Hoge Barakken en Lage Barakken (Maastrichts: Hoeg en Lieg Barakke) zijn twee in elkaars verlengde liggende straten in het stadsdeel Wyck, in het centrum van de Nederlandse stad Maastricht. De straten vinden hun oorsprong in een steeg die in de zestiende eeuw langs de eerste Wycker stadsmuur liep. Later stonden hier kazernes. De scheidslijn tussen Hoge Barakken en Lage Barakken is de Hoogbrugstraat. Het zijn nu rustige woonstraten met een gevarieerde bebouwing. De Hoge Barakken bestaat nu vrijwel uitsluitend uit nieuwbouw; in de Lage Barakken wisselen nieuwbouw en oudere bebouwing elkaar af. De twee straten tellen gezamenlijk drie rijksmonumenten en 23 gemeentelijke monumenten.
Naamgeving De straatnamen Hoge Barakken en Lage Barakken (in het Frans: Rue des hautes/basses Casernes) komen voor op plattegronden uit de eerste helft van de negentiende eeuw, maar zijn ouder. Ze werden al gebruikt in de Franse Tijd (1794-1814). De naam verwijst naar de kazernes of barakken, die hier mogelijk al in de zeventiende eeuw lagen. De aanduidingen 'hoge' en 'lage' hebben niets te maken met de bouwvorm van die barakken, maar houden verband met de ligging ten opzichte van de stroomrichting van de Maas. De Hoge Maaspunttoren, het uiterste puntje van de Wyckse stadsmuur langs de Maas, lag stroomopwaarts aan de zuidzijde van Wyck (richting België); de Lage Maaspunttoren stroomafwaarts aan de noordkant (richting 'Holland'). De toenmalige kazernes 'hoge barakken' lagen dus zuidelijker dan de 'lage barakken'.
Er zijn meerdere straatnamen in Maastricht die hun oorsprong hebben in de militaire geschiedenis van de vesting, en in dit geval de geschiedenis van het garnizoen. De Bourgognestraat (1892), het Bourgogneplein (1986) en de Ruiterij (1970) zijn eveneens genoemd naar kazernes, waarin ooit onder andere Bourgondische troepen en cavalerie gelegerd waren.Panhuysen/Dingemans/Minis/Sprenger (2013), pp. 69-71. In het Statenkwartier op de westelijke Maasoever ligt de straat Achter de Barakken eveneens nabij een voormalige kazerne. De recente straatnaam Achter de Oude Kazerne (2010) in dezelfde buurt heeft echter betrekking op een voormalige brandweerkazerne.Panhuysen/Dingemans/Minis/Sprenger (2013), p. 49.
Ligging De huidige woonstraten Hoge Barakken en Lage Barakken liggen in het stadsdeel Wyck op de rechter Maasoever van het Maastrichtse centrum. Lage Barakken loopt min of meer van zuid naar noord tussen de Hoogbrugstraat en de Sint Maartenslaan. Aan de noordzijde buigt de straat iets af naar het westen en loopt parallel aan de meer oostelijk gelegen, negentiende-eeuwse Wilhelminasingel, die evenals Lage Barakken hetzelfde tracé van de middeleeuwse stadsmuur volgt. De straat zet zich ten zuiden van de Hoogbrugstraat voort als Hoge Barakken. In eerste instantie gaat het enkele tientallen meters in zuidelijke richting, maar daarna volgt een rechte hoek en draait de straat in westelijke richting, tot aan de Ruiterij. Van noord naar zuid zijn er op het traject drie zijstraten: de Wycker Brugstraat/Stationsstraat, de Bourgognestraat en de Hoogbrugstraat/Hoogbrugplein. Verder zijn er vier naamloze voetgangerspassages: vanaf Lage Barakken naar Bourgogneplein en vanaf Hoge Barakken naar Hoogbrugstraat, Avenue Céramique en Plein 1992. Lage Barakken is ongeveer 400 m lang en circa 8 m breed. Hoge Barakken is ongeveer 250 m lang en varieert in breedte van ca. 10 tot 20 m.
Verkeer en inrichting In het noordelijk deel van Lage Barakken is verkeer in beide richtingen toegestaan; ten zuiden van de Wycker Brugstraat geldt tot de Hoogbrugstraat eenrichtingsverkeer. Hoge Barakken kent tweerichtingsverkeer, maar is, afgezien van het eerste (noord-zuid lopende) gedeelte naar de private ondergrondse parkeergarage, op twee plaatsen door middel van paaltjes afgesloten voor het gemotoriseerd verkeer: ter hoogte van de passage naar de Hoogbrugstraat en aan de kant van de Ruiterij. Het tussenliggende deel is per auto slechts te bereiken via de eerder genoemde passage, waarvan een monumentale poort in het rijksmonument Hoogbrugstraat 15 de privé toegang vormt. Hoge Barakken en Lage Barakken zijn om deze redenen geen doorgaande verkeerswegen en er rijden geen lijnbussen. Parkeren is uitsluitend toegestaan in de aangegeven parkeervakken, tegen betaling (via parkeerautomaten).
