South Aulatsivik Island is een onbewoond eiland dat deel uitmaakt van de Canadese provincie Newfoundland en Labrador. Natural Resources Canada, 'South Aulatsivik Island', 2016. Geraadpleegd op 7 februari 2021. Het eiland bevindt zich in de Labradorzee en ligt vlak voor de kust van het schiereiland Labrador, nabij de gemeente Nain. Met een oppervlakte van 456 km² is South Aulatsivik Island het op een na grootste eiland van de provincie, na Newfoundland.

Toponymie Historisch noemden de Inuit van Labrador het eiland Aulatsivik. Hamilton verklaart dit uit de Inuittalen komend toponiem in zijn Place Names of Atlantic Canada (1997) als "plaats van dominantie". , Place Names of Atlantic Canada, Toronto, 1997, p. 238. Dat zou een verwijzing zijn naar de hoogte waarmee het eiland uittorent ten aanzien van de zee. Die beschrijving verwijst voornamelijk naar de erg steile noordkust die tot de Kiglapait Mountains behoort.

Door de komst van Engelstalige Europeanen naar het gebied kwamen naast Aulatsivik ook de namen Aulatsivik Island of zelfs Newark Island in zwang. Tot in de vroege 20e eeuw waren de deze namen afwisselend in gebruik. Decisions on Names in Canada. Cumulative Decision List No. 5304, United States Board on Geographic Names, Washington D.C., 1953, pp. 48, 65.De naam "Newark Island" leeft echter in geologische middens nog voort, met name door de Newark Island-intrusie (in het zuiden van het eiland) en de regio Newark Island (ten noorden van het eiland).

Begin jaren 1940 besliste de Amerikaanse overheid dat ze in officiële communicatie uitsluitend "South Aulatsivik Island" als naam voor het eiland zouden gebruiken. United States Department of the Interior Board on Geographical Names, Decision List No. 4406, 1943, p. 72.De Amerikaanse overheid nam gelijkaardige besluiten voor duizenden plaatsen verspreid over de hele wereld. Toen in 1949 het Dominion Newfoundland toetrad tot Canada, bekrachtigde het Board on Geographic Names in Canada begin jaren 1950 deze beslissing. De prefix "South" kwam in de officiële benaming om zo het onderscheid te maken met een groot en tot dan toe eveneens Aulatsivik geheten eiland in het noorden van Labrador. Dat eiland ligt zo'n 340 km verder noordwestwaarts (nabij Cape Chidley) en kreeg officieel de naam North Aulatsivik Island toebedeeld.

Geschiedenis Prehistorie Maritiem-Archaïsche cultuur Bij Ballybrack Hill, een heuvel aan de zuidoostkust van het eiland, Natural Resources Canada, 'Ballybrack Hill', 2016. Geraadpleegd op 9 februari 2021. ontdekte een team van archeologen in 1977 een grafsite. De zogenaamde Ballybrack Site bleek na later onderzoek in feite te bestaan uit twee in elkaars nabijheid gelegen grafheuvels. Archaeology in Newfoundland and Labrador 1987, Government of Newfoundland and Labrador - Provincial Archaeology Office (Heritage Division), 2019, p. 15. Ze stammen beide uit de Maritiem-Archaïsche cultuur en vallen ruwweg rond 5000 v.Chr. te dateren. , Beliefs and Rituals in Archaic Eastern North America: An Interpretive Guide, Tucaloosa, 2015, p. 58.Oorspronkelijke dateringen uit de jaren 1970 en 1980 met betrekking tot de Ballybrack Site zijn problematisch (met dateringen van 5000 tot 7770 BP). Het is recenter onderzoek dat deze sites ruwweg in 5.000 v.Chr. plaatst ( en , 2009)."Mound 1" valt ruwweg te dateren tussen 4000 en 5000 v.Chr. Op basis van houtskoolresten valt "Mound 2" preciezer te dateren tussen 5185 en 5045 v.Chr. (, 2015). Dit maakt de grafheuvels slechts enkele eeuwen jonger dan de in Zuid-Labrador gelegen Maritiem-Archaïsche Grafheuvel van L'Anse Amour (ca. 5500 v.Chr), de oudste grafheuvel van Amerika. The Review of Archaeology, 17 (1997), p. 33-34. Deze cultuur bestond uit sterk op zee gerichte jagers-verzamelaars. Het is volgens archeologen dan ook allerminst toeval dat de Ballybrack Site gelegen is op een locatie die goed per boot bereikbaar is en tegelijk een "indrukwekkend uitzicht" op de Labradorzee biedt.

