Karel van Mander (III) (Delft, 29 maart 1609 – begraven Kopenhagen, 6 april 1670) was een schilder, graveur, tekenaar, decorschilder, en verzamelaar van kunst, boeken en naturaliën.
Hij was zoon en leerling van Karel van Mander (II) en kleinzoon van Karel van Mander. Na de dood van zijn vader in 1623 ging hij met zijn moeder naar Denemarken. Vanaf 1630 werkte hij regelmatig voor het Deense hof. Hoewel hij pas begin twintig was, vestigde hij zich toen al als de favoriete portretschilder van Christiaan IV. Zijn schilderijen hingen in o.a. het kasteel Christiansborg te Kopenhagen en het kasteel Frederiksborg. Hoewel een belangrijk deel van zijn koninklijke werk verloren ging bij paleisbranden, is een aanzienlijk oeuvre bewaard gebleven. Vast staat dat hij meer betaald kreeg voor portretten van de koning dan ieder ander. Om zich verder te bekwamen in zijn kunst bezocht hij van 1636 tot 1639, betaald door de koning, Nederland en Italië. Van Mander schilderde tussen 1640 en 1670 veel portretten van Deense adel, burgers, academici en geestelijken. Hij wordt gezien als de grote vernieuwer van de Deense portretschilderkunst.
Toen Christiaan IV stierf, werd hij opgevolgd door Frederik III. Voor diens inhuldiging vervaardigde Van Mander schilderijen voor een grote triomfpoort.Roding, Juliette (2014) Karel van Mander III (1609-1670) hofschilder van Christiaan IV en Frederik III. Hilversum: Uitgeverij Verloren
Van Mander hield zich ook bezig met de dichtkunst en het verzamelen van wetenschappelijke, historische en etnografische objecten voor zijn privébibliotheek en kunstcollectie. Zijn wetenschappelijke interesses worden weerspiegeld in de exacte anatomische tekeningen die hij maakte voor het onderzoek van Thomas Bartholin.
In 1657 bezocht Joost van den Vondel Van Mander in Kopenhagen.
Wetenswaardigheden
Rond 1650 was Van Mander in staat een aanzienlijk huis in Kopenhagen te kopen dat nog steeds zijn naam draagt.
Categorie:Deens kunstschilder Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 17e eeuw Categorie:17e-eeuws schilder