Juliette Gordon Low geboren Juliette Magill Kinzie Gordon (Savannah, Georgia, 31 oktober 1860 – aldaar, 17 januari 1927) was de oprichtster van de Girl Scouts of the USA, de Amerikaanse scoutingorganisatie voor meisjes. Geïnspireerd door Lord Baden-Powell, oprichter van de Boy Scouts, sloot ze zich aan bij de Girl Guide-beweging in Engeland en leidde vanaf 1911 haar eigen groep meisjesgidsen. Terug in de Verenigde Staten richtte ze in 1912 de eerste groep Amerikaanse meisjesgidsen (Girl Guides) op in de stad Savannah (Georgia). In 1915 gingen de Girl Guides in de Verenigde Staten verder onder de naam Girl Scouts. Juliette Gordon Low was de eerste leider en bleef tot haar dood actief binnen deze organisatie.Juliette Gordon Low, National Woman's History Museum. Gearchiveerd op 5 juli 2023.Juliette Gordon Low, Blazing a trail for every Girl Scout and living a life of courage, confidence, and character, Girl Scouts. Gearchiveerd op 31 augustus 2023. Ieder jaar op 31 oktober herdenken de Girl Scouts haar geboortedag als Founder’s Day.

Jeugd Juliette Magill Kinzie Gordon werd geboren op 31 oktober 1860 in Savannah, Georgia. Ze werd vernoemd naar haar grootmoeder, Juliette Augusta Magill Kenzie, en kreeg van de destijds veelvoorkomende bijnaam 'Daisy'. Ze was het tweede kind in een gezin van zes kinderen. Haar vader was William 'Willie' Washington Gordon II, een katoenhandelaar in dienst van de firma Tison & Gordon (later W.W. Gordon & Company). Haar moeder was Eleanor 'Nellie' Lytle Kinzie, een schrijfster afkomstig uit een familie die een rol speelde in de stichting van de stad Chicago.

Toen Low zes maanden oud was, trad haar vader in dienst van het Confederate States Army, het leger van de Zuidelijke Staten van Amerika, om mee te vechten in de Amerikaanse Burgeroorlog, iets waar haar moeder het in het geheel niet eens mee was.https://www.biography.com/historical-figure/juliette-gordon-low. Gearchiveerd op 5 december 2022. Omdat de federale troepen Savannah erg dicht naderden, verhuisde ze met haar moeder en haar twee zussen in 1864 naar het plaatsje Thunderbolt in de staat Georgia. Na de verovering van Savannah door het Noordelijke leger in datzelfde jaar kwam generaal William T. Sherman, een vriend van haar oom, vaak bij de familie op bezoek. Sherman zorgde ervoor dat zij in maart 1865 onder escorte naar Chicago konden reizen. In Chicago kwam ze in contact met heel andere mensen dan tot die tijd, zoals vele 'native' Amerikanen, wat haar wereldbeeld sterk veranderde. Een paar maanden later kondigde president Andrew Johnson een amnestieregeling voor de geconfedereerden af en werd haar vader weer herenigd met het gezin, waarna ze terugkeerden naar Savannah.

Als jong meisje liep ze allerlei verwondingen op en leed ze aan verschillende ziektes. Zo werd ze in Chicago getroffen door een hersenvliesontsteking, waarvan ze zonder ernstige complicaties herstelde. Ze had ook vaak last van oorpijn en terugkerende malaria-aanvallen. Haar gehoor verminderde en op haar zeventiende werd ze zo goed als doof aan beide oren.

Hobby's Juliette Low had veel belangstelling voor kunst en muziek. Ze schreef toneelstukken en voerde ze op en begon met haar neven en nichten een krant, The Malbone Bouquet, waarin een paar van haar vroege gedichten stonden. Met haar nichten begon ze ook een club om andere mensen te helpen, de Helpful Hands Club. In deze club leerden ze naaien en probeerden ze kleren te maken voor de kinderen van Italiaanse immigranten. Haar familie en vrienden beschouwden haar vanwege dit alles als excentriek en noemden haar 'Crazy Daisy'.

