpen, 11 maart 1974.

Op dinsdag 12 maart 1974 begon koning Boudewijn met zijn consultaties met het oog op de regeringsvorming. Hij ontving in drie dagen tijd achtereenvolgens Kamervoorzitter Achiel Van Acker, Senaatsvoorzitter Pierre Harmel, uittredend vicepremier en kandidaat-premier Leo Tindemans (CVP), uittredend minister van Economische Zaken Willy Claes (BSP)Nog deze week informateur?, Gazet van Antwerpen, 13 maart 1974., PSC-voorzitter Charles-Ferdinand Nothomb, PSB-voorzitter André Cools, nationaal PVV-PLP-voorzitter Pierre Descamps, Volksunie-voorzitter Frans Van der Elst, RW-voorzitter François Perin, Georges Debunne, voorzitter van de socialistische vakbond ABVV, CVP-voorzitter Wilfried Martens, Jef Houthuys, voorzitter van de christelijke vakbond ACVDe koning raadpleegde partij- en vakbondsleiders, Gazet van Antwerpen, 14 maart 1974., BSP-voorzitter Jos Van Eynde, PVV-voorzitter Frans Grootjans, Léon Defosset, voorzitter van de FDF-RW-federatie, Armand Colle, voorzitter van de liberale vakbond ACLVB, KPB-voorzitter Louis Van Geyt, Pol Provost, voorzitter van werkgeversorganisatie VBO, PLP-voorzitter André Damseaux, FDF-voorzitter André Lagasse en uittredend minister van Landsverdediging Paul Vanden Boeynants (PSC).BSP neigt naar oppositiekuur, Gazet van Antwerpen, 15 maart 1974.

Informateur Renaat Van Elslande (15 maart - 21 maart 1974) Op 15 maart 1974 benoemde de koning ontslagnemend minister van Buitenlandse Zaken Renaat Van Elslande (CVP) tot informateur, met de opdracht om zo snel mogelijk na te gaan onder welke voorwaarden een regering kon worden samengesteld.Van Elslande informateur, Gazet van Antwerpen, 16 maart 1974. Nadat Van Elslande de partijprogramma's van de mogelijke regeringspartijen (CVP, PSC, BSP-PSB, PVV, PLP, PLDP, RW, Volksunie, FDF) had bestudeerd, overhandigde hij op 18 maart aan de voorzitters van die partijen een vragenlijst waarin gepeild werd naar de voorwaarden van deze partijen om deel te nemen aan een regering en hun standpunten over onder meer de gewestvorming en de bestrijding van de inflatie.Partijen kregen reeks vragen, Gazet van Antwerpen, 19 maart 1974. Op 19 maart bracht Van Elslande tussentijds verslag uit bij de koning, waarna zijn opdracht met twee dagen werd verlengd. De volgende dagen zette de informateur zijn raadplegingen verder en op 21 maart diende hij zijn eindrapport in.

Informateur Van Elslande constateerde dat iedere partij zo snel mogelijk een regering wenste te vormen en dat over heel wat problemen overeenstemming kon worden bereikt, maar dat er ook een aantal knelpunten waren waarover moeilijk een akkoord kon worden gevonden, zoals het terugdringen van het begrotingstekort en de aanpak van de financiële problemen, onderwijs, ethische thema's als abortus, energie en een aantal aspecten van de gewestvorming, zoals de oprichting van gewestraden en de fiscaliteit van de gewesten.Tindemans formateur, Gazet van Antwerpen, 22 maart 1974.

Formateur Leo Tindemans (21 maart - 25 april 1974)

Dezelfde dag nog werd Leo Tindemans, de kandidaat-premier voor de CVP, tot formateur benoemd. Hij ging aan de mogelijke regeringspartijen een ontwerpprogramma voorleggen dat als basis voor de regeringsonderhandelingen moest dienen. Op 25 maart legde Tindemans zijn ontwerpprogramma voor aan partijvoorzitters Wilfried Martens (CVP), Charles-Ferdinand Nothomb (PSC), André Cools (PSB), Jos Van Eynde (BSP), Frans Grootjans (PVV) en André Damseaux (PLP), aangezien het zijn bedoeling was om een regering met deze partijen te vormen.Tindemans test driepartijenregering uit, Gazet van Antwerpen, 26 maart 1974. De dag daarna pleegde de formateur overleg met Robert Vandeputte, voorzitter van de Nationale Bank, de vertegenwoordigers van de vakbonden en partijvoorzitters Frans Van der Elst (Volksunie) en François Perin (RW).BSP spreekt al minder forse taal, Gazet van Antwerpen, 27 maart 1974. Op 27 maart werden vertegenwoordigers van werkgevers- en landbouworganisaties, FDF-voorzitter André Lagasse en PLDP-voorzitter Roland Gillet ontvangen.

