miniatuur|Mogelijk de oudste foto van Nederlandse bodem dat aan het schaakspel relateert: een zelfportret uit 1863-1864 van J.E. van Rheden, hoofdonderwijzer te Wijk bij Duurstede, schakend met een hulponderwijzer. Schaken in Nederland in de 19e eeuw was een bezigheid dat zich ontwikkelde van een spel gespeeld door enkelen tot een erkende spelsport en daarmee de basis vormde van het moderne schaken zoals het heden in Nederland wordt gekend. De 19e eeuw was derhalve een belangrijke periode in de Nederlandse schaakgeschiedenis.
Terwijl in het buitenland reeds grote kampioenen rondliepen en daar de schaaksport al flink in de ontwikkeling was, was het in Nederland in het begin van de negentiende eeuw nog slechts een kunstzinnig spelletje dat voornamelijk door intellectuelen gespeeld werd. Gedurende de negentiende eeuw kwam de ontwikkeling van het spel echter in een versnelling waarbij het aantal beoefenaars van enkele tientallen tot honderden zou uitgroeien en schaakverenigingen als paddenstoelen uit de grond schoten.
Terwijl in 1851 in Londen het eerste internationale schaaktoernooi gehouden werd, volgde het eerste nationale schaaktoernooi in Nederland in 1858. Het bezoek van Adolf Anderssen in Nederland in 1861 was een volgende hoogtepunt. Dit bezoek maakte duidelijk dat het niet zo slecht gesteld was met het Nederlandse schaken, als dat men tot die tijd algemeen aannam. Maarten van 't Kruijs bijvoorbeeld speelde een aantal partijen tegen de beroemde meester die veel later nog in analyses van onder andere Alexander Aljechin terugkwamen. In 1873 werd de Nederlandse Schaakbond opgericht - thans de oudste schaakbond ter wereld - een mijlpaal waarmee het schaken in Nederland de status van een erkende spelsport werd bereikt.
Tegen het einde van de 19e eeuw groeide het internationale aanzien van het Nederlandse schaken. Rudolf Loman presteerde goed in Engeland en hij speelde ook in Duitse toernooien. Benima speelde in 1883 te Londen en Van Lennep behaalde zijn meestertitel in Leipzig in 1894. De in Leiden woonachtige en voor Palamedes spelende Duitse arts Oppenheim won te Eisenach in 1896 een prijs en speelde samen met Dirk Bleijkmans in Keulen in 1898. In 1897 won Bleijkmans de voorronde van een toernooi in Berlijn. In 1899 speelde Esser in de reservegroep van het toernooi te Londen. Vanaf 1899 werd op initiatief van H.D.B. Meijer tot enkele jaren na de eeuwwisseling internationale wedstrijden georganiseerd met het idee aan de wereld te tonen dat Nederlanders niet bang waren met buitenlanders te spelen.Peter de Jong (2015), Max Euwe - Verhalen en partijen Deel 1 - Nederlandse schaakhistorie.p.256.
Schakers Blindschaken had in de negentiende eeuw nog nauwelijks zijn intrede in Nederland gedaan. De eerste spelers die dit kunstje op kleine schaal verstonden waren R. Heeren (Strijdt met Beleid, Nijmegen), Thomas Werndly (Pallas, Deventer), en Willem Verbeek (Sissa, Wijk bij Duurstede). Het was dan ook een spektakel en een primeur in Nederland toen Joost Pinedo in 1862 een demonstratie gaf met het blindschaken tegen zes tot tien borden tegelijkertijd.De Wiener Zeitung van 27 oktober 1861 lijkt te suggereren dat het in feite een jaar eerder gebeurde, aldus Spinrad (2006), in "When Blindfold Chess Became Easy", op chesscafe.com. Hiermee was hij de eerste Nederlander die zich min of meer kon meten met het niveau van drie grote namen in de schaakwereld: Paul Morphy (die in 1858 met acht van Parijs' sterkste schakers speelde, met een score van +6=2), Louis Paulsen (die tegen tien borden tegelijkertijd kon blindschaken) en Joseph Blackburne (die zijn kost verdiende met blindsimultaanschaakdemonstraties, zoals hij ook in 1873 in Den Haag zou doen).
