De kleine aardappelbovist (Scleroderma areolatum) is een schimmel behorend tot de familie Sclerodermataceae. Hij groeit op voedselrijke zandgrond bij loofbomen, vooral eiken, maar verdraagt ook kalkbodems. De soort komt algemeen voor, onder meer in plantsoenen en tuinen.
Kenmerken Uiterlijke kenmerken Vruchtlichaam Het vruchtlichaam is regelmatig bol- tot knolvormig en heeft een diameter van 1 tot 4 cm (soms worden exemplaren gevonden van 7 cm). De bruingele buitenzijde is voorzien van vlakke donkere schubjes waardoor een luipaardachtig patroon ontstaat. De buitenwand is dun (1 mm), maar relatief stevig en kan indeuken zonder scheuren. De huid kleurt rood bij krabben (mits vers). Bij doorsnijden van verse exemplaren kleurt het vlees vooral aan de basis rood. Na lage nachttemperaturen verdwijnt dit determinatiekenmerk. Het inwendige is bij jonge exemplaren wittig en compact, maar naarmate de zwam ouder is wordt dit donker grijsbruin en poederig. Aan de bovenzijde vormt zich dan een onregelmatige scheurtje waardoor de sporen worden verspreid. De schil kleur rood met KOH. Het binnenste van het vruchtlichaam is zwart.
Steel Het vruchtlichaam staat op een dunne korte steel (1-2 cm) met enkele witte strengen aan de basis.
Geur De geur is onaangenaam, rubberachtig.
Microscopische kenmerken De sporen zijn rond en hebben gebogen stekels. Ze zijn 9,2–14 μm groot, met stekels die nog eens 1,4–1,6 μm lang zijn.
Vergelijkbare soorten De gele aardappelbovist heeft een dikkere buitenschaal, geen steel en is meestal groter. De sporen er van hebben een verhoogd netwerk in plaats van gebogen stekels.
Verspreiding In Nederland en België komt de kleine aardappelbovist algemeen voor. Groeitijd is in de nazomer en herfst.
Eetbaarheid Deze bovist is giftig. Het eten van grotere hoeveelheden leidt tot braken, diarree en soms flauwvallen.
Foto's
Zie ook Lijst van giftige paddenstoelen Gele aardappelbovist
Categorie:Sclerodermataceae Categorie:Schimmelsoort