miniatuur|upright=1.2|Beoogde fractievoorzitters bijeen op 18 maart om verkenners aan te wijzen. Een kabinetsformatie vond plaats in Nederland na de Tweede Kamerverkiezingen van maart 2021. In januari 2022 resulteerde dit in het kabinet-Rutte IV. De coalitie werd gevormd door Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD), Democraten 66 (D66), Christen-Democratisch Appèl (CDA) en ChristenUnie (CU). Dit waren dezelfde partijen als in het voorgaande kabinet-Rutte III. De formatie duurde 299 dagen en was daarmee de langste Nederlandse kabinetsformatie.

Aan het begin van de formatie werden notities van de verkenners met de tekst "positie Omtzigt, functie elders" publiek. VVD-leider en premier Mark Rutte bleekna het eerst ontkend te hebbengesproken te hebben over kritisch CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt. Dit leidde tot wantrouwen om met Rutte te regeren. Informateur Herman Tjeenk Willink kreeg de opdracht om te kijken hoe het vertrouwen hersteld kon worden en hoe een kabinet gevormd kon worden.

De daaropvolgende maanden zocht informateur Mariëtte Hamer naar een meerderheidscoalitie uit een combinatie van VVD, D66, CDA, Partij van de Arbeid (PvdA), GroenLinks (GL) en ChristenUnie. Nog zonder inhoudelijke onderhandelingen werden er tussen deze partijen blokkades opgeworpen. Informateur Johan Remkes zocht vervolgens naar een minderheidscoalitie of extraparlementair kabinet, maar ook deze opties werden geblokkeerd. Vanwege de impasse besloot D66 de blokkade tegen een meerderheidscoalitie met de ChristenUnie op te heffen. Geleid door de informateurs Remkes en Wouter Koolmees onderhandelden vervolgens VVD, CDA, D66 en ChristenUnie. Op 15 december 2021 presenteerden deze partijen een coalitieakkoord. Onder leiding van formateur Rutte werd hierna gezocht naar bewindspersonen, die op 10 januari 2022 beëdigd werden.

Achtergrond Het kabinet-Rutte III stapte op 15 januari 2021 op vanwege de conclusies van de Parlementaire ondervraging Kinderopvangtoeslag over de toeslagenaffaire en was sindsdien demissionair. De nieuwe Tweede Kamerverkiezingen zouden in maart worden gehouden. De partijen wilden een korte kabinetsformatie, omdat het land te maken had met de coronacrisis.

Een van de drijvende krachten achter het blootleggen van de toeslagenaffaire was CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt. Omtzigt had zich kandidaat gesteld voor de CDA-lijsttrekkersverkiezing 2020, maar verloor nipt van Hugo de Jonge. Omtzigt werd op de kandidatenlijst op nummer 2 geplaatst, als running mate. Toen De Jonge zich terugtrok als lijsttrekker, koos het partijbestuur Wopke Hoekstra als lijsttrekker. De tegenwerking die hij had ervaren leidde tot een burn-out, waardoor Omtzigt zonder zich te laten vervangen al vóór de verkiezingen thuiszat.

Tijdens de verkiezingscampagne spraken sommige partijen zich al uit over mogelijke coalitiepartners. Coalitiepartijen D66 en ChristenUnie benadrukten hun verschillen daar waar het ging om medisch-ethische kwesties. VVD gaf aan met CDA te willen regeren. De meeste middenpartijen, waaronder VVD en CDA, sloten samenwerking met de radicaal-rechtse Partij voor de Vrijheid (PVV) en Forum voor Democratie (FVD) uit. VVD en CDA stonden open voor regeren met linkse partijen, maar VVD-leider Mark Rutte wilde niet met een "hele linkse wolk van partijen aan tafel". GroenLinks stelde een stembusakkoord voor met D66 en PvdA, maar beide partijen wezen dit af. GroenLinks en PvdA gaven wel aan dat ze alleen in een kabinet wilden als ook de ander of de Socialistische Partij (SP) toetrad. De SP sloot samenwerking met VVD niet meer uit, in tegenstelling tot voorgaande landelijke verkiezingen. De SP stelde een tweede linkse partij in een kabinet niet als voorwaarde. De Partij voor de Dieren (PvdD) stond voor het eerst open voor regeringsdeelname.

