thumb|Verkeerslicht in Hoorn, Nederland thumb|Verkeerslicht in Duitsland Een verkeerslicht is een seinlicht om het verkeer te kunnen regelen. Ook het openbaar vervoer, treinen en schepen gebruiken verkeerslichten.

Verkeerslichten regelen met behulp van lichtsignalen het kunnen oprijden van een gelijkvloerse kruising, de toegang tot bruggen, tunnels en spoorwegovergangen, de toegang tot parkeergarages en -terreinen, evenals de toegangsregulering bij fabrieken, bedrijven en andere afgesloten terreinen. Ook bij wegwerkzaamheden kunnen verkeerslichten worden gebruikt.

Een verkeerslicht is een van de drie soorten verkeerstekens die een wegbeheerder kan gebruiken om het verkeer op de weg te regelen. De andere twee zijn verkeersborden en wegmarkeringen. Een combinatie ervan is ook mogelijk.

Bij toepassingen op de openbare weg zijn de verkeerslichten onderdeel van een verkeersregelinstallatie (VRI), die bestaat uit de verkeerslichten, voertuigdetectoren, detectielussen en een regelsysteem daarvoor. De reguliere lichten (lampen) zijn vrijwel altijd onder elkaar geplaatst, dus verticaal gepositioneerd. Dit geldt voor België en Nederland. In sommige andere landen (vooral Japan) zijn de reguliere verkeerslichten voor het autoverkeer naast elkaar gepositioneerd.

De lichten van onder andere spoorwegovergangen, ophaalbruggen en veerponten zijn vaak naast elkaar geplaatst. Wanneer de rode lampen bij bruggen en spoorwegovergangen branden, al dan niet knipperend, is stoppen verplicht; andere signalen kunnen met deze lichten niet worden gegeven.

Geschiedenis Het eerste verkeerslicht ter wereld verscheen op 10 december 1868 in Londen bij het Palace of Westminster, en kon worden toegeschreven aan John Peake Knight, een spoorwegmanager. Knight ontwierp een semafoor (seintoestel) zoals deze ook in gebruik was bij de spoorwegen. Chaotic Traffic From Horse-Drawn Carriages Inspired the World's First Traffic Lights, Smithsonian Magazine, 9 december 2024. Rood en groen gaslicht moest ervoor zorgen dat de leden van het Britse Parlement ook in het donker veilig konden oversteken. Deze lampen werkten op gas en konden een rode of groene kleur weergeven door middel van een lens. De gaslamp explodeerde een paar jaar later en werd verwijderd.Michel Bakker, Geschiedenis van het stoplicht, IsGeschiedenis, 28 mei 2013.

In 1912 werd door Lester Wire in de Verenigde Staten een elektrisch stoplicht ontwikkeld. Dit verkeerslicht bestond uit een doos op een paal met een rode en groene lamp. De Amerikaan Garrett Morgan kreeg patent op het verkeerslicht met drie standen: groen, oranje en rood. Zijn landgenoot James Hoge bedacht een systeem met verkeerslichten op elke hoek van een kruising.

In Nederland werd in 1928 voor het eerst met automatische verkeerslichten geëxperimenteerd aan de Laan van Meerdervoort in Den Haag.Eerste automatische verkeerslichten in Nederland (Den Haag) gemaakt door de Heemaf (1928/1932), Holec Historisch Genootschap, 26 november 2008. Het systeem bestond uit vijf groene neonringen en vijf rode, tien ringen in totaal die in één behuizing zaten. De ringen gingen geleidelijk aan en uit. In Eindhoven kwam het eerste verkeerslicht, zoals wij dat nu min of meer kennen, in 1929. Dit verkeerslicht had nog een bel die rinkelde bij rood licht. In België is de oudste melding van een verkeerslicht uit 1931, toen er een op de Meir te Antwerpen verscheen.

Toen er nog veel minder verkeerslichten waren dan tegenwoordig, werd soms op drukke kruispunten het verkeer geregeld door een verkeersagent. Deze gebruikte daartoe alleen zijn handen en een schel fluitje. Als hulpmiddel werd ook wel een metalen stopbord of klapbord op een paal gebruikt.

Ook nu nog wordt incidenteel het verkeer met de hand geregeld door een verkeersregelaar (of een agent), bijvoorbeeld tijdens drukke manifestaties, wegwerkzaamheden en bij toeristische attracties, of indien het verkeerslicht door een storing niet functioneert. Bij oversteekplaatsen in de buurt van scholen staan vaak klaar-overs die met een stopbord (lollypop) het verkeer kunnen tegenhouden, zodat schoolkinderen veilig over kunnen steken.

