Joe Arridy , bijgenaamd: The Happiest Man on Death Row (De gelukkigste man in de dodencel) (Pueblo, 29 april 1915 — Cañon City, 6 januari 1939) was een Syrisch-Amerikaans terdoodveroordeelde die onterecht is veroordeeld en geëxecuteerd voor de moord en de verkrachting van de vijftienjarige Dorothy Drain in Pueblo, Colorado. Een misdaad die hij niet heeft kunnen begaan omdat hij fysiek niet aanwezig was en vanwege zijn verstandelijke beperking waardoor hij de geestelijke vermogens had van een kind van 6 jaar oud. Hij werd door de sheriff gemanipuleerd om de misdaden te bekennen, omdat er vanuit de gemeenschap grote woede heerste en het verlangen naar een dader erg groot was. Joe Arridy: The Mentally Disabled Man Who Went Smiling In The Gas Chamber For The Murder He Didn’t Commit buggedspace.com; geraadpleegd: 26-06-2021. Gearchiveerd op 26 maart 2023. 72 jaar na zijn executie werd Arridy op 7 januari 2011 onvoorwaardelijk postuum gepardonneerd door Bill Ritter Jr., de toenmalig gouverneur van de Amerikaanse staat Colorado. Colorado Governor Grants Unconditional Pardon Based on Innocence to Inmate Who Was Executed deathpenaltyinfo.org 10-01-2011; geraadpleegd: 26-06-2021. Gearchiveerd op 4 juni 2023.

Biografie Jeugd Arridy werd geboren op 29 april 1915 als de oudste zoon van Henry (1885-1937) en Mary Arridy (1889-1960), Syrische immigranten die in 1909 naar de Verenigde Staten zijn geëmigreerd. WikiTree - Henry Arridy (1885 - 1937) wikitree.com; geraadpleegd: 28-06-2021. Gearchiveerd op 2 juli 2021. Henry Arridy werkte als een malmaker voor het staalbedrijf Colorado Fuel and Iron Company (CF&I) in Pueblo. Op zijn vijfde was Arridy nog steeds niet in staat om te praten. Ondanks zijn aandoening ging hij 1921 naar de basisschool in het stadsdeel Bessemer in Pueblo, alwaar hij met veel moeilijkheden één schooljaar lessen volgde maar nauwelijks vooruitgang boekte. Hierna kregen zijn ouders het advies om hem maar thuis te houden. De ontwikkelingsstoornis van Arridy maakte leren in een schoolse omgeving zo goed als onmogelijk. Het ontbrak de familie aan financiële middelen om hem thuis privaatonderwijs te laten volgen. In 1923 en 1924 werden Arridy's respectievelijke broertje George en zusje Amelia geboren. Veelal waren zijn dagen gevuld met weinig sociale prikkels, waarbij hij vooral rondhing in de buurt van zijn ouderlijk huis, waarbij hij frequent werd gepest door de kinderen in de buurt. Zijn vader was inmiddels niet meer werkzaam voor het staalbedrijf maar was actief als alcoholsmokkelaar ten gevolge van de drooglegging per 17 januari 1920. US National Commission on Marihuana and Drug Abuse: History of Alcohol Prohibition - Hoofdstuk 5: 1913-1933: NATIONAL PROHIBITION -- PROLOGUE AND FINISH 20e alinea druglibrary.org; geraadpleegd: 26-06-2021 In 1925 bepaalt de arrondissementsrechtbank te Pueblo, op verzoek van vader Henry, dat Arridy moet worden opgenomen in de Colorado Staatstehuis en -school voor Psychisch Gestoorden (Engels: Colorado State Home and Training School for Mental Defectives) in Grand Junction, in de praktijk een kostschool en psychiatrische kliniek voor geesteszieken en laagbegaafden. Op 10-jarige leeftijd toont een IQ-test, uitgevoerd door de instelling, aan dat Arridy een IQ heeft van 46, wat overeenkomt met de mentale ontwikkeling van een 6-jarige. Hij werd geregistreerd als: een imbeciel. Hij werd beschreven als: passief; een volger; en welwillend om mensen te behagen. Hij kon nauwelijks lezen of schrijven, noch onderscheid maken tussen: getallen, geometrische vormen en kleuren. Na negen maanden krijgt vader Henry spijt van zijn verzoek en doet succesvol een verzoek tot het vrijlaten van zijn zoon. Terug in Pueblo, hing Arridy weer voornamelijk alleen rond in de buurt zonder enige vorm van toezicht. Forgotten History - The Murder of Joe Arridy forgottenhistory.me; geraadpleegd: 26-06-2021