Tot de allersterkste schakers van de negentiende-eeuwse Nederlandse schaakwereld behoorden de voortijdig overleden Werndly, die in 1858 het eerste nationale schaaktoernooi in Nederland won, Messemaker en Van 't Kruijs. Laatstgenoemde werd anno 1861 door Anderssen tot een van de tien beste schakers beschouwd waar hij ooit mee gespeeld had.1861: (Ed.) Prof. A. Anderssen in Nederland – Eene herinnering op Schaakgebied uit de Maand Julij 1861, gepubliceerd door Andriessen, WbD. In dit rijtje hoort ook Charles Dupré, die lange tijd op het hoogste niveau meedeed. In de laatste kwart van de negentiende eeuw werden Messemaker, Van 't Kruijs, Dupré en de iets jongere Benima "de nestors van het Nederlandse schaken" genoemd. Zij wonnen allen minstens eenmaal de Nederlandse kampioenschap in de periode van 1873 1884, waarna aan hun dominantie een einde kwam. Een nieuwe generatie stond op onder leiding van Arnold van Foreest, die er met zijn spel voor zorgde dat Nederland tegen het einde van de negentiende eeuw qua niveau definitief aansloot met de internationale schaakwereld.
Hoewel het spel van de negentiende-eeuwse schaker schaak-theoretisch van weinig waarde was, zijn er een aantal aspecten uit die tijd die tot het schaakjargon behoren. Zo is er de Van 't Kruijs-opening, genoemd naar zijn Nederlandse uitvinder. Sommige ontwikkelingen op Nederlandse bodem zijn overigens onopgemerkt aan de buitenwacht voorbijgegaan. Was er bijvoorbeeld niet de roem van Kieseritzky, dan had de toen reeds door Oliphant ontwikkelde "grooten gambiet" niet het Kieseritzkygambiet moeten heten, maar had het genoemd moeten worden naar de oudste Nederlandse schaker die de negentiende eeuw heeft voortgebracht.Sissa 1867, p.345
Vrouwenschaak De eerste damesschaakvereniging in Nederland dateert uit 1864, maar valt niet in goede bodem in een tijd waar vrouwenschaak in Nederland door de man verafschuwd werd. De vereniging heeft het niet lang volgehouden. De stof die het deed opwaaien zou echter voorbereidend werk zijn voor de definitieve introductie van het Nederlandse vrouwenschaak enkele decennia later.Scholten 1999: 248-249
In 1895 wordt tijdens het internationale toernooi van Hastings twee damesgroepen naast de mannenvelden geformeerd. Het eerste zuivere International Ladies Chess Congress vindt plaats in Londen in 1897. Dit is wellicht het signaal geweest om in Nederland een nieuwe poging tot het opzetten van vrouwenschaak te doen. Hierin was de weduwe Muller-Thijm uit Zutphen de drijvende kracht. Zij richtte in 1897 in Zutphen de damesschaakvereniging Door Oefening Vooruit (1897-1900) op.Scholten 1999: 595 miniatuur|Hotel de Hollandsche Tuin anno 1914, thuisbasis van Door Oefening Vooruit. De leden van Door Oefening Vooruit kwamen wekelijks bij elkaar bij Muller-Thijm thuis. Muller-Thijm kreeg uitgebreid de gelegenheid in diverse dagbladen en in het bondsblad het damesschaak te propageren. Het was niet zonder effect: alleen al in Zutphen steeg het aantal deelnemers na de publicaties binnen een jaar tijd van tien leden die wekelijks bij Muller-Thijm thuiskomen om zich in het schaakspel te bekwamen naar achttien deelnemers voor een onderling toernooi. Het aantal bleek zo groot dat men genoodzaakt was van Muller-Thijms huis naar het Hotel De Hollandsche Tuin in Zutphen te verhuizen.Scholten 1999: 250
Binnen korte tijd ontstaan er ook Damesschaakverenigingen in Utrecht ("Damesschaakvereeniging" (1897 - 1915), met steun van Schaakclub UtrechtScholten 1999: 234), Groningen (onder leiding van Charlotte Koekebakker) en Den Haag.De Jong 2016Scholten 1999: 249
In de zomer van 1898 werd in Den Haag de eerste nationale Dames-Schaakwedstrijd in Nederland gehouden. Muller-Thijm werd de winnaar en daarmee Nederlands eerste schaakkampioene. Hendrica Jansen, van de Utrechtse Damesschaakvereniging werd runner-up.
Ter viering van het vijfentwintigjarige bestaan van de Nederlandse schaakbond, werd datzelfde jaar ook een "Kleinen Jubileum-Wedstrijd" gespeeld in De Hollandsche Tuin. Deze werd gewonnen door J.H. Goud, Arnhem, gevolgd door mej. J.A. Willemsen, Zutphen, J.J. Kleinhoonte, Arnhem, B. Snatager, Zutphen en Muller-Thijm.