Dezelfde dag verklaarden de liberale partijen zich bereid om te onderhandelen over een regering met de socialisten en christendemocraten, terwijl de socialistische partijen geen regering met de liberalen wensten te vormen en de voorkeur gaven aan een coalitie met de christendemocraten alleen.Naar regering met socialisten?, Gazet van Antwerpen, 28 maart 1974. Tindemans besloot zich daarom te concentreren op de vorming van een rooms-rode coalitie.Tindemans blijft op spoed aandringen, Gazet van Antwerpen, 29 maart 1974.

Op vrijdag 29 maart 1974 gingen de onderhandelingen tussen de christendemocratische en socialistische partijen van start.Tindemans pakt hete hangijzers aan, Gazet van Antwerpen, 30 maart 1974. Die dag vonden de eerste besprekingen plaats over knelpunten als de gewestvorming, de ethische vraagstukken, het onderwijs en de overheidsinitiatieven in de economie aangepakt. De dag nadien werden de discussies aangesneden over het anti-inflatiebeleid, de energiecrisis, de problemen omtrent tewerkstelling en de defensie- en begrotingspolitiek.Ergste knelpunten komen ter sprake, Gazet van Antwerpen, 1 april 1974. In de week van 1 april kwamen delegaties van de onderhandelende partijen samen om alle knelpunten ten gronde te behandelen. De samenstelling van de delegaties van de partijen was als volgtToch regering voor Pasen?, Gazet van Antwerpen, 2 april 1974.: voor CVP: voorzitter Wilfried Martens, uittredend minister Jos Chabert, Kamerfractieleider Karel Blanckaert en Gaston Geens, directeur van studiedienst CEPESS voor BSP: voorzitter Jos Van Eynde, uittredende ministers Willy Claes en Jef Ramaekers en Kamerlid Wim Geldolf voor PSC: voorzitter Charles-Ferdinand Nothomb, uittredende ministers Paul Vanden Boeynants en Alfred Califice en Dieudonné André, adjunct-directeur van het nationaal secretariaat van CVP-PSC voor PSB: voorzitter André Cools, Senaatsfractieleider Marc-Antoine Pierson, Kamerlid Jean-Maurice Dehousse en voormalig minister Léon Hurez

Op 5 april slaagden de onderhandelaars erin om de grote lijnen vast leggen van het akkoord over de knelpunten.BSP draaide bij, Gazet van Antwerpen, 6 april 1974. Op 7 april kwam vervolgens een redactiecomité samen die de overeenkomst op papier moest zetten. Vanaf 6 april werd ook opnieuw onderhandeld over de andere politieke thema's.Toch een Paasregering?, Gazet van Antwerpen, 8 april 1974.

Op 8 april werden op het partijbureau van BSP-PSB door de Waalse socialisten en de achterban van vakbond ABVV bezwaren geuit tegen de akkoorden over het onderwijs en de gewestvorming, waarop deze partij in verband met deze thema's nieuwe eisen op tafel legde en de bereikte akkoorden op de helling zette.Uitputtingstaktiek van BSP voortgezet, Gazet van Antwerpen, 9 april 1974. Op de avond van 9 april deed formateur Tindemans een ultiem voorstel om de discussie rond het onderwijs te beëindigen, maar dat werd door de socialisten niet aanvaard.Partijvoorzitters bij de koning, Gazet van Antwerpen, 10 april 1974. Dezelfde dag moest Tindemans verslag uitbrengen bij de koning, die dezelfde avond nog de partijvoorzitters van CVP, PSC en BSP-PSB op audiëntie ontving om de vastgelopen onderhandelingen opnieuw op gang te helpen trekken. Op 10 april zette het partijbestuur van BSP-PSB het licht op groen voor verdere onderhandelingen, op voorwaarde dat de christendemocraten verregaande toegevingen zouden doen. Dezelfde dag kwamen de onderhandelaars opnieuw samen om de knelpunten verder te bespreken.De BSP durft niet afbreken, Gazet van Antwerpen, 11 april 1974. De dag nadien legde Tindemans aan de onderhandelaars nieuwe voorstellen omtrent de knelpunten voor, die voor de socialisten echter onvoldoende waren.Onderhandelingen CVP-BSP afgesprongen, Gazet van Antwerpen, 12 april 1974. Hierdoor sprongen de onderhandelingen tussen BSP-PSB, CVP en PSC definitief af.

