Hieronymus Bock (mogelijk Heidelsheim bij Bruchsal, 1498 – Hornbach, 21 februari 1554), genoemd Tragus (van Oudgrieks , trágos‚ bok),Bock gaf zichzelf daarmee, naar humanistisch gebruik uit die tijd, een klassiek klinkende achternaam. was een Duits botanicus, arts, theoloog en luthers predikant. Samen met Otto Brunfels en Leonhart Fuchs geldt hij (in Duitsland) als een van de aartsvaders der botanie.

Leven Als geboorteplaats van Bock worden in de loop der geschiedenis meerdere plaatsen genoemd. Hij schreef zich mogelijk in 1519 aan de universiteit van Heidelberg in als 'Iheronimus Bock de Schifferrstat dioc. Spir.' (Hieronymus Bock uit Schifferstadt, bisdom Speyer). (1884). Die Matrikel der Universität Heidelberg von 1386 bis 1662 1 (1386–1553): 518. Gearchiveerd op 19 april 2023.Johann Mayerhofer (1896: 769) en Ferdinand Roth (1898: 266, 1899: 26–27) uiten er hun twijfel over of de ingeschreven Iheronimus Bock wel dezelfde is, omdat dit de enige plek is waar Schifferstadt als plaats van afkomst wordt genoemd. Mayerhofer en Roth (1899) houden nog de mogelijkheid open dat Bocks ouders tussen 1498 en 1519 verhuisd zijn. In 1580 noemt Melchior Sebisch,Wordt ook wel genoemd in de alternatieve spelling 'Sebitz'; zie Sebisch, Melchior (1539 bis 1625) in: Allgemeine Deutsche Biographie op de.wikisource.org. in een door hem verzorgde heruitgave van Bocks Kreüterbuch, 'Heidesbach bei Zweibrücken' als geboorteplaats. (1896): 766 In 1588 schrijft Tabernaemontanus, een leerling van Bock, in de Vorrede van zijn eigen Neuw Kreüterbuch dat de geboorteplaats Bretten is. (1588). Neuw Kreüterbuch: Vorrede, laatste pagina: "Dieweil dann mein lieber praeceptor seliger Hieronymus Tragus Brettanus [...] er auch ein Kindt in der Churfürstlichen Pfaltz zu Bretten geboren / und hernachmals zu Hornbach in der Fürstlichen Pfaltz vil Jar gewohnet". Gearchiveerd op 14 april 2021. In 1620 maakt Melchior Adam daar 'Heidespachii pago Brettae' (Heidesbach, gouw'pago' (ablativus van 'pagus') is hier vertaald met 'gouw'; de voorbeelden die de Nederlandstalige Wikipedia geeft van Duitse gouwen betreffen echter veel grotere gebieden dan hier bedoeld: een stad of dorp met de daarbij behorende omgeving. Bretten) van, en voegt eraan toe dat dat vlak bij de geboorteplaats van Philipp Melanchthon (Bretten) is. (1620): 67 In 1864 is Hautz de eerste die 'Heidelsheim bei Bretten' als geboorteplaats noemt, zonder bronvermelding. (1864). Geschichte der Universität Heidelberg 2: 145, noot 12. Gearchiveerd op 30 juli 2023. Mayerhofer (1896) merkt als een van de eersten op dat de door eerdere auteurs genoemde plaats 'Heidesbach' niet bestaat. Vanwege de stelligheid waarmee de plaats Bretten wordt genoemd, concludeert hij dat dan uitsluitend Heidelsheim bij Bretten in aanmerking komt, maar voert geen verder bewijs aan.Volgens Roth (1899: 25) gebruikten Adam en Hautz beiden dezelfde bron (Quelle in Heidelberger Universitätsarchiv), maar heeft Hautz die gewoon beter gelezen dan Adam.Heidelsheim ligt tussen Bretten en Bruchsal, is nu onderdeel van die laatste gemeente maar had tot 1935 zelf stadsrechten. Over Bocks jeugd is weinig bekend, anders dan een vermoedelijke studie in Heidelberg, waar hij zich dan in 1519 als student zou hebben ingeschreven. Melchior Adam noemt de namen van zijn ouders als Heinrich en Margaretha. (1620): 68 Zijn ouders zouden hem hebben voorbestemd voor een leven in het klooster, maar Bock besloot anders. (1896): 769 Mayerhofer vermoedt dat Bock met financiële steun van zijn ouders meerdere hogescholen in de buurt heeft bezocht om daar natuurfilosofie en theologie te studeren.Dat zijn de studies die ook door Adam (1620: 68) en Freher (1688: 1235) genoemd worden. Zijn pogingen om zijn inschrijfgegevens terug te vinden in de registers van diverse hogescholen bleven echter zonder resultaat. Roth oppert dat Bock mogelijk in Straatsburg heeft gestudeerd omdat hij de daar woonachtige Otto Brunfels en Johann Sapidus (Witz) al vroeg kende. (1898): 266 Omdat er geen bewijzen zijn van het behalen van een academische graad in enige studie, vermoeden diverse auteurs dat hij op het gebied van de botanie en geneeskunde autodidact was.

