De rafelige parasolzwam (Macrolepiota excoriata) is een schimmel uit de familie Agaricaceae. Hij leeft saprofiet en komt voor in onbemeste graslanden en wegbermen.

Kenmerken Uiterlijke kenmerken Hoed De hoed heeft een diameter van 5 to 9 cm. De vorm is bij jonge exemplaren eivormig. Later wordt deze gewelfd met in het midden een verhoging. Het oppervlak is glad en de kleur wit tot crème. Het centrum is meestal bruinig met aangedrukte, tot over de hoedrand afhangende, okergele tot bleekbruine schubben.

Lamellen De lamellen zijn wit tot crème.

Steel De gladde steel is 4-6 cm lang en 8-10 mm dik. De steel heeft een smalle verschuifbare ring en is wittig-crème van kleur. De basis is knollig en bruinvlekkend.

Geur en smaak De paddenstoel heeft een zwakke geur. Hij is eetbaar maar de smaak van jonge exemplaren is het beste.

Sporenprint De sporenprint is wit of bleke crème.

Microscopische kenmerken De sporen zijn ellipsvormig, glad, dikwandig, met een kleine kiempore, dextrinoïde en meten 13-18 × 8-10 µm.

Foto's

Verspreiding De soort komt voor in Noord-Amerika en Europa. In Nederland komt de soort matig algemeen tot vrij algemeen voor. Het hoogtepunt ligt in de maanden september en oktober. Hij staat op de rode lijst. Hij is vooral verdwenen door intensivering van het graslandgebruik, waaronder het toepassen van zware bemesting.

Verwarrende soorten De soort lijkt sterk op de grote parasolzwam (Macrolepiota procera), maar de grote parasolzwam is veel groter en heeft een getijgerde steel.

Zie ook Tepelparasolzwam

Categorie:Agaricaceae Categorie:Eetbare paddenstoel Categorie:Schimmelsoort