De grafheuvels hebben een diameter van 4-5 m en bestaan uit opeengestapelde stenen. De onderliggende grafkuil was in beide gevallen kegelvormig en ongeveer een meter diep. Ze bevatten geen bewaard gebleven organisch materiaal meer, maar waren gevuld met zand en onderaan een laag verpoederde rode oker. Beide kuilen waren erg arm aan artefacten; opgeteld bevatten ze er slechts negen. Het betrof kleine schrapers waarvan het merendeel uit lokaal verkrijgbare hoornsteen bestond, al zijn er ook in niet lokaal verkrijgbare "Ramah-hoornsteen" en leisteen aangetroffen. en red., Provincial Archaeology Office 2008 Archaeology Review (Government of Newfoundland and Labrador. Department of Tourism, Culture & Recreation), 2009 (7), p. 86-87. , "Un-caching Hunter-Gatherer Culture in Labrador: From Daily Life to Long-Term History", North Atlantic Archaeology, 1 (2008), p. 127-129. In de nabijheid van "Mound 2" zijn sporen van een Maritiem-Archaïsche woningvloer en bijhorende werkplaats ontaard (inclusief een relatief grote hoeveelheid rode oker). en , The Archaic of the Far Northeast, Orono, 2006, p. 53, Deze gebouwstructuur was slechts kort in gebruik en was moeilijk te dateren.De woningvloer en bijhorende werkplaats zijn ruwweg te plaatsen tussen 6000 en 3000 v.Chr. Gereedschappen gevonden in de structuur suggereren een datum in het oudste gedeelte van dit tijdsbereik (, 2008). Er bestaat een mogelijkheid dat ze in verband met de grafheuvels gezien kan worden.

Onderzoekers ontdekten midden de jaren 1980 bij Ballybrack Hill nog verschillende kleine archeologische sites die sporen van de Maritiem-Archaïsche cultuur bevatten. Deze archeologische sporen zijn volgens C14-datering tussen 6170 v.Chr. en 5470 v.Chr. (7770 ±350 BP) te plaatsen.

Groswatercultuur Aan de centrale oostkust van South Aulatsivik Island bevindt zich een archeologische site van de Groswatercultuur, , St. John's Harbour 5 (HeCi-30) and Examination of Groswater and Early Dorset Relationships in Labrador, gepubliceerde masterthesis (Department of Anthropology, Memorial University ofNewfoundland), St. John's, 2004, pp. 85-92 en 100-141. een Noord-Labradorse pre-Inuitcultuur uit het 1e millennium v.Chr. Inside Newfoundland and Labrador Archaeology, "Groswater Pre-Inuit Update" (Newfoundland and Labrador Archaeology), 2016. Geraadpleegd op 28 februari 2021.De Groswatercultuur leefde in Noord-Labrador in dezelfde periode als de vroege Dorsetcultuur, al waren het duidelijk van elkaar onderscheiden Amerindiaanse culturen. Oorspronkelijk werd de site van St. John's Harbour beschouwd als een mogelijke samensmelting tussen beide culturen, maar nader onderzoek toonde aan dat het wel degelijk (uitsluitend) een Groswatersite betrof (, 2004). De site bevindt zich aan St. John's Harbour, het zeer smalle natuurlijke haventje dat Big Black Island in het zuiden van South Aulatsivik Island scheidt. Het betreft een woning met enkele elementen errond die tezamen een site van 20 à 30 m² vormen. De woonst was geschikt voor een groep van hoogstens tien mensen en was waarschijnlijk gedurende enkele eeuwen in gebruikEen C14-datering op materiaal uit de haard in de woning plaatst het materiaal tussen 800 en 524 v.Chr. Een datering met materiaal van de haardkuil buiten de woning stamt uit de periode tussen 377 en 125 v.Chr. – mogelijks als overwinteringsplaats. De uiterste C14-dateringen van twee verschillende koolstofsporen uit de site plaatsen deze tussen 800 v.Chr. en 125 v.Chr.

Onderzoeken in 1977, 1980 en 1984 naar deze site brachten opgeteld meer dan 2000 artefacten aan het licht. Het betrof onder meer 476 stenen werktuigen zoals speerpunten, messen, vuistbijlen en schrapers. Deze waren voor het overgrote deel gemaakt van grijze, zwarte, taankleurige of Ramah-hoornsteen. Daarnaast betrof het 27 door vuur gebarsten stenen, 1514 stenen afslagenMet een "stenen afslag" wordt hier verwezen naar een lithic flake, het stukje steen dat afbreekt bij het tegen elkaar slaan van twee grotere stenen. en 134 stukken verbrijzelde steen.