Bij veel moderne verkeerslichtinstallaties zijn detectielussen aangebracht in het wegdek, waarmee de installatie kan reageren op het actuele verkeersaanbod. Een verkeerslicht gaat dan bijvoorbeeld alleen op groen als daar daadwerkelijk voertuigen staan te wachten. Een verdere doorontwikkeling hiervan is het 'intelligente' verkeerslicht (iVRI) dat in twee richtingen kan communiceren met weggebruikers, en ook met andere verkeerslichtinstallaties.

Standaardverkeerslicht (drie kleuren) Een verkeerslicht heeft doorgaans drie lampen, die van boven naar beneden de kleuren rood, oranje en groen hebben. Het oranje licht wordt soms als geel aangeduid, bijvoorbeeld in de Nederlandse wet. In Nederland is de betekenis juridisch geregeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Belgische verkeerslichten werken conform de Wegcode. De naam is formeel 'driekleurig verkeerslicht'. De internationale betekenis van de kleuren van een verkeerslicht is:

Rood: stop. Oranje: stop; voor bestuurders die het teken zo dicht genaderd zijn dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is: doorgaan. Groen: doorgaan. Oranje knipperlicht: Gevaarlijk punt, voorzichtigheid geboden (vaak een waarschuwingslicht voorafgaand aan een regulier verkeerslicht, zonder de rode en groene lichten) en/of Verkeerslicht buiten gebruik, waarbij andere verkeerssignalen (wegmarkering, verkeersborden enz.), of, indien geen andere verkeerssignalen aanwezig zijn, de standaardverkeersregels gelden (rechts heeft voorrang, bijvoorbeeld); veelal te zien op reguliere verkeerslichten bij een storing of gedurende de avond- en nachturen.

In België mág men doorrijden bij groen, in Nederland is dit verplicht, tenzij het niet mogelijk is door te rijden, bijvoorbeeld door een file.

Het oranje licht betekent dat gestopt moet worden, tenzij stoppen in alle redelijkheid niet meer mogelijk is. In Oostenrijk is het verplicht om bij oranje licht te stoppen. Door oranje rijden is daar een overtreding. Als waarschuwing voor het naderende oranje, gaat het groene licht de laatste seconden knipperen.

left|60px In andere landen, bijvoorbeeld in Duitsland, Hongarije, Groot-Brittannië, Oostenrijk, Zwitserland, Polen, Litouwen, Noorwegen, Rusland en Zweden, brandt voordat het licht op groen gaat eerst het oranje licht in combinatie met het rode licht ten teken dat het groene licht eraan komt en men alvast kan oprijden.

Een knipperend oranje licht geeft in België en Nederland aan dat de verkeerslichten buiten gebruik zijn, bijvoorbeeld 's nachts omdat er dan minder verkeer rijdt. Dit gebeurt dan automatisch op basis van een ingesteld klokprogramma. Als het knipperende oranje licht zich echter op de plaats van een groen licht bevindt, dan duidt dit op een gevaarlijke verkeerssituatie. Doorrijden is toegestaan, maar met gematigde snelheid, omdat er kruisend verkeer mogelijk is, bijvoorbeeld rechtdoorgaande fietsers bij een oranje knipperende pijl naar rechts.

In België staan bij veel beweegbare bruggen, maar ook bij sommige tramkruisingen, verkeerslichten met drie lampen; twee oranje en boven 1 rode. Het onderste oranje licht knippert als er niets aan de hand is, vooral bij bruggen die maar zelden open gaan. Gaat een brug open of komt er een tram, dan gaat het onderste licht uit, het middelste oranje licht gaat even aan, en daarna verschijnt rood. Bij bruggen staan er soms evengoed ook nog aparte rode lichten.

miniatuur|rechtop=0.65|Horizontale ophanging. In regio's in onder meer Japan en de Verenigde Staten worden verkeerslichten horizontaal gemonteerd. Dit kan gedaan worden omdat deze positie minder wind vangt en zo stabieler is, of omdat de vrije doorgang eronder op deze manier groter is.Here’s The Official Reason Why Some Traffic Lights Are Horizontal And Some Are Vertical, geraadpleegd op 2026-07-08.