Vanaf 12 april begon formateur Tindemans gesprekken met de liberale partijen, met de bedoeling om een rooms-blauwe regering op de been te brengen.Tindemans praat nu al met liberalen, Gazet van Antwerpen, 13 april 1974. Dergelijke regering had wel een meerderheid in de Senaat, maar niet in de Kamer. PVV-voorzitter Frans Grootjans verklaarde dat hij liever een regering had die over een meerderheid in beide kamers van het parlement beschikte en drong er daarom op aan om de communautaire partijen Volksunie en RW bij de onderhandelingen te betrekken.Volksunie bereid tot regeringsdeelneming, Gazet van Antwerpen, 16 april 1974. De christendemocraten waren meer gewonnen voor het idee dat Volksunie en RW in het parlement gedoogsteun zouden leveren aan de regering, zonder dat ze zelf ministers leverden.

Op dinsdag 16 april 1974 kwamen de christendemocratische en liberale partijen samen om de nota van de formateur betreffende de krachtlijnen van het regeringsbeleid, waarna Tindemans de voorzitters van Volksunie en RW ontving. Volksunie was niet bereid om gedoogsteun te verlenen aan een minderheidsregering, RW wel. Als Volksunie en RW wel zouden toetreden tot een regering, wilden ze dat enkel doen als de regering over een tweederdemeerderheid in het parlement beschikte om de gewestvorming te kunnen doorvoeren, wat enkel kon als ook de Brussels-francofone FDF bij de onderhandelingen werd betrokken.VU en RW voor 2/3-meerderheid, Gazet van Antwerpen, 17 april 1974. Na de ontmoeting met deze partijen onderhandelden de christendemocraten en liberalen verder om de nota van de formateur verder uit te diepen. De dag nadien gaf RW-voorzitter François Perin echter aan dat zijn partij toch niet bereid was om een minderheidsregering te depanneren, waardoor duidelijk werd dat geopteerd moest worden voor een brede coalitie met de communautaire partijen.Meerderheidsregering met VU en RW verwacht, Gazet van Antwerpen, 18 april 1974. Op de avond van 17 april 1974 gingen de rooms-blauwe partijen akkoord om met de communautaire partijen onderhandelingen te beginnen over het ontwerpakkoord dat CVP, PSC, PVV en PLP reeds hadden bereikt. Op 18 april werd bij FDF-RW en Volksunie gepolst naar de voorwaarden waaronder de onderhandelingen van start konden gaan. De partijen wensten vooral nadere onderhandelingen over de gewestvorming en stemden dezelfde dag nog in met een onderhandelingsschema over dit thema.Heden begint groot beraad, Gazet van Antwerpen, 19 april 1974.

Op vrijdag 19 april kwamen de onderhandelaars van CVP, PSC, PVV, PLP, FDF-RW en Volksunie samen in Kasteel ter Ham in Steenokkerzeel om een globaal akkoord te sluiten over de gewestvorming.Historisch beraad niet zo vlot, Gazet van Antwerpen, 20 april 1974. De samenstelling van de delegaties van de partijen was als volgt: voor CVP: voorzitter Wilfried Martens, uittredende ministers Jos Chabert en Renaat Van Elslande en Kamerfractieleider Karel Blanckaert voor PSC: voorzitter Charles-Ferdinand Nothomb, uittredende minister Alfred Califice, senator Donald Fallon en Kamerlid Henri-François Van Aal voor PVV: voorzitter Frans Grootjans en uittredende ministers Willy De Clercq en Herman Vanderpoorten