De Wycker Grachtstraat (Maastrichts: Wieker Grachstraot) is een straat in het stadsdeel Wyck, in het centrum van de Nederlandse stad Maastricht. De straat vindt zijn oorsprong in een steeg, die in de veertiende eeuw werd aangelegd op een gedempte gracht. Later lagen hier enkele huizen, een klooster en tuinen. Tegenwoordig is het een rustige woonstraat met een gevarieerde bebouwing. De straat telt 9 rijksmonumenten en 23 gemeentelijke monumenten.

Naamgeving, ligging, verkeer en inrichting De straatnaam Wycker Grachtstraat is pas in 1968 officieel vastgesteld en verwijst naar de gracht, die hier in de tweede helft van de dertiende eeuw lag.Panhuysen/Dingemans/Minis/Sprenger (2013), p. 72. De naam, meestal in het Frans en zonder het toevoegsel 'Wycker': Rue du Fossé, komt echter al op plattegronden uit de eerste helft van de negentiende eeuw voor en is waarschijnlijk veel ouder.Zie plattegrond van Maastricht, ca. 1830.

Er zijn meer straatnamen in Maastricht die verwijzen naar een voormalige gracht: het Wycker Grachtje was mogelijk de zuidelijke voortzetting van de gracht, waarnaar ook Wycker Grachtstraat is genoemd. Op de linker Maasoever zijn de Grote en Kleine Gracht aangelegd op gedempte stadsgrachten. Bij Maastrichter Grachtstraat en Lang en Klein Grachtje is dat minder zeker; bij Looiersgracht met zekerheid niet.Panhuysen/Dingemans/Minis/Sprenger (2013), pp. 27, 37, 58, 59.

De Wycker Grachtstraat ligt in het stadsdeel Wyck op de rechter Maasoever van het Maastrichtse centrum. De straat loopt min of meer van noord naar zuid tussen Sint Maartenslaan en Hoogbrugstraat, alwaar ze zich in zuidelijke richting voortzet als Ruiterij. Er zijn drie zijstraten, van noord naar zuid: Wycker Brugstraat, Kattenstraat (alleen aan de westzijde) en Bourgognestraat (alleen aan de oostzijde). Verder is er een voetgangerspassage naar het Bourgogneplein, waarvan de ingang gevormd wordt door een poort naast het pand Wycker Grachtstraat 35. De straat is ongeveer 350 m lang en varieert in breedte van circa 9 tot 11 m.

In de gehele straat geldt eenrichtingsverkeer van noord naar zuid. Door zijn ligging heeft de straat geen functie voor het doorgaand verkeer en rijden er geen lijnbussen. Parkeren is uitsluitend toegestaan in de aangegeven parkeervakken, tegen betaling (via parkeerautomaten). De straat is over de gehele lengte min of meer uniform ingericht, met één rijbaan (niet gescheiden en zonder fietsstroken), en met aan beide zijden trottoirs. Aan de westzijde van de rijweg bevinden zich parkeervakken (voor langsparkeren), hier en daar onderbroken door bredere stoepdelen, in- en uitritten, fietsenrekken en, nabij de Bourgognestraat, enkele bomen. Rijweg en parkeervakken zijn geplaveid met kasseien; de trottoirs met de voor de Maastrichtse binnenstad typerende, in een ruitvormig patroon gelegde, natuurstenen tegels. Op de hoek Wycker Grachtstraat/Sint Maartenslaan bevindt zich een klein plantsoen.