Zetelverdeling

miniatuur|De zetelverdeling van de nieuw verkozen Tweede Kamer gedurende de kabinetsformatie:

Na de verkiezingen waren VVD en D66 de grootste partijen. Door hun zetelwinst won een coalitie voor het eerst sinds de Tweede Kamerverkiezingen in 1998 zetels. Vier partijen traden voor het eerst toe, waardoor de Kamer het hoogst aantal verkozen fracties sinds Tweede Kamerverkiezingen in 1918 had. Door deze versplintering moest een meerderheidskabinet uit minimaal vier partijen bestaan. Met 28 zetels behaalde radicaal-rechts/populistisch-rechts (JA21, PVV en FVD) het beste resultaat sinds 2002,De classificatie anno 2021 volgt uit:

terwijl de traditionele linkse partijen (GroenLinks, PvdA en SP) met 26 zetels kleiner dan ooit waren. Gedurende de formatie wijzigde de samenstelling van de Tweede Kamer en de Eerste Kamer door afsplitsingen en opstappende Kamerleden.

Verkenners Jorritsma en Ollongren miniatuur|upright=1.2|Verkenners Annemarie Jorritsma (VVD) en Kajsa Ollongren (D66) ontvangen hun opdracht van Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib De dag na de verkiezingen kwamen de zeventien beoogde fractievoorzitters bijeen om een verkenner aan te wijzen. Naast het gebruik dat de grootste partij de verkenner levert, drong D66 aan op een tweede verkenner vanuit hun partij. Daarop werden VVD-fractievoorzitter in de Eerste Kamer Annemarie Jorritsma en minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Kajsa Ollongren (D66) als verkenners aangewezen. Op 22 maart begonnen zij met de gesprekken met de beoogde fractievoorzitters.

Coalitievoorkeuren + Coalitievoorkeuren onder kiezers # EenVandaag (18 maart 2021) 1 VVD + D66 + CDA + ChristenUnie 2 VVD + D66 + CDA + Volt 3 VVD + D66 + CDA + PvdA 4 VVD + PVV + CDA + FVD + JA21 5 VVD + D66 + PvdA + SP + GroenLinks # Peil.nl (28 maart 2021) 1 VVD + D66 + CDA + JA21 2 VVD + D66 + PvdA + SP + GroenLinks 3 VVD + CDA + D66 + PVV 4 VVD + D66 + CDA + ChristenUnie 5 VVD + D66 + CDA + PvdA VVD en D66, die gezien werden als het "motorblok" voor de formatie, verschilden onderling van coalitievoorkeur. VVD-leider Mark Rutte wilde "serieus kijken" naar een centrumrechtse coalitie met D66, CDA en JA21. D66-leider Sigrid Kaag vond samenwerking met JA21 echter "moeilijk voorstelbaar". Zij gaf de voorkeur aan een progressieve coalitie, zonder daarbij partijen te noemen. Samenwerking met een van de linkse progressieve partijen gold voor Rutte pas als een optie als een coalitie met de JA21 of ChristenUnie er niet in zou blijken te zitten.

PVV, PvdA, GL, PvdD en JA21 stonden open voor regeringsdeelname. PVV-leider Geert Wilders zei dat een rechtse coalitie van VVD, CDA, PVV, FVD en JA21 onderzocht moest worden, maar dit werd uitgesloten door VVD en CDA. PvdA-fractievoorzitter Lilianne Ploumen zei open te staan voor regeringsdeelname, mits SP of GroenLinks ook toetrad. Ook GroenLinks-leider Jesse Klaver stond open voor regeringsdeelname in een "zo progressief mogelijk kabinet". PvdD-leider Esther Ouwehand pleitte eveneens voor een zo groen en progressief mogelijk kabinet. JA21-leider Joost Eerdmans steunde juist de wens van Rutte om een rechts kabinet te vormen van VVD, D66, CDA en JA21.

De andere partijen waren in deze fase terughoudend. CDA-leider Wopke Hoekstra zei er niets voor te voelen om zich bij een "liberaal motorblok" aan te sluiten. SP-fractievoorzitter Lilian Marijnissen vond coalitiedeelname niet voor de hand liggen gezien de verkiezingsnederlaag. Hoewel FVD-leider Thierry Baudet op de verkiezingsavond nog aangaf dat regeringsdeelname reëel was, verwachtte hij dit na een gesprek met verkenners niet meer. Als tiende fractie qua zetelaantal vond ook ChristenUnie-fractievoorzitter Gert-Jan Segers het vreemd om mee te onderhandelen. Hoewel er gespeculeerd werd over kabinetsdeelname door nieuwkomer Volt, was fractievoorzitter Laurens Dassen daarover terughoudend. De andere fracties, met drie of minder zetels, gaven eveneens aan dat kabinetsdeelname voor hen niet voor de hand lag.