Schaakverenigingen De sportverenigingscultuur in Nederland is begonnen in de schaakwereld. De oudst bekende (gedocumenteerde) sportvereniging is de Haagsche Schaakgenootschap (1803-1808), hoewel gewag gemaakt wordt van ten minste een oudere schaakvereniging die reeds in 1798 was opgericht. Deze was vermoedelijk ook in Den Haag, maar er is over deze vereniging niet meer bekend dan dat deze zich het 'revolutionaire' doel had gesteld de benaming van schaakstukken te veranderen.Scholten (1999) p.29,141
Tijdens het ontstaan van het schaakverenigingsleven in de negentiende eeuw was het een komen en gaan van schaakverenigingen. Slechts enkele verenigingen, al dan geen fusies, naamsveranderingen, teloorgangen en heroprichtingen ondergaande, hebben de moderne tijd gehaald. Onderstaande een lijst van deze verenigingen. Het zijn schaakverenigingen op Nederlandse bodem die voor 1900 zijn opgericht en/of die heden bestaan met historische wortels die reiken tot (diep) in de negentiende eeuw:
+Nederlandse schaakverenigingen met wortels in de negentiende eeuwPlaatsVerenigingJarenOpmerkingAmsterdamAmsterdamsche Schaakclub1886-1968AmsterdamPhilidor1842-1856AmsterdamLe Bourdonnais1856-1878AmstelveenSchaak- en damclub Zukertort Amstelveen1884-LeidenLeidsch Schaakgenootschap1895Den HaagDamesschaakvereniging1864-?Eerst bekende damesschaakvereniging in NederlandLeidenS.G.Palamedes1846-1946Eerste schaakvereniging in Leiden, in zijn laatste levensjaar de oudste van Nederland.LeidenLeidsch Studenten Schaak Gezelschap Morphy1863-Continuiteit niet bewezen.LeidenMorphy1893-1901Opgericht door onder andere Jan EsserLeidenStudentenschaakvereniging Alapin1897-1901Opgericht door Jan EsserRotterdamVermaak door Oefening1821-1877Vereniging waarin onder meer Dubois en Charles Dupré gespeeld hebben.RotterdamNieuwe Rotterdamsche Schaakvereniging (NRSV)1894-1965Fusie met Rotterdamsch Schaakgenootschap tot Nieuw Rotterdams Schaakgenootschap (NRSG).AmersfoortS.G. Amersfoort1893-DelftDelftsche Schaakclub1895-DelftD.S.S.B.C. "Paris"1889-HilversumHilversumsch Schaakgenootschap1887-Op twee na oudste schaakvereniging van Nederland die heden nog actief isMeedenAnderssen1879Opgericht door Derk Roelof MansholtUtrechtSchaakclub Utrecht1886-2016RotterdamSchaakgezelschap1821-1859?RotterdamRotterdamsch Schaakgenootschap1862-1863RotterdamVermaak door Oefening1821-1977RotterdamSchaakclub Prudentia1895-1900RotterdamDe Bramien1850-?RotterdamDe Pion1850-?BolswardWestergoo1886-1900DeventerPallas1849-Heroprichting na 1920Wijk bij DuurstedeSissa1844-1865NijmegenStrijdt met Beleid (SMB)1848-Heroprichting in 1907GroningenS.G. Staunton1871-Door fusie heropgericht in 1984Scholten 1999: p.339GroningenLudendo Studemus1863-?Laatst heropgericht in 1919.KampenOefening en Ontspanning1849-1868WinschotenSchaakclub Van der Linde1874-Laatst heropgericht in 1929.LeeuwardenKoninklijke Schaakclub Philidor 18471847-AmsterdamVereenigd Amsterdamsch Schaakgenootschap (VAS)1878-GoudaMessemaker 18471847-Diverse heroprichtingen, naamsveranderingen, fusiesDoesburgDoesborghsche Schaakgenootschap1873-Op een na oudste schaakvereniging van Nederland die heden nog actief isUtrechtDamesschaakvereenigingScholten 1999:2341897-1915ZutphenDoor oefening vooruit1897-?Den HaagDiscendo Discimus1852-Oudste schaakvereniging van Nederland die heden nog actief isDen HaagHaagsche Schaakgenootschap1803-1808Oudst bekende schaakvereniging van Nederland
Hoewel deze verenigingen in de meeste gevallen inderdaad kunnen bogen op een lange en rijke geschiedenis, zijn claims van "oudste schaakvereniging van Nederland" of "een van de oudste schaakverenigingen van Nederland" in de meeste gevallen gebaseerd op precies deze historische lijnen, maar ontbreekt de continuïteit. Zich baserend op de continuïteit van de verenigingsnaam en statuten vanaf de datum van eerste oprichting, geeft Scholten in zijn gedegen onderzoek van 1999 kortsluiting over welke huidige verenigingen werkelijk tot de oudste van Nederland gerekend kunnen worden.