Karel van Mander (II) (Kortrijk, ca. 1579 – Delft, 21 februari 1623) was een schilder, tekenaar, ontwerper van wandtapijten en hofkunstenaar. Hij was de oudste zoon van Karel van Mander en leerde het vak bij hem.

In 1604 vestigde hij zich in Delft, waar hij in 1608 trouwde met Cornelia Rooswijk. Hun zonen, Cornelis en Karel, werden respectievelijk beeldhouwer en kunstschilder. Van Mander was een goede tekenaar en blonk uit in de compositie van historische onderwerpen. Hij was sinds 1613 lid van het Delftse Sint-Lucasgilde. Van Mander werkte vanaf 1606 voor de wandtapijtfabriek van François Spierincx in Delft, maar met een investering van geldschieter Nicolaas Snouckaert van Schauburg vestigde hij zich in 1615 als onafhankelijk tapijtwever. Door hogere lonen te betalen, lokte hij werknemers bij Spierincx weg. Toen koning Christiaan IV van Denemarken het kasteel Frederiksborg wilde voltooien, benaderde hij aanvankelijk Spierincx om tapijten te vervaardigen die de hoogtepunten van zijn regeringsperiode moesten uitbeelden, met nadruk op de militaire triomfen tijdens de Kalmaroorlog. Waarom het werk van Spierincx niet voldeed, is onbekend; in ieder geval kreeg Karel van Mander de opdracht om 26 tapijten te vervaardigen. Vanaf 1616. De tapijten zijn bij een brand in 1859 verloren gegaan Van Manders leven werd gekenmerkt door financiële problemen en juridische conflicten. Hij was slordig, liet werkmateriaal verwaarlozen en leefde ongeregeld.Tapijtweven in De Gids. Jaargang 101(1937) Snouckaert eiste zijn investering terug, maar Van Mander kon niet betalen. Snouckaert nam Van Mander de weverij af en plaatste zijn zwager, de zijdewever Maarten van Bocholt, aan het roer. Van Mander mocht vanaf dat moment alleen nog patronen maken en leverde bijna geen nieuw werk meer. Snouckaert ging samenwerken met de zoon van François Spierincx.

Kort voor zijn overlijden kreeg Van Mander te maken met een aanklacht van zeventien werknemers in de tapijtweverij, die hem verweten geld te hebben onttrokken aan de 'Knegtenbusse', een fonds voor ziekenondersteuning. De zaak liep op niets uit, want Van Mander ging kort daarna failliet en stierf in 1623. Zijn weduwe verliet daarop met haar broer en de kinderen de stad om zich in Denemarken te vestigen. Het bedrijf ging op in dat van Spierincx.

Zijn zoon Karel van Mander (III) was een leerling van hem.

Bronvermelding

Categorie:Zuid-Nederlands kunstschilder (voor 1830) Categorie:Zuid-Nederlands textielkunstenaar (voor 1830) Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 17e eeuw Categorie:17e-eeuws schilder