Er werden twee naast elkaar gelegen dubbele rijen van "plaveisel" ontaard met aan beide uiteindes van het plaveisel afvalhopen. Ook was er een in de woonst gelegen haardzone met sporen van houtskool, slijpstenen en hoornsteen. In de noordwestelijke hoek van de site (buiten de woonst) bevond zich eveneens een 15 à 20 cm diepe haardkuil. Verschillende met blubber besmeurde rotsen wezen volgens archeologen op een lampfunctie. Rondom de woonst werden nog verschillende sporen van houtskool en as ontaard, evenals twee spikkels rode oker.

Moderne geschiedenis Rond de 15e eeuw arriveerden de eerste mensen uit de Thulecultuur, de voorouders van de Inuit, in Noord-Labrador. , "Invented Places: Environmental Imaginaries and the Inuit Colonization of Labrador", red., Settlement, Subsistence, and Change among the Labrador Inuit, Winnipeg, 2012, Kort erna begon de Europese kolonisatie van Noord-Amerika. De Inuit hielden het gebied grotendeels voor zichzelf tot de oprichting van verscheidene Moravische nederzettingen langsheen de kust in de late 18e eeuw. De seminomadische Inuit gebruikten South Aulatsivik Island op hun trektochten geregeld als jachtgebied. Stille getuigen hiervan zijn de inuksuit die her en der op het eiland te vinden zijn.

De Hudson's Bay Company richtte op het eiland begin 19e eeuw een zeehondenjachtpost op. De plaats stond bekend als Ungardlek en bevond zich aan de noordelijke oostkust nabij Green Cove, aan de voet van de 372 m hoge Backsight Hill (zie landkaart). Ungardlek deed als sealing station voornamelijk dienst als verwerkingsplaats voor de karkassen van de gedode zeehonden. Een getuigenis uit 1839 toont aan dat Esquimaux (Inuit) uit de missienederzetting Nain via hondenslee naar de plaats reisden om er zeehonden te gaan halen. e.a., "Extract from the Diary of Nain, from January to August, 1839", Periodical Accounts Relating to the Missions of the Church of the United Brethren, Established Among the Heathen (Brethren's Society for the Furtherance of the Gospel among the Heathen), Vol. 15, Londen, 1839, p. 209.

In de tweede helft van de 19e eeuw richtten Inuit in het zuiden van het eiland, aldus in de nabijheid van Nain, een nederzetting op. Het was toen niet ongebruikelijk voor Inuit om – al dan niet seizoensgebonden – nederzettingen op te richten in de nabijheid van een Moravische missiepost. , Toward a market economy? XIXth century Inuit habitat archaeology at the end of the Little Ice Age in Northern Labrador, change in resources accessibility and cultural reactions (doctoraatsverhandeling), Université de Laval, 2020. Het betrof acht semi-ondergrondse gezinswoningen die door de Inuit enkel gebruikt werden om de wintermaanden door te brengen. Na enkele decennia was deze winternederzetting (bij archeologen bekend als South Aulatsivik 6) in onbruik geraakt en werden alle huizen grotendeels afgebroken. Op dezelfde plaats bouwde men aan het einde van de 19e eeuw een blokhut, al bleef ook die slechts kortstondig in gebruik.

De zeehondenjachtpost Ungardlek bleef daarentegen nog tot zeker in de jaren 1930 volop in werking. Nog tot midden de jaren 1960 vonden er in de wintermaanden beperkte activiteiten met betrekking tot de zeehondenjacht plaats. An Interdisciplinary Investigation of Fort Enterprise, Northwest Territories 1970-1973 (Occasional Publications Series – Boreal Institute for Northern Studies), nrs. 9-11, Edmonton, 1973, In de 21e eeuw zijn er vrijwel geen zichtbare sporen van Ungardlek meer overgebleven.

Ook na het verdwijnen van de laatste nederzetting zijn Inuit uit Nain het relatief nabijgelegen South Aulatsivik Island steeds blijven gebruiken als jacht- en visgebied.

Geografie 400px|miniatuur|Kaart van South Aulatsivik Island en de rest van het noordelijke gedeelte van de Nainarchipel. In het zuidwesten is de gemeente Nain zichtbaar.

Ligging