Jaap d'Oliveira, voluit Jacob Jessurum d'Oliveijra, (Amsterdam, 20 april 1908 – aldaar, 17 januari 1978) was een Nederlands fotograaf van Joodse komaf, vooral bekend door zijn interieur- en architectuurfotografie. Hij wordt gezien als een van de belangrijkste Nederlandse architectuurfotografen van de 20e eeuw.

Achtergrond Hij was zoon van Simcha Lopes Cardozo en journalist Abraham Elia Jessurum d'Oliveijra; het echtpaar scheidde in 1929. Stadsarchief Amsterdam, Geboorteakte Jacob Jessurum d’Oliveijra Moeder, zoon en dochter Elsa overleefden de Tweede Wereldoorlog, vader werd omgebracht in Auschwitz.Joods Monument over vader (geraadpleegd 8 juli 2026) Hijzelf trouwde in 1932 met de fotografe Gerda Leo, die hij bij Albert Renger-Patzsch leerde kennen. Het echtpaar kreeg vijf kinderen. Zoon Hans Ulrich Jessurun d'Oliveira werd internationaal jurist.Stadsarchief Amsterdam: Archiefkaart Jacob Jessurun d’Oliveijra Zoon Maarten d’Oliveira (1935-2023) werd eveneens fotograaf. Dochter Friederike d’Oliveira werd redelijk bekend klassiek zangeres en zangdocente.

Werk Jaap d'Oliveira begon zijn loopbaan als assistent van de Amsterdamse portretfotograaf Johan Rickhoff. In 1927 vestigde hij zich als zelfstandig fotograaf, gespecialiseerd in technische en wetenschapsfotografie. Met portretfotografie heeft hij zich in zijn verdere loopbaan niet meer beziggehouden.

Door bemiddeling van zijn vader kon hij in 1930 volontair worden bij de Duitse fotograaf Albert Renger-Patzsch in Essen. Renger-Patzsch was een internationaal bekende fotograaf die werkte in de stijl van de Nieuwe zakelijkheid. Ook liep d'Oliveira een half jaar stage bij de architectuurfotograaf Hugo Schmölz in Keulen. Terug in Nederland had hij van 1932 tot 1934 een compagnonschap met Hans Spies, die net als hij geïnteresseerd was in het fotograferen van bouwen en wonen in een zakelijke stijl. Hun belangrijkste opdrachtgever in die tijd was de meubelafdeling van het warenhuis Metz & Co.

Vanwege zijn Joodse afkomst kon d'Oliveira tijdens de Duitse bezetting van Nederland zijn werk niet uitoefenen. Het feit dat hij getrouwd was met Gerda Leo, een niet-Joodse Duitse vrouw, behoedde hem voor deportatie. In 1945 werd hij op voorspraak van zijn vriend Willem Sandberg benoemd als docent aan het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs, de latere Gerrit Rietveld Academie. Samen met Sandberg heeft d'Oliveira zich ingezet voor de oprichting van een zelfstandige afdeling fotografie aan de Rietveldacademie.

In de jaren na de Tweede Wereldoorlog werd d’Oliveira in Nederland een toonaangevend architectuurfotograaf. Zijn stijl was helder, strak en zonder opsmuk. Hij werkte voor Jan Frederik Staal, Gerrit Rietveld en Alexander Bodon. Hij was lid van Gkf, de beroepsvereniging van fotografen.

In 1968 nam zijn zoon Maarten d'Oliveira de studio van zijn vader over. Het vooroorlogse negatieven-archief van d'Oliveira is bij een lekkage verloren gegaan.

Categorie:Architectuurfotograaf Categorie:Nederlands fotograaf Categorie:Nederlands Holocaustoverlevende