De Oorlog in Nagorno-Karabach in 2020 was een gewapend conflict tussen Azerbeidzjan enerzijds en de Republiek Nagorno-Karabach (Artsach) en Armenië anderzijds in en rondom de regio Nagorno-Karabach, een bergachtig gebied in de Zuidelijke Kaukasus dat historisch gezien bewoond werd door Armeniërs.
Na een eerdere oorlog van 1988-1994 was het gebied de facto in handen gekomen van de niet-erkende republiek Nagorno-Karabach, hoewel het internationaal beschouwd werd als Azerbeidzjaans grondgebied. De Armeense Nagorno-Karabachers, die een meerderheid in het gebied vormden ten opzichte van de Azerbeidzjanen ter plaatse, vochten tijdens die oorlog zij aan zij met Armenen uit Armenië zelf.
Eind september 2020 braken gevechten uit langs de grens die ontstond na het staakt-het-vuren van 1994. Het Azerbeidzjaanse leger slaagde erin, ondersteund door 2580 Syrische huursoldaten en met diplomatieke en militaire steun van Turkije en Pakistan terreinwinst te boeken en delen van de regio op de Armeniërs te veroveren. Aan de Armeens-Karabachse zijde vochten vrijwilligers uit de Armeense diaspora mee.
Internationale pogingen tot een staakt-het-vuren te komen liepen aanvankelijk op niets uit, totdat Azerbeidzjan in november 2020 de stad Şuşa veroverde. Daarna kwamen de partijen, onder Russisch toezien, overeen de gevechten te staken. De overeenkomst werd door de Azerbeidzjanen als een overwinning gevierd. In de Armeense hoofdstad Jerevan ontstonden enige rellen tegen de regering en de oppositie riep op tot protest. Volgens schattingen heeft het conflict enkele duizenden levens geëist.
Achtergrond links|miniatuur|286x286px|Bevolkingsopbouw van de autonome oblast Nagorno-Karabach in 1989: De betwiste regio Nagorno-Karabach, met zijn etnisch Armeense meerderheid, was de jure een deel van Azerbeidzjan, maar de facto in handen van de zelfverklaarde republiek Nagorno-Karabach, die ondersteund werd door Armenië. Etnisch geweld begon eind jaren 1980 en explodeerde in een oorlog na de ontbinding van de Sovjet-Unie in 1991. Op 20 februari 1988 nam de sovjet van de Nagorno-Karabachse Autonome Oblast een resolutie aan waarin werd verzocht de autonome oblast van de Azerbeidzjaanse SSR over te brengen naar de Armeense SSR. Azerbeidzjan wees het verzoek meerdere malen af. Nadat de autonome status van Nagorno-Karabach werd ingetrokken door de centrale overheid van Azerbeidzjan, werd in de regio op 10 december 1991 een referendum gehouden. Dat werd geboycot door de Azerbeidzjaanse bevolking, die toen ongeveer 22,8% van de bevolking uitmaakte: 99,8% stemde voor. Zowel Armenië als Azerbeidzjan werden in 1992 onafhankelijk van de Sovjet-Unie.
De oorlog in Nagorno-Karabach resulteerde in een vluchtelingenstroom van 750.000 Azerbeidzjanen en 353.000 Armeniërs, zowel tussen als binnen beide landen. De oorlog eindigde met een wapenstilstand in 1994, waarbij Armeniërs de controle kregen over het grootste deel van de regio Nagorno-Karabach. Tijdens de oorlog werden de omliggende districten Agdam, Cəbrayıl, Füzuli, Kəlbəcər, Qubadlı, Laçın en Zəngilan van Azerbeidzjan echter ook ingenomen, terwijl die regio's in meerderheid door Azerbeidzjanen werden bewoond. alt=Ruïnes in de stad Agdam|miniatuur|Delen van Nagorno-Karabach die in de jaren '90 verwoest werden, zoals de spookstad Ağdam, belandden na de oorlog in een bufferzone. In 2020 zou Azerbeidzjan de stad overnemen. Gedurende drie decennia vonden meerdere schendingen van de wapenstilstand plaats, met als meest ernstige incidenten voorafgaand aan het hier besproken conflict grensgevechten in 2016. Langdurige internationale bemiddelingspogingen om een vredesproces tot stand te brengen, werden in 1994 geïnitieerd door de Minsk-groep van de OVSE, met de onderbroken Madrid Principles (2009) als meest recente poging. Hoewel het onduidelijk was hoe de bewoners van het gebied het grondgebied wilden besturen (onafhankelijk, of onderdeel worden van Armenië), bleek uit enquêtes dat ze geen deel willen uitmaken van Azerbeidzjan. In augustus 2019 bezocht de Armeense premier Nikol Pasjinjan Nagorno-Karabach en verklaarde: "Artsach is Armenië, punt uit". Hiermee zette hij een wijziging in qua politieke koers van Armenië.
