Nederlandse excuses voor het koloniale verleden betreffen zowel het Nederlandse slavernijverleden als oorlogsmisdaden begaan in de Nederlandse koloniën. De excuses vloeien voort uit een maatschappelijk debat in het Koninkrijk der Nederlanden over de rol die met name de staat en haar institutionele voorgangers – waaronder de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC), de West-Indische Compagnie (WIC), de Bataafse Republiek, het Koninkrijk Holland en het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) – hebben gespeeld in de wandaden die zijn gepleegd in de gekoloniseerde gebieden van de 17e tot en met de 20e eeuw.
Excuses voor het slavernijverleden spitst zich met name toe op Nederlands-Guiana (vooral de kolonie Suriname) en het Caraïbisch gebied (Curaçao en Onderhorigheden), terwijl excuses voor koloniale oorlogsmisdaden over het algemeen meer gaan over Nederlands-Indië (het huidige Indonesië). In de 21e eeuw hebben verschillende Nederlandse overheidsinstanties en -vertegenwoordigers excuses aangeboden voor verschillende aspecten van het Nederlandse koloniale bewind in West-Indië, Oost-Indië en elders (zoals de Kaapkolonie).
Op mogelijke acties die uit excuses zouden moeten voortvloeien gaat dit artikel niet verder in. Dat kan gaan om financiële compensaties voor nabestaanden, maar ook om acties op het gebied van dekoloniaal onderwijs en de omgang met het koloniale materiële en immateriële culturele erfgoed, waaronder standbeelden en straatnamen en de invulling van musea, nieuwe landelijke herdenkings- of feestdagen, nieuwe rituelen, etc. Ook dit is voortdurend in maatschappelijke discussie.
Uitgesproken excuses Excuses en compensatie voor Rawagede (1947) miniatuur|Rechtsgeleerde Rianne Letschert (Tilburg University) over de rechtszaak voor excuses voor de nabestaanden van Rawagede. Het Bloedbad van Rawagede vond plaats op 9 december 1947 in Rawagede, het huidige Balongsari in West-Java. Weduwen van de vermoorde burgers spanden in 2008 een rechtszaak aan tegen de Nederlandse Staat. Op 14 september 2011 oordeelde de rechtbank Den Haag dat de Nederlandse Staat aansprakelijk was voor de schade van de nabestaanden en deze schade moest vergoeden.Staat aansprakelijk voor schade bloedbad Indonesië, ANP/NU.nl, 14 september 2011 De Staat der Nederlanden zou een schadevergoeding van 20.000 euro per persoon uitbetalen en formeel excuses maken. Op vrijdag 9 december 2011, 64 jaar nadat het bloedbad plaatsvond, betuigde ambassadeur Tjeerd de Zwaan in bijzijn van de wereldpers in Rawagede in het Engels en Indonesisch de Nederlandse excuses aan de nabestaanden.De weduwen glunderen, zij hebben Nederland verslagen, de Volkskrant, 10 december 2011
Excuses en compensatie voor andere standrechtelijke KNIL-executies (vanaf 1945) Excuses voor standrechtelijke executies die het KNIL pleegde tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog werden geuit door de Nederlandse ambassadeur Tjeerd de Zwaan in 2011 en 2013. De excuses van december 2011 waren specifiek gericht aan weduwen van mannen die standrechtelijk geëxecuteerd zijn door Nederlandse troepen in Rawagede in West-Java. De excuses van 2013, hoewel formeel vooral bestemd voor weduwen uit Zuid-Sulawesi (Zuid-Celebes) die voor de ceremonie waren uitgenodigd (maar niet kwamen opdagen), waren breder en meer algemeen van aard, omvatten alle standrechtelijke executies gepleegd door het KNIL tijdens de 'politionele acties' in de late jaren 1940 in de gehele archipel en werden om die reden in Jakarta geuit. Tevens gaf de ambassadeur in Jakarta aan dat voortaan alle weduwen van door het KNIL standrechtelijk geëxecuteerde mannen zonder tussenkomst van een rechter compensatie van de Nederlandse staat konden krijgen.