Bock zelf vermeldt in de derde druk van zijn Kreüterbuch dat in zijn familiewapen een brandnetel voorkomt. (1551). Kreüterbuch, Vorrede, hoofdstuk XV: "Ich hab auch gemelter Nessel bletter in meinem Signet / dieweil meine Voreltern in iren Signeten und Zeichen allwegen gebraucht / fürter wöllen ehren und behalten"

In 1522 of januari 1523 (2019) accepteerde hij een positie als leraar aan de Latijnse schoolBock gen. Tragus Hieronymus in: Saarland Biografien in Zweibrücken,Omdat hij al in januari 1523 in het huwelijk trad met Eva Victor uit Zweibrücken, veronderstelt Ferdinand Roth (1899: 27) dat hij al langer in die plaats verbleef; de Latijnse school werd echter pas in 1523 gesticht, zie (1888). Geschichte der Stadt Bergzabern im Rahmen der Zeitgeschichte: 33. onder hertog Lodewijk II van Palts-Zweibrücken, en begon voor hem met de aanleg van een botanische tuin. (1688): 1235 (1909): 221 Bock had al vroeg sympathie voor de Lutherse vorm van het Christelijk geloof opgevat, en stond in samenhang daarmee in goede betrekking tot het hof van Lodewijk, die sinds 1523 (1896): 768 (1899): 27 eveneens een aanhanger van Luther was. Op 25 januari 1523 trouwde Bock met Eva Victor, waarbij 80 gasten aanwezig waren. In maart 1532 werd hij lijfarts van Lodewijk II. Die laatste stierf al op 3 december van dat jaar. In 1533 verhuisde hij naar het nabijgelegen Hornbach om daar kanunnik (1896): 771 te worden in het Benedictijner Stift van St. Fabian.Ook van deze geschiedenis bestaan twee versies. De ene ( (1620): 68, (1909): 222) verhaalt dat hij met de dood van Ludwig II zijn beschermheer verloor en aan het hof in ongenade viel (omdat Lodewijks opvolger niet openlijk Luthers zou willen zijn) en daarmee financieel aan de grond dreigde te raken, maar dat het vrijkomen van een positie in Hornbach wonderwel uitkomst bood; Meyer (1857: 304) en Greene noemen als opvolger van Lodewijk ten onrechte Frederik II, niet de opvolger maar de keurvorst van de Palts. De andere versie ( (1896): 771, (1898): 267, (1899): 30) verhaalt juist dat hij met het verlenen van medische bijstand aan Lodewijk II in aanzien was gestegen, en dat hem een lucratieve positie in Hornbach werd aangeboden om hem van zijn tijdrovende leraarschap te ontdoen, meer tijd te geven voor zijn botanisch werk, en dat bovendien tegen een hoger inkomen, om hem maar als plantenkenner en ook als arts met inmiddels enige reputatie, in de buurt van Zweibrücken te houden.St. Fabian was een Stift dat al vóór 1182 in Hornbach was gevestigd vanuit het Benedictijner klooster in Zweibrücken. Abt van het klooster was sinds 1513 Johann von Kinthausen, een man die geschapen leek om Luthers versie van het Christelijk geloof te volgen, en al vroeg een zoon, genaamd Eustach, had, en vanaf 1516 samenleefde met Sophie Schneider, een vrouw uit de buurt die hij op een geheim tijdstip vóór 1540 zelfs huwde, en met wie hij een tweede zoon, genaamd Ludwig, had; zie (1896): 767–768. Die benoeming, op voorspraak van abt Johann von Kinthausen,Of Johann Kintheuser, zoals Mayerhofer hem even verderop noemt, zie (1896): 771. was opvallend omdat Bock een leek was, en bovendien getrouwd. Van 1533 tot in elk geval 1536 had hij een prebende van St. Fabian. Bock nam de verplichtingen die de prebende met zich meebracht, waaronder het aanwezig zijn bij diverse gebeden en zittingen, en bovendien een leraarschap, niet erg serieus, met als argument dat dat ten koste ging van zijn taken als arts. Op 28 december 1536 kwam het daarop tot een geding met zijn collega's, waarbij uiteindelijk het hertogelijk hof uitspraak deed. Bock werd deels in het gelijk gesteld; hij werd ontheven van zijn onderwijstaken, en er werden zulke uitgebreide uitzonderingen op zijn aanwezigheidsverplichtingen vastgesteld, dat hij in de praktijk alle tijd kreeg voor zijn bezigheden