In/uitschakelproces Wanneer een regelende verkeersregelinstallatie (onder normale omstandigheden) stopt met regelen (bijvoorbeeld 's avonds laat), zullen alle richtingen die op dat moment groen licht hebben (via oranje) naar rood gaan. Daarna blijven alle richtingen een korte tijd op rood staan, zodat al het verkeer dat nog op het kruispunt rijdt, het kruispunt kan verlaten. Daarna zullen (soms alle, soms een deel van) de lichten oranje gaan knipperen.

Wanneer een niet-regelende verkeersregelinstallatie (oranje knipperend) gaat beginnen met regelen (bijvoorbeeld 's ochtends vroeg), loopt de verkeersregelinstallatie de inschakelprocedure af. Hierbij zal op alle richtingen tegelijk het oranje knipperen overgaan in vast oranje en vervolgens, na enkele seconden, in rood. Daarna zullen gedurende een korte tijd alle lichten op de hele kruising op rood blijven staan, zodat het laatste verkeer dat nog vrij de kruising opgereden is, de tijd heeft om door te rijden en het kruispunt vrij te maken. Na deze ontruimingstijd wordt het regelprogramma gestart en wordt het verkeer volgens de gebruikelijke cyclus afgewikkeld.

'Vierkant groen' of 'alle fietsers tegelijk groen' (AFTG) thumb|100px|AFTG Het AFTG-principe, ook genaamd 'vierkant groen',Verkeerslichten § Vierkant groen, Agentschap Wegen en Verkeer. betekent dat fietsers en (soms ook) voetgangers uit alle richtingen tegelijkertijd groen licht krijgen, terwijl de automobilisten voor het rode licht wachten. Zo wordt contact tussen kwetsbare weggebruikers en gemotoriseerd verkeer, en aldus ook ongevallen, vermeden. Dit wordt in België ook op het (groene) verkeerslicht zelf aangegeven, met vier pijlen in een vierkant rondom een fietssymbool. Dit systeem wordt ook onder meer in Groningen toegepast.

Tweekleurige verkeerslichten thumb|Oranje-Rood licht voor het wegverkeer bij een spoorwegovergang In veel landen bestaan ook verkeerslichten met maar twee kleuren. Het bekendste voorbeeld hiervan zijn voetgangerslichten, die in veel landen alleen groen en rood kunnen tonen. Ook bestaan er tweekleurige verkeerslichten die alleen oranje en rood kunnen tonen. In de Belgische wegcode worden ook de rode kruisen en groene pijlen voor lane control "tweekleurige verkeerslichten" genoemd.

Groen-rood Verkeerslichten die alleen rood en groen kunnen tonen, worden vaak gebruikt voor verkeer dat voldoende langzaam gaat om geen oranje licht nodig te hebben. In veel landen worden deze lichten toegepast voor voetgangers, soms ook voor fietsers. Ook voor het overige verkeer worden soms tweekleurige verkeerslichten gebruikt die alleen rood en groen kunnen tonen, bijvoorbeeld bij inritten van parkeergarages. Op plekken waar normaal gesproken langzaam wordt gereden, wordt een oranje licht dan niet noodzakelijk geacht. In Nederland kent het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV) deze lichten alleen voor voetgangers, en ze worden voor het overige verkeer alleen op privéterreinen gebruikt.

Oranje-rood thumb|Oranje-Rood licht bij de Kapteynbrug te Groningen Deze lichten kunnen alleen oranje en rood tonen, met de gebruikelijke betekenis: Oranje: stop; voor bestuurders die het teken zo dicht genaderd zijn dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is: doorgaan. Rood: stop. Wanneer het licht uit staat, gelden de normale, overige verkeersregels en verkeerstekens (het is dan dus niet alsof het licht op groen staat). Deze lichten worden gebruikt waar het verkeer slechts af en toe hoeft te stoppen, bijvoorbeeld bij bruggen, overwegen van weinig bereden (goederen)spoor en uitritten voor brandweer of ambulance en busbaan. In Nederland ziet men vaak voor het gele licht nog enkele seconden oranje knipperlicht.

Eenzelfde licht zie je soms ook bij trambanen die de weg kruisen, zodat het overige verkeer tijdig kan stoppen voor naderende trams. In de Zeilstraat in Amsterdam stond zo'n licht bij een van de weinige tramhaltes waar de passagiers nog op straat uitstapten; deze is in 2023 verwijderd toen de tramhalte werd verplaatst.

Voetgangers