Excuses Nederlandse koning aan Indonesische president voor periode 1945–1949 Op 10 maart 2020 sprak koning Willem-Alexander tijdens een bezoek aan Indonesië in een verklaring excuses uit aan de Indonesische president Joko Widodo voor 'geweldsontsporingen' gepleegd door Nederlandse troepen tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog (1945–1949). Deze bevatte onder meer de zin: "Voor de geweldsontsporingen van Nederlandse zijde in die jaren wil ik hier nu, in navolging van eerdere uitspraken van mijn regering, mijn spijt uitspreken en excuses overbrengen." Deze verklaring kwam onverwacht, sommige ministers en regeringspartijen wisten er niet van en reageerden geërgerd dat over de inhoud en timing van een dergelijke verklaring niet was overlegd. Hoewel er eerder was gesproken over excuses aan Indonesië in ministerraden, waren er nog geen overeenkomsten bereikt en was de verwachting dat men zou wachten op de uitkomst van een uitgebreid wetenschappelijk onderzoek dat in september 2021 zou zijn afgerond. In plaats daarvan leek ofwel de koning ofwel premier Mark Rutte zonder de instemming van de minsterraad te hebben gehandeld. Anderzijds zei minister van Buitenlandse Zaken dat de koninklijke excuses weinig nieuws brachten en in lijn waren met eerdere excuses zoals van zijn voorganger Ben Bot in 2005 en van de Nederlandse ambassadeur in 2013. Verschillende Indische Nederlanders en vooral KNIL-veteranen reageerden woedend op de koninklijke excuses, die zij ervoeren als verraad en 'een steek in de rug', bewerende dat zij naar eer en geweten zouden hebben gevochten voor koloniaal Nederlands-Indië en dat de Indonesische rebellen 'veel ergere' oorlogsmisdaden zouden hebben begaan.
Excuses Nederlandse regering aan Indonesische volk voor periode 1945–1950 Op 17 februari 2022 bood Rutte, naar aanleiding van het onderzoeksrapport Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950, namens de regering 'diepe excuses' aan aan de bevolking van Indonesië voor stelselmatig en extreem geweld door Nederlandse militairen tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog en het consequent wegkijken van vorige kabinetten'. De excuses bleken ook te gelden 'voor iedereen in ons land die met de gevolgen van de koloniale oorlog in Indonesië heeft moeten leven, vaak tot op de dag van vandaag' en dat omvat 'alle groepen, inclusief de veteranen die zich destijds als goed militair hebben gedragen'. Rutte noemde het rapport van de onderzoekscommissie 'indringend en confronterend'.Lize Geurts, Rutte: diepe excuses voor stelselmatig en extreem geweld in Indonesië, NRC.nl, 17 februari 2022 Daarnaast noemde hij de Nederlandse strijd tegen het Indonesische volk een ‘koloniale oorlog’ en benoemde hij het ‘koloniaal superioriteitsgevoel’ in het denken en handelen van de toenmalige Nederlandse politiek en militair verantwoordelijken.Reza Kartosen-Wong, ‘Nederland moet zijn koloniale verleden eens écht in de ogen kijken, anders zijn Ruttes excuses loze woorden’, Parool.nl, 5 maart 2022
Excuses kerken voor slavernijverleden (Suriname en voormalig Nederlandse Antillen) In 2013 heeft de Nederlandse Raad van Kerken in een gezamenlijke verklaring verantwoording afgelegd ten aanzien van het trans-Atlantische slavernijverleden. Hierin werd onder meer gesteld: Als kerken weten we ons deel van dit schuldig verleden en moeten we vaststellen dat theologie in bepaalde omstandigheden misbruikt is om de slavernij te rechtvaardigen. [...] We realiseren ons dat we te laat spreken, te weinig op het goede moment de goede inzichten hebben gehad en ons hebben laten leiden door misplaatst winstbejag en machtsmisbruik. Het is een vorm van onrecht, die doorwerkt tot in de huidige generatie toe, waar een deel van onze samenleving is gebouwd op misbruik van anderen en waar discriminatie onvoldoende wordt uitgebannen.Raad van Kerken (2013): 'Verantwoording van het slavernijverleden door de Raad van Kerken' In: Heilzame verwerking van het slavernijverleden