Adhémar Vandroemme (Watou, 14 juli 1917 – Ieper, 25 november 2009) was onderwijzer, regent plastische kunst, aquarellist, kunstschilder, kunstsmid, radiësthesist, linograaf. Hij maakte reuzen en hij werkte mee aan de bouw van stoeten (voornamelijk de Kattenstoet in Ieper).

Levensloop

Jeugd

Hij werd geboren op 14 juli 1917 te Watou (nu deelgemeente van Poperinge).Vader Gaston (1888-1977) was landbouwer en gehuwd met Zoë Delanghe (1888-1920), die na de geboorte van hun zesde kind overleed. Zijn vader hertrouwde met Renilde Jonckheere (1892-1978) en ze kregen een zoon. Hij was het vierde kind uit een gezin van zeven kinderen.

Zijn lagere school heeft hij doorlopen op de gemeenteschool van Watou. Opgemerkt door de onderwijzers en door de plaatselijke geestelijkheid werd hij als enige uit het gezin naar het internaat van Péruwelz doorverwezen. Later zette hij zijn studies verder in Torhout en daarna in Brussel wat resulteerde in volgende diploma's en getuigschriften: miniatuur| Zijn diploma als tekenleraar middelbare school

Ministerie van Landbouw - getuigschrift naschools landbouwonderwijs - Brussel 23 mei 1937 Erkende Normaalschool voor Onderwijzers te Brussel - diploma van lager onderwijzer uitgereikt op 30 juni 1938 Ministerie van Landbouw - getuigschrift van bekwaamheid tot het onderwijzen der landbouwwetenschappen aan de lagere landbouwberoepsscholen - Brussel 22 november 1938 Verbond van het Katholiek Normaalonderwijs - diploma van bekwaamheid voor het onderricht in het te(e)kenen aan de lagere normaalscholen - Brussel augustus 1944 Verbond van het Katholiek Normaalonderwijs - diploma van bekwaamheid voor het onderricht in het te(e)kenen aan de middelbare scholen - Brussel augustus 1944 Christen Onderwijzersverbond - bekwaamheidsdiploma voor het onderricht in de Handenarbeid aan de inrichtingen van voortgezet onderwijs (4de graad) - Torhout 27 april 1954.

Beroepsloopbaan

miniatuur| Vandroemme in zijn tweede leerjaar Na het behalen van zijn diploma van onderwijzer kreeg hij op 1 februari 1939 een vaste benoeming aan de St Michielsschool te Ieper. Hij gaf er gedurende ongeveer 15 jaar les aan het tweede leerjaar. In 1953 kwam het toenmalig schoolhoofd, Karel Cornellie, met het idee om een "hoofdschool" op te richten. De bedoeling was leerlingen van de vierde graad (7de en 8ste leerjaar, 13 à 14 jaar oud en schoolmoe) praktische vaardigheden aan te leren, om ze klaar te stomen voor de arbeidsmarkt. Hij was er onmiddellijk voor gewonnen en behaalde het nodige diploma. Gedurende verschillende jaren heeft hij de leerlingen de basisvaardigheden van houtbewerking, elektriciteit en schilderen bijgebracht. En dit tot, in Ieper, de "Vakschool", het huidige VTI, deze taken overnam. Daarna keerde hij terug naar zijn 2de leerjaar tot aan zijn pensionering.

Zijn gezin

In 1940 huwde hij met Bertha Depoers (1916-2005) uit Poperinge. Door zijn werk als onderwijzer in Ieper zijn ze na hun huwelijk in Ieper gaan wonen. Ze kregen drie kinderen, Frieda, Dirk en Rita. Hun eerste langdurige stek was in de Korte Meersstraat 5, waar hij beschikte over een schildersatelier. Later, rond 1960, zijn ze verhuisd naar een nieuwbouw in de Werfstraat 1 te Ieper, waar hij over een schildersatelier, een atelier voor smeedwerken en een kleine expositieruimte beschikte. Hij is er blijven wonen tot aan zijn dood in 2009.

Onderwijzer en regent plastische kunst

Het onderwijzen was zijn beroep en zijn passie, maar daarnaast was hij ook sterk geïnteresseerd in de plastische kunst. Een eerste stap hierin was het behalen van de diploma's van tekenleraar voor de lager normaalscholen en voor de lagere middelbare scholen. Tijdens de perioden in het 2de leerjaar was hij, naast de basisopleiding, sterk bezig met het laten openbloeien van de kinderen door, in klasverband, toneeltjes en dergelijke te organiseren. Ook stimuleerde hij hun fantasie door ze tekeningen te laten maken met wasco.