In juli 2020 vonden schermutselingen plaats op de grens tussen Armenië en Azerbeidzjan. Duizenden Azerbeidzjanen demonstreerden hierna voor oorlog tegen Armenië, waarbij Turkije propaganda maakte ter ondersteuning van Azerbeidzjan.
Op 23 juli 2020 kondigde Armenië de start aan van een gezamenlijke oefening van het luchtverdedigingssysteem met Rusland. Een week later voerde Azerbeidzjan een reeks militaire oefeningen uit, die duurde van 29 juli tot 10 augustus en begin september vonden oefeningen in samenwerking met Turkije plaats. Azerbeidzjan en Turkije zijn nauwe bondgenoten.
Begin De beschietingen begonnen in de vroege ochtend van 27 september 2020. Beide partijen beschuldigden elkaar ervan de wapenstilstand, die sinds 1994 gold, te hebben geschonden. Analist Thomas de Waal benadrukte dat Azerbeidzjan als eerste een aanval lanceerde en dat zij er ook belang bij hadden, in tegenstelling tot de Armeniërs. Nog dezelfde dag werd de staat van beleg en totale mobilisatie afgekondigd in Nagorno-Karabach en Armenië. In Azerbeidzjan werd tevens de staat van beleg afgekondigd en een avondklok ingesteld in sommige steden. Een dag later, op 28 september, kondigde Azerbeidzjan gedeeltelijke mobilisatie af. In de avond maakte Azerbeidzjan bekend Nagorno-Karabach te zijn binnengevallen en enkele gebieden te hebben ingenomen.
Verloop Territoriale verschuivingen De Azerbeidzjaanse strijdkrachten namen gedurende de oorlog enige delen in het noorden en met name in het zuiden in van Nagorno-Karabach, waaronder de plaatsen Cəbrayıl, Hadroet, Füzuli, Zəngilan, Qubadlı en Şuşa.https://twitter.com/ryanmofarrellhttps://ria.ru/20201017/azerbaydzhan-1580239300.html
Aanvallen op Gəncə en Bərdə Gəncə, de op een na grootste stad van Azerbeidzjan, werd meerdere keren bestookt met ballistische raketten. Armenië erkende slechts gedeeltelijk verantwoordelijkheid voor de aanvallen.https://www.theguardian.com/world/2020/oct/04/nagorno-karabakh-azerbaijan-accuses-armenia-of-rocket-attack Hierbij kwamen tientallen burgers om en raakten nog eens tientallen burgers gewond. De plek van de inslag van de raketten werd bezocht door vertegenwoordigers van meerdere landen.
Op 28 oktober 2020 werd het centrum van de Azerbeidzjaanse stad Bərdə getroffen door raketten, waarbij meerdere winkels en voertuigen in brand zijn gevlogen. Ten minste 21 burgers kwamen hierbij om het leven. Nog eens 40 burgers raakten gewond bij de aanval. Hikmet Hajiyev, assistent van de president van Azerbeidzjan, meldde dat Armeense troepen cluster-Smertsj-raketten hadden gebruikt bij de aanval. Het Azerbeidzjaanse ministerie van Defensie bevestigde in een verklaring dat "er doden en gewonden zijn gevallen" en dat "civiele infrastructuur beschadigd is".https://mod.gov.az/en/news/the-enemy-fired-rockets-at-the-barda-city-33415.html Sjoesjan Stepanjan, woordvoerder van het Armeense ministerie van Defensie, ontkende de claim van Azerbeidzjan.https://www.facebook.com/100000785095088/posts/3367348333301303/?d=n
Aanvallen op Stepanakert thumb|De 19de-eeuwse kathedraal van Sjoesja - herbouwd in de jaren negentig - werd beschadigd tijdens het conflict. Stepanakert (Chankendi), de hoofdstad van Nagorno-Karabach, was meermaals het doelwit van raketten en artilleriegranaten. De aanvallen op de stad, waarbij ook clustermunitie gebruikt werd, begonnen met een bombardement op 27 september; na drie weken oorlog was een groot deel van de bevolking van de stad en van Nagarno-Karabach in zijn geheel voor het oorlogsgeweld gevlucht.
Ook de nabijgelegen kathedraal van Sjoesja werd in oktober door luchtaanvallen beschadigd; Azerbeidzjan ontkent hiervoor verantwoordelijk te zijn.