voor ‘wit’ en ‘zwart’; een bijdrage vanuit de kerken. Redactie Egbert Boeker, Rhoinde Doth, Urwin Vyent & Andreas Wöhle. Amsterdam: Stichting Luthersche Uitgeverij & Boekhandel, 2020 De Nederlandse kerken stonden ambivalent tegenover slavernij. Nederlands abolitionisme was soms op het christelijk geloof geïnspireerd, maar bleef een individuele, ongeorganiseerde en uitzonderlijke aangelegenheid. Van een kerkelijke beweging tegen slavenhandel of slavernij met enige invloed in de koloniën is het in Nederland nooit gekomen. Afzonderlijk heeft nog geen van de koloniale kerken expliciet een excuus geformuleerd. In 2023 verklaarden de Nederlandse bisschoppen wel dat 'slavernij onverenigbaar is met de menselijke waardigheid'.Slavernij is onverenigbaar met de menselijke waardigheid – Verklaring van de Nederlandse bisschoppen bij gelegenheid van de herdenking van de afschaffing van de slavernij, rkkerk.nl, 01-07-23
Excuses gemeenten voor slavernijverleden (Suriname en voormalig Nederlandse Antillen) thumb|300px|Speech Femke Halsema bij Keti Koti: Amsterdam maakt excuses voor slavernijverleden (2021)
Op 1 juli 2021, ter gelegenheid van de viering van de Afschaffing van de slavernij in het Koninkrijk der Nederlanden op 1 juli 1863 (Keti Koti), sprak burgemeester Halsema van Amsterdam namens het college van burgemeester en wethouders excuses uit voor het slavernijverleden van Amsterdam. Zij deed dat in het bijzijn van mensenrechtenactivisten, nazaten van slachtoffers, belangenorganisaties, de pers en ambtenaren. Halsema merkte op dat de stad mede-eigenaar van de kolonie Suriname was door grote stukken grond op te kopen voor plantages en dat een groot deel van de Amsterdamse bevolking direct of indirect profiteerde van de slavenarbeid die daar werd verricht. Het stadsbestuur acht zich medeverantwoordelijk voor aldaar gepleegde wandaden en stelt zichzelf ten doel om het onrecht van het slavernijverleden voor zover dit doorwerkt in de huidige samenleving te herstellen.
Op 10 december 2021, internationale Dag van de Rechten van de Mens, bood burgemeester Aboutaleb namens het Rotterdamse college van b&w excuses aan voor de deelname van achtereenvolgende Rotterdamse bestuurscolleges aan het systeem van kolonialisme en slavernij vanaf 1600. Uit onderzoek van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde is gebleken dat er in de 17e en 18e eeuw nauwe banden waren tussen de stadsbestuurders en de Oost- en West-Indische handelscompagnieën, die de groei van Rotterdam als wereldhaven mede hebben bepaald.Gemeente Rotterdam biedt excuses aan voor slavernijverleden, ANP/NOS.nl, 10 december 2021
Op 23 februari 2022 maakte de gemeente Utrecht excuses voor haar aandeel in het koloniale verleden. Ook dit in reactie op uitkomsten van eigen onderzoek. Burgemeester Dijksma noemde het slavernijverleden 'een misdaad tegen de menselijkheid'. In de Janskerk werd hiervoor een plengoffer uitgebracht. Utrecht gaat nazaten van slaafgemaakten tegemoetkomen als zij hun slavernijgerelateerde achternaam willen wijzigen.Rianne Oosterom, ‘Een misdaad tegen de menselijkheid’: Utrecht biedt excuses aan voor slavernijverleden, Dagblad Trouw, 24 februari 2022
Op 1 juli 2022 bood burgemeester Hamming van Zaandam excuses aan, echter zonder achterliggend onderzoek naar het koloniale verleden van de stad. Hiertoe werd wel opgeroepen door de stichting Comité 30 juni/1 juli Zaanstreek, maar de gemeenteraad vond dit te duur.Mischa Korzec, Wel weer excuses, maar onderzoek naar Zaans slavernijverleden blijft nog steeds uit, nhnieuws.nl, 1 juli 2022
Op 20 november 2022 volgde de gemeente Den Haag bij monde van burgemeester Jan van Zanen. In de Koninklijke Schouwburg nam hij het boek Het koloniale en slavernijverleden van Hofstad Den Haag in ontvangst en bood hij zijn excuses aan voor de manier waarop vroegere bestuurders van Den Haag het systeem van kolonialisme en slavernij ondersteunden en ervan profiteerden.Toespraak Jan van Zanen, www.denhaag.nl, 20 november 2022