Opvoeding en opleiding Juliette Lows ouders voedden haar op volgens de traditionele waarden van het Amerikaanse Zuiden en hechtten vooral belang aan plichtsbesef, gehoorzaamheid, trouw en respect. Vanaf haar twaalfde ging ze naar de kostschool. Als tiener bezocht ze onder andere Miss Emmett’s School in New Jersey, het Virginia Female Institute, de Edgehill School en Mesdemoiselles Charbonniers, een Franse etiquetteschool in New York. Toen ze op Edgehill zat, werd ze lid van een geheime club, Theta Tau. De leden van deze op de gelijknamige studentenvereniging gebaseerde club organiseerden bijeenkomsten en verdienden badges. Nadat ze haar kostschoolperiode had afgerond nam Juliette Low in 1880 schilderles in New York. Een van haar docenten was de prominente landschapsschilder Robert Walter Weir.

Huwelijk

Na de dood van haar zus Alice in 1880 verhuisde Juliette Low terug naar het ouderlijk huis in Savannah om de huishoudelijke taken van haar rouwende moeder over te nemen. In die periode leerde ze William Mackay Low, de zoon van een vriend van de familiehttps://www.womenshistory.org/education-resources/biographies/juliette-gordon-low. Gearchiveerd op 5 juli 2023. kennen en ze startten in het geheim een verhouding. William Low verliet Savannah echter om aan de Universiteit van Oxford te gaan studeren en ze zagen elkaar pas weer in 1884. In de bijna drie jaar dat ze van elkaar gescheiden waren, reisde Juliette Low door Europa en leerde ze verschillende nieuwe vaardigheden zoals stenografie, paardrijden zonder zadel en jagen op patrijzen. Eind 1885 vroeg William haar ten huwelijk.

Juliette en William trouwden in Savannah op de trouwdag van haar ouders, 21 december 1886. Hun huwelijksreis brachten ze door op St. Catherines Island, een eiland voor de kust van Georgia, niet ver van Savannah. Daarna huurden ze huizen in Londen en in Schotland. Elk jaar brachten ze de eerste zes maanden door in de hogere sociale kringen van Londen. Tijdens het jachtseizoen verbleven ze in Schotland. In de eerste twee jaar van hun huwelijk brachten ze maar weinig tijd in elkaars gezelschap door: Juliette had medische problemen en William was vaak en lang van huis om te jagen of te gokken. Omdat ze zo lang en vaak van elkaar gescheiden waren en omdat Gordon Low geen kinderen kon krijgen, kwam hun relatie onder druk te staan.

In haar vrije tijd schilderde Juliette Low en leerde ze hout- en metaalbewerking. Ze ontwierp en maakte een ijzeren toegangshek voor haar huis in het Engelse graafschap Warwickshire. Ze organiseerde veel feesten en evenementen in dit huis en ontving er onder anderen kroonprins Albert Edward (de latere koning Edward VII), die bevriend was met haar echtgenoot, en schrijver Rudyard Kipling, wiens vrouw familie was van Lows moeder. Tegen de wil van haar man in zette ze zich ook in voor goede doelen. Zo bracht ze regelmatig een bezoek aan een vrouw met lepra, voorzag ze de arme mensen in een nabijgelegen dorp van zorg en eten en werd ze lid van de plaatselijke vereniging van verpleegkundigen.

Scheiding In 1895 begon Juliette Low steeds ongelukkiger te worden in haar huwelijk. Ze was bijna nooit meer alleen met haar man, die erg afstandelijk was geworden, vreemdging en steeds meer begon te drinken. Toen Anna Bridges Bateman, de weduwe van Sir Hugh Alleyne Saceverell-Bateman, in 1901 te gast was in hun huis in Schotland ontdekte Juliette Low dat haar man een verhouding met haar had. Ze vertrok en nam haar intrek bij vrienden en familie. Een jaar later stemde ze in met het verzoek van haar man om voorgoed apart te blijven wonen. Later eiste haar man dat ze instemde met een echtscheiding. Een huwelijk kon echter alleen ontbonden in geval van overspel en verwaarlozing of wreedheid. Dan zou Bateman met naam genoemd moeten worden, wat sociale gevolgen zou hebben voor alle betrokkenen, waarvoor Juliette Low aanvankelijk terugdeinsde.

