'Elektrotherapie', oorspronkelijk verschenen als 'Electrotherapie!', is een novelle van de Nederlandse schrijver Willem Frederik Hermans, geschreven in 1943 en gepubliceerd in de verhalenbundel Moedwil en misverstand uit 1948. De Amsterdamse Ronald is een begaafd gymnasiast die door zijn ouders kort gehouden wordt. Tijdens de jaarlijkse vakantie in de Achterhoek wordt hij verliefd op Agnes, de dochter van een baron, maar hij voelt zich geremd in zijn toenaderingspogingen vanwege het standsverschil.
De schrijfstijl is een parodie op het naturalisme, de literatuurstroming waarvan de Fransman Émile Zola de leider en theoreticus was. Als thema's worden het meest genoemd het aan Sigmund Freud ontleende concept van inhibitie, de verhouding tot de tirannieke vader en de verkeerde beoordeling van de werkelijkheid. Het verhaal is gebaseerd op enkele autobiografische gegevens en familieleden van de auteur.
In de eerste druk van de verhalenbundel was 'Elektrotherapie' het openingsverhaal, in latere drukken werden de verhalen op chronologische volgorde van ontstaan gezet.
Autobiografische achtergrond De familiegeschiedenis waarmee het verhaal inzet, gaat terug op die van de auteur zelf. De overgrootvader van Hermans trok als achttienjarige met Napoleon naar Rusland en zes van zijn twaalf kinderen overleden in hun eerste vier leefjaren.Polak (2010), 20-21
Oom Karel en tante Engeltje uit het verhaal zijn gebaseerd op een oom en tante van de auteur. In zijn jeugd ging Hermans vaak te logeren bij familie in Almelo, bij oom Kees De Jong, een notaris, die getrouwd was met tante Trijntje (1882-1955), de jongste zuster van de vader van Hermans.Van Straten (1999), 18 Hermans verplaatste de locatie van Twente naar de Achterhoek.Polak (2010), 22
Samenvatting
De Amsterdamse jongen Ronald is een zeventienjarige gymnasiast. Daarvoor zat hij op een volksschool waar hij door de andere leerlingen elke dag gepest werd omdat hij een matrozenpakje draagt en van voren een pony heeft. Hij durft echter niet te vechten omdat beschadiging van zijn kleding hem thuis op slaag zal komen te staan. Omdat zijn bangelijke moeder nooit heeft kunnen wennen aan de opkomst van het autoverkeer na de Eerste Wereldoorlog, mag Ronald niet op straat spelen. Tenger, bang en onhandig wordt Ronald zijn hele schooltijd Stijve Jezus genoemd.
In de lange vakantie voordat hij naar het gymnasium gaat, leest Ronald veel. Hij leent de boeken van zijn grootvader van moederskant, die een bibliotheek heeft. Elke zomer verblijft hij met zijn ouders in de Achterhoek bij een oom die notaris is. Bij de autotochtjes moet Ronnie dan op de vloer zitten vanwege het tekort aan zitplaatsen. Met zijn neefje Frits zet hij diens elektrische trein op maar Frits gooit alles van de trap, waarvan Ronald de schuld krijgt. In de keuken speelt hij halma met Rosalind, het Duitse dienstmeisje met wie hij niet kan communiceren omdat hij de taal niet spreekt.
Eenmaal op het gymnasium beseft hij dat hij plat-Amsterdams spreekt, maar hij wordt niet meer gepest en zijn onhandigheid met gymnastiek interesseert ook niemand. Ronald is een goede leerling en gaat cum laude over naar de tweede en de derde klas. De vakanties brengt hij door met lezen en proeven met elektriciteit en chemicaliën. Hij wil later ingenieur worden. Alleen is hij ook niet meer, want in de schoolpauze wandelt hij met een groepje naar het nabijgelegen Leidseplein. De leerlingen wonen vrijwel allemaal in Zuid, Ronald in Oost. Op een feestavond maakt hij indruk met het spelen van fuga's van Bach, maar hij beseft dat hij populairder zou zijn als hij in plaats daarvan goed was geweest in tennis.
Ook de vakanties in de Achterhoek bevallen nu beter. Oom en tante hebben een piano en aangezien Ronald een goed pianist is, weet hij indruk te maken met zijn spel. Ook maakt hij daar kennis met een leeftijdgenoot, Agnes, de dochter van een baron.