Terugkeer naar de psychiatrische instelling In September 1929, Arridy was 14 jaar oud, werd hij door een groepje oudere jongens gedwongen tot het uitvoeren van seksuele handelingen bij hen en bij zichzelf. Een reclasseringsambtenaar die hen toevallig betrapte, redde Arridy uit zijn benarde situatie. Deze schreef vervolgens een brief aan de hoofdbehandelaar van de instelling alwaar hij eerder had verbleven. Hierin bepleitte hij de terugkeer van Arridy naar de instelling vanwege onacceptabel seksueel gedrag. Joe Arridy Was the Happiest Man on Death Row westword.com door: Alan Prendergast 20-09-2012; geraadpleegd: 26-06-2021. Gearchiveerd op 29 maart 2023.

Arridy werd teruggebracht naar de instelling, naar een speciale afdeling voor seksueel afwijkenden, alwaar het personeel perverse activiteiten dienden te stoppen, in het bijzonder: masturbatie. Gedurende zijn verblijf op deze afdeling is er geen enkele activiteit of interesse genoteerd vanuit Arridy met betrekking tot seksuele handelingen.

Naast de instelling, liep een spoor van de Union Pacific Railroad, soms ontsnapten bewoners middels passerende treinen. Op 9 augustus 1936 hopten Arridy samen met drie anderen in een vrachtwagon van een trein op weg naar Pueblo en later met een andere trein weer terug naar Grand Junction. ExecutedToday - 1939: Joe Arridy, on Woodpecker Hill executedtoday.com door: Headsman 06-11-2011; geraadpleegd: 27-06-2021 Op 13 augustus keerden de drie terug naar de instelling. Arridy echter niet, het is onbekend alwaar hij heeft verbleven de daarop volgende zeven dagen. Maar op 20 augustus 1936 liep hij rond op de spoorwerf van Cheyenne in Wyoming, 391 kilometer ten noordoosten van de kliniek in Grand Junction. Aldaar trof hij het echtpaar Gibson, die een restauratierijtuig runden, Arridy kreeg voedsel als hij de afwas deed. Zes dagen verbleef hij met het echtpaar in het rijtuig. Hierna zou de trein verder naar het oosten reizen en Arridy kon niet mee daar hij geen officiële werknemer was. Het echtpaar bracht hem op 26 augustus terug naar de spoorwerf in Cheyenne. Niet veel later zou hij daar worden gearresteerd door de spoorwegpolitie en gebracht naar sheriff George J. Carroll van Laramie County.

Moorden, verkrachting en woede Een week voordat Arridy de kliniek ontvluchtte in Grand Junction, was er een inbraak en een moord gepleegd in Pueblo. Op 2 augustus 1936 is er ingebroken in het huis van mevrouw R.O. McMurtree (55) en dier tante Sally Crumpley (72), terwijl zij lagen te slapen. De twee werden aangevallen met hamers en Sally Crumpley is hierdoor om het leven gekomen. Dertien dagen later op 15 augustus, slechts drie woonblokken verder, werden de vijftienjarige Dorothy Drain en de twaalfjarige Barbara Drain op een gelijksoortige manier aangevallen, terwijl de ouders een dansavond voor het goede doel bijwoonden. De indringer is het huis binnengedrongen, heeft beiden aangevallen met een bijl, waarna hij het lichaam van Dorothy verkrachtte; Barabara heeft de aanval overleefd maar bleef voor enige tijd in coma. De verontwaardiging en de woede onder de bevolking was erg groot. De politie geloofde dat de misdaden aan elkaar waren gelinkt omdat de modus operandi identiek was. Een beloning van $1000 werd uitgeloofd aan de persoon die de dader kon uitleveren. De autoriteiten en de politie namen de twee zaken hoog op en zetten alles op alles om de dader te vinden. Bekende zedendelinquenten uit heel het zuidwesten werden opgepakt en ondervraagd.