als arts en botanicus. (1896): 773 (1899): 31–32 In 1538 bereikte de reformatie St. Fabian, en werd Bock luthers pastoor. (1896): 778, waar wordt vermeld dat Bock in een oorkonde van 10 augustus 1537 nog kanunnik wordt genoemd (1899): 41Volgens Saarland Biografien was hij al vanaf 1536 pastoor, dus onmiddellijk na het, volgens diezelfde bron, opgeven van zijn prebende, waarbij deze bron zich hoofdzakelijk lijkt te baseren op Biographisch-Bibliographisches Kirchenlexikon (BBKL), Band 25 (2005): 81–86, . Mayerhofer maakt er expliciet melding van dat Bock zijn prebende na het geding van december 1536 behield, zie (1896): 773–774, en dat Bock in een oorkonde van 10 augustus 1537 nog als kanunnik wordt vermeld, zie (1896): 778. In augustus 1550, in de nasleep van het Interim van Augsburg, volgde zijn gedwongen vertrek uit Hornbach wegens een religieus conflict met de katholiek gebleven abt van Hornbach, Johann Bonn von Wachenheim. (1899): 47–49 (1896): 781–783 Hij vond hulp bij landgraaf Filips II van Nassau-Saarbrücken in Saarbrücken, bij wie hij al eens de genezing van een ernstige ziekte had bewerkstelligd, en van wie hij nu lijfarts werd. (1899): 49 Zijn vooruitzichten op een terugkeer werden snel beter toen al op 5 augustus 1550 Johann Bonn overleed. (1899): 50 Vanuit Saarbrücken schreef hij op 14 augustus 1550 een open brief aan de gemeente in Hornbach. In 1551 of 1552 keerde hij in Hornbach terug.Op 4 februari 1551 was hij nog in Saarbrücken; zie (1898): 316 In 1554 overleed hij daar, mogelijk aan tuberculose. Diverse bronnen geven aan dat Eva vóór hem overleed, (1909): 221; (1868): 229; (1857): 304 maar Adam, Freher en in hun gevolg Mayerhofer, geven aan dat Eva hem met één zoon (Heinrich) en een dochter overleefde. (1896): 786 Bock werd begraven in de kerk van St. Fabian. Melchior Adam meldt al in 1620 dat die kerk inmiddels tot een ruïne is vervallen. (1620): 70 Roth schrijft dat de grafsteen naderhand als tafel in de tuin van de beheerder van het klooster is gebruikt, daarbij verwijzend naar Freher, Molitor en Mayerhofer, van wie de eerste en de laatste het gegeven niet noemen. (1898): 316

Werk Bock moet al ruim vóór 1532 in de plantkunde geïnteresseerd zijn geweest, want Otto Brunfels verzocht hem al vóór dat jaar om commentaar op een vijftigtal plantennamen. Zijn antwoord daarop verscheen in 1532 in druk in deel 2 van Brunfels' Herbarum vivae eicones. In 1533 kreeg hij bezoek van diezelfde Brunfels, die te voet van Straatsburg naar Hornbach was gekomen om zijn botanisch werk te kunnen bekijken, en er daarna sterk bij hem op aandrong dat hij het zou publiceren. (1898): 269 Om hiaten in zijn kennis op te vullen, en het aantal te behandelen soorten uit te kunnen breiden, ondernam Bock daarna excursies naar de Wasgau, het dal van de Idar (in de Hunsrück), het Moezeldal, het Saardal, de Vorderpfalz, Landau en Bergzabern. Hij kon daar echter vanaf dat jaar vanwege zijn aanstelling als Stiftsherr veel meer tijd aan besteden. (1896): 774 Bij zijn excursies ging hij als boer verkleed. (1898): 267 In Bergzabern trof hij Jakob Theodor, genoemd Tabernaemontanus, net als hij aanhanger van Luther, en hij nam hem als leerling mee naar Hornbach. (1899): 33 Later volgden nog excursies naar Graubünden, Chur, Bad Pfäfers en Feldkirch in Tirol. Omdat de eerste druk van zijn New Kreütter Buch zonder afbeeldingen verscheen, was hij verplicht de gedetailleerde beschrijvingen te geven waarom het boek later zo geloofd werd. Zijn werk markeert de overgang van de klassieke botanie, waarin hoofdzakelijk de teksten van de klassieke auteurs, met name Theophrastus, Dioscorides en Galenus, werden gevolgd en vertaald, naar de moderne, waarin eigen waarnemingen en beschrijvingen de belangrijkste rol spelen, en waarvan ook zijn tijdgenoot Valerius Cordus een exponent was.