Ronald mag niet mee kamperen en krijgt geen zakgeld, zodat hij nooit naar de bioscoop kan. Aanvankelijk geloofde hij de verklaring van zijn ouders dat ze geen geld hadden, maar inmiddels beseft hij dat dat de waarheid niet is. Geleidelijk wordt Ronald opstandiger, wat tot ruzie met zijn vader leidt en daarna een week zwijgen. Het enige geluid dat de vader dan nog maakt is als hij loopt, 'doffe zware stappen, als van een onheil op rubberkussens.' Zijn moeder houdt zich afzijdig. Ronald ontwikkeld het gevoel 'dat hij iemand anders was dan hij was', een aangenomen kind misschien, met en andere vader. Zo fantaseert hij de zoon van een graaf of een baron te zijn, die zijn opvoeding heeft uitbesteed aan deze mensen die zich zijn ouders noemen.
In de vierde klas bouwt hij een ultrakortegolfzender, waarmee hij op een avond zijn eigen pianospel uitzendt. Als zijn vader ontdekt wat het toestel op zolder voorstelt, krijgt Ronald voor het eerst sinds tijden slaag. 'Het kostte hem grote moeite zich niet te verdedigen.' Ronald beschouwt zijn vader als 'een belachelijke burgerman' en zijn tante Engeltje uit de Achterhoek als 'een platte caféhoudersdochter, een nouveau-riche die niet eens behoorlijk schrijven kon.' Ook geestelijk ontwikkelt Ronald zich tot de meerdere van zijn vader. Omdat die altijd dezelfde verwijten uit, kan Ronald in stilte antwoorden van 'een bevallige hatelijkheid' bedenken, die de vader tot grote woede brengen. Hij begint genot aan de ruzies te beleven en zijn vader te treiteren, waarbij hij eenmaal zelfs de helft van diens snor afknipt terwijl vader slaapt.
Als Ronald zeventien is en in de vijfde klas zit, gaan ze niet die zomer maar met Kerstmis naar de familie in de Achterhoek, waar ze 19 december arriveren. De bevroren natuur ontroert hem zoals de levende dat nooit gedaan heeft. Agnes is minder mager dan vroeger en hij ervaart haar verschijning alsof hij haar nooit eerder had gezien. Op haar uitnodiging gaat Ronald mee schaatsen, wat hi nog nooit gedaan heeft. De dag voor de schaatsafspraak oefent hij op de schaatsen van zijn oom. Hij bedenkt dat het veroveren van Agnes de enige reden is om zo knap te zijn als hij op school is, want verder waardeert niemand zijn prestaties. Al schaatsend waant hij zich 'een ontdekkingsreiziger, eenzaam voortkruipend naar de Pool.'
Ronald voelt zich meer op zijn gemak in het huis van zijn tante. Tante valt ook op dat hij een man aan het worden is en vraagt hem een kapot stopcontact te maken. Die middag gaan ze schaatsen. Ronald durft geen gespreksonderwerp aan te snijden, maar Agnes merkt dat hij net zo naar haar kijkt als zij vijf jaar geleden al naar hem. Ook zij durft geen gesprek te beginnen en te vertellen dat zij vroeger al achter de struiken naar zijn pianospel luisterde. Toch komt het gesprek op wat zijn pianospel voor een ander zou kunnen betekenen, maar Agnes zet niet door en verzuimt te zeggen dat zij haarzelf bedoelt. Dan komt een andere jongen aan schaatsen en die neemt Agnes mee; Ronald kan het tempo niet bijhouden en valt. Uit de luidspreker van de schaatsbaan komt Bei mir bist du schön. Hij ziet Agnes niet meer en gaat huiswaarts.
De volgende dag vraagt Agnes waar hij gebleven was en Ronald zegt dat hij gevallen was. Daarop vraagt zij hem mee te gaan wandelen. Hij voelt aandrang haar te kussen maar durft niet omdat hij onzeker is of zij dit goed zou vinden. Hij durft niet naar haar gevoelens voor hem te vragen, uit angst voor een afwijzing, maar overweegt niet dat voor haar hetzelfde geldt. Alleen in zijn fantasie verklaart hij haar de liefde en legt uit dat hij zich schaamt voor zijn proletarische afkomst waar de mensen alleen aan geld denken. In werkelijkheid praten ze alleen over school.
Eerste Kerstdag hebben oom en tante een diner bij kennissen en op Tweede Kerstdag vieren zij met Ronald en zijn ouders het diner. D Ronald doorziet inmiddels zijn eerdere denkbeeld van 'een clandestiene adellijke afkomst' als een kinderachtigheid die in de puberteit vaak voorkomt, en zijn vermeend 'aangeboren' haat tegen 'plebejers' als iets dat hij op de lagere school aanleerde, maar in feite 'even onzinnig als de Ariërhypothese. Verdomd, hij had wel wat van een nazi!' Hij slaapt in met een fantasie over een blote Agnes, een beeld dat hij baseert op het blad La Vie Parisienne, waarvan hij ook de advertentie voor Elektrotherapie bij seksuele problemen voor zich ziet.