Valse beschuldiging Verdenking Arridy, die afkomstig was uit Pueblo, die een psychiatrisch kliniek was ontvlucht en die ogenschijnlijk een strafblad had voor pervers seksueel gedrag had de schijn tegen. De Laramie County sheriff George J. Carroll, in Cheyenne, die Arridy in bewaring had, nadat hij was opgepakt op de spoorwerf, ondervroeg hem en na slechts anderhalf uur belde hij hoofdcommissaris J. Arthur Grady in Pueblo. Deze was verbaasd daar inmiddels een man genaamd: Frank Aguilar was gearresteerd op 18 augustus 1936 voor deze misdaden maar die alles ontkende. Aguilar was een 35-jarige Mexicaan die in dienst is geweest bij Riley Drain, de vader van de Drain-zusters. Aguilar was verdachte omdat hij zich verdacht had gedragen. Bij het doorzoeken van zijn huis werd een bijl gevonden met hierin bramen die volgens de lijkschouwer overeenkwamen met de wonden in Dorothy Drains hoofd. Hoofdcommissaris Grady had bewijs, maar geen bekentenis en sheriff Carroll had een bekentenis maar geen bewijs. Carroll overtuigde hoofdcommissaris Grady dat Arridy de man was die hij zocht.

Mediazucht van sheriff George J. Carroll Hoofdcommissaris Grady wilde de op hand zijnde arrestatie nog niet wereldkundig maken voordat hij meer zekerheid over de zaak. Sheriff Carroll daarentegen, die populair was onder de bevolking en bekend stond om zijn kordate wijze van werken, stapte direct naar de pers toen hij een 'goed' verhaal had en verklaarde dat hij een bekentenis had voor de Drain-zaak. Dit gebeurde zelfs al voordat Arridy formeel was overgedragen aan de politie van Pueblo. Carroll gaf een uitgebreid interview aan de krant The Pueblo Chieftain. Hij vertelde de krant dat Arridy de misdaad gewoon uit 'snoodheid' had begaan en gaf de krant valse details over de misdaad. Later heeft hij deze fouten gecorrigeerd maar is hier nooit op aangesproken of berispt. Carroll gaf later ook nog een gedetailleerd verslag over zijn ondervraging van Arridy, hoe hij hem tot een bekentenis had gekregen en dat Arridy alleen maar over vrouwen sprak. Carroll heeft overduidelijk veel van zijn verhalen verzonnen, maar het is niet bekend hoeveel exact. Er is nooit enige documentatie bijgehouden met betrekking tot de ondervraging van Arridy.

Frank Aguilars proces Verdacht en bekentenis Zowel Frank Aguilar als Arridy werden beiden verantwoordelijk gehouden voor de moorden en de verkrachting. Sheriff George J. Carroll en hoofdcommissaris Grady waren overtuigd van hun beider schuld. Arridy die erg beïnvloedbaar was en immer wilde behagen, had een volledige bekentenis afgelegd. Waaronder de inbraak in het huis van Sally Crumpley en de moord op haar. Twee misdaden die hij onmogelijk heeft kunnen uitvoeren omdat hij toen nog in de psychiatrische kliniek verbleef. Tijdens het verhoor, uitgevoerd door George J. Carroll, is zeer waarschijnlijk de naam van Frank Aguilar voorbij gekomen. Toen Arridy vervolgens Aguilar ontmoette in het kantoor van hoofdcommissaris Grady, riep hij luid, "Dat is Frank!" Algemeen wordt aangenomen dat Franks naam in Arridy's hoofd is geplant om later de naam uit te roepen. Frank Aguilar, de ware dader, brak op 2 september 1936, 15 dagen na zijn arrestatie, en bekende de misdaad. Hierin betrok hij graag Arridy in zijn plot, waarschijnlijk in de hoop op strafvermindering. Aguilars bekentenis werd wel opgetekend door een rechtbankverslaggever, opmerkelijk is dat Aguilar louter Arridy verwerkte in het verhaal wanneer de aanklager expliciet middels sturende vragen vroeg naar Arridy's aandeel in de misdaad. "Toen viel Joe het oudere meisje aan, nietwaar?" waarop Anguilar enkel "Ja" antwoordde. Zij zouden, aldus Aguilar, elkaar bij toeval hebben ontmoet en hij was erachter gekomen dat Joe seksueel afwijkend was en dat hij instemde met het uitvoeren van de misdaad. Aguilar verklaarde aan de politie dat ze na het begaan van de misdaad uit elkaar zijn gegaan en elkaar daarna niet meer hadden gezien.

Rechtszaak en veroordeling