Lage Barakken is over de gehele lengte min of meer uniform ingericht, met één rijbaan (niet gescheiden en zonder fietsstroken), en met aan beide zijden trottoirs. Aan de westzijde van de rijweg is een gemarkeerde parkeerstrook (voor langsparkeren). De rijweg en de parkeerstrook zijn geasfalteerd; de trottoirs geplaveid met betonnen stoeptegels. Op de hoek van Lage Barakken en Sint Maartenslaan bevindt zich een klein plantsoen. Hoge Barakken heeft, behalve de eerste panden nabij de Hoogbrugstraat, nu nauwelijks een historische achtergrond meer, omdat de straat naar het noorden is verplaatst ten opzichte van de historische locatie. De inrichting wijkt af van Lage Barakken. Met uitzondering van het oostelijk deel is de gehele straat, inclusief de voetpaden, geplaveid met klinkers. In het oostelijk deel is de rijweg geasfalteerd. Hier ligt de in- en uitrit van een niet-openbare parkeergarage. Bij het woongebouw Arco Íris ligt een verhoogd pleintje dat gedeeltelijk is ingericht als plantsoen. In het westelijk deel van de straat staat een dubbele rij bomen.
Geschiedenis De geschiedenis van het gebied rond de Hoge en Lage Barakken loopt tot eind negentiende eeuw voor een deel parallel met de militaire geschiedenis van de stad Maastricht, met name die van de stadsomwalling van Wyck. Na de sloop van de stadsmuur, en de in de nabijheid daarvan gelegen kazernes, transformeerde de achterafgelegen steeg in een woonstraat met ruimte voor bedrijfsactiviteiten.
Voor 1867: stadsmuur en kazernes De op de rechter Maasoever gelegen voorstad Wyck was altijd veel kleiner dan het stadsdeel op de linker Maasoever. De middeleeuwse stadsmuur van Wyck had een lengte van ca. 1500 m en telde twaalf muurtorens.Morreau (1979), pp. 121, 138-139. In feite bestond Wyck uit twee hoofdstraten: de min of meer zuid-noord lopende Rechtstraat en de oost-west lopende Hoogbrugstraat. Later kwamen daar de Wycker Grachtstraat en de aanvankelijk naamloze steeg langs de vestingwal bij, maar die zijn in de periode van het ancien régime waarschijnlijk nooit volledig tot ontwikkeling gekomen. Tussen de Wycker Grachtstraat en de later zo genoemde Lage Barakken lagen voornamelijk boomgaarden en moestuinen, en vanaf de zeventiende eeuw het Annunciatenklooster met tuinen. Ten aanzien van Hoge Barakken moet steeds in gedachte worden gehouden, dat de huidige straat wat noordelijker ligt dan de oorspronkelijke achterafstraat bij de zuidelijke stadsmuur.
Op de omstreeks 1575 getekende plattegrond van Maastricht in de stedenatlas Civitates orbis terrarum van Braun en Hogenberg zijn naast de hoofdstraten ook de secundaire straten Wycker Grachtstraat, Bourgognestraat en Hoge en Lage Barakken te herkennen, allemaal met aaneengesloten bebouwing. Mogelijk heeft de kaarttekenaar zijn fantasie de vrije loop gegeven, want in later eeuwen was de bebouwing hier spaarzaam. Anderzijds kan het niet worden uitgesloten dat de kaart van Braun en Hogenberg accuraat is en de werkelijke situatie in die tijd weergeeft. Misschien werd de bebouwing na 1575 afgebroken, om veiligheidsredenen, of als gevolg van ontvolking. De meeste zeventiende-eeuwse plattegronden geven hetzelfde beeld, maar zijn waarschijnlijk gekopieerd naar de eerdergenoemde kaart, met slechts wijzigingen in de vestingwerken.