Wapenstilstanden Meerdere malen werd gepoogd een wapenstilstand te bereiken tussen de vechtende partijen, die ineffectief bleken.
Op 10 oktober 2020 bereikten de ministers van Buitenlandse Zaken van Azerbeidzjan en Armenië een staakt-het-vuren na besprekingen in Moskou onder leiding van de Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov. Vrijwel direct na het ingaan van de wapenstilstand werden de vijandelijkheden hervat, waardoor het staakt-het-vuren mislukte.https://nos.nl/artikel/2351790-armenie-en-azerbeidzjan-beschuldigen-elkaar-van-schenden-wapenstilstand.html
Op 17 oktober 2020 bereikten de partijen opnieuw een akkoord voor een humanitair staakt-het-vuren, dat ook weinig effect bleek te hebben.https://www.nu.nl/buitenland/6084665/armenie-en-azerbeidzjan-stemmen-in-met-nieuwe-wapenstilstand.htmlhttps://www.nu.nl/buitenland/6084671/armenie-beticht-azerbeidzjan-direct-van-schenden-nieuwe-wapenstilstand.html
Op 26 oktober 2020 kwamen de twee landen een nieuw humanitair staakt-het-vuren overeen na bemiddeling door de Verenigde Staten. Kort na het ingaan van de wapenstilstand beschuldigden beide landen elkaar ervan het bestand te schenden.
Neerhalen Russische helikopter Op de avond van 9 november 2020 schoten Azerbeidzjaanse militairen een Russische Mi-24 neer bij de grens van Armenië met de autonome Azerbeidzjaanse exclave Nachitsjevan. Hierbij kwamen twee Russische piloten om, terwijl één piloot gewond raakte. Al snel erkende Azerbeidzjan verantwoordelijkheid en bood excuses aan voor de vergissing. Rusland maakte bekend dat de helikopter een Russisch konvooi begeleidde en accepteerde de excuses van Azerbeidzjan. Enkele uren na deze gebeurtenis maakten de partijen bekend een akkoord te hebben gesloten over het einde van de oorlog.
Staakt-het-vuren en reacties thumb|De kaart, zoals deze er na de overeenkomst uitziet. De rode en olijfgroene gebieden blijven Azerbeidzjaans. Het gestreepte deel zal uiterlijk 1 december 2020 aan Azerbeidzjan overgedragen worden. In het lichtgroene stuk van de kaart, het deel van Nagorno-Karabach dat resteert, zal de Russische vredesmacht gestationeerd zijn. In de nacht van 9 op 10 november 2020 tekenden de president van Azerbeidzjan, Ilham Alijev, de premier van Armenië, Nikol Pasjinjan en de president van Rusland, Vladimir Poetin, een staakt-het-vuren dat een einde maakte aan de gevechten. Overeengekomen werd om per 00:00 uur (Moskoutijd) op 10 november 2020 de vijandigheden te staken. De president van het internationaal niet-erkende Nagorno-Karabach, Arajik Haroetjoenian, stemde hiermee eveneens in.
De tekst van het staakt-het-vuren-overeenkomst zoals gepubliceerd op de website van het Kremlin is:
Reactie Armenië Na het bekendmaken van het verdrag bestormden woedende demonstranten in de Armeense hoofdstad Jerevan het regeringsgebouw en werden er vernielingen gericht. De woning van de Armeense premier Pasjinian werd eveneens bestormd. De parlementsvoorzitter van Armenië Ararat Mirzojan werd uit zijn auto gesleurd en mishandeld door demonstranten. Er ontstonden grootschalige demonstraties waarin het aftreden van de premier werd geeïst.
De Armeense veiligheidsdienst maakte bekend dat een geplande staatsgreep en moordaanslag op de Armeense premier werd verijdeld.
Reactie Azerbeidzjan In Azerbeidzjan gingen mensen de straten op om de in hun ogen behaalde overwinning te vieren.
Uitvoering Er werd afgesproken dat Armeense troepen zouden vertrekken uit de districten Kəlbəcər, Ağdam en Laçın. Vrijwel alle Armeniërs vertrokken ook uit de gebieden. Bij het vertrek namen Armeniërs al hun bezittingen mee en staken hun huizen en scholen in brand. Ook werden dieren geslacht, elektriciteitsmasten kapotgemaakt en werden bomen in de gebieden omgehakt.
Het vertrek uit Kəlbəcər stond gepland op 15 november, maar werd verlengd naar 25 november. Op 24 november trokken de laatste Armeense troepen uit de regio en werd de grensovergang vanuit Armenië naar de regio gesloten. Op 25 november maakte Azerbeidzjan bekend de controle over de hele regio te hebben overgenomen.