Gedurende zijn periode in de "Hoofdschool" kon hij kinderen van 13 à 14 jaar de basis van elektriciteit, houtbewerking en schilderen bijbrengen en ze klaarstomen voor de toenmalige arbeidsmarkt (1955-1965). Die jongens vonden hun weg bij de plaatselijke bedrijven en middenstand.

Zijn passie voor kunst en zijn streven om te onderwijzen bracht hem ertoe om, kort na WOII, in eigen beheer, het tekenboek "WIJ ZIEN" uit te brengen met de ondertitel "Handleiding bij het tekenen op de Lagere School". Het is een gids voor leraren lager onderwijs, hoe ze hun leerlingen tekenvaardigheden kunnen aanleren. Wegens interne reglementen in het katholiek onderwijs was hij verplicht zijn ambitie om plastische kunst te onderwijzen, op te geven. miniatuur| "Wij Zien": tekencursus lagere school

Eenmaal op pensioen kon hij zich terug uitleven als leraar aan de stedelijke academie te Ieper, waar hij sedert 6 juli 1965 lid van de beheerraad was (foto) en dit tot hij, door zijn ouderdom, door de Belgische wet verplicht was om als leraar te stoppen. Hij heeft echter tot op hoge leeftijd in zijn eigen atelier aan volwassenen lesgegeven.

Tekenaar

Zijn roeping volgend, heeft hij zich in de eerste plaats als tekenaar ontwikkeld. Dit resulteerde in een aantal losse tekeningen en enkele reeksen, waaronder de meest gekende zijn uitgave uit 1945 van de "Iepersche Mariakapelletjes 1944-1945". Een reeks van 15 tekeningen met alle toen bestaande Mariakapelletjes in Ieper. Theresia's bode, 'Ieperse Mariakapelletjes' julie-oogst 1949

miniatuur|Ieperse Mariakapelletjes, A. Vandroemme

Uit die periode dateren zijn contacten met de kunstschilder Eugeen Vansteenkiste (1896-1963), die vanaf 1928 te Ieper verbleef. Hun gesprekken handelden onder meer over het gebruik van kleur in de kunst, wat hem, als startend kunstenaar, zeker zal geholpen hebben. Getuigenissen van hun samenwerking en vriendschap zijn de gelegenheidstekeningen, die bij de geboorte van zijn dochter Frieda en zoon Dirk, door E. Vansteenkiste gemaakt werden.

Een tweede reeks (onuitgegeven) bestaat uit 284 schetsen en tekeningen, waarvan sommige met kleuraanwijzingen, hoogst waarschijnlijk om er later schilderijen van te maken. Omdat de meeste tekeningen uit die reeks gemaakt werden tijdens zijn verlofperioden al onderwijzer, werd deze reeks gewoon "Vakantieschetsen" genoemd.

Doorheen zijn ganse carrière heeft hij nog vele tekeningen gemaakt, die niet altijd als "kunst" bedoeld waren, maar dienden als studie- en werktekeningen, of bestemd waren voor de illustratie van andere doelen uit zijn uitgebreide interessesfeer.

Aquarellist

Heel zijn carrière heeft het aquarelleren een prominente rol gespeeld. Dit was meestal niet om de aquarel zelf, maar als voorstudie voor latere schilderijen en beelden of ter illustratie van onderwerpen, waarin hij zich interesseerde. Maar op het einde van zijn leven heeft hij toch enkele reeksen gemaakt om de aquarel zelf waaronder:

Een reeks ter illustratie van de Hommelpluk (Hoppepluk) geschonken op 5 maart 2009 aan "De vrienden van het Hoppemuseum" en in het Hopmuseum, Gasthuisstraat 71, Poperinge sedert 25 april 2009 tentoongesteld.

Een tweede reeks (100) zijn "ludieke" uitbeeldingen van spreuken uit de westhoek. Het ondertekenen met Adhémar en niet met Vandroemme versterkt dit vermoeden.

De derde reeks zijn aquarellen van koppen, in een vierde aquarelleert hij bloemen.

Kunstschilder Het Volk, 'Adhemar Vandroemme de veelzijdige Ieperse kunstenaar' 26/11/1954 West Vlaanderen, 'Ontmoeting met Adhemar Vandroemme' kunstecho's 1962 miniatuur|Schilderwerken, D. Vandroemme Zijn oudste werken als kunstschilder dateren van 1942 tot 1954 en bestaan uit een reeks kleine werken. Maar door zijn contact met Eugeen Vansteenkiste schilderde hij daarna veel grotere werken, met onderwerpen uit de Germaanse mythologie.

Later ontwikkelde hij een volledige eigen stijl, die te omschrijven is als expressionisme met veel symboliek.