Op Tweede Kerstdag heeft de dooi ingezet, de sneeuw heeft haar glans verloren en het huis lijkt weer even somber als vroeger. 's Morgens heeft Ronald een voorgevoel dat er weer een conflict met de ouderen zal plaatsvinden en dat wordt tijdens de koffie bewaarheid. Hij gaat naar Agnes die hem in oude en vermaakte kleding ontvangt; daardoor vermoedt Ronald dat har zijn oude pak is opgevallen en zij zich bij hem aanpast. Zij licht hem in dat zij en haar vader die avond het diner samen met Ronald en zijn familie zullen gebruiken. Ronald beseft dat zij zijn ouders zal leren kennen, voor wie hij zich schaamt. Zij vertelt hem over haar huiselijke omstandigheden en dat zij haar moeder miost maar Ronald durft niet te vragen waarom en weet dus niet of haar moeder nog wel leeft.
Tijdens de bijeenkomst voor het diner speelt Ronald eerst piano voor het gezelschap, maar in zijn hart alleen voor Agnes. Hij meent dat zijn moeder haar best doet het met de baron te kunnen vinden en neemt zich voor om thuis voortaan 'goed voor u' proberen te zijn. Dan gaan ze aan tafel, maar bij de hors-d'oeuvre heeft hij de gewaarwording dat hij in slaap gevallen is en 'een afschuwelijke nachtmerrie' droomt. Hij stelt zich voor dat zijn tante de baron alleen heeft uitgenodigd om hem te tonen hoe liefdadig zij haar armlastige familie uit Amsterdam behandelt. Dit beklemt hem zo dat hij niet reageert wanneer de baron hem een vraag stelt. Oom suggereert dat hij niet tegen de wijn kan, tante vindt dat hij wel genoeg gedronken heeft. Ronald staat op en houdt zich overeind aan de tafel, daarbij ziet hij zijn tante 'als op een foto van een materialisatie op een spiritistische séance.' Hij stoot een en ander van tafel en rent 'de trap op', waarbij hij tegen het glas-in-lood raamstoot: 'het gaf een gekrijs als van een klein kind.'
Op de slaapkamer kijkt hij zichzelf in de spiegel aan, 'de rode ogen, zijn gloeiend gezicht'. Met behulp van de afgedankte vulpen die hij eerder van zijn oom had gekregen, demonteert hij de fitting van de bureaulamp, waarna hij het snoer splijt en de uiteinden in zijn oren stopt, 'als de dokter een stethoscoop.' Dan steekt hij de stekker in het stopcontact, 'als een geleerde die inschakelt voor het Beslissend Experiment.' Hij sterft 'onmiddellijk en pijnloos' aan de stroom.
Personages Ronald, zeventien jaar, Amsterdamse gymnasiast Vader van Ronald, 62 jaar, ambtenaar bij de Posterijen Moeder van Ronald, 56 jaar Oom Karel, notaris in de Achterhoek Tante Engeltje, de vrouw van de notaris, zuster van Ronalds moeder Frits, diens vierjarige zoontje Rosalinde, Duis dienstmeisje van oom en tante Van Rouwendael, een verarmde baron in de Achterhoek Agnes, dochter van de baron en leeftijdgenoot van Ronald
Schrijfstijl: parodie op het naturalisme Literatuurwetenschapper Michel Dupuis merkt op dat het verhaal begint met een parodie op het determinisme en de naturalistische roman.Dupuis (1985), 233 Voor het voorspellen van de levensloop van een mens zou het volstaan voldoende gegevens te hebben over diens afkomst, omgeving en zijn specifieke historische omstandigheden. Deze optimistische opvatting is volgens literatuurwetenschapper G.F.H. Raat volledig in strijd met de kennistheoretische denkbeelden van Hermans.Raat (2010), 131 De inzet van 'Elektrotherapie' doet denken aan een wetenschappelijke verhandeling:
Om niemand de gelegenheid tot verklaring van de zonderlinge geneeswijze die Ronald, zeventienjarig gymnasiast zich koos, te misgunnen, volgt hier een bloemlezing uit die feiten, welke het meest tot op de causaliteit gerichte verbeelding spreken. Dit zijn de voornaamste erfelijke factoren...