De verkenners spraken ook met Eerste Kamervoorzitter Jan Anthonie Bruijn. Deze gaf aan dat een meerderheid in de Eerste Kamer 'verkieslijk' was, maar voegde daaraan toe dat de laatste jaren was gebleken dat een kabinet ook bij het ontbreken daarvan erin kan slagen zijn wetgevingsagenda te realiseren. Van de geopperde coalities had alleen de combinatie VVD, D66, CDA, PvdA en GroenLinks een meerderheid in de Eerste Kamer.

"Positie Omtzigt, functie elders" miniatuur|De notities die gefotografeerd werden, inclusief de tekst "positie Omtzigt, functie elders". De verkenners vonden dat het CDA een 'spilfunctie' had binnen de formatie. De positie van Omtzigt vormde volgens hen een omstandigheid die coalitiedeelname in de weg kon zitten. In een gesprek met Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib op 19 maart brachten zij dat op. Zij gaven aan de deadline van 30 maart onhaalbaar te vinden. Pas op 26 maart zou de officiële uitslag van de verkiezingen bekend worden, waaruit zou blijken of Omtzigt meer voorkeurstemmen had dan lijsttrekker Hoekstra (wat achteraf niet zo bleek te zijn). Jorritsma noemde Omtzigts positie een probleem voor de coalitievorming en 'onhoudbaar'. Arib ging niet mee in het verzoek, omdat ze het ongepast vond om in de verkenningsfase te spreken over personen. De inhoud van dit gesprek werd niet vermeld in het eindverslag van de verkenners en werd pas anderhalf jaar na de formatie bekend.

Op 25 maart werden notities van Ollongren publiek. Ollongren had die ochtendtoen ze al op het Binnenhof waste horen gekregen dat ze positief getest was op COVID-19, waarop de formatiegesprekken die voor die dag gepland waren geannuleerd werden. Op weg terug naar haar dienstauto werd Ollongren gefotografeerd door ANP-fotograaf Bart Maat, waarbij de autofocus van de camera scherpstelde op de documenten die Ollongren onder haar arm geklemd hield. Een deel van de inhoud daarvan werd daardoor leesbaar. Onder meer was te lezen "positie Omtzigt, functie elders", en "linkse partijen hielden elkaar niet echt vast". Direct ontstond er ophef over de notities, in het bijzonder de opmerking over Omtzigt.

Anderhalf uur na het lekken van de notities stapten Jorritsma en Ollongren op als verkenners. Ook besloot een Kamermeerderheid dat de gespreksverslagen van de verkenners geopenbaard moesten worden. Meerdere fractievoorzitters drongen aan op een Tweede Kamerdebat over de uitgelekte notities. Mede namens Kaag gaf Rutte diezelfde dag aan dat ze geen van beiden Omtzigt hadden besproken. Rutte gaf ook aan dat de verkenners geen verantwoording hoefden af te leggen, omdat zij al opgestapt waren. Arib vroeg Jorritsma en Ollongren ondanks hun opstappen alsnog om uitleg te geven over de notities, waarmee beiden instemden.

1 april-debat Voor het debat op 1 april werden alle gespreksverslagen openbaar gemaakt. Daaruit bleek dat Rutte en de verkenners wel over Omtzigt hadden gesproken, specifiek over een mogelijk ministerschap. Ollongren was na de bekendmaking van plan om diezelfde dag op te stappen als minister. Toen Rutte dit via Jorritsma vernam, belde hij Ollongren om het af te raden. Ollongren besloot vervolgens het debat af te wachten. Met Kaag was afgesproken dat de D66-fractie een motie van wantrouwen tegen haar zou steunen.

Tijdens het debat lag de focus echter met name op Rutte. Hij gaf aan geen herinnering te hebben gehad aan het bespreken van Omtzigt. Na vragen van Baudet bleek tevens dat Rutte "via-via" al enkele uren voor de andere fractievoorzitters had gehoord over de inhoud van de gespreksverslagen. Wie hem hierover had gebeld wilde Rutte niet prijsgeven. Een motie van wantrouwen tegen Rutte als premier werd verworpen langs de lijnen van het demissionaire kabinet. Alle partijen behalve de VVD steunden wel een motie van afkeuring van coalitiepartijen CDA en D66 tegen Rutte als fractieleider.