Volgens de Maastrichtse vestingdeskundige Louis Morreau werd in het laatste kwart van de vijftiende eeuw rondom de middeleeuwse stadsmuur van Wyck een dubbele aarden wal aangelegd met een dubbele gracht.Morreau (1979), p. 124. Muur en wallen zijn te zien op het vogelvluchtpanorama in de atlas van Braun en Hogenberg. De wal werd geleidelijk bemuurd en nam daarmee de functie over van de oorspronkelijke stadsmuur, die vanaf de tweede helft van de zestiende eeuw geleidelijk werd afgebroken. In de achttiende eeuw was nog slechts de muurvoet zichtbaar.Morreau (1979), p. 113. De langgerekte, smalle strook tussen stadsmuur en stadswal bleef ook na het dempen van de gracht, omstreeks 1550, onbebouwd. Later werden hier kazernes gebouwd.Morreau (1979), p. 136. Mogelijk zijn deze kazernes al aangegeven op een plattegrond in een reisbeschrijving van Philippe de Hurges uit 1615, Voyage de Philippe de Hurges à Liége et à Maestrect en 1615.
thumb|left|210px|'Hooge barakken in Wyck', getekend door Jan Brabant, ca. 1860 Op achttiende-eeuwse kaarten zijn de barakken tussen de stadswal en de daaraan parallel lopende straat goed te herkennen. Met name de kaart van de Franse militair ingenieur Jean-Baptiste Larcher d'Aubencourt uit 1749, die ten grondslag lag aan de Franse maquette van Maastricht, is uiterst gedetailleerd. Te zien is het kloostercomplex van de annunciaten ten westen van de Lage Barakken. Hier en daar lag een woonhuis of boerderij, omringd door tuinen en boomgaarden. Aan de oostzijde van de straat, tegen de stadswal aan, lagen vier smalle, langgerekte kazernegebouwen, de 'lage barakken', ook wel aangeduid als 'kleine barakken te Wyck'. Over het uiterlijk van deze barakken kan men zich een voorstelling maken aan de hand van twee tekeningen, die de plaatselijke tekenmeester/tekenleraar Jan Nicolaas Brabant (1806-1886) naliet.
In 1567 kreeg Maastricht voor exact driehonderd jaar een permanent inliggend garnizoen. Barakken werden vanaf circa 1600 door het stadsbestuur gebouwd om de burgers van de inkwartieringsplicht te verlossen. Aanvankelijk waren ze van hout; vanaf 1616 ook van steen. Een standaardbarak bevatte toen twee bedden en was bedoeld voor vier soldaten, soms het dubbele daarvan; bij gehuwden de helft. Een "barrackenmeester" of "opziender-majoor" hield toezicht. Aangezien de barakken door de stad werden onderhouden en ingericht (inclusief het linnengoed), komen ze regelmatig voor in de raadsverdragen. Aan de zuidzijde van Wyck lag een dubbele rij barakken, de 'hoge barakken'. Ook op de Franse maquette zijn de barakken langs de Wycker stadswal goed te herkennen. Op de tussen 1974 en 1977 vervaardigde kopie van deze maquette, thans in het Centre Céramique, ontbreekt een deel van de barakken (zie Bourgognestraat).
Na de inname van de stad door Kléber in 1794 was Maastricht twintig jaar lang een Franse stad. De anti-klerikale politiek van de Fransen betekende het einde van alle kloosters. Ook het Annunciatenklooster werd opgeheven en de goederen verkocht. Op de kadasterkaart van 1842 zijn de "Laagebarakken" goed te zien, ongeveer even breed als nu en nog goeddeels onbebouwd. De meeste barakken lijken verdwenen, maar de terreinen zijn dan nog grotendeels in handen van de gemeente Maastricht. De uitgestrekte kloosterterreinen ten westen van de straat zijn in 1842 eigendom van de rentenier Hubert de la Haye uit de Rechtstraat. Halverwege de Bourgognestraat, toen nog een smalle steeg, lag het kruithuis Bourgogne. Het perceel ten zuiden daarvan was van Gillis van Lijf, een landbouwer die aan de Lage Barakken woonde. Van Lijf bezat ook een perceel aan de overkant van de straat, dus blijkbaar was de gemeente al begonnen met de verkoop van de kazerneterreinen. In het zuidelijk deel van Wyck waren in hetzelfde jaar 1842 nog enkele barakken aanwezig aan de zuidzijde van het tegenwoordige Plein 1992. Waar nu Hoge Barakken ligt, lagen destijds de achtererven van de huizen aan de Hoogbrugstraat.Zie interactieve kaart Maastricht op hisgis.nl. Selecteer bij kaartlagen: 'Kadaster 1842 percelen (rood, open)', 'Kadaster 1842 gebouwen (naar soort)' en 'Luchtfoto'.
Na 1867: woningbouw en industrie