Van het geld dat ze kreeg van haar man en had gespaard huurde Low een huis in Londen. In 1903 sloten de twee een alimentatieovereenkomst waarin zij 2500 Britse ponden per jaar toegekend kreeg, en daarnaast hun huis in Savannah, aandelen en obligaties. Hetzelfde jaar kocht ze twee huizen in Londen, waarvan ze er een verhuurde om haar inkomen aan te vullen. Van een scheiding kwam het nooit omdat William Low ziek werd en in 1905 overleed aan de gevolgen van een beroerte. Na de begrafenis werd bekend dat hij bijna alles aan Bateman had nagelaten en dat hij de alimentatieovereenkomst uit 1903 had ingetrokken. Met de steun van Juliette Low vochten de zussen van William Low het testament met succes aan en kreeg ze alsnog geld, het echtelijk huis in Savannah met het omringende land, aandelen en obligaties.

Girl Guides en Girl Scouts thumb|left|juliette Gordon Low (midden) met twee girl scouts, Robertine McClendon (links) en Helen Ross (rechts) Na de dood van haar man ging Juliette reizen, nam ze beeldhouwlessen en deed ze vrijwilligerswerk maar bleef op zoek naar een project waar ze haar tijd en talenten in kwijt kon. In mei 1911 ontmoette ze Sir Robert Baden-Powell tijdens een feestje en raakte ze geïnspireerd door de Boy Scouts, een activiteitenprogramma dat hij had ontwikkeld voor jongens, maar naar zijn idee ook heel geschikt was voor meisjes. Op dat moment had de scoutingbeweging 40.000 leden in heel Europa en in de Verenigde Staten. Militaire training en het hebben van plezier waren de twee voornaamste aandachtspunten van de beweging, principes die Juliette Low erg waardeerde. Zij en Baden-Powell werden goede vrienden en brachten het jaar daarna veel tijd met elkaar door. In augustus 1911 werd Juliette Low actief in de Girl Guides, de meisjestak van de Boy Scouts,https://www.georgiaencyclopedia.org/articles/history-archaeology/juliette-gordon-low-1860-1927. Gearchiveerd op 9 maart 2023. die geleid werd door de zus van Sir Robert Baden-Powell, Agnes Baden-Powell. Low begon een groep Girl Guides in de buurt van haar huis in Schotland. Ze stimuleerde zelfstandigheid in de meisjes door ze te leren wol te spinnen, vee te verzorgen, knopen leggen, kaartlezen, breien, koken en EHBO. Van haar vrienden uit het leger leerden de meisjes hoe ze moesten exerceren, seinen en kamperen. Tijdens haar winterverblijf in Londen in 1911 richtte ze daar twee groepen op.

Begin van de Amerikaanse Girl Guides Om de scoutingbeweging uit te breiden, reisden Juliette Low en Baden-Powell in 1912 naar de Verenigde Staten. Hetzelfde jaar richtte ze de eerste twee Amerikaanse groepen Girl Guides op waarvoor 18 meisjes zich aanmeldden. Aanvankelijk was de groei van de Girl Scoutsbeweging in de Verenigde Staten vooral te danken aan Juliettes uitgebreide sociale netwerk. Van het begin af aan leverde ze een bijdrage door nieuwe leden en leiders te werven. Ze plaatste advertenties in kranten en tijdschriften en zette haar familie en vrienden in. Ook bracht Baden-Powell haar in contact met mensen die geïnteresseerd waren in scouting voor meisjes, zoals Louise Carnegie. In het jaar daarna bracht ze de eerste handleiding voor Amerikaanse Girl Guides uit getiteld How Girls Can Help Their Country. Deze handleiding was gebaseerd op de handboeken Scouting for Boys van Robert Baden-Powell en How Girls Can Help to Build Up the Empire van Agnes Baden-Powell. Juliette Low verbouwde het koetshuis achter haar huis in Savannah en vestigde er het eerste hoofdkwartier van de Girl Guides. Er waren ruimtes waar de lokale groepen bij elkaar konden komen en het bijbehorende land werd gebruikt om te marcheren, te seinen en te sporten. Edmund Strudwick Nash, die het woonhuis van Juliette Low huurde, bood aan om de huur van het koetshuis te betalen en werd daarmee een van de eerste donateurs van de Amerikaanse Girl Guides. De zoon van Nash, de dichter Ogden Nash, heeft Lows huis in een van zijn gedichten vereeuwigd. Juliette reisde de oostkust van het land af om scouting voor meisjes te promoten. Bij haar terugkeer in Savannah probeerde ze tevergeefs president Taft, die bij haar ouders op bezoek was, ervan te overtuigen dat zijn dochter Helen de beschermvrouwe van de Girl Guides moest worden.

Amerikaanse Girl Guides versus Camp Fire Girls