Als monumentaal werk springt vooral het werk "Catechese" (7m op 12m) in het oog, dit werk is het altaarstuk voor de kapel van het VTI te Ieper.Kunsttijdschrift Vlaanderen 1964 nr 73 Westvlaamse gewijde kunst

Al medeoprichter van kunstkring "Hoppeland" kwam hij in contact met een aantal andere schilders. De meest bekende onder hen was Gerard Vermeersch (1923-1974). Deze ontmoeting resulteerde in een levenslange vriendschap. In de beginjaren organiseerden ze samen tentoonstellingen en gingen ze met de schildersezel op pad, om het West-Vlaamse heuvelland te verkennen. Later gingen ze samen kamperen in het Italiaanse Porlezza aan het Lugano meer, waar ze hun namiddagen vulden met het schilderen van Italiaanse dorpen en landschappen. A. Vandroemme, 'De schilderende Gerard Verrmeersch Herinneringen vanaf 1940', Vlaanderen 149 november december 1975

Het grootste deel van zijn schilderwerken is verzameld in een fotoboek gemaakt ter gelegenheid van zijn 85ste verjaardag (niet uitgegeven)met foto's uit zijn eigen archief, jammer genoeg zijn de foto's uit de jaren 40 en 50 in zwart-wit .

Kunstsmid Het Wekelijks Nieuws, 'Adhémar Vandroemme steekt leven in zijn smeedwerk' 25/3/1977 Het Wekelijks Nieuws, 'Adhémar Vandroemme Ieper smeedt onovertroffen kunst' ?/4/1977 Kunsttijdschrift Vlaanderen jaar 1978 nr 167 Adhémar Vandroemme blz. 359 miniatuur|Beeldhouwwerken, D. Vandroemme Het grootste deel van zijn beeldhouwwerken is verzameld in een fotoboek gemaakt ter gelegenheid van zijn 90ste verjaardag (niet uitgegeven) met foto's uit zijn eigen archief. De foto's werden bewerkt om de achtergronden te laten verdwijnen.

Zijn eerste stappen als beeldhouwer zette hij in de periode 1945-1950 met het maken van plaasteren beelden, afgegoten van beelden gemaakt uit boetseerklei.

Daarna is het als beeldhouwer lang stil gebleven tot zijn periode aan de "Hoofdschool" (vanaf 1955), waar hij beschikte over ruimte en gereedschap om als kunstsmid aan de slag te gaan. Zijn eerste werk als kunstsmid dateert van rond 1958. En zoals zoveel van zijn werken, zowel als kunstsmid en als kunstschilder, is dit werk geïnspireerd door zijn christelijke achtergrond. Het is dus een kruisbeeld geworden.

Na zijn verhuis naar de Werfstraat (dan nog Oude Boezingestraat) beschikte hij over een atelier aan huis. In deze periode heeft het beeldhouwen het schilderen overschaduwd.

Zijn eerste werken bestaan voornamelijk uit staaldraad, dat met zijn "chalumeau brander" (lasbrander) bewerkt en samengesmolten werd en af en toe opgesmukt met koper. Later is daar de plaatbewerking bijgekomen, tot uiteindelijk, de plaat de overhand had. Voor zijn werken in ijzer had hij een speciale techniek tegen corrosie: hij brandde een soort vernis in het metaal.

In 1964 was hij laureaat "Provinciale prijs voor de beeldhouwkunst". En met het werk "Delen" ontving hij in 1967 de eerste prijs in een nationale prijskamp. In 1978 werd hij geridderd in de orde van "'t Manneke uit de Mane", met als bijdrage het standbeeld van 't Manneke uit de Mane op de markt te Diksmuide.

Langzamerhand is daar ook de verwerking van koperplaat bijgekomen. In polyester heeft hij slechts één werk uitgevoerd.

Hij is als kunstsmid blijven werken tot het einde van vorige eeuw, hij was dan 82 jaar oud. Dan is hij terug overgeschakeld naar het lesgeven en het aquarelleren.

Om zijn tachtigste verjaardag te vieren, heeft hij zelf een retrospectieve tentoonstelling ingericht in de Lakenhalle van Ieper, zowel schilderijen als beelden. Blikvanger was onder meer zijn laatste koperen kunstwerk, "Tybaert ", een werk met een hoogte van 3 meter. Later heeft hij dit beeld aan de zorgen van de stad Ieper toevertrouwd.

Tentoonstellingen

1942 Dikkebus het Ypersche, 'Tentoonstelling A. Vandroemme' 8/8/42 1944 Kortrijk Algemeen nieuws rond einde WOII, 'Tentoonstelling A. Vandroemme en G. Vermeersch' 1959 Hotel Britanique Ieper. 1959 Stadhuis Torhout. 1964 Hotel Britanique Ieper. 1964 Korrekelder Brugge. 1964 Bank van Roeselare Poperinge. 1965 Het Molenhuis Bachten Maria Leerne. 1966 Kunstsalon Beatrijs Eeklo.