Tjitske Geertruida Maria van Hettinga Tromp (Groningen, 11 april 1872 – Zwolle, 22 februari 1962) was een Nederlands schilder, tekenaar en graficus. Ze gebruikte het monogram GvHT, maar signeerde ook als M. van Hettinga Tromp en T.G.M. v. H. Tromp.Pieter A. Scheen (1969) Lexicon Nederlandse Beeldende Kunstenaars 1750-1950. 's-Gravenhage: Kunsthandel Pieter A. Scheen N.V. Volume 2, p. 456.
Leven en werk Van Hettinga Tromp was een dochter van Jan van Hettinga Tromp (1831-1912) en Johanna Aritia Baart de la Faille (1836-1909). Haar vader was ontvanger der registratie en domeinen in Groningen. Het gezin verhuisde naar Hoorn (1884) en Utrecht (1892), toen hij daar werd aangesteld als bewaarder van de hypotheken, het kadaster en de scheepsbewijzen. Na zijn pensioen verhuisde het gezin in 1905 naar Den Haag. Van Hettinga Tromp was van ca. 1890 tot 1894 leerling van de MO-cursus aan de Haagse Academie van Beeldende Kunsten. Ze kreeg les van Henk Bremmer en wordt gerekend tot de kunstenaarsgroep Bremmerianen.
Van Hettinga Tromp schilderde, tekende en lithografeerde onder meer bloem- en vruchtstillevens, (kerk)interieurs, portretten en architectuurgezichten. Ze was lid van de in 1933 opgerichte Nieuwe Schilders- en Beeldhouwerskring, met onder anderen Pyke Koch, Simon Moulijn, John Rädecker en Charley Toorop, en van kunstenaarsvereniging De Brug, waarmee ze ook exposeerde. Ze schilderde onder meer in Kortenhoef. Naast de groepsexposities had ze een aantal solo-exposities bij de Haagse kunsthandels d'Audretsch in 1924"Mej. T.G.M. van Hettinga Tromp bij D'Audretsch", Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift, jaargang 34, deel 68, juli-december 1924. Gearchiveerd op 14 juli 2023. en G.J. Nieuwenhuizen Segaar in 1939, 1952 (ter gelegenheid van haar 80e verjaardag) en postuum in 1962. Volgens criticus Cornelis Veth sprak haar werk "van een liefdevolle piëteit voor materie, doel en constructieve beteekenis van elk detail", vooral in haar "intieme uitbeelding van gebouwen", hij vergeleek het met werk van Pieter Saenredam en Jan van der Heyden."Eerbied voor het onderwerp. Schilderijen van mej. T.G.M. van Hettinga Tromp.", De Telegraaf, 16 januari 1936.
Vanaf 1934 woonde Van Hettinga Tromp samen met de schilderes Jo Koster (1868-1944). In 1942 verhuisden ze beiden naar Zwolle. In 1943 werd bij Koster kanker geconstateerd. Koster overleed het jaar erop, toen ze in Heelsum bij haar vriendin Lidy van Spengler logeerde. Na 1942 hield Van Hettinga Tromp een dagboek bij, waarin ze de laatste jaren van haar vriendin Jo Koster beschreef.
Van Hettinga Tromp overleed op 89-jarige leeftijd in het Sophia-ziekenhuis te Zwolle.
Enkele werken 1905: Portret van Anna Petronella de Kanter (1880-1931), privébezit uit de collectie van Henk Bremmer. 1911: Stilleven met baardmankruikje, collectie Kröller-Müller Museum. 1913: Boerderijtje te Kortenhoef bij Loosdrecht, collectie Centraal Museum. 1914: Portret van Helene Kröller-Müller (1869-1939), collectie Jachthuis Sint-Hubertus. 1941: Portret van Lodewijk Ernst Visser (1871-1942), president van de Hoge Raad der Nederlanden, collectie H.R.d.N.. 1942: Stilleven met wit beeldje, vaasje, en kannetje, collectie Centraal Museum. 1950: Buurtje in Zaltbommel, collectie Centraal Museum.
Literatuur
Hinrichs, Jan Paul (2026). De guts als metgezel. Julie de Graag 1877-1924. 's-Gravenhage: Statenhofpers, p. 74-75, 92-93.
Categorie:Nederlands kunstschilder Categorie:Nederlands lithograaf Categorie:Nederlands tekenaar