De elzenweerschijnzwam (Xanthoporia radiata, ook bekend als Mensularia radiata en Inonotus radiatus) is een schimmel uit de familie Hymenochaetaceae. De soort groeit op stammen, takken en stronken van loofbomen. In Nederland wordt hij vooral aangetroffen op elzen (Alnus) en in mindere mate op onder andere berk (Betula). De soort geldt als een necrotrofe parasiet en veroorzaakt witrot.

Taxonomie De soort werd in 1799 door de Engelse natuuronderzoeker James Sowerby oorspronkelijk beschreven als Boletus radiatus. Petter Adolf Karsten plaatste hem in 1881 in het geslacht Inonotus onder de naam Inonotus radiatus. In 1916 maakte Blas Lázaro Ibiza de combinatie Mensularia radiata.

In 2011 werd de soort door Ţura, Zmitrovich, Wasser, Raats en Nevo in het geslacht Xanthoporia geplaatst. Index Fungorum en Catalogue of Life beschouwen Xanthoporia radiata als de geaccepteerde naam. De Nederlandse Verspreidingsatlas gebruikt de naam Mensularia radiata.

Kenmerken Uiterlijke kenmerken De vruchtlichamen zijn eenjarig en vormen vaak grote, dakpansgewijs boven elkaar groeiende groepen. Afzonderlijke hoeden zijn enkele centimeters groot en ongeveer 5–20 mm dik. Ze zijn min of meer afgeplat en hebben doorgaans een vrij scherpe rand.

Jonge vruchtlichamen zijn zacht en fluwelig en geelbruin tot oranje- of roodbruin van kleur. Later wordt het oppervlak kaal, donkerder en duidelijk radiair gerimpeld. Ook kunnen concentrische kleurzones ontstaan. De rand blijft bij jonge exemplaren meestal lichter van kleur. Jonge vruchtlichamen kunnen druppels vocht afscheiden (guttatie).

De onderzijde bestaat uit een laag buisjes. De poriën zijn hoekig en staan met ongeveer drie tot vier per millimeter. Het poriënoppervlak is aanvankelijk geelbruin tot olijfbruin en wordt later roestbruin. Vers materiaal kan bij aanraking donkerder verkleuren. Door de lichtinval kan de poriënlaag een opvallende geelachtige tot zilverachtige weerschijn vertonen, waaraan de Nederlandse naam is ontleend. De buisjes kunnen tot ongeveer 10 mm lang worden.

Het vlees is kaneel- tot roodbruin, vezelig en vaak duidelijk radiair gestreept. Het heeft een monomitisch hyfensysteem en bestaat uitsluitend uit generatieve hyfen. Het weefsel verkleurt donker bij behandeling met kaliumhydroxide.

Microscopische kenmerken De basidiosporen zijn ellipsoïde, glad en aanvankelijk vrijwel hyalien tot lichtgeel. Ze meten ongeveer 5–6(–6,5) × 4–4,5 µm en zijn bij rijpheid enigszins dikwandig. Ze reageren zwak dextrinoïde.

In het hymenium bevinden zich talrijke dikwandige, bruine setae. Deze zijn meestal duidelijk haakvormig gebogen, hoewel ook rechte exemplaren voorkomen. Ze meten ongeveer 15–40 × 6–14 µm. Dieper in de buisjes kunnen langere tramale setae voorkomen, die tot ongeveer 110 µm lang worden.

Ecologie De elzenweerschijnzwam komt vooral voor op levende, verzwakte of afstervende loofbomen en op daarvan afkomstig dood hout. In Nederland is de soort sterk geassocieerd met els. Hij is karakteristiek voor elzenbroekbos en kan daar een belangrijke rol spelen bij de afbraak van hout.

De schimmel veroorzaakt witrot, waarbij onder andere lignine in het hout wordt afgebroken. Daardoor verliest het aangetaste hout geleidelijk zijn stevigheid. Bij vergevorderde aantasting van levende bomen kan hierdoor de kans op tak- of stambreuk toenemen. Het verschijnen van vruchtlichamen betekent echter niet zonder meer dat iedere aangetaste boom zal afsterven.

Verspreiding De elzenweerschijnzwam heeft een ruime verspreiding in de gematigde streken en is onder andere bekend uit grote delen van Europa. Ook buiten Europa komt de soort voor.

In Nederland komt de elzenweerschijnzwam 'algemeen' voor. De soort is verspreid over het land aangetroffen en is vooral algemeen in gebieden met veel elzen. Op de Nederlandse Rode Lijst geldt hij als 'thans niet bedreigd'.

miniatuur|Oudere vruchtlichamen

Foto's

Categorie:Hymenochaetaceae Categorie:Schimmelsoort