Geschiedenis De geschiedenis van het gebied rond de Wycker Grachtstraat loopt voor een deel parallel met de geschiedenis van de vesting Maastricht, met name die van de eerste stadsomwalling van Wyck. Na het dempen van de eerste gracht ontstond de Wycker Grachtstraat. Pas in de negentiende eeuw transformeerde deze achterafgelegen steeg in een woonstraat met ruimte voor bedrijfsactiviteiten. Voor 1800: stadsgracht en achterafstraat De op de rechter Maasoever gelegen voorstad Wyck was altijd veel kleiner dan het stadsdeel op de linker Maasoever. De middeleeuwse stadsmuur van Wyck had een lengte van ca. 1500 m en telde twaalf muurtorens.Morreau (1979), pp. 121, 138-139. In feite bestond Wyck uit twee hoofdstraten: de min of meer noord-zuid lopende Rechtstraat en de oost-west lopende Hoogbrugstraat. Volgens de Maastrichtse vestingdeskundige Louis Morreau was deze kleine woonkern waarschijnlijk al in de dertiende eeuw beschermd door een aarden wal met palissaden en een gracht. De wal en gracht verloren hun functie toen in de veertiende eeuw de Wycker stadsmuur werd gebouwd, ongeveer waar nu de Hoge en Lage Barakken liggen, waardoor het stadsdeel iets meer ruimte kreeg. De oude gracht werd gedempt en zo ontstond de Wycker Grachtstraat. Lange tijd was dit waarschijnlijk niet meer dan een achterafstraat met wat spaarzame bebouwing. Aan het noordeinde van de straat lag de (eerste) Sint-Maartenspoort, voor het eerst genoemd in 1353. In 1419 werd een nieuwe poort gebouwd in het verlengde van de Rechtstraat, maar de oude poort bleef nog enige tijd in gebruik. In 1534 was ze dichtgemetseld en woonde er de bontwerker Gilis van Heer. Omstreeks 1450 kwam de Sint-Maartensbuitenpoort tot stand, nodig vanwege de aanleg van een nieuwe, wijdere verdedigingswal.Morreau (1973), pp. 22-24.

Op de omstreeks 1575 getekende plattegrond van Maastricht in de stedenatlas Civitates orbis terrarum van Braun en Hogenberg zijn naast de hoofdstraten ook de secundaire straten Wycker Grachtstraat, Bourgognestraat en Hoge en Lage Barakken te herkennen, allemaal met aaneengesloten bebouwing. Mogelijk heeft de kaarttekenaar zijn fantasie de vrije loop gegeven, want het is bekend dat in later eeuwen de bebouwing hier spaarzaam was. Anderzijds kan het niet worden uitgesloten dat de kaart van Braun en Hogenberg accuraat is en de werkelijke situatie in die tijd weergeeft. Misschien werd de bebouwing na 1575 afgebroken, om veiligheidsredenen, of als gevolg van ontvolking. De meeste zeventiende-eeuwse plattegronden geven hetzelfde beeld, maar zijn waarschijnlijk gekopieerd naar de eerdergenoemde kaart, met slechts wijzigingen in de vestingwerken. Waarschijnlijk bestond het gebied oostelijk van de Rechtstraat toen grotendeels uit tuinen en boomgaarden.

thumb|left|260px|19e-eeuwse reconstructie van het Annunciatenklooster door Philippe van Gulpen De vestiging van het Annunciatenklooster in 1615 in het gebied tussen Wycker Grachtstraat en Lage Barakken is een aanwijzing dat er op dat moment weinig bewoning in het gebied was. De vestiging van nieuwe kloosters was vanaf de zestiende eeuw sterk aan banden gelegd en het stadsbestuur zou niet hebben toegestaan dat een heel woningblok werd gesloopt voor de bouw van een klooster.Ubachs/Evers (2006), p. 59. Bovendien verwierven de zusters het terrein waarop ze hun klooster bouwden van de jezuïeten, niet van particulieren. De vestiging werd gesponsord door de proost van het Sint-Servaaskapittel, Engelbert Boonen. In 1624 werd de kloosterkapel ingewijd. Deze bestond uit een boven- en benedenkapel, waarvan de bovenkapel voor de zusters gereserveerd was. Het is aannemelijk dat de benedenkapel toegankelijk was voor buurtbewoners en andere bezoekers, die er mogelijk de kopie van het genadebeeld van Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel kwamen vereren. De zusters hielden zich, naast hun religieuze taken, bezig met het vlechten van stroproducten.Ubachs/Evers (2005), pp. 31-32: 'annunciaten'.

Op achttiende-eeuwse kaarten zijn de tuinen en het klooster duidelijk te herkennen. Met name de kaart van de Franse militair ingenieur Jean-Baptiste Larcher d'Aubencourt uit 1749, die ten grondslag lag aan de Franse maquette van Maastricht, is uiterst gedetailleerd. Ook op de Franse maquette zelf – en de tussen 1974 en 1977 vervaardigde kopie in het Centre Céramique – zijn het klooster, de verspreide woningen en de tuinen en boomgaarden goed te zien.

Na de inname van de stad door Kléber in 1794 was Maastricht twintig jaar lang een Franse stad. De anti-klerikale politiek van de Fransen betekende het einde van alle kloosters. Ook het Annunciatenklooster werd opgeheven en de zusters moesten het gebouw verlaten. De kloostergoederen vervielen aan de staat en werden verkocht aan de hoogstbiedende. De kloostergebouwen werden in 1798 gekocht door een zekere A. Mamin, een van oorsprong Franse protestant en gemeenteraadslid. Deze liet de kapel afbreken.Flament (1915), p. 146.

Na 1800: bedrijven, scholen en woningbouw

In de loop van de negentiende eeuw onderging de straat een complete transformatie, eerst door de vestiging van bedrijven en scholen; aan het eind van de eeuw vooral door de bouw van woningen. Op de kadasterkaart van circa 1823 zijn alle percelen aan de Wycker Grachtstraat nauwkeurig ingetekend. De straat was ongeveer even breed als nu en deels nog onbebouwd. In 1842 waren, eveneens volgens de gegevens van het kadaster, de meeste terreinen aan de oostzijde van de straat, evenals enkele percelen aan de westzijde, in bezit van de rentenier Hubert de la Haye uit de Rechtstraat. In het zuidelijk deel van de straat waren enkele bedrijfjes gevestigd. Aan de oostzijde lag de stokerij (van brandewijn?) van brouwer Jan Dolmans uit de Hoogbrugstraat. Zijn buurvrouw Elisabeth van Niel dreef hier een fruithandel. Aan de overkant lag het bedrijfsterrein van de erven Rouffaer, dat kort daarvoor verkocht was.Jenniskens/Mes/Panhuysen (1997), pp. 29-30. Verderop lag de branderij van Leonard van Aubel en het bedrijventerrein van Nicolaas Bosch, waarover hieronder meer. In het noordwestelijk deel van de straat lag de branderij van Louisa Spross. Ook waren er enkele landbouwbedrijven gevestigd.Zie interactieve kaart Maastricht op hisgis.nl. Selecteer bij kaartlagen: 'Kadaster 1842 percelen (rood, open)', 'Kadaster 1842 gebouwen (naar soort)' en 'Luchtfoto'.

Een van de meest dynamische bedrijven in de straat was brouwerij De Keyzer. Deze kwam voort uit een in 1758 opgerichte brouwerij aan de Rechtstraat 61 (huidige nummering), waarvan het achterterrein grensde aan de Wycker Grachtstraat. De brouwerij kwam in 1827 in handen van Nicolaas Antoon Bosch (1797-1857), die zich ontpopte als een energiek ondernemer. Zo breidde hij de jeneverstokerij uit en begon hij in 1844 met de fabricage van azijn. In 1835 richtte hij, samen met Wijnand Nicolaas Clermont (1802-1879), een zoutziederij annex zeepfabriek aan de Hoogbrugstraat op. Nadat Clermont in 1851 met een andere zakenpartner een aardewerkfabriek was begonnen (de latere Société Céramique), besloot Bosch een jaar later hetzelfde te doen. Het is niet duidelijk waar de aardewerkfabriek N.A. Bosch gevestigd was. Sommige bronnen noemen het brouwerijterrein aan de Wycker Grachtstraat; andere een terrein aan de Bourgognestraat. Mogelijk maakte het daar gelegen kruitmagazijn, dat Bosch van het Maastrichtse garnizoen in beheer had, deel uit van de fabriek. Na de dood van Bosch ging het bergafwaarts met de aardewerkfabriek en in 1866 werd de productie gestaakt. De brouwerij werd door zijn kinderen voortgezet onder de naam N.A. Bosch v/h De Keyzer. Rond 1870 werd aan de Wycker Grachtstraat de nog bestaande vloermouterij gebouwd. In de jaren 1882-1884 werd de gehele bedrijfsinventaris vernieuwd en ging men over op stoomkracht. De brouwerij was toen de grootste van de stad.Jenniskens/Mes/Panhuysen (1997), pp. 30-31.'Geschiedenis familie Bosch' op brouwerijbosch.nl.

thumb|left|220px|Soepbedeling aan leerlingen van de Sint